Skip to content

doodgewoon

Dit is het vijfde deel van een serie over de dood en het dodenrijk. Klik hier voor het eerste artikel.

Als er één ding duidelijk is geworden tot nu toe, is het dat er weinig gewoon is aan de dood. Althans, dat er over de dood ongewoon divers gedacht wordt. Een bekend gezegd is: “know your enemy”. De dood is onze laatste en dus meest hardnekkige vijand (1 Kor. 15:26), maar het lijkt erop dat hij ons kennen tot dusver ontglipt. Mensen die niet in God of het hiernamaals geloven zullen zeggen dat de dood het einde is. Mensen met een godsbesef, los van welke religie ze aanhangen, zullen vaak zeggen dat de dood een overgang is van het aardse naar het hemelse. Wat ze dan ook maar onder het hemelse verstaan. Ook het christendom bevindt zich op een enkele stromingen na in het overgang-kamp. Maar is dat terecht? Laten we onderzoeken hoe de bijbel de dood beschrijft.

analyse

Soms is het handig om een term te beschrijven met zijn tegenover. De bijbel werkt vaak met contrasten, en de uitersten verduidelijken elkaar. Ik citeerde de vorige keer al een tekst uit Openbaring:

De overige doden werden niet weder levend, voordat de duizend jaren voleindigd waren. – Op. 20:5

Maar ook deze tekst uit het Oude Testament is veelzeggend:

Want het dodenrijk looft U niet, de dood prijst U niet; wie in de groeve zijn neergedaald, hopen niet op uw trouw. De levende, de levende, hij looft U, zoals ik heden doe; de vader maakt zijn zonen uw trouw bekend. – Jes. 38:18,19

De dood wordt weergegeven als niet-leven, als tegenover van het leven. Om te begrijpen wat de dood is, kunnen we dus eerst onderzoeken wat leven is. En waar kunnen we beter beginnen dan bij het verhaal van de wording van de eerste mens, Adam. Laten we zien hoe zijn levendmaking wordt beschreven. Ik zal de Statenvertaling citeren omdat die de originele woorden niet versluiert:

En de HEERE God had den mens geformeerd uit het stof der aarde, en in zijn neusgaten geblazen den adem des levens; alzo werd de mens tot een levende ziel. – Gen. 2:7 SV

Deze ene tekst is zo rijk aan betekenis. We leren allereerst dat de mens uit drie onderdelen bestaat. Aarde, adem en ziel. Maar we zien ook dat de ziel het gevolg is van de adem die in het stof der aarde werd geblazen. De ziel was er niet voordat Adam werd geschapen, de ziel werd. Je zou kunnen zeggen dat de mens een samengesteld geheel is, bestaande uit twee hoofdonderdelen. Het derde bestanddeel, de ziel, is een product van de eerste twee.

Vergelijk het met twee stukken gekleurd glas, een rode (aarde) en een blauwe (adem). Als je deze twee op elkaar legt zie je ineens een derde kleur: paars (de ziel). Deze kleur bestaat niet zelfstandig, maar is een gevolg van de combinatie van de andere twee. Haal de stukken glas weer van elkaar af, en de paarse kleur is weer verdwenen.

Nu stelt de tekst uit Genesis 2 de mens gelijk aan de ziel (de mens werd een levende ziel). Vandaar dat het Hebreeuwse woord voor ziel ook vaak wordt begrepen (en vertaald) als de hele mens. En dat is prima, als we maar beseffen dat de mens meer is dan de ziel. Soms wordt het woord ook vertaald met ‘leven’. Ook niks mis mee, want bij het blazen van de levensadem werd de mens een levende ziel. De ziel en het leven zijn eender.

Hoe dan ook, de bijbel laat het leven zien als een soort samenvoeging, een synthese. Met die kennis kunnen we ons richten op de betekenis van de dood. Wat gebeurt er wanneer een mens sterft? Paulus noemt het een ‘ontbinding’.

Want ik word nu tot een drankoffer geofferd, en de tijd mijner ontbinding is aanstaande. – 2 Tim. 4:7

Het Griekse woord voor ontbinding is analusis – een analyse. Zoals de levendmaking een synthese is, een samenvoeging, zo is het sterven een ontbinding, een uitelkaar vallen, een analyse.

terugkeer

De bestanddelen worden dus weer van elkaar gescheiden. Onze vraag wat er met de mens gebeurt bij zijn sterven is dus eigenlijk drieledig. Wat gebeurt er met de aarde (het lichaam), de adem (de geest – Gen. 7:22), en de ziel? De bijbel spreekt van een terugkeer van de hoofdbestanddelen. Beide keren ze terug naar hun oorspronkelijke staat. De stof keert terug naar de aarde, zoals we bij elke begrafenis horen:

in het zweet uws aanschijns zult gij brood eten, totdat gij tot de aardbodem wederkeert, omdat gij daaruit genomen zijt; want stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren. – Gen. 3:19

En de geest keert terug naar de Gever, God.

en het stof wederkeert tot de aarde, zoals het geweest is, en de geest wederkeert tot God, die hem geschonken heeft. – Pred. 12:7

Maar wat gebeurt er met de ziel? Gaat de analogie hierboven nog op? Als we de gekleurde glazen van elkaar afhalen, is de paarse kleur weer verdwenen. Maar is dat ook hoe we de ziel kunnen begrijpen?

Alleen de ziel wordt in verband gebracht met het dodenrijk (Ps. 86:13 | Ps. 89:49 | Hand. 2:27). Zoals we hierboven al hadden gezien wordt soms de ziel gelijkgesteld aan het leven. Of soms zelfs aan de hele mens. Dus de bijbel vertelt ook dikwijls dat iemand naar het dodenrijk gaat. De geest wordt nooit in verband gebracht met het dodenrijk. Dat zou ook merkwaardig zijn, want we hadden al gezien dat de geest een andere bestemming heeft.

En nu komt de woordstudie van de vorige keer van pas. In het vorige artikel heb ik laten zien dat het dodenrijk een vertaling is van Griekse en Hebreeuwse woorden die een onzekerheid, een onzichtbaarheid in zich hebben. De ziel gaat niet ergens heen, hij verdwijnt. En dat is in feite ook een terugkeer! Immers, voordat God Zijn adem gaf, was de ziel er nog niet. De ziel werd. Eerst was de ziel onmerkbaar. Hades. En na het sterven is de ziel weer in hades.

En zo is een opmerkelijke uitspraak van David in Psalm 9 ineens rijk aan inzicht:

De goddelozen zullen terugkeren, naar de hel [het dodenrijk] toe, alle godvergetende heidenen. – Ps. 9:18 SV

Dit is een citaat uit de Statenvertaling, die het dodenrijk nog dikwijls weergeeft met de hel. Maar deze vertaling laat het woord ‘terugkeren’ onverholen staan. Latere vertalingen hebben het woord voor “terugkeren” vertaald met een veel algemener “omkeren” of “weggaan”. Maar het is precies het zelfde woord als in Gen. 3:19 werd gebruikt (“tot stof zult gij wederkeren”). En ook in deze teksten is dit woord met ‘wederkeren’ vertaald: Ps. 104:29 | Ps. 146:4 | Job. 10:9 | Pred. 12:7 | Richt. 15:19 | 1 Kon. 17:21.

Het is niet onbegrijpelijk dat de jongere vertalingen deze tekst hebben aangepast. Immers, in de gebruikelijke visie is het dodenrijk het verblijf geworden van de ongehoorzamen, de goddelozen. En daarvoor kwalificeer je pas ná je leven, niet ervoor. Maar met het inzicht in de grondbetekenis van het woord hades, de term achter het dodenrijk, is deze weergave van de Statenvertaling juist uiterst nauwkeurig. Ook de ziel keert terug naar zijn vorige staat: hij verdwijnt.

En zo is de analyse volledig. Alle elementen die samen een mens vormen vallen uiteen. Ze vervallen naar hun oorspronkelijke toestand. De dood is niet een overgang, maar eerder een ondergang. We gaan niet ergens heen, we vergaan. Ons lichaam naar het stof, onze adem naar God en onze ziel naar hades. Hoe ingewikkeld we het soms ook maken, dood is doodgewoon dood.

<< vorige  volgende >>
  1. Thamara / mrt 10 2012

    Hoi Goswin,

    Dat was weer een mooie blog! Dit kan ik wel goed begrijpen. Toch kwam er tijdens het lezen een vraag in me op: “Hoe zit het dan met de opstanding als Jezus straks terugkomt?” Hoe zie jij dat? Worden die (vernieuwde) lichaam, geest en ziel dan weer samengevoegd? Want zo lijkt het net of het met de dood ophoud. Of kan ik dit anders zien?
    Bedankt weer voor de interessante info! 🙂

    Groetjes,
    Thamara

  2. goswindeboer.nl / mrt 10 2012

    He Thamara.

    Bedankt voor je reactie. Dat heb je goed opgemerkt. Zoals ik het zie houdt het met de dood inderdaad op – voor ons. Pas als we de uitzichtloosheid van de dood erkennen, kunnen we onze hoop op waarde schatten. We zullen opstaan! Voor ons is de dood het einde, maar voor God niet! Hij heeft Zijn Zoon gestuurd om de dood te overwinnen. En dat heeft Hij gedaan. Op dit moment is alleen Christus opgestaan in onvergankelijk leven, maar Hij is de Eersteling. Velen zullen volgen.

    Ik denk in dezen aan een passage uit Job 14.

    Maar wanneer een man sterft, dan ligt hij krachteloos neer;
    geeft een mens de geest, waar is hij gebleven? – Job 14:10

    Job vraagt zich af waar een mens blijft als hij sterft. Naar zijn begrip is de mens verdwenen. Precies waar ik ook op uitkom.

    Och, of Gij mij in het dodenrijk wildet versteken,
    mij verbergen, totdat uw toorn geweken was;
    dat Gij mij een tijd steldet en dan weer aan mij dacht. – Job 14:13

    Job weet dat God alleen maar aan hem hoeft te denken. Ook al is hij verdwenen na zijn dood. Dat doet ons opzien naar God, en zo moet het ook wezen.

    Als een mens sterft, zou hij herleven?
    Dan zou ik hoop hebben al de dagen van mijn zware dienst,
    totdat mijn aflossing zou komen. – Job 14:14

    Job begrijpt dat de hoop gelegen is in de opstanding. Precies waar ik hier ook op uitkom.

    Gij zoudt roepen en ik zou U antwoorden,
    naar het maaksel uwer handen zoudt Gij verlangen. – Job 14:10-15

    God zal op een bepaald moment het maaksel van Zijn handen weer tevoorschijn roepen. Voordat dat gebeurt bestaan we nog slechts in Zijn gedachten. Eigenlijk net als bij onze eerste wording. Want God kende ons al (wij waren in Zijn gedachten) voordat we in de moederschoot waren geweven. Zo zal het straks ook weer zijn. Al zijn we even helemaal weg, God kent ons nog. Hij hoeft alleen maar te spreken en we zijn er weer.

    Hoe het ‘technisch’ precies verloopt weet ik niet. God zal denk ik niet weer de precieze moleculen bij elkaar vergaren die eens ons gestel vormden. Ook tijdens ons leven zijn het niet steeds dezelfde moleculen waaruit ons lichaam bestaat. God zal ons een nieuw lichaam geven, er opnieuw Zijn Geest in doen komen zodat wij zullen herleven. Dat is wat ik begrijp.

    PS Gefeliciteerd! Jouw reactie is precies de honderdste op mijn site 😉

  3. Thamara / mrt 10 2012

    Menselijk gezien vind ik dit moeilijk te bevatten. Maar God weet het en ik moet zeggen; Het maakt God wel groter dan de mens. Dit is zeer interessant en ik weet zeker dat Hij mij de juiste weg zal laten zien. Bedankt voor je uitleg.

    PS: Bedankt voor het leuke weetje 😉

  4. David / mrt 13 2012

    Hey Goswin, erg interessant. Hier even mijn gefragmenteerde reactie en gedachten, haha. Vooral die vergelijking met de kleuren spreekt me aan. Zo kun je de ziel ook zien als een bijproduct van de geest en het lichaam blijkbaar.

    Hoe pas je dit echter toe op de persoon Jezus, en op God zelf? Je zou in jouw uitleg dan moeten concluderen dat Jezus geen ziel had voordat hij een lichaam aannam. Of je gelooft niet, zoals ik, in een voorbestaan.

    Mijn interesse gaat eigenlijk vooral uit naar het wezen van de ziel en de geest. Maakt de ziel dat je een persoon bent/wordt, of ligt persoonlijkheid/wezen ten diepste niet in de ziel, maar in het geestelijke aspect van je bestaan en dient de ziel, net als het lichaam, als een kanaal voor de geest om zichzelf te uiten in tijd/ruimte.

    Van God wordt geschreven dat hij geest is. God heeft, vanuit beperkte visie, ook geen lichaam, en in jouw uitleg dus ook geen ziel. Maar Hij bestaat wel, en heeft ook persoonlijkheid, eigenlijk idem aan dat van mensen. Begrijp je wat ik wil zeggen? Wat zijn jouw gedachten hierover?

  5. goswindeboer.nl / mrt 14 2012

    he David

    Dank voor je prikkelende vragen. Ik geloof inderdaad niet in een voorbestaan. Nu is God natuurlijk een geval apart ;-), daar Hij geen begin heeft. Over Jezus’ pre-existentie valt ook het een en ander te zeggen (zie voor een serie artikelen over dit onderwerp bijvoorbeeld hier, hier, hier en hier), al moet ik wel toegeven dat ik daar nog niet over uit ben. Het is in ieder geval opmerkelijk dat Jezus zichzelf moest leren herkennen in de Schrift. Was Hij al een persoonlijkheid vóór zijn schepping, met een bewustzijn, dan was Hij toch op de hoogte geweest van het plan. Dan zou Hij alles al weten. Maar de bijbel zegt dat Jezus toenam in wijsheid (Luk. 2:52). En dat Hij Zichzelf in de boekrol herkende (Heb. 10:7). Hoe dan ook, je zult met me eens zijn dat beide niet echt model staan voor ons mensen. Althans nu nog niet. Wij stammen in onze huidige hoedanigheid af van Adam, en hebben zijn ingrediënten geërfd.

    Ik neig naar de volgende gedachten: de ziel is de expressie van leven. Het leven zit in de geest, maar de ziel maakt het leven kenbaar aan de buitenwereld (en maakt de buitenwereld kenbaar aan onszelf). Net zo is de ziel denk ik ook de expressie van onze persoonlijkheid, maar zit de ware ‘ik’ in de geest. Vergelijk het met een spelcomputer: het spel staat in principe op de schijf, maar de expressie van het spel komt via de TV naar buiten (en onze besturing via de controllers naar het spel). De TV geeft alleen weer wat er op de schijf staat. Je loopt opnieuw iets voor op het geschrevene, want mijn volgende artikel zal de ziel nog wat meer uitdiepen.

    God is geest. De bijbel beschrijft Hem echter wel met een ziel (Ri. 10:16 SV). Maar goed, de bijbel beschrijft Hem ook met armen (Ex. 6:5), een neus (2 Sam. 22:16) en ogen (Ez. 5:11). Veel van zulke weergaven zijn menselijke projecties van God. Hij beschrijft Zichzelf in voor ons begrijpelijke termen. En zoals het volgende artikel zal laten zien, de ziel wordt geassocieerd met gevoel, bewogenheid, verlangens. En die heeft God natuurlijk! In die zin begrijp ik dat God een ziel heeft. Maar of Zijn ziel enigszins lijkt op onze ziel, durf ik niet te zeggen.

    De ziel wordt in de bijbel dikwijls tegenover de geest gezet. Althans, wanneer we het Griekse woord voor ziel volgen. Vaak wordt het in de vertalingen weergegeven met “natuurlijk”. In 1 Kor. 15 staan enkele typische verzen:

    Een natuurlijk [ziels] lichaam wordt er gezaaid, een geestelijk lichaam wordt er opgewekt. Er is een natuurlijk [ziels] lichaam, en er is een geestelijk lichaam. Alzo is er ook geschreven: De eerste mens Adam is geworden tot een levende ziel; de laatste Adam tot een levendmakenden Geest. Doch het geestelijke is niet eerst, maar het natuurlijke [zielse], daarna het geestelijke. De eerste mens is uit de aarde, aards; de tweede Mens is de Heere uit den Hemel. – 1 Kor. 15:44-47

    Het zielse lichaam is wat we van Adam hebben gekregen. Het geestelijke lichaam is wat Jezus kreeg na zijn opstanding, en wat wij ook mogen verwachten in onze opstanding. In dat lichaam was Jezus ook in staat zich te uiten, te beleven en bewogenheid te tonen, ook al wordt het niet meer als ziels gekenmerkt. Ik denk dat de tegenstelling gelegen is in het feit dat ons huidige leven door de roerigheid van de ziel wordt voortgedreven. Hoeveel van onze keuzes en overwegingen komen niet voort uit onze voorkeuren, onze gevoelens, onze verlangens. In ons nieuwe lichaam zal de Geest de leiding hebben. De ziel speelt dan geen hoofdrol meer.

    Opmerkelijk detail: de ziel wordt verbonden met het bloed (Lev. 17:11 SV). Toen Jezus opstond uit de dood en Zichzelf aan de discipelen toonde, zei Hij:

    Ziet Mijn handen en Mijn voeten; want Ik ben het Zelf; tast Mij aan, en ziet; want een geest heeft geen vlees en benen, gelijk gij ziet, dat Ik heb. – Luk. 24:39

    Jezus zei niet: vlees en bloed. Dat is een prima bijbelse uitdrukking, dus het is merkwaardig dat Jezus kiest voor de uitspraak vlees en benen. Maar met in gedachten het bovenstaande: zijn nieuwe lichaam is niet een ziels lichaam, maar een geestelijk lichaam. Wel met vlees, en botten, maar kennelijk niet met bloed, niet met ziel. Fascinerend he?

  6. David / mrt 15 2012

    Hey Goswin, erg interessante materie. Goed om hierover na te denken. Het kan zijn dat we allebei tot andere conclusies komen aan de hand van andere inzichten maar dat is wat mij betreft ok hoor.

    Een aantal gedachten. Als God zelf een ziel heeft, dan geeft dat an sich toch al heel duidelijk aan dat de ziel niet alleen bestaat bij dde gratie van een fysiek lichaam? En dat de ziel misschien niet datgene is wat de mens bewustzijn geeft, maar de geest? Zelfs al zouden we het begrip ziel even laten voor wat het is, dan blijkt dat God (en andere geestelijke schepselen), gevoelens en emoties heeft die we normaliter toeschrijven aan de aardse ziel. Dat geeft toch eigenlijk al aan dat er meer achter zit? In mijn ogen volstaat het dan niet om te zeggen dat God en mens heel verschillend zijn en dat je dat niet kan vergelijken. Adam (de mens) is geschapen naar Gods beeld en gelijkenis. Wat voor God geldt, geldt dan toch ook voor de mens? Dat de ziel na de dood in een niet-zijn toestand verdwijnt wil volgens mij nog niet zeggen dat overleden mensen niet bewust zullen zijn, dat bewustzijn is namelijk niet per definitie verbonden met de ziel.

    Ok, de pre-existentie van Jezus, en eventueel van onszelf, is een heel andere materie waar we hier misschien niet teveel op in kunnen gaan. Toch is het interessant in dit geheel.
    Het is denk ik een aanname dat wij (voor en/of na het aardse leven) alleen ‘in Gods gedachten’ bestaan, dat lees ik namelijk nergens en moet je er toch echt in lezen. Misschien is een voor- en of nabestaan in geestelijke toestand een wat ongrijpbare gedachte, maar er zijn zelfs onderzoeken over bv bijna dood ervaringen die tot interessante conclusies komen. Pim van Lommel schreef er bijv. een boek over: Eindeloos Bewustzijn, over de wetenschappelijke bevindingen van bijna dood ervaringen, erg interessant. Maar ik begrijp dat dit onderwerp erg ongrijpbaar kan zijn dus laten we het maar even rusten.

    Het komt er eigenlijk bij mij op neer dat ik de precieze bedoeling van een tijdelijk niet-zijn niet begrijp. Waartoe is dan dat tijdelijk niet-zijn en waarom heeft God dat zo bedacht, als dat zo is? Misschien vind ik het vooral een vreemde gedachte dat we dan zouden moeten wachten op een soort magisch moment ergens in de toekomst wanneer God op wonderbaarlijke wijze weer nieuwe lichamen voor ons tevoorschijn haalt. Volgens sommigen zullen we dan opeens volmaakt zijn. In mijn ogen is dat een vergelijkbare leer als een plotselinge overgang naar een hemel, alsof van locatie veranderen je een goddelijk of geestelijk mens maakt. Zelfde idee schuilt achter een fysieke opstanding ergens in de toekomst. Er is in beide zienswijze een grote focus op het letterlijke en het zichtbare, terwijl de focus eigenlijk moet zijn op het innerlijk van de mens en de inwendige transformatie en geestelijke groei die moet plaatsvinden willen we ooit tot zo’n opstandingslichaam komen en er in kunnen leven. Beide visies geven de mens een ‘shortcut’ naar een soort volmaakte toestand en gaan grotendeels voorbij aan wetmatige processen van groei en ontwikkeling die het bewustzijn eerst moet ondergaan. Maar dat is slechts mijn (zeer beperkte) visie op deze materie. Ik ga het niet nog langer maken maar hoop hierdoor een kleine bijdrage te leveren aan de gedachtestroom van zoekende mensen als jij en ik. Juist verschillende visies kunnen nog wel eens mooie inzichten geven.

    Welterusten en ik hoor je weer!
    David

  7. goswindeboer.nl / mrt 18 2012

    He David

    Wat een moeilijke vragen. Nu lijkt het net alsof ik dit allemaal zomaar kan beantwoorden. Alsof ik expert ben op dit gebied. Dat ben ik natuurlijk niet, maar ik zal mijn best doen een antwoord te formuleren. Je hebt gelijk dat we het niet eens hoeven te worden. Gelukkig maar! We kunnen wel leren van elkaars gedachten.

    Dat God een ziel heeft, hoeft niet een letterlijke uitspraak te zijn. Immers, niemand heeft ooit God gezien. God heeft wel gevoelens, en om aan te geven dat het Hem diep raakt, spreekt Hij van zijn ziel. Om het in voor ons begrijpelijke taal weer te geven, geloof ik. Dus ik ben met je eens dat de ziel misschien niet de zetel van de gevoelens is. Maar wel de expressie ervan. Nee, eigenlijk beide kanten op: de expressie van ons, en de impressies op ons. Wat wij ervaren bij dingen die ons overkomen heeft te maken met onze persoonlijkheid. En volgens mij zit die niet in de ziel. Kennelijk heeft God (en de laatste Adam, Jezus) een andere manier om zijn gevoelens te uiten. Niet meer via een ziel. Of misschien wel, maar worden zij niet meer als ziels gekenmerkt. Misschien is de geest (Geest) die we dan krijgen in staat zich te uiten zonder tussenkomst van de ziel…

    De koppeling van persoonlijkheid aan bewustzijn is een onjuiste, volgens mij. Onze persoonlijkheid is niet verdwenen in onze slaap (of een coma), maar ons bewustzijn wel. Het moment van wakker worden is naar onze perceptie het zelfde als toen we insliepen. We zijn nog steeds dezelfde persoon in de tussentijd, maar onbewust. Wanneer er toch iets gebeurt met ons bewustzijn tijdens deze sluimerstand noemen we dat een droom of een bijna-dood-ervaring. En dat dat juist uitzonderingen op de regel zijn, blijkt wel uit het feit dat we er boeken over schrijven 😉

    Als de persoonlijkheid in de geest zit, en die wordt gescheiden van de ziel, dan zal onze persoonlijkheid geen expressie, maar ook geen impressies hebben. Niks. En zeg nou zelf, dat is nou juist wat wij ons bij bewustzijn voorstellen. Dat we beschouwen, bedenken en beleven. Kortom, indrukken krijgen en verwerken. En die gave hebben we bij de gratie van het leven, denk ik. Niet de dood.

    We zijn inderdaad geschapen in Gods Beeld. En Gods Beeld is Jezus. Alleen al het feit dat Jezus de laatste Adam heet, betekent dat dat Hij in ieder geval veel weg heeft van de eerste. Dus we zullen niet zoveel anders zijn in de opstanding dan we nu zijn, denk ik. Maar wel onsterfelijk. Maar opstaan in onsterfelijkheid is niet een shortcut volgens mij. Dat we niet meer zondigen betekent toch niet dat we ons niet verder ontwikkelen? Jezus heeft nooit gezondigd, maar moest toch groeien en volmaakt worden (Heb. 5:8,9 – lees ‘m in de HSV). Hij werd volmaakt door zijn lijden. Ik denk dat wij ook groeien door het lijden nu. En straks als we onsterfelijk zijn, zullen we gewoon verder groeien, lijkt me. Het zou een saaie boel zijn als we meteen al klaar zijn. We leren dan misschien niet meer van onze fouten, maar wel van Gods grootheid, kan ik me zo voorstellen.

    In de opstanding zal Israël de andere naties tot priester zijn. Zodat ook zij zullen naderen tot God. Reken maar dat ze God beter zullen leren kennen in Zijn omgang met de volken. Wij zullen een taak krijgen onder de hemelingen vergelijkbaar met die van Israël op aarde (Ef. 2:6,7) [die verleden tijd in die verzen is een werkwoordsvorm zonder tijdsaspect, dus voor het wanneer moeten we elders kijken: vs. 7 zegt “de toekomende eeuwen”]. Reken maar dat wij ook veel zullen leren in die taak.

    Wat de bedoeling van een tijdelijk niet-zijn is, kan ik je niet vertellen. Misschien is het alleen maar om de focus te leggen op de genade. Alles wat wij zijn moet ons gegeven worden. En al zijn we helemaal weg, God zal ons opnieuw tot leven roepen. Niet omdat wij een bepaald niveau van bewustzijn of wellevendheid hebben bereikt, maar omdat Hij het ons schenkt.

    In het volgende artikel (ETA komend weekend) zal ik nog wat argumenten toevoegen voor de eindigheid van de ziel. Natuurlijk is het gesprek daarmee niet af, maar het vormt in ieder geval een ferme bodem om mijn gedachten op te bouwen. Misschien kom jij tot andere conclusies. Geen enkel probleem. We blijven beide in ieder geval goed geworteld in de genade van God en Zijn vermogen te volbrengen wat Hij wil.

    PS Dat in-Gods-gedachten-zijn baseer ik op die tekst uit Job hierboven (Job 14:13) – “dat Gij mij een tijd steldet en dan weer aan mij dacht” en de overbekende Psalm 139, en dan specifiek vers 16 – “in uw boek waren zij alle opgeschreven, de dagen, die geformeerd zouden worden, toen nog geen daarvan bestond”. Dus God kende ons en wist hoe onze dagen zouden worden vóórdat we er waren. Ik denk dat dat straks ook weer zo zal zijn.

reageer