Skip to content

recht snijden

Ik heb nu lang genoeg met de term “het recht snijden van de schriften” gesmeten zonder haar uit te leggen. Laten we beginnen met het goed citeren van de tekst waaraan ze ontleend is.

Benaarstig u, om uzelven Gode beproefd voor te stellen, een arbeider, die niet beschaamd wordt, die het Woord der waarheid recht snijdt. – 2 Tim. 2:15 SV

Als je nu denkt: “deze tekst komt me helemaal niet bekend voor”, dan is dat niet verwonderlijk. Kijk maar eens wat de NBG en de NBV ermee hebben gedaan:

Maak er ernst mede u wèl beproefd ten dienste van God te stellen, als een arbeider, die zich niet behoeft te schamen, doch rechte voren trekt bij het brengen van het woord der waarheid.
2 Tim. 2:15 NBG

Span je in om voor God te staan als iemand die betrouwbaar is. Zorg dat je je niet voor je werk hoeft te schamen en verkondig regelrecht de waarheid. – 2 Tim 2:15 NBV

Zie je dat alle drie teksten heel wat anders zeggen? Als we de Statenvertaling lezen, krijgen we de indruk dat er wat te snijden, dat is, in te delen is. De NBG en NBV hebben kennelijk de stelling genomen dat – omdat de bijbel een geïnspireerd geheel is en in zichzelf niet verdeeld kan zijn – het snijden wel op de wijze van verkondiging van het Woord moet slaan en niet op het lezen ervan. Laten we de grondtekst erbij pakken om te zien wat er origineel stond.

Het snijden, dat is indelen, slaat wel degelijk op het Woord en niet op de verkondiging. Laten we blijven bij wat het origineel zegt, het meest nauwkeurig weergegeven door de Statenvertaling.

Als we verder lezen zien we waarom Paulus deze waarschuwing geeft:

Maar vermijd de onheilige, holle klanken; want zij zullen de goddeloosheid nog verder drijven, en hun woord zal voortwoekeren als de kanker. Tot hen behoren Hymeneüs en Filetus, die uit het spoor der waarheid geraakt zijn met hun bewering, dat de opstanding reeds heeft plaatsgehad, waardoor zij het geloof van sommigen afbreken. – 2 Tim. 2:16-18 NBG

De opstanding is een bijbels begrip, dus de genoemde heren deden geen buitenbijbelse beweringen. Waar ze de mist in gingen was met het onjuist, of op het verkeerde moment, toepassen van dit begrip. Het recht snijden heeft dus te maken met het op de juiste manier ordenen van de bijbelse openbaring. Niet de gehele bijbelse openbaring geniet universele toepasbaarheid. Sommige dingen zijn voor vandaag, sommige voor straks, sommige voor de Joden, sommige voor de niet-Joden, enzovoort.

Ook zonder een heldere vertaling van de opdracht van Paulus zijn we niet onkundig van enkele divisies in de Schriften. De meest voor de hand liggende is tussen het Oude Testament en het Nieuwe Testament. In het Nieuwe Testament weten we meestal nog wel een andere scheidslijn te trekken, namelijk in Handelingen 28. Daar deelt Paulus mee dat het heil naar de heidenen zal gaan omdat de Joden de Messias hebben afgewezen. Immers, dat is waar wij niet-Joden allemaal in beeld komen. Wat we ons vaak niet realiseren is dat deze scheidslijn ook tussen de woorden van de twaalf apostelen en die van Paulus getrokken moet worden. Het is niet zo dat de beloftes aan de Joden zijn weggegeven aan de heidenen. Handelingen 28 spreekt van redding, die naar de heidenen gezonden is. God’s beloften aan zijn volk staan nog steeds (Ps. 94:14, Rom. 11:29), maar ze zijn ‘gepauzeerd’ (opmerkelijk detail: de Latijnse naam Paulus klinkt als het griekse woord voor pauze). En zeg nou zelf, zou jij erop vertrouwen dat God zijn Woord aan jou waarmaakt, als Hij Zijn beloften aan het uitgekozen volk niet eens houdt?

God is iets nieuws begonnen met de heidenen, en de Joden zitten nu even op de strafbank – timeout. Zij hebben een verbondsrelatie met God, zij hebben de wet gekregen en de belofte dat ze een priesternatie zullen zijn voor de hele wereld. De heidenen hadden geen enkele relatie met God, geen verbond, geen wet (Ef. 2:12, Ps. 147:19,20). De Joden verwachtten een Messias en Zijn Koninkrijk, de heidenen verwachtten niets. Paulus noemt zijn boodschap dan ook een geheimenis, iets wat tevoren verborgen was, iets nieuws. En dat is dit: Christus onder u – de heidenen.

Thans verblijd ik mij over hetgeen ik om uwentwil lijd, en vul ik in mijn vlees aan wat ontbreekt aan de verdrukkingen van Christus, ten behoeve van zijn lichaam, dat is de gemeente. Haar dienaar ben ik geworden krachtens de bediening, die mij door God is toevertrouwd, om onder u het woord van God tot zijn volle recht te doen komen, het geheimenis, dat eeuwen en geslachten lang verborgen is geweest, maar thans geopenbaard aan zijn heiligen. Hun heeft God willen bekendmaken, hoe rijk de heerlijkheid van dit geheimenis is onder de heidenen: Christus onder u, de hoop der heerlijkheid. Hem verkondigen wij, wanneer wij ieder mens terechtwijzen en ieder mens onderrichten in alle wijsheid, om ieder mens in Christus volmaakt te doen zijn. – Kol. 1:24-28

Heb je je ooit afgevraagd: “hoe verenig ik Paulus met de andere apostelen?”. De oplossing wordt meestal gezocht in lijvige volumes met theologische constructies, die met een omhaal van woorden Paulus verdunnen om beter in de pas te lopen met de rest. Maar wat als het antwoord gewoon moet zijn: “niet!”. Wat nu als de bijbel bedoelt wat er staat, in de adressering van de brieven: de apostelen aan de twaalf stammen en Paulus aan de heidenen. Wat als we Paulus niet hoeven te verenigen, omdat zijn boodschap enig is.

Een Joodse rabbijn zei eens tegen een christelijke predikant:

Het is niet jouw Jezus die je het christendom geeft, het is jouw Paulus.

Alsjeblieft. Dan hoor je het ook van een ander.

volgende >>

53,50′
reageer