Skip to content

ziel-loos

Dit is het zesde deel in een serie over de dood en het dodenrijk. Klik hier voor het eerste deel.

We hebben nu al een aantal belangrijke gaten gevonden in de theologie omtrent de dood en het dodenrijk. Natuurlijk valt dat het toneelgezelschap niet aan te rekenen. Zij geven gewoon weer wat de algemene visie is. Maar ik hoop dat je hebt gezien dat er op die visie nogal wat aan te merken is. Ik had het ook anders kunnen aanpakken. Als ik de serie was begonnen met dit artikel, dan had ik de rest niet meer hoeven schrijven. Maar dan hadden we er veel minder van geleerd. Vandaar dat ik de belangrijkste pijler bewaard heb voor het laatst. Het toneelstuk (en de theologie) steunt op één fundamentele aanname: mensen hebben een onsterfelijke ziel. Immers, pas dan wordt de vraag belangrijk waar die ziel naar toe gaat wanneer het lichaam sterft. Maar klopt die aanname, of is er ook wat met de ziel loos?

In de andere artikelen kwam ik eigenlijk steeds uit op dezelfde slotsom: dood is dood. Maar daarbij heb ik de ziel nog vrijwel geheel buiten beschouwing gelaten. Alleen in het vorige artikel heb ik een verband gelegd tussen de ziel en het dodenrijk. We hadden ook al gezien dat de betekenis van hades, de Griekse term die schuilgaat achter het dodenrijk, ‘onzichtbaar’ betekent.  Maar dat kan toch ook gewoon betekenen dat de ziel uit het zicht verdwijnt van hen die op aarde achterblijven? Dat de ziel is onzichtbaar is voor ons? Het hoeft toch niet beslist te betekenen dat de ziel ophoudt te bestaan? Wat is de ziel eigenlijk? Laten we verder speuren naar wat de bijbel ons vertelt over dit ongrijpbare onderdeel van ons gestel.

sympressie

Allereerst, niet alleen de mens heeft een ziel. Ook dieren hebben er een. Kijk maar eens mee naar de volgende verzen (ik zal in dit artikel voornamelijk uit de Statenvertaling citeren, omdat die in de meeste gevallen het Hebreeuwse woord voor ziel ongeïnterpreteerd weergeeft):

En God zeide: Dat de wateren overvloediglijk voortbrengen een gewemel van levende zielen; en het gevogelte vliege boven de aarde, in het uitspansel des hemels! En God schiep de grote walvissen, en alle levende wremelende ziel, welke de wateren overvloediglijk voortbrachten, naar haar aard; en alle gevleugeld gevogelte naar zijn aard. En God zag, dat het goed was. – Gen. 1:20,21 SV

En God zeide: De aarde brenge levende zielen voort, naar haar aard, vee, en kruipend, en wild gedierte der aarde, naar zijn aard! En het was alzo. – Gen. 1:24 SV

Maar aan al het gedierte der aarde, en aan al het gevogelte des hemels, en aan al het kruipende gedierte op de aarde, waarin een levende ziel is, heb Ik al het groene kruid tot spijze gegeven. En het was alzo. – Gen. 1:30 SV

We zien dat de ziel bij de dieren wordt verbonden met kruipen, wemelen en wremelen. Beweging, actie, merkbare levenstekens. Wanneer er over de menselijke ziel wordt gesproken komen we nog een paar kenmerken op het spoor:

Toen zeiden zij de een tot den ander: Voorwaar, wij zijn schuldig aan onzen broeder, wiens benauwdheid der ziele wij zagen, toen hij ons om genade bad; maar wij hoorden niet! daarom komt deze benauwdheid over ons. – Gen. 42:21 SV

dewijl uw ziel lust heeft vlees te eten, zo zult gij vlees eten, naar allen lust uwer ziel. – Deut. 12:20b SV (zie ook vs. 15 en 21)

Mijn ziel is verdrietig over mijn leven; ik zal mijn klacht op mij laten; ik zal spreken in bitterheid mijner ziel. – Job 10:1 SV

Is het dan niet goed voor den mens, dat hij ete en drinke, en dat hij zijn ziel het goede doe genieten in zijn arbeid? – Pred. 2:24 SV

Een verzadigde ziel vertreedt het honigzeem; maar aan een hongerige ziel is alle bitter zoet. – Spr. 27:7 SV

Daarom zeg Ik u: Zijt niet bezorgd voor uw leven [ziel], wat gij eten, en wat gij drinken zult; noch voor uw lichaam, waarmede gij u kleden zult; is het leven [ziel] niet meer dan het voedsel, en het lichaam dan de kleding? – Mat. 11:13 SV

Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven; neemt mijn juk op u en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en gij zult rust vinden voor uw zielen; – Mat 11:28,29

Benauwdheid, verdriet, bitterheid, genieten, honger, bezorgdheid, vermoeidheid, last en rust, het zijn allemaal gevoelstermen. De ziel spreekt dus niet alleen van leven, maar van doorleven – de emotionele weerslag die het leven op ons heeft. Niet alleen het bestaan en bewegen, zoals bij de dieren, maar ook het beschouwen en beleven. Kortom, de ziel behelst alle merkbare levenstekens, van beweging tot bewogenheid.

[Opmerkelijk detail: Ook van God gezegd wordt gezegd dat Hij een ziel heeft (Ri. 10:16 SV). Vanwege de breedte die het woord heeft, is dat ook niet verwonderlijk. Ook God voelt, ook Hij is bewogen.]

Natuurlijk zijn er genoeg teksten te vinden die niet zo’n duidelijk verband tonen tussen de ziel en beweging, zintuigen of bezinning. Maar dat komt vanwege de omvang van het woord. Immers, we hadden al gezien dat de ziel soms aan het leven, en soms aan de hele mens wordt gelijkgesteld. Je zou kunnen zeggen dat de ziel de expressie van het leven is. Alles waarmee het leven zich aan de omgeving presenteert. Tegelijk is de ziel ook de impressie die het leven op ons heeft. Onze reactie op en ons bewustzijn van onze omgeving en omstandigheden. Om het in één (niet-bestaand) woord te vangen: de ziel is de sympressie van het leven.

Vergelijk het met een computer. De kast met alle knoppen en aansluitingen is als de stof, en de stroom is als de geest. Je kunt drukken of inpluggen wat je wilt, de computer zal er pas op reageren als er stroom loopt. Deze reactie op de knoppen of aansluitingen kun je vergelijken met de ziel. Het reactievermogen is niet een onderdeel van de computer dat je kunt aanwijzen, maar wel een merkbaar gevolg van de stroom die door de kast loopt.

ontzield

Al is de ziel een ongrijpbaar ding, door te zien waar de ziel mee geassocieerd wordt, hebben we ons er toch een beeld van kunnen vormen. Maar de vraag was: is de ziel onsterfelijk? De meeste theologen zullen grif toegeven dat de onsterfelijkheid niet betekent dat de ziel er altijd al was. Immers, we hadden bij de schepping van Adam gezien dat de ziel werd. Maar, zeggen ze dan, nadat de ziel geschapen is, kan hij niet meer dood. Klopt dat met wat we in de bijbel over de ziel vinden?

In één woord: nee. In Mat. 10:28 wordt gezegd dat God de ziel kan verderven. Maar goed, God kan alles. Als dat de enige tekst zou zijn waar de ziel wordt gezegd te sterven, zou ik niet zo resoluut zijn. Als we het Hebreeuwse en Griekse woord voor ziel volgen in de bijbel, komen we namelijk nog veel meer tekstplaatsen tegen waar de ziel wordt gezegd te sterven. Ik geef er enkele:

Wie zal het stof van Jakob tellen, en het getal, ja, het vierde deel van Israël? Mijn ziel sterve den dood der oprechten, en mijn uiterste zij gelijk het zijne! – Num. 23:10 SV

Toen spraken die mannen tot haar: Onze ziel zij voor ulieden om te sterven […] – Joz. 2:14a SV

Zie, alle zielen zijn van Mij, zowel de ziel van de vader als die van de zoon zijn van Mij; de ziel die zondigt, die zal sterven. – Ez. 18:4

Want Gij hebt mijn ziel gered van den dood; – Ps. 56:14a

Dus de onsterfelijkheid van de ziel is volledig vreemd aan de bijbel. En zeg nou zelf, het zou ook merkwaardig zijn als de bijbel ons onsterfelijkheid aanmeet. Want hét probleem dat ons Adamieten aankleeft is nu juist onze sterfelijkheid.

Veel evangelisatiediensten worden gekenmerkt door de vraag “waar ga jij heen als je sterft”, maar dat is een volstrekt onbijbelse vraag. Ons probleem is niet waar we heen gaan, maar dat we heengaan. We sterven. Een betere vraag is deze: “Als een mens sterft, zou hij herleven?” – Job 14:14. Zonder opstanding is onze situatie uitzichtloos. Maar Christus is opgestaan! Hij heeft onvergankelijk leven aan het licht gebracht. Dus het antwoord op de vraag van Job is: “Ja, een mens zal herleven!” en niet: “Mallerd, je hebt toch een onsterfelijke ziel!”.

Op dit moment is er maar één Persoon onsterfelijk.

onze Here Jezus Christus, […] die alleen onsterfelijkheid heeft – 1 Tim. 6:14b,16a

Toegegeven, dit is een lastige passage. Een andere lezing is dat God alleen onsterfelijk is. Ook prima. Het gaat me om het woordje ‘alleen’. Eén Persoon is onsterfelijk. En dat zijn wij niet.

uitzicht

De ziel gaat dus niet uit het zicht, de ziel gaat uit. Maar gelukkig is dat niet de eindstand. De opstanding van Christus betekent dat allen zullen opstaan. Dát is ons uitzicht:

Maar nu, Christus is opgewekt uit de doden, als eersteling van hen, die ontslapen zijn. Want, dewijl de dood er is door een mens, is ook de opstanding der doden door een mens. Want evenals in Adam allen sterven, zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden. – 1 Kor. 15:20-22

Omdat Christus is opgewekt uit de dood, zullen de andere ontslapenen ook worden opgewekt. Er staat niet: “zo zullen ook in Christus allen een nieuw lichaam voor hun ziel krijgen”. Er staat dat we levend gemaakt zullen worden. Om levend gemaakt te worden moet je eerst … dood zijn. Dus ook nu kom ik weer uit bij de inmiddels bekende slotsom: dood is dood.

<< vorige volgende >> 
reageer