Skip to content

spoorvorming

Dit is het derde deel uit de serie over de rijke man en de arme Lazarus. Klik hier voor het eerste deel.

Na de vorige artikelen zal de gelijkenis van de rijke man en de arme Lazarus nooit meer hetzelfde klinken als voorheen. Ook al heeft de traditionele lezing diepe sporen door de kerk getrokken, ze blijkt onhoudbaar bij nadere beschouwing. Er zit zoveel meer betekenis besloten in de woorden van de Heer. We hebben al heel wat verheldering gevonden. En dat terwijl we het verhaal zelf nog maar nauwelijks besproken hebben. Alleen de omtekst en de personages hebben we nog maar bekeken. Het verhaal heeft nog veel meer betekenis te bieden.

bekend verhaal

Uit verschillende bronnen blijkt dat de gelijkenis van de rijke man en de arme Lazarus niet een originele vertelling is. Jezus gebruikte elementen uit de tradities van de Farizeeërs (de Talmud) en hellenistische geschriften die in die tijd circuleerden. De schoot van Abraham vind je nergens in de bijbel, maar wel in de Babylonische Talmud (Talmud Kiddushin 72b, link [PDF; 1,5MB]). De verschillende vertrekken in het dodenrijk vinden we terug in het apocryfe boek II Esdras (in de Nederlandse vertalingen 4 Ezra 4:41, link). Dat er een kant vol kwelling is voor de kwaden is en een kant vol goeds voor de goeden is werd ook al in Jezus’ dagen geleerd (Talmud Erubin 19a, link [PDF; 2,7 MB]- zie ook het boek van Henoch 22:9-13, link). Dat de rechtvaardige doden door engelen gedragen worden vinden we eveneens in de Talmud (Talmud Kethuboth 104a, link [PDF; 2,7 MB]) en dat de doden met elkaar zouden kunnen spreken is daar ook te vinden (Talmud Berachoth, 18b, link [PDF; 1,2 MB]). Ook de grote kloof vinden we in de Joodse commentaren, waar wordt beweerd dat hij maar een handbreed wijd is (Hebraic Literature, translations from the Talmud, Midrashim and Kabbala, link [Google books, pag. 343, tweede alinea]). En zelfs de druppel water op de tong was een bekende uit de tradities van de Joden, volgens John Lightfoot (Horae hebraica et talmudicae, hebrew and talmudic exercitations, link, [Google books, pag. 175, tweede alinea]).

De Romeinse geschiedschrijver Josephus (zelf een Farizeeër) schreef over de tradities van de Farizeeën onder andere het volgende: “Ze geloven dat de ziel onsterfelijk is, dat de mensen onder de aarde beloond en gestraft worden voor de goede en slechte daden die ze tijdens hun leven verricht hebben, …” (Flavius Josephus, de Oude Geschiedenis van de Joden, Boek XVIII, hoofdstuk 3, punt [14]). En elders schreef hij over het dodenrijk onder meer het volgende: “Er is een helling naar dit gewest (de Hades) aan welker poort naar we geloven een aartsengel staat met een leger; door deze poort gaan zij die naar beneden gevoerd worden door de engelen die over de zielen gesteld zijn …(zij) worden naar de rechterzijde geleid …terwijl zij wachten op de rust en het eeuwige leven in de hemel dat volgt op (het verblijf in) dit gewest. Deze plaats noemen wij “de schoot van Abraham”. (Flavius Josephus, Tegen de Grieken).

Dus zoveel is duidelijk: Jezus gebruikt de tradities van de Joodse leiders. Niet om hun leringen te onderschrijven, maar om ze te ondermijnen. Een koekje van eigen deeg, zeg maar. Maar ongeacht het feit dat de toehoorders vertrouwd waren met elementen uit de gelijkenis, Jezus vertelt het verhaal natuurlijk met een reden. We hadden eerder al gezien dat Jezus de houding en omgang van de geestelijke elite ten opzichte van het volk aan de kaak stelde. En we zagen dat Jezus ook dit verhaal aan de rijke religieuze regenten richtte. De arme onderlaag komt ook opnieuw aan bod, ogenschijnlijk zelfs op meer dan één niveau. Maar waarom gaan ze dood in het verhaal? En wat heeft de geleende folklore omtrent het dodenrijk voor betekenis?

feest

Het is opvallend dat er in heel de passage niet over geloof gesproken wordt. Er wordt alleen vermeld dat de rijke rijk is en Lazarus arm. Dat alleen zou al genoeg moeten zijn om te begrijpen dat het hier niet over redding en verloren gaan, hemel en hel kan gaan. Want dat wordt juist beslist op basis van geloof in Jezus Christus. Maar dat heeft velen er niet van weerhouden er wel hemel en hel in te projecteren, en bijgevolg geloof en ongeloof. En dan natuurlijk op zo’n manier dat de rijke als een ongelovige, wereldse hedonist wordt weergegeven en de arme Lazarus als nederige, onderdrukte gelovige. Je ziet het zelfs terug in de vertaling. Kijk maar naar het verschil tussen de Statenvertaling en de NBG:

En er was een zeker rijk mens, en was gekleed met purper en zeer fijn lijnwaad, levende allen dag vrolijk en prachtig. – Luk. 16:19 SV

En er was een rijk man, die gekleed ging in purper en fijn linnen en elke dag schitterend    feest hield. – Luk. 16:19 NBG

De Statenvertaling geeft de meest neutrale weergave. De man was rijk, en genoot daar elke dag van. De NBG heeft ervan gemaakt dat hij iedere dag feestjes gaf, als een decadente aristocraat. Maar dat staat er niet. Er wordt geen oordeel gegeven over de personen en niet van geloof gesproken. Er wordt alleen maar gesuggereerd dat de rijke man de bedelaar niet zo veel te eten gaf, omdat hij “verlangde zijn honger te stillen met wat van de tafel van de rijke afviel” (vs. 21). Hij verlangde er naar, dus hij kreeg het kennelijk niet – hij had honger. En dat is in strijd met de wet van Mozes, die juist opdraagt de hand niet gesloten te houden voor de arme broeder (Deut. 15:7,8). Hier geeft Jezus wellicht een verwijzing naar de vorige gelijkenis over de onrechtvaardige rentmeester.

Hoe dan ook, de rijke is rijk is en de arme is arm. Daar is op zichzelf niets mis mee. Jezus zei zelf nog: “de armen hebt gij altijd bij u” (Mat. 26:11). Armoede en rijkdom zijn een gegeven, geen graadmeter voor geloof.

dood

Zowel de rijke man als Lazarus sterven in het verhaal. Sterker nog, het verhaal speelt zich voor het grootste gedeelte af na de dood, net als in sommige van de traditionele verhalen waar de Joodse toehoorders mee bekend waren. In de serie over het dodenrijk [link] heb ik al uitvoerig stilgestaan bij de betekenis van de dood in de bijbel. Ik kwam op de slotsom: dood is niet leven. Dus ook niet leven aan de overkant. Wanneer in deze gelijkenis dus van leven na de dood gesproken wordt, moeten we concluderen dat we niet met een letterlijke dood te maken hebben. Jezus vertelt hier geen feiten maar fabels, Farizeese fabels. Maar Hij doet dat om er heel reële waarheden mee te verkondigen. Dit zal de boodschap extra ergerlijk moeten hebben gemaakt voor de religieuze leiders, als een nederlaag op eigen terrein.

Maar goed, dat neemt niet weg dat we te maken hebben met de dood. Een figuurlijke dood weliswaar, maar toch. Nu spreekt de bijbel wel vaker figuurlijk van de dood. Eén hoofdstuk eerder, in de gelijkenis van de verloren zoon, doet Jezus dat ook: “uw broeder hier was dood en is levend geworden” (Luk. 15:32). En elders zegt Jezus: “laat de doden hun doden begraven” (Mat. 8:22). En niet alleen Hij gebruikt de dood in figuurlijke zin. Ook bij Paulus zien we zulk taalgebruik: “dood […] voor de zonde” (Rom. 6:11), “dood […] door uw overtredingen en zonden” (Ef. 2:1) en “Ontwaak, gij die slaapt, en sta op uit de doden, en Christus zal over u lichten” (Ef. 5:14). De Hebreeënschrijver spreekt van dode werken (Heb. 6:1, Heb. 9:14) en Jakobus van dood geloof (Jak. 2:17).

Omdat we al hadden gevonden dat we niet te maken hebben met individuen maar met vertegenwoordigers of zelfs volken is deze tekst van Paulus misschien wel het meest betekenisvol:

Want, indien hun [Israël, GdB] verwerping de verzoening der wereld is, wat zal hun aanneming anders wezen dan leven uit de doden? – Rom. 11:15

De bekering van Israël wordt afgebeeld met een levendmaking. Onbekeerd is het volk dus dood. Zoiets zien we ook in de gelijkenis van de verloren zoon: door zijn terugkeer (bekering) was hij “levend geworden”, dus in zijn onbekeerde staat was hij dood.

doden duiden

We weten uit de bijbel (en de geschiedenis) dat de bekering van het Joodse volk nog op zich laat wachten. Dat geldt dan ook voor de geestelijke leiders van het volk. Dat de rijke man dood is kunnen we dus nog wel plaatsen. En wanneer we Lazarus als de zondige Joodse schare zien, is ook zijn dood te begrijpen. Maar hoe zit het dan met die andere visie? Als Lazarus de heidenen uitbeeldt, wat is dan de betekenis van zijn dood? Zijn de volkeren ook allemaal gestorven? Is dan iedereen onbekeerd?

Bij nader inzien roept ook de eerste visie vragen op. Immers, het Joodse volk heeft nooit geloofd in hun Messias. Het is dus niet gestorven, het heeft nog nooit geleefd! Dus de dood hier als bekering of geloof beschouwen levert meer vragen op dan antwoorden. Maar hoe kunnen we de dood dan duiden?

In de serie over het dodenrijk hadden we al gevonden dat het woord achter het dodenrijk het Griekse hades is. En dat woord betekent ‘ongezien’. En wat is er met de Joodse natie gebeurd in de afgelopen tweeduizend jaar? Kort na de komst en hemelvaart van hun Messias is Jeruzalem volledig verwoest. Het land Israël heeft eeuwenlang niet bestaan. Weggevaagd, niet meer te vinden, hades. En als we goed kijken staat er in de tekst dat de arme man stierf, maar de rijke stierf en in het dodenrijk zijn ogen opsloeg (vs. 23). Dus misschien duidt de dood op de ondergang van de Joodse natie.

Tenslotte nog een paar gedachten om ook het overlijden van Lazarus te verstaan. Van de verkiezing tot de verwerping van het volk Israël was heel Gods handelen met de wereld een etnisch gebeuren geweest. God had één volk uitgekozen om de andere volken tot zegen te zijn. Na de aanhoudende hardhorendheid van het volk gooide God het roer om en werd Zijn heilshandelen individueel. Uit alle volken riep Hij mensen tot het Lichaam van Christus. Ook uit het Joodse volk (Rom. 9:24). Kortom, herkomst doet er sindsdien niet meer toe. Zou Jezus misschien ook daarop hebben gewezen? Zou de dood van de heren ook betekenen dat er een nieuw beheer aanstaande was? Dus niet slechts een beeld van de afwijzing en ondergang van het volk, maar van de afsluiting van het voorgaande en de overgang naar iets nieuws.

omgekeerd

We hadden al gezien dat de tradities van de Farizeeën leerden dat een rechtvaardige dode door engelen gedragen zou worden. En Jezus gaf deze eer aan Lazarus en niet aan de rijke. Van hem wordt slechts vermeld dat hij werd begraven. Ook de schoot van Abraham werd de rijke niet gegund. Lazarus kreeg voldoening en de rijke man verschrikking. De kwelling en de dorst werd toegezegd aan hen die meenden zich juist voor de zegeningen te kwalificeren. Jezus wijst bij monde van Abraham ook op deze welvaartswissel: “Kind, herinner u, hoe gij het goede tijdens uw leven hebt ontvangen en insgelijks Lazarus het kwade; nu wordt hij hier vertroost en gij lijdt pijn” (Luk. 16:25). “Oh, the irony,” zoals de Engelsen zeggen…

Maar dit decor van tradities uit de Talmud is natuurlijk meer dan alleen vertelkunst. Hoe zal de arme in de schoot van Abraham vertoeven, en wat zijn de kwellingen van de rijke? Deze vragen hebben ook nog eens verschillende antwoorden, afhankelijk van het spoor dat we volgen. In de vorige artikelen werkte ik steeds twee visies verder uit, en dan zal ik ook nu gaan doen. In de rest van dit artikel zal ik proberen het spoor van de vertegenwoordiger-visie uit te werken; de visie dat de religieuze leiders en de zondige schare worden afgebeeld. In het volgende artikel laat ik zien dat het andere spoor, de volkeren-visie, een minstens zo opmerkelijke betekenis krijgt.

zalig

Ik heb het al eens meer genoemd, maar de toekomstverwachting van een Jood is niet de hemel. Zij wisten dat eens de Joodse natie een koninklijke en priesterlijke natie zou zijn hier op aarde (Ex. 19:6). Israël aan de kop, en niet aan de staart (Deut. 28:13). Dát was waar ze naar verlangden, en dat was het Koninkrijk waar Jezus over sprak. En Hij zei daarover onder andere: “zalig, gij armen, want uwer is het Koninkrijk Gods” (Luk. 6:20). En even later: “Maar wee u, gij rijken, want gij hebt uw vertroosting reeds.“ (Luk. 6:24). Zie je de overeenkomsten? Ook Jakobus herinnert zijn lezers hier aan: “Heeft God niet de armen naar de wereld uitverkoren om rijk te zijn in het geloof en erfgenamen van het Koninkrijk“ (Jak. 2:5).

Bijna alle gelijkenissen van Jezus hebben betrekking op dit Koninkrijk en op één of andere manier zit er vaak een dreigende ondertoon in voor de vooraanstaande figuren. Neem nu deze woorden: “Ik zeg u, dat er velen zullen komen van oost en west en zullen aanliggen met Abraham en Isaak en Jakob in het Koninkrijk der hemelen; maar de kinderen van het Koninkrijk zullen uitgeworpen worden in de buitenste duisternis; daar zal het geween zijn en het tandengeknars.” (Mat. 8:11,12). Meestal wordt hier hemel en hel in gelezen – net als in de gelijkenis die we nu behandelen – maar kijk nog eens goed: oost en west zijn aardse aanwijzingen! In dit Koninkrijk zal men aanliggen met Abraham. Zou dat de “schoot van Abraham” kunnen zijn? Let op wat ik heb vergedrukt: de kinderen van het Koninkrijk zullen er niet zijn. Net als in deze gelijkenis. Ze meenden er aanspraak op te kunnen maken (kinderen), maar ze mogen er niet in. Zij zullen buitengesloten worden, geschaard onder de volken. Ze hadden willen heersen, maar ze zullen overheerst worden. Oh, wat zullen ze huilen en tandenknarsen van woede en afgunst.

water

De rijke smacht naar water in het dodenrijk. Water staat in de bijbel vaak symbool voor het Woord van God. We hadden eerder al gezien dat de rijkdom van de rijke man niet slechts duidde op bezit, maar ook (of juist) op de rijkdom van het Woord van God. Zeker de Farizeeën en schriftgeleerden waren als het ware de schatbewaarders (rentmeesters, naar de voorafgaande gelijkenis) van die rijkdom. Maar in het dodenrijk smachtte de rijke man naar water. Eens sprak God tot het volk via de wet en de profeten, en die woorden kenden ze maar al te goed. Maar toen Hét Woord kwam hebben de geleerden niet geluisterd. Hadden ze dat wel gedaan, dan zouden “stromen van levend water” (Joh. 7:38) uit hun binnenste stromen. Maar nu stond de rijke droog. Hij had verzuimd te drinken.

vuur en vlam

Als de gelijkenis niet van de hel spreekt, wat is dan de vlam waar de rijke onder lijdt? De Joodse omstanders zullen dat moeiteloos hebben begrepen. Ze begrepen wel dat de heren figureerden voor een groep of zelfs een volk. De bekende Oudtestamentische beeldspraak zou hen niet zijn ontgaan. Egypte werd dikwijls voorgesteld als een ijzeroven (Deut. 4:20 | 1 Kon. 8:51 | Jer. 11:4). Dat volk was voor Israël een vurige smeltkroes ter beproeving en loutering gebleken (Jes. 48:10). En straks als het Koninkrijk is aangebroken zullen de rollen worden omgekeerd, wisten ze. Dan zullen de andere landen met vuur te maken krijgen. In het boek Amos vind je een typisch voorbeeld van oordelen met de voorstelling van vuur (Amos 1:3-14). Damascus, Gaza, Tyrus, Edom en Ammon zullen allemaal te maken krijgen met een vurig oordeel. Soms in de vorm van vernietiging, soms van ballingschap. En ook in het boek Obadja vinden we dergelijk spraakgebruik, waarbij het vuur zelfs wordt verklaard:

Het huis van Jakob zal het vuur zijn, het huis van Jozef de vlam, en het huis van Esau de stoppels: zij zullen hen in brand steken en verteren, en van het huis van Esau zal niemand ontkomen; want de HERE heeft het gesproken. – Ob. 1:18

Dus zoals Egypte eens de smeltkroes was, zo zal Israël eens een vuur zijn voor de andere volken. En de rijke man was buitengeworpen. Hij zou niet bij de vlam horen maar bij de stoppels.

besluit

De gelijkenis lezen met de rijke man als de religieuze leiders en de arme Lazarus als de zondige schare levert veel verheldering op. Het sluit ook aardig aan bij andere gelijkenissen en voorzeggingen van Jezus. Maar zoals je merkt spoort niet alles even netjes, en neigt de verklaring soms als vanzelf naar de volken-visie. Ik heb ook niet alle elementen van de gelijkenis even goed in deze visie kunnen verwerken. De pijniging begrijpen als het geween en tandengeknars geeft maar een deel van de rijkdom weer die in het Griekse woord voor pijniging zit besloten. En de Grote Kloof kan ik in deze visie eigenlijk helemaal niet kwijt – of je moet het buitengeworpen worden erin willen zien. Ik heb de dorst verklaard met de hardhorendheid van de geestelijke leiders in die dagen. Terwijl hij juist naar water smacht in het dodenrijk, in het nieuwe beheer. In de eeuwen van de ondergang van het volk, wanneer we de vertegenwoordiger-visie volgen. Het vuur met een volk vertalen brengt ook als vanzelf de andere visie naar voren.

Kortom, we zijn al heel wat wijzer geworden, maar er valt nog wel wat te verfijnen. Dat gaan we in het volgende artikel doen, wanneer we de gelijkenis op de volken toepassen. Dan zal blijken dat ook aan deze elementen betekenis kan worden gegeven. En de bovengenoemde bezwaren vallen grotendeels weg. Het zal je dan ook niet verbazen dat ik de volken-visie verkies.

<< vorige  volgende >>
  1. André Piet / aug 1 2012

    Doorwrocht betoog. Voortreffelijke onderbouwing. Heldere redeneer-stijl. Eerlijke afwegingen. En een pracht cliffhanger…ik ben zeer benieuwd naar het volgende deel!

reageer