Skip to content

zonde of offer

Bij een recente woordverkondiging werd mijn aandacht getrokken naar een tekst uit één van de oudste geschiedenissen in de bijbel: die van Kaïn en Abel. Je weet wel, de oudere broer die jaloers werd op zijn jongere, en hem uiteindelijk doodsloeg. Vaak wordt de tekst gebruikt om er het gevaar van de zonde mee te illustreren. Als een waarschuwing tegen boosheid en wrok en als voorbeeld van de vernietigende werking van de zonde. Maar, zo besefte ik ineens, er is wat met deze tekst aan de hand.

Ik heb er diverse vertalingen en commentaren op nageslagen en hieronder wil ik de resultaten van mijn speurtocht met je delen. Zoals je aan mijn schrijven zult merken ben ik niet heel stellig in dit artikel. Ik vraag veel, en geef suggesties. Omdat deze geschiedenis aan het begin van de bijbel staat, hebben we weinig om op terug te grijpen. Veel dingen kunnen we niet met zekerheid zeggen. Maar ik kan wel bevragen wat we menen te weten. Hopelijk prikkelt het artikel je gedachten over Kaïn en lees je de geschiedenis vanaf nu heel anders.

Laten we beginnen bij het begin: de tekst waar het om gaat. Ik heb de omtekst, de inleidende of aanleidende passage ook weergegeven.

Na verloop van tijd nu bracht Kaïn van de vruchten der aarde aan de HERE een offer; ook Abel bracht er een van de eerstelingen zijner schapen, van hun vet; en de HERE sloeg acht op Abel en zijn offer, maar op Kaïn en zijn offer sloeg Hij geen acht. Toen werd Kaïn zeer toornig en zijn gelaat betrok. En de HERE zeide tot Kaïn: Waarom zijt gij toornig en waarom is uw gelaat betrokken? Moogt gij het niet opheffen, indien gij goed handelt? Doch indien gij niet goed handelt, ligt de zonde als een belager aan de deur, wiens begeerte naar u uitgaat, doch over wie gij moet heersen. Maar Kaïn zeide tot zijn broeder Abel: (Laten wij het veld ingaan). Toen zij nu in het veld waren, stond Kaïn tegen zijn broeder Abel op en doodde hem. – Gen. 4:3-8

zonde

De vetgedrukte woorden zijn inderdaad dreigend: pas op, want de zonde ligt op de loer, klaar om je te bespringen. Maar klopt deze weergave wel? Want als je niet goed handelt, heb je toch al gezondigd? Hoe kan de zonde dan ook nog op de loer liggen? Soms wordt gezegd dat het gaat om méér zonde. Van kwaad naar erger, zeg maar. Maar die betekenis moet je er in leggen, die kun je er niet uit halen. Op basis van de tekst ligt de zonde op de loer ná het begaan van een fout, en dat is vreemd. Er is wat met dat woord ‘zonde’ aan de hand, lijkt het wel.

Als ik vermoed dat de vertaling verkleurd is, lees ik allereerst andere vertalingen. De verschillen in weergave zijn een aanwijzing voor de breedte van de betekenis of de onzekerheid van de vertaling. Kijk eens met me mee naar de weergave van de Statenvertaling:

Is er niet, indien gij weldoet, verhoging? En zo gij niet weldoet, de zonde ligt aan de deur. Zijn begeerte is toch tot u, en gij zult over hem heersen. – Gen. 4:7 SV

Het “als een belager” van de NBG mist. Een blik op de grondtekst ondersteunt deze weergave van de Statenvertaling, dus die suggestieve toevoeging mogen we meteen al weglaten. De zonde ligt niet meer op de loer, maar wel aan de deur.

Maar wat betekent dat?

zondoffer

Met een concordantie kun je vinden dat het Hebreeuwse woord achter ‘zonde’ ook vaak met ‘zondoffer’ wordt vertaald (zie bijvoorbeeld Ex. 29:14). Dus zelfs de keuze voor één van deze vertaalwoorden is al interpretatie, een weerslag van het tekstbegrip. Beide vertalingen (en bijna alle vertalingen die ik er op na heb geslagen) kiezen voor het vertaalwoord “zonde”. Maar wat als we de tekst niet helemaal goed begrepen hebben? Hebben we niet het verkeerde woord gekozen?

Kaïn was een landbouwer en Abel een schaapherder (Gen. 4:2). Beide offerden ze van de opbrengst van hun arbeid, maar op dat van Kaïn sloeg God geen acht. Meestal wordt op vers 7, het vers dat we nu bestuderen, gewezen voor de reden. Kaïn had niet goed gehandeld. Hij had gezondigd. En God hoeft geen offers van zondige mensen, zo wordt gesuggereerd. Maar dat is een rare suggestie, nietwaar. Want als we de wetgeving rondom de offerdienst bekijken gaat een groot deel juist over zondoffers. Offers door zondige mensen, voor zondige mensen.

goede handel

Dus de aandacht wordt gericht op nog een ander deel van de tekst: wat bedoelt God met “goed handelen”? Spreekt God hier wel van Kaïn’s fouten in het algemeen? Beide broers offerden. Beide waren zondaars vanwege hun komaf. Dus wat onderscheidde hen? Waarom Abel wel en Kaïn niet?

In het Nieuwe Testament vinden we een commentaar op deze geschiedenis. De schrijver van Hebreeën vertelt dat Abel’s offer door geloof werd geaccepteerd (Heb. 11:4). En geloof, zo weten we, is God nemen op Zijn woord – en er naar handelen. Welk woord had Abel geloofd, en Kaïn niet? En hoe bleek dat uit het handelen van de heren?

Eén hint vinden we in het hoofdstuk ervoor. Toen God het oordeel uitsprak over het vergrijp van de vrucht, zei Hij: “…de aardbodem [is] om uwentwil vervloekt; al zwoegende zult gij daarvan eten zolang gij leeft” (Gen. 3:17). En dat verandert de zaak natuurlijk! Kaïn offerde de opbrengst van vervloekte bodem. Hij had het misschien met veel zwoegen geoogst, en een schrale oogst drijft de prijs op in de handel. Maar in Gods economie wordt de waarde niet bepaald op basis van onze inspanning!

Er is nog meer te zeggen over het offeren van de broers. De bijbelpassage die ik hierboven heb geciteerd begint met de woorden “na verloop van tijd”, alsof het zou gaan om een willekeurig moment in het leven van Kaïn en Abel. Dat de offergaven een spontane ingeving waren op een verder wat saaie zaterdagmiddag. Maar het Hebreeuws betekent letterlijk: “aan het einde van de dagen”, alsof er een tijd was afgesproken. Dat ze op precies die dag moesten offeren. Zou God die dag met hen hebben afgesproken? En in het verlengde: zou God hebben verteld wat Hij van de broers verlangde? Zou het “niet goed handelen” kunnen slaan op het volgen van de voorschriften? Immers, pas als je regels hebt, kun je fouten maken (Rom. 7). Kaïn meende misschien goede handel aan te bieden, maar zijn handel was niet goed.

Maar wat had hij dan moeten doen?

afspraak

We vinden geen regels over offeren in de eerste hoofdstukken van de bijbel. Maar er staat wel een gebeurtenis beschreven die van belang zou kunnen zijn. Weet je nog wat God deed toen de mens van de verboden boom at en zijn eigen naaktheid ontdekte? Hij maakte kleren van dierenhuiden (Gen. 3:21). Heb jij je ook wel eens afgevraagd wat er met het dier is gebeurd dat daarvoor moest sterven? Zou God de mens hebben geleerd het te offeren, als een eerste vooruitwijzing naar Het Lam dat geslacht zou worden voor de zonde van de hele wereld?

Denk bijvoorbeeld aan Noach. Toen de Ark weer vaste grond vond en hij en zijn familie en alle dieren weer naar buiten mochten, maakte Noach een altaar en bracht hij brandoffers van de reine dieren (Gen. 8:20). Zomaar spontaan? Had hij zelf bedacht dat dat God zou behagen? Of wat dacht je van deze gebeurtenis uit het leven van Abraham. Toen God zijn belofte aan Abraham bekrachtigde, zei Hij:

Haal Mij een driejarige jonge koe, een driejarige geit, een driejarige ram, een tortelduif en een jonge duif. – Gen. 15:9

Abraham haalde ze, maar wat deed hij (zonder enige instructie)? Hij deelde ze middendoor (Gen. 15:10). Abraham leek te weten dat God wilde dat de dieren zouden sterven. Dat ze in twee stukken gedeeld moesten worden. Lang voordat de wet en de offerdienst kwam! Hoe lang voordat de wet kwam wisten de mensen dit al? Sinds Adam en Eva? Zou Johannes daarop wijzen met deze tekst:

[…] het Lam, dat geslacht is, sedert de grondlegging der wereld. – Op. 13:8b

[Grondlegging is een vertaling van het Griekse woord katabole wat eigenlijk ‘nederwerping’ betekent. Vaak wordt gewezen op Genesis 1:2 voor deze gebeurtenis, omdat er in de grondtekst staat dat de aarde woest en ledig werd. Maar zou het ook kunnen wijzen op de nederwerping na de eerste zonde? Het Grieks achter ‘wereld’ is kosmos, en dat betekent ‘systeem’ of ‘ordening’. Gods systeem, de oorspronkelijke orde in de Hof van Eden werd verstoord door de zonde van Adam en Eva. Gewoon een gedachte…]

Heeft God een lam geslacht voor Adam en Eva, om daarvan kleren te maken? En heeft Hij sindsdien van de mensen verlangd dat ze op gezette tijden ook een lam zouden slachten? Was de geofferde oogst van Kaïn eigenlijk openlijke ongehoorzaamheid? Had hij ook een lam moeten slachten, net als Abel? Het zou zo maar eens kunnen…

[Het offeren van oogst is geen vergrijp op zich – niet meer. Na het offer van Noach hief God de vloek op de aardbodem op (Gen. 8:21). In de wetgeving wordt vaak gesproken van spijsoffers en plengoffers, de opbrengst van de graan- en druivenoogst. Maar dat zijn geen zondoffers! Een zondoffer is altijd een levende ziel.]

letterlijk

De weergave van de Septuagint, de Griekse vertaling van het Oude Testament, is heel opmerkelijk (bij gebrek aan een goede Nederlandse vertaling plaats ik hier een Engelse overzetting uit 1851 door Sir Lancelot C.L. Branton – hier te downloaden):

Hast thou not sinned if thou hast brought it rightly, but not rightly divided it? be still, to thee shall be his submission, and thou shalt rule over him. – Gen. 4:7 LXX

De Septuagint is in de derde eeuw voor Christus vanuit het Hebreeuws vertaald. De boekrollen die de vertalers hebben gebruikt zijn waarschijnlijk nog ouder geweest. Onze oudste originelen zijn ongeveer even oud als de Septuagint, dus vertalers van de Septuagint hebben waarschijnlijk betere kopieën van de oorspronkelijke teksten gehad dan wij. In een nuancekwestie als deze kan de weergave van de Septuagint soms veel licht op de zaak werpen.

De tekst spreekt van iets verdelen (letterlijk: in twee stukken delen). Doet dat jou ook denken aan de dieren die Abraham doormidden deelde? Kaïn heeft ‘het’ wel meegebracht, maar ‘het’ niet verdeeld, zegt de tekst. Gaat dat over een zondoffer, misschien? Had Kaïn wel een lammetje meegenomen, maar wilde hij het niet offeren? Of vanuit onze vertalingen: herinnerde God Kaïn er misschien aan dat hij heerste over alle dieren (Gen. 1:28)? Hij bezat misschien geen dier om te offeren omdat hij landbouwer was, maar dat was geen goed excuus. De zonde (het zondoffer) lag aan de deur, en Kaïn had beschikking over alle dieren.

De vertaling van de Septuagint is om nog een reden interessant. Want het tweede deel van vers 7 spreekt van ‘begeerte’, in onze vertalingen, maar de Septuagint spreekt van ‘submission’, onderwerping. Dat is wel een heel groot verschil! Het Griekse woord achter ‘submission’ (apostrophee) betekent eigenlijk ‘terugkeren’ of ‘herstellen’. In het Hebreeuws shuk – Strongs H8669. Dat woord wordt in onze bijbelvertalingen vertaald met verkwikken (Ruth 4:15), terug brengen (Jes. 49:6) en herstellen (Dan. 9:25). Het woord voor begeerte is shub – Strongs H7725. Dat scheelt maar één letter met shuk. En kijk nu eens met me mee hoe de woorden eruit zien in het Hebreeuws:

Dit is een weergave van het Hebreeuws zonder de klinkertekens (het oude Hebreeuws heeft ook geen klinkers). Zie je dat de letters die verschillen (links) ook nog eens behoorlijk op elkaar lijken? En dit zijn nette, moderne drukletters, zoals wij ze tegenwoordig met de computer kunnen weergeven. Op het papyrus waar vroeger met de hand op werd geschreven zagen deze twee letters er rond de tijd van de Septuagint zo uit:

Zie je hoe weinig ze soms van elkaar verschillen? Zou het zo kunnen zijn dat er bij het overschrijven van de boekrollen wel eens een Beet met een Kof verwisseld is? Dat onze bijbelvertalingen gebaseerd zijn op exemplaren met een Kof, en de Septuagint op exemplaren met een Beet? Het is natuurlijk niet met zekerheid te zeggen, maar wat een rijkdom bruist er uit de tekst in de weergave van de Septuagint (letterlijk vanuit het Grieks): De zonde (het zondoffer) zou Kaïn niet begeren, maar het zou hem herstellen! Net zoals Het Zondoffer eens de fouten van de hele wereld zou herstellen.

[Bovenstaande overwegingen hebben de vertalers van de Concordant Version er toe bewogen de Septuagint te volgen en het woord met ‘restore’ te vertalen. En niet alleen hier, maar ook bij Gen. 3:16 waar staat dat de begeerte van de vrouw naar de man uitgaat. Zij hebben vertaald dat de vrouw hersteld zal worden door de man. Wederom een schitterende heenwijzing naar De Man… als het klopt.]

God voorziet

Bijzonder hè, de hoop die door bijna elke bijbeltekst begint te schemeren, als je er wat langer naar kijkt! Het gaat niet om de zonde van de man, maar om de Man Zonder Zonde – uiteindelijk. Alles wijst op Hem! Laten we de tekst eens bekijken met alle overwegingen hierboven erin verwerkt:

En de HERE zeide tot Kaïn: Waarom zijt gij toornig en waarom is uw gelaat betrokken?Moogt gij het niet opheffen, indien gij goed handelt? Doch indien gij niet goed handelt, ligt het zondoffer aan de deur, dat voor u herstel brengt; gij heerst over hem.

Bedoelde de Hebreeënschrijver dat toen hij zei dat Abel God geloofde. Had Abel God op Zijn woord geloofd toen Hij zei dat een offerdier zijn zonde kon wegnemen? Was de oogst die Kaïn aanbood niet alleen een uiting van ongehoorzaamheid, maar zelfs van ongeloof? Meende Kaïn dat zijn eigen zwoegen God beter zou bevallen dan een onschuldig lam geslacht? Kaïn liet het zondoffer liggen en doodde uiteindelijk zijn broer. Onhersteld.

Maar ongeacht of de tekst nou spreekt van herstel, onderwerping of begeerte, het is buitengewoon zonde dat het offer niet doorschijnt in onze vertalingen, zoals in het Hebreeuws. De tekst wijst niet op onze tekortkomingen, maar op Gods tegemoetkoming. Kaïn werd niet belaagd, hij werd bemoedigd! God voorzag in een lam. Zoals God ook bij Abraham voorzag in een lam (een ram – Gen. 22:13,14). En zoals God uiteindelijk voorzag in “het Lam Gods, dat de zonde der wereld wegneemt” (Joh. 1:29).

Paulus schreef eens cryptisch: Hij die zonder zonde was, werd tot zonde gemaakt” (2 Kor. 5:21). Was dit een Hebraïsme? Sprak Paulus ook met de dubbele lading van zonde en zondoffer? Natuurlijk! Hij sprak immers over Christus, Het Lam dat herstel bracht voor heel de wereld.

Dus ook voor Kaïn…

  1. Elias / okt 20 2012

    Hoi Goswin, mooi stuk, ook fijn hoe je laat zien welke wegen je gaat om tot je bevindingen te komen. Ik wil er graag binnenkort meer tijd voor nemen om het verder te kunnen verteren fijne avond! Elias

  2. Elizabeth / okt 29 2012

    Heel interessant. Ik heb deze tekst nooit begrijpt, want het lijkt alsof God is gewoon kieskeurig of bloeddorstig. Of dat de mensen zijn eigen zonden moeten overwinnen. Het lijkt wel mogelijk dat the vertaling verkeerd is, want deze uitlegging stemt mee met de reddingsplan door de Schrift. Ik zal er even nakijken.

  3. Karlo Knol / feb 2 2014

    Dag Goswin, hoewel dit een interessante interpretatie van de tekst is, is die interpretatie ‘slechts’ gebaseerd op een mogelijke verschrijving; een kof in plaats van een beet. In theorie zou dat uiteraard kunnen, maar gezien de nauwkeurigheid waarmee Tora- en andere belangrijke boekrollen werden overgeschreven is die theoretische kans naar mijn mening wel heel erg klein; Een beet heeft de getalswaarde 2 en een kof heeft de getalswaarde 100. De controle bij het overschrijven werd gedaan aan de hand van het op voorgeschreven wijze optellen van de getalswaarden en een verschil van 98 is dan niet aannemelijk, lijkt me. Daar werd zeer nauwkeurig op toegezien, is o.a. door overlevering bekend en is ook door de latere vondsten van oude rollen bevestigd.

    Niettemin zijn er verschillen in tekst tussen de Hebreeuwse tekst en de Septuagint, waarbij de Septuagint het bij het juiste eind heeft. Als enkele voorbeeld noem ik Exodus 12:40. In de Hebreeuwse tekst staat dat Israël 430 jaar in Egypte woonde en in de Septuagint staat dat Israël 430 jaar in Egypte en Kanaän woonde. Het laatste klopt als je de bijbelse chronologie ernaast legt. Maar, wanneer je beseft dat Kanaän door Egypte gecontroleerd gebied was, dan klopt de tekst van de Hebreeuwse versie ook. Alleen wanneer je dat niet weet, valt dit vers niet goed te rijmen met de bijbelse chronologie.

    Daarnaast is in mijn beleving het hierboven geschetste verschil tussen de Hebreeuwse tekst en de Septuagint wel van een andere orde dan het gevolg van het verschil tussen een beet en een kof in de aangehaalde teksten in je studie.

    Hoewel je interpretatie van Genesis 4:7 op zich best interessant klinkt, begrijp ik je redenatie waarom het niet zou kloppen niet helemaal. Is het enkele feit dat we als mens een bijbeltekst niet begrijpen of vreemd vinden, een geldige reden om letters en daarmee woorden in de tekst zo te wijzigen dat we de tekst wel begrijpen?

    Mijn eigen interpretatie van de tekst in Genesis 4:7 is: Als je doet wat goed is, is er niets aan de hand. Maar als je niet doet wat goed is, zet je de deur voor zonde op een kier en zul je uiteindelijk een slaaf van die zonde worden. Maar jij bent in staat om dat te voorkomen en die de baas te blijven.

    Zelf zie ik niet in wat daar ‘mis’ mee is… Misschien zit het verschil in begrijpen in je aanname dat ‘Beide zondaars waren vanwege hun komaf’?
    Wanneer je er vanuit gaat dat dat niet zo is, dan krijgt de tekst ineens een andere lading, lijkt me. Want hoe kan een mens ooit een tsaddiek (een rechtvaardige) in dit leven worden als we al zondig zijn door onze komaf? Want een tsaddiek worden, betekent dat de Schepper ons beschouwd als zonder zonde… En in mijn beleving heeft een pasgeborene ook nog niet gezondigd.
    Waarop is gebaseerd dat er zonde door onze komaf bestaat? In Genesis zelf lees ik dat namelijk nergens. Wel dat de mens op een (ongewenst) lager geestelijk niveau kwam (wat niet zonder gevolgen is gebleven) doordat de mens at van de boom van kennis van goed en kwaad en daarmee in ongehoorzaamheid koos om iets te vermengde wat we als mens niet mochten mengen, omdat we daar niet voor geschapen waren.
    In het Hebreeuws is daar de term kil ajiem voor (niet toegestane vermenging), net zoals wol en linnen niet vermengd mogen worden in één kleed (muv. tempelkleding) of twee gewassen in één akker, of twee groepen dieren met elkaar laten kruisen. Dat gemengde gewassen of diergroepen wel in de natuur voorkomen is wat mij betreft dan nog weer wat anders dan wanneer de mens dat bewerkstelligt.

    Hartelijke groet,
    Karlo Knol.

  4. goswindeboer.nl / feb 9 2014

    He Karlo

    Wauw! Dank voor je uitgebreide en inzichtvolle reactie. Je hebt me een paar nieuwe dingen geleerd.

    Het is de laatste weken absurd hectisch geweest, dus een eerder antwoord zat er niet in. Maar een schrijven zoals het jouwe verdient een reactie van mijn kant. Het artikel is met opzet niet zo stellig geschreven, omdat ik me besef hoe suggestief de inhoud is. Interessant, dat wel, maar niet goed te onderbouwen. Tel daar jouw verhaal over de getalswaarden bij op (dit wist ik niet, dank!) en dan blijft er weinig bodem onder mijn argument. Het feit blijft dat de Septuagint en de Griekse tekst soms van elkaar afwijken, en ook de verschillende Griekse teksten bevatten soms verschillen. Er ontstaan dus foutjes in het overschrijfproces, maar van welke orde die fouten kunnen zijn geweest weten we natuurlijk niet. We hebben geen originelen…

    Ik begrijp je bezorgdheid over de insteek van het artikel. We zouden ons begrip moeten afstemmen op wat we lezen, en niet andersom. Maar je bent toch met me eens dat bijbelstudie wel vaker zorgt voor grondige revisie van je begrip van een tekst. Het sjongejonge-zo-had-ik-het-nog-nooit-gelezen effect. En wat je gaandeweg leert heeft weer gevolgen voor hoe je andere bijbelteksten begrijpt. Zo blijft bijbelstudie je hele leven een leerproces. Zien en herzien, zeg maar. En wat ik elders in de bijbel heb gezien deed mij vermoeden dat er een laag in Genesis zat die ik nog niet kende.

    Jouw interpretatie van de tekst is hoe ik het ook altijd heb begrepen: “Als je doet wat goed is, is er niets aan de hand. Maar als je niet doet wat goed is, zet je de deur voor zonde op een kier en zul je uiteindelijk een slaaf van die zonde worden. Maar jij bent in staat om dat te voorkomen en die de baas te blijven.” En eigenlijk denk ik er in zekere zin nog zo over, maar ik heb, vooral in het Nieuwe Testament, een paar sjongejonge’s gehad die me een laag toonden die ik nog niet eerder had gezien. En tot mijn verwondering is die gelaagdheid ook vaak al ver voor het NT te vinden. Naar mijn idee dus zelfs al in Genesis.

    Zoals je al vermoedt: het verschil zit inderdaad (onder andere) in mijn zicht op de zonde en het zondoffer. Ik geloof niet in de erfzonde, waar de kerk ons eeuwenlang mee heeft gegeseld, maar in de erfelijkheid van onze sterfelijkheid. Paulus vertelt ons dat de dood kwam door de zonde (Rom. 5:12). Maar de Statenvertaling laat ons nog vrijwel onverkleurd de tweede helft van zijn argument zien: de dood wordt doorgegeven, welke zorgt voor onze zondigheid. Ons probleem is in de kiem dus niet ons handelen en onze hebbelijkheden, maar onze sterfelijkheid. En die sterfelijkheid hebben we gekregen van Adam: we zijn zondaars vanwege onze komaf.

    Veel van de bijbel is niet geschreven met dit bovenzicht. Aan Paulus werden veel geheimenissen bekendgemaakt die daarvoor verhuld waren gebleven. Als ze al eerder in de Schrift te vinden waren dan verholen, in een diepere laag (denk: typologie, symmetrie en ‘echo’s’ – levens die heel eensluidend verlopen, en andere waar ik nog geen weet van heb). Contrasten die de hele bijbel doorkruisen (zonde – gerechtigheid, rein – onrein, goed – kwaad, leven – dood, …) krijgen in dat bovenzicht ook een nieuw kijkhoek. Waar wij de keten van oorzaak en gevolg vaak laten beginnen bij de boom, begrijpen we door Paulus dat de God ons al vóór de grondlegging van de wereld had uitgekozen om heilig en onberispelijk te zijn (Ef. 1:4). Onze rechtvaardigheid ging aan de zondeval vooraf! Rechtvaardig heeft dus (in dit bovenzicht) niets te maken met wat wij doen, maar wat Hij doet!

    Dat is geen vrijbrief om er op los te leven (zoals men mijn visie vaak interpreteert – iets wat Paulus ook al voor de voeten werd geworpen in Rom. 9). Maar het leert ons dat het heil der wereld in handen is van de Heiland. Het haalt mij uit de kramp van het christelijke idee dat laag van oorzaak en gevolg de enige laag is die telt: de kies-dan-heden preken, de evangelisatie-offensieven, de christelijke verbeterpolitiek, en ga zo maar door. Alsof wij ons lot beschikken. Alsof wij enig aandeel hebben gehad in ons bestaan, onze levensloop en onze redding. Let wel, de causale ketens bestaan wel degelijk! Ik zie ze en herken ze. Maar ze zijn niet de enige laag die telt. Want die ketens beginnen en eindigen vrijwel altijd bij de mens. En de God die ik in de bijbel herken heeft de ketens (de teugels) nooit helemaal uit handen gegeven. Ze vormen de (zeer leerzame) illusie van zelfbestuur, maar vanuit het bovenzicht bezien is het God die beschikt. Hij verkiest, Hij had in Genesis het Lam al voor ogen! Hij wist wat komen zou. De sterfelijkheid gaat aan het Leven vooraf (1 Kor. 15:53-55). En zoals de sterfelijkheid en de zonde samengaan, zo het Leven en de rechtvaardigheid ook. De dood zal eens niet meer zijn – ik zie uit naar die dag!

    …kun je hier iets mee?

reageer