Skip to content

misgreep

Het lezen van verschillende bijbelvertalingen is een goede gewoonte. Zeker wanneer je een lastige passage wilt doorgronden. Meestal zijn de variaties tussen de versies klein, maar niet altijd. Deze verschillen zijn soms een maat voor de ruimte van woordbetekenissen, maar soms ook niet. Wanneer de strekking van de vertalingen eender is, zijn de originele woorden misschien ruimer dan onze taal in één begrip kwijt kan. Maar wanneer de versies heel verschillende dingen lijken te zeggen, geeft dat aan dat de betekenis onduidelijk is. De variatie is een indicatie van de onzekerheid van de vertalers. En belangrijker: de weergave van de vertaling is dus een voorstel, geen feit. De theologie en het tekstbegrip van de vertalers resoneert mee. In zulke gevallen zal je moeten onderzoeken welke weergave het beste is.

Eén zo’n passage vind je in Hebreeën 2. Ik wil je laten zien hoe vers 16 wordt weergegeven in vijf verschillende veelgelezen bijbelvertalingen:

Heb 2-16

Zie je hoe verschillend de tekst vertaald wordt? De NBV suggereert dat Gods meelevendheid besproken wordt, vergelijkbaar met de ontferming waar de NBG van spreekt. De Statenvertaling heeft het over aannemen (tot zonen?) en de King James versie meent dat de tekst spreekt van Jezus’ komst in het vlees. De ASV vindt tenslotte dat er gesproken wordt over wie aanspraak op Gods hulp mag maken. Met zo’n greep begrippen moge één ding duidelijk zijn: hier is geen sprake van woordbreedte. Dit is twijfel.

Maar welke van de vertalingen heeft gelijk? Hoe moeten we deze tekst nu begrijpen?

omtekst

Het eerste woord zet meteen de toon van de tekst. De schrijver begint met “want” (SV en NBG), dus de schrijver presenteert een argument voor wat hij eerder schreef. We moeten teruggrijpen op het voorgaande om te begrijpen wat hij wil zeggen. De tekst is onderdeel van een betoog over de heerschappij van Christus. Hij was korte tijd beneden de engelen gesteld (vs. 7) en alle dingen zijn hem onderworpen, maar dat zien wij nu nog niet (vs. 8). Wij zien Jezus die beneden de engelen gesteld was vanwege het lijden des doods (vs. 9). Jezus moest door lijden heen volmaakt worden (vs. 10). Hij en wij zijn allemaal uit God, we zijn broeders (vs. 10). En na enkele citaten uit het Oude Testament vervolgt de schrijver:

Daar nu de kinderen aan bloed en vlees deel hebben, heeft ook Hij op gelijke wijze daaraan deel gekregen, opdat Hij door zijn dood hem, die de macht over de dood had, de duivel, zou onttronen, en allen zou bevrijden, die gedurende hun ganse leven door angst voor de dood tot slavernij gedoemd waren. Want over de engelen ontfermt Hij Zich niet, maar Hij ontfermt Zich over het nageslacht van Abraham. Daarom moest Hij in alle opzichten aan zijn broeders gelijk worden, opdat Hij een barmhartig en getrouw hogepriester zou worden bij God, om de zonden van het volk te verzoenen. – Heb. 2:14-17

Het centrale thema in de aanloop is lijden en dood. Jezus was beneden de engelen gesteld vanwege de dood (vs. 9). Zijn dood zou degene die de macht over [eigenlijk ‘van’, zie SV] de dood had onttronen om hen te bevrijden die bang waren voor de dood. En na deze inleiding over de dood begint de schrijver met “want”. Wat de schrijver ook wil vertellen, het moet wel met de dood te maken hebben.

greep

Als we de tekst nauwkeurig bekijken, zien we dat de vertalers onzeker zijn over één woord. Het wordt weergegeven met “ontfermen”, “aannemen” en “begaan zijn met” (en de Engelse vertalingen voegen daar nog “take on” en “give help” aan toe). Het Griekse woord achter deze diversiteit is ‘epilambanetai’ (Strong 1949) en in de interlineaire weergave hieronder zie je dat het in de tekst twee keer voorkomt:

HEB2_16

Elders in het Nieuwe Testament wordt dat woord gebruikt voor het vastgrijpen van de hand van Petrus, toen hij in het water zonk (Mat. 14:31), het bij zich nemen van een kind (Luk. 9:47), het opvangen van iemands woorden (Luk. 20:20), het grijpen van het eeuwige leven (1 Tim. 6:12,19) en het bij de hand leiden uit Egypte (Heb. 8:9). Er zit onmiskenbaar een element van vastgrijpen of vasthouden in. Maar toegepast op onze tekst: wie of wat grijpt? En wat wordt gegrepen?

Grieks

Ik weet weinig van het Grieks. Een interlineair is onontbeerlijk voor mij, en dan nog zal ik niet gauw krasse uitspraken doen buiten mijn voegen. Maar een programma als ISA (Interlinear Scripture Analyzer – hier gratis te downloaden) geeft me veel mogelijkheden om toch veel over de tekst te weten te komen. Het geeft naast een interlineaire weergave ook bijvoorbeeld de naamvallen, werkwoordsvormen, tijden en geslachten van de woorden weer. ISA verklapt dat epilambanetai een enkelvoudig werkwoord is, zonder een vervoeging die wijst op een geslacht. We moeten dus op zoek naar een enkelvoudig mannelijk, vrouwelijk of onzijdig begrip in de directe context.

selectie

Er zijn helaas nogal wat begrippen in de directe context die zouden kunnen voldoen. De kandidaten zijn

[1] Hij (vs. 14 – dat is Christus)
[2] de macht (vs. 14)
[3] de dood (vs. 14)
[4] de duivel (vs. 14)
[5] het leven (vs. 15)
[6] angst (vs. 15 – angst voor de dood)
[7] slavernij (vs. 15)

We moeten vers 16 zelf gebruiken om een keuze te maken. Welk zelfstandig naamwoord voldoet aan de beschrijving: ‘het grijpt de engelen niet aan, maar het grijpt het nageslacht van Abraham aan’?

Enkele van deze vallen meteen af. De duivel [4] kan het niet zijn, want die ‘grijpt’ zowel engelen als mensen. Het leven [5] kan het ook niet zijn, want engelen en mensen leven beide. Optie [2] en [3] – de macht en de dood – zijn een mogelijkheid, net als [6] en [7] – de angst en de slavernij. Deze vier verwante varianten – ze hebben allemaal met de dood te maken – vormen een alternatief voor de vaak gekozen optie [1], dat het zou gaan om Christus.

De vijf vertalingen die ik heb weergegeven hebben ook allemaal in één of andere vorm voor optie [1] gekozen. Christus zou begaan zijn met, hulp geven of de gedaante aannemen van het nageslacht van Abraham. Dat lijkt misschien aannemelijk, omdat Christus de hoofdpersoon uit de passage is. Maar het levert een akelige tegenstrijdigheid op waar we niet licht over moeten denken. Zou Hij niet begaan zijn met het lot van de engelen? Zegt Psalm 145:9 niet dat Gods barmhartigheid uitgaat naar al zijn werken? En zegt Kolossenzen 1:20 niet dat het bloed van het kruis alles op aarde en in de hemel verzoent?

Voel je de innerlijke verdeeldheid die in de bijbel wordt gebracht met deze weergaven? De bijbel staat op gespannen voet met zichzelf. Dat kan niet kloppen – hier is sprake van een misgreep. Deze spanning is volledig te vermijden door niet te kijken naar de hoofdpersoon, maar naar het thema van de omtekst: Jezus moest sterven. Het gaat om zijn dood [3]. De dood grijpt engelen niet aan, maar mensen wel. God is niet selectief in zijn barmhartigheid, maar de dood is wel selectief. Niet alle schepselen worden erdoor gehinderd.

Maar als we heel precies kijken, gaat het niet om engelen tegenover mensen, maar engelen tegenover het nageslacht van Abraham. Waarom verwoordt de schrijver de tegenstelling zo?

angst

We behandelen een citaat uit Hebreeën – de brief met zo’n onmiskenbaar Joods karakter dat het de naam Hebreeënbrief gekregen heeft. Dus misschien is het antwoord niet moeilijker dan dat: het is aan Joden geschreven, aan de “kinderen van Abraham”. Maar misschien is er nog een kleine nuancering te maken.

De Joden waren het verbondsvolk. Zij hadden met God afgesproken dat ze zich zouden houden aan de wet. En deze wet, weten we nu, bracht het volk in slavernij (Gal. 4:24,25 – zie ook Rom. 7:6). Ze waren gebonden door de afspraken en ze wisten wat er op het spel stond: leven en dood, het goede en het kwade (Deut. 30:15). Gods geboden gehoorzamen zou leiden tot zegen en leven (Deut. 28:3-14). Ongehoorzaamheid zou leiden tot vervloekingen en dood (Deut. 28:15-68 – deze lijst is veel langer!). Blader ook eens door het boek Leviticus: op tal van overtredingen stond de doodstraf. Vervloeking en dood was een grote en dreigende realiteit voor elke Jood. Zou het aangrijpen ook kunnen wijzen op deze slavernij [7]? Of op de angst voor de immer dreigende dood [6]?

begrepen

Hoe dan ook, ik hoop dat je dit met me eens bent: de tekst spreekt niet van Christus, maar van de dood. Christus moest mens worden om te kunnen sterven. Simpelweg om in alle opzichten aan zijn volk gelijk te worden – inclusief de slavernij en de angst. Denk aan de angst van Jezus in de hof van Gethsemané (Mat. 26:37 | Mar. 14:32 | Luk. 22:44). En aan het feit dat Jezus onder de wet geboren moest worden (Gal. 4:4,5) – een “kind van Abraham”.

Maar al moest Hij sterven, de dood kon Hem niet houden (Hand. 2:24). Jezus had de wet volbracht – Hij verdiende zegen en leven. De doodsgreep die alle mensen gevangen houdt had op Hem geen vat. En dat is niet zonder gevolgen:

Maar nu, Christus is opgewekt uit de doden, als eersteling van hen, die ontslapen zijn. Want, dewijl de dood er is door een mens, is ook de opstanding der doden door een mens. Want evenals in Adam allen sterven, zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden.- 1 Kor. 15:20-22

De bijbel noemt Hem “eersteling”. Hij is als eerste opgestaan in onvergankelijk leven. Maar we lezen dat de rest eenmaal zal volgen. Of naar de bekende volkswijsheid: als één Lam over de dam is…

  1. Thamara / dec 18 2012

    Bedankt voor je Blog Goswin. Het blijft me iedere keer verbazen dat Bijbelvertalingen zo verschillend kunnen zijn. Maar…dat spoort aan tot onderzoeken! 😀
    Je hebt er zeker punten ingezet die ik mee wil nemen als ik de Bijbel of een Bijbelgedeelte aan het uitpluizen ben. 😉

  2. Hein de Haan / dec 18 2012

    Bedankt voor je uitvoerige studie. Jij gaat elke keer nog net een stapje verder dan ik. Als ik iets niet begrijp, dan sla ik dat nogal eens over, ook al heb ik er weken over gestudeerd. Jij laat ons mee genieten van je ontwikkelingen in je ontdekkingstocht. Dat is zeer leerzaam. Bedankt!

  3. Jan / dec 19 2012

    Goed speurwerk, duidelijk uitgelegd.

    De CLV heeft ook het “grijpen” als vertaling, en ook daarin is “de dood” het meest waarschijnlijke onderwerp:

    16 For assuredly it is not taking hold of messengers, but it is taking hold of the seed of Abraham….

  4. goswindeboer.nl / dec 19 2012

    dag Jan

    Dank voor je reactie. Ja, die vertaling wijst inderdaad naar een onzijdig (‘it’) woord in de buurt. Dus ‘death’, ‘fear’ en ‘slavery’ zijn allemaal mogelijk – precies de kandidaten waar ik ook op uitkom. Je ziet een vertaling dus nooit helemaal vrij is van inkleuring. De meeste vertalingen laten het geslachtloze epilambanetai wijzen naar een mannelijke ‘Hij’. De CLV laat het wijzen naar een onzijdige ‘it’. Het origineel geeft geen richting, maar deze talen verlangen nu eenmaal zo’n verwijswoord. Hoe dan ook, na mijn speurtocht meen ik dat de CLV de beste papieren heeft.

  5. Joop Neven / jan 22 2013

    Bedankt voor de prachtige studie, zer leerzaam. Gods zegen toegewenst

  6. mimosa / mrt 11 2013

    Bedankt Goswin voor deze mooie en duidelijke studie. Ik vind het heerlijk jouw studies te lezen omdat ik de liefde erin proef.

    Gods rijke zegen bid ik je toe.

reageer