Skip to content

RE:post 3 – kansloos

Dit is het derde deel in de RE:post serie. Klik hier voor eerste aflevering over de vrije wil.

Ik geloof dat iedereen gered wordt. Niet allemaal tegelijkertijd, maar wel allemaal – uiteindelijk. De kniereflex die vaak op mijn overtuigingen volgt is: “dus jij gelooft dat er redding is buiten Jezus om?” En dat is een begrijpelijke reactie. Immers, niet iedereen gelooft nu in Jezus. Ook niet op hun sterfbed. Worden ze dan toch nog gered buiten hun geloof in Jezus om? Jezus is toch de enige Weg? Een variant op dit bezwaar is: “dus mensen krijgen een tweede kans na de dood?”

Deze reacties komen vaak in een een-tweetje met de vraag: “dus het maakt niet uit wat je doet?” Of je nu naar de kerk gaat of de kroeg, toegewijd of losbandig leeft, je komt er wel. Ook deze reactie is begrijpelijk. Maar reacties als deze brengen mij niet in verlegenheid. Ik heb deze dingen ook overwogen toen ik mijn overtuigingen herzag. En ik overweeg ze nog, zo nu en dan. Toch blijf ik bij mijn visie, omdat de bezwaren mijns inziens gebaseerd zijn op een onvolledig beeld van de wederkomst en de eeuwen die volgen.

Hieronder zal ik enkele reacties groeperen zoals ik die in de loop van de tijd gegeven heb. Sommige van mijn artikelen behandelen deze vragen ook, maar omdat ik ze zo vaak hoor wil ik er nog eens op ingaan. Misschien leven zulke bezwaren ook bij jou, of worden ze je juist voor de voeten geworpen. Dus denk mee en re:ageer!

Dat Jezus gestorven is, is volstrekt onnodig, want we komen toch wel in de hemel. En mensen die nu niet kiezen worden later gedwongen toch bij Jezus te komen, want iedereen komt er wel. Of ze willen of niet.  

Je schrijft dat Jezus niet had hoeven sterven, als iedereen er toch komt. Maar dat is een vreemde redenering. Hij is juist gestorven om allen te redden. All inclusive – uiteindelijk. Ik geloof niet in redding buiten het kruis om, maar juist dankzij het kruis. Het lijkt wel alsof jij meent dat Jezus kruisdood wel moet betekenen dat mensen verloren gaan. Mensen waarvoor Hij ook gestorven is. De brede en de smalle weg is niet een eindscenario! Het is een beeldspraak over de toekomende eeuwen – het eeuwige leven. Dat zal lang niet iedereen meemaken. Maar als Jezus de dood verslagen heeft aan het kruis, kan de dood toch niet blijven bestaan? Dat is juist wat 1 Kor. 15 laat zien. Als de dood verzwolgen is in de overwinning, dan is er alleen leven mogelijk toch? Jezus gaf zichzelf tot losprijs voor allen, maar dat zal in de toekomende tijd pas blijken (1 Tim. 2:6).

Dus mensen worden buiten Jezus om gered? Dan klopt er veel van wat hij gezegd heeft niet en moet ik veel weggooien in de bijbel.  

Allereerst, en dat kan ik niet genoeg onderstrepen: ik geloof niet in een weg buiten het kruis om. Integendeel, was Jezus niet gekomen, dan waren we allemaal verloren. Jezus is juist nóg centraler komen te staan in mijn geloof, en ik zal proberen uit te leggen waarom.

Jezus had een missie. Hij kwam als “Redder van de wereld” (Joh. 1:29, 1 Joh. 2:2, 1 Joh. 4:14). Later zegt Hij ook dat hij als Hij verhoogd zal worden, Hij “alle mensen tot zich zal trekken” (Joh. 12:32). Niet tegen hun zin in, als onwillig vee, maar op dezelfde wijze als hij dat bij zijn volk heeft gedaan en nóg doet. En bij ons. Hij geeft ons omstandigheden die ons veranderen. Hoe? Door ons te brengen op het punt waar we het zelf niet meer kunnen. Soms zacht en liefdevol, soms met harde hand (lees het Oude Testament). Tot we op het punt komen van overgave.

Jij gelooft dat Jezus nooit zal slagen in zijn missie. God wil zo graag dat alle mensen gered worden (1 Tim. 2:4) maar dat gaat helaas niet. Wij moeten het willen, dáár gaat het om. Ik durf niet meer te geloven dat God niet krijgt wat Hij wil. Daar is Hij een maatje te groot voor.

Voor mij betekent het dat je de ernst van zonde niet inziet. Maar dat doet ook niet ter zake, want in the end is er toch verlossing.

Je vraagt eigenlijk of het niet uitmaakt wat je doet omdat iedereen toch wel in de hemel komt. Een terechte vraag, maar ook eentje met een weerhaak. Want daarmee zeg je feitelijk dat jij gelooft dat het wel uitmaakt wat we doen. Dat we in de hemel komt op basis van onze daden. Zo heb je het toch niet bedoeld? In de christelijke kringen wordt immers ook gezegd dat, mocht Hitler twee seconden voor zijn dood een keuze gemaakt hebben, hij tóch in de hemel zou komen. Zijn daden ten spijt. Nee, jij en ik zijn toch met elkaar eens dat de redding genade is? Onverdiende gunst? Maar dat betekent niet dat je kan doen wat je wilt. Want we zullen (gelovige én ongelovige) worden geoordeeld naar onze daden. Niet voor de redding, maar voor de beloning (de krans waar Paulus het wel eens over heeft).

Niet alle mensen worden gered door geloof in dit leven. Of laat ik het krasser zeggen: God geeft niet allen het geloof hier en nu (want het geloof is een gave – zie Fil. 1:29, Ef. 2:8,9). Velen zullen ongelovig sterven. Maar dat is geen eeuwige eindstand! Dat is één van de dingen die ons als kerk in de weg is gaan zitten om de kracht van het kruis te zien. Zodra we beseffen dat eeuwig een tijdsduur is, dan kunnen we Paulus gewoon laten zeggen wat hij schrijft in 1 Kor. 15:20-26 [opmerkingen tussen haakjes van mij]

Want evenals in Adam allen sterven, zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden. Maar ieder in zijn eigen rangorde: Christus als eerstelingvervolgens die van Christus zijn bij zijn komst; daarna het einde [de rest], wanneer Hij het koningschap aan God de Vader overdraagt, wanneer Hij alle heerschappij, alle macht en kracht onttroond zal hebben. Want Hij moet als koning heersen, totdat Hij al zijn vijanden onder zijn voeten gelegd heeft. De laatste vijand, die onttroond wordt, is de dood [als de rest levendgemaakt is is er niemand meer dood]

Gods oplossing van ons probleem (de dood, en daarmee de zonde) is levendmaking. Zo kan Paulus gewoon op zijn woord worden genomen als hij God de “Redder van alle mensen” noemt (1 Tim. 4:10). De gelovigen allermeest, omdat die al veel eerder zijn levendgemaakt.

Deze lering leert dat alle wegen naar Rome gaan. Oftewel, alle wegen leiden tot behoud. Misschien omschrijf je het niet zo, maar uiteindelijk is dit wat het is. Moslims, Christenen, boeddhisten, hindoes, ja iedereen komt er wel.

Ik begrijp dat je het zo leest. Echt waar, jouw stekels waren de mijne, een paar jaar geleden. Moslims, boeddhisten, hindoes, atheïsten enzovoort zullen niet in het Koninkrijk komen. Maar veel later, aan het eind van de eeuwen, zullen er (geloof ik) heel veel ex-Moslims, ex-boeddhisten, ex-hindoes en ex-atheïsten zijn die volmondig zullen erkennen dat Jezus Heer is.

De genadetijd is eindig. Mensen krijgen zeer veel kansen, maar het houdt een keer op. Wanneer de tijd vervuld is.  

De genadetijd is inderdaad eindig. Sommige mensen zullen dus niet gered worden door genade, maar doorheen het oordeel. In de eeuwen die komen gaan. Maar spreken van kansen wanneer het over de redding gaat is riskant. God doet niet aan kansen, geloof ik.

Nergens leert de Bijbel dat er na de lichamelijke dood noch een tweede kans komt om tot geloof te komen of dat er in het dodenrijk noch verandering in de (geestelijke) situatie van de zielen zou kunnen komen.

Inderdaad, de bijbel leert nergens van een tweede kans. Ook niet van een eerste. De bijbel zegt ons dat het geloof ons gegeven is (Ef. 2:8,9. Fil. 1:29). Zoals uiteindelijk alles ons gegeven is. Opdat niemand roeme, nietwaar?

Hebr. 9:27 leert dat na je dood er geen kans meer komt om te kiezen, maar het oordeel: je eeuwige bestemming ligt dan voor altijd vast.

Het gaat ten diepste niet om kansen of kiezen. Het evangelie is geen kraslot – gelijke winkans voor iedereen! Kijk maar naar Zijn volk, de afgelopen tweeduizend jaar. Welke ‘kans’ hadden zij om het anders te doen? Het was Jezus vanaf het begin duidelijk dat Judas Hem verraden zou (Joh. 6:64, zie ook Hand. 1:16). Welke kans had hij om het uiteindelijk niet te doen? Of neem nu Paulus. Hij werd van zijn ezel geworpen en werd overweldigd door de glorie van de verheerlijkte Jezus. Had hij een keuze om niet in Jezus te geloven? Was hij niet “van de schoot zijner moeder afgezonderd” voor zijn ommekeer en bediening? Paulus’ redding was geen of maar een wanneer. En dat is precies waar ik steeds op terugkom.

Staan deze voorbeelden in de bijbel omdat ze uitzonderlijk zijn? Moeten we concluderen dat God met hen anders handelt dan met de rest van ons? Dat is een serieuze vraag: heeft God lievelingen? Zal God Paulus afzonderen ten goede en Judas ten kwade, maar ons gewoon onze gang laten gaan? Nee toch zeker! Deze voorbeelden staan toch juist in de bijbel omdat ze tekenend zijn. Ze typeren Gods handelen met mensen. Judas zal dat niet zo ervaren hebben, Paulus ook lang niet altijd, en het Joodse volk al evenmin. Maar dat God zo werkt mogen we geloven, omdat deze voorbeelden (en nog vele andere) in de bijbel staan.

Dus dáárom geloof ik dat allen gered zullen worden. De redding is zeker, want de Redder is onfeilbaar. Het gaat uiteindelijk om Zijn volbrachte werk, niet om onze instemming. Hij kwam op tijd, geheel volgens plan, en volvoerde dat plan volkomen. Niet om daarna te wachten tot wij zouden bijten, maar om ons tot hem te trekken. Ieder in zijn eigen orde, elk op zijn bestemde tijd. Dus de vraag die we ons zouden moeten stellen is niet wie gered zal worden, maar wanneer de redding zal plaatsvinden.

[Zie over de tekst van de vraagsteller ook dit artikel]

Gods voorkennis sluit een vrije wil niet uit. Dat is een veel te menselijke weergave van Gods almacht.

Jij meent dus dat God best tevoren kan weten, ja soms zelfs op laten schrijven hoe het in de toekomst zal gaan, en ons toch de vrijheid geven om helemaal zélf te kiezen. Ik kan daar niet in meegaan. Onze keuze, voor of tegen, is Hem dan toch al lang bekend. Israël was de afgelopen twee millenia niet vrij zich tot Hem te wenden. Zij zijn verhard tot de volheid der heidenen zal zijn binnengegaan. Een enkeling zal Jezus nu reeds als Heiland aannemen (en ook dat slechts wanneer het geloof hem / haar gegeven wordt), maar de grote massa, het volk zal dat niet doen totdat God het lot van Zijn volk keert.

Hij heeft het tijdstip van de bekering van zijn oogappel ook al tevoren bepaald. Wij weten niet precies wanneer, maar Hij wel! Spreken van kansen is het tegenspreken van Gods almacht, volgens mij. Als Israël als volk een kans op bekering heeft gehad in de afgelopen tweeduizend jaar, had het anders kunnen lopen dan God van den beginne verkondigd heeft. Dat is toch niet wat jij gelooft? De eindverantwoordelijkheid voor ons heil bij de mens leggen is mijns inziens een vergoddelijkte weergave van de menselijke macht.

<< vorige volgende >>
  1. wim / mrt 3 2013

    Hoi Goswin,

    Hoe zie je openbaring 1.18 waar staat dat de Heer leeft tot in de eeuwen der eeuwen. Duidt de term eeuwen der eeuwen hier wel op oneindig? Het kan natuurlijk niet zo zijn dat Hij maar twee eeuwen zou leven en daarna niet meer.
    Mvg, Wim.

  2. goswindeboer.nl / mrt 4 2013

    he Wim

    Bedankt voor je reactie. Ik heb al eens meer over de eeuwen geschreven (zie hier en hier). Had je die artikelen al gelezen?

    Enkele gedachten over Openbaring 1:18 waar je misschien wat mee kunt: hoe je het ook bekijkt, aion is een grote term. Niet altijd groot in omvang (voor Jona duurde de eeuwigheid in het binnenste van de vis maar drie dagen – zie de SV), maar groot als in onschatbaar. Het einde is niet in zicht. Ook niet altijd in het spraakgebruik. Dat een eeuw een einde heeft is misschien technisch wel correct, maar wanneer wij tegenwoordig zeggen dat iets een eeuwigheid duurt, doelen we vaak niet op het einde maar juist op de onschatbare omvang van de tijd. Ik denk dat dat in de bijbel ook zo is.

    De woordvolgorde is in het Grieks ook belangrijk, en wanneer we die bekijken komt de weergave van de Concordant Version daar het dichtst in de buurt:

    And when I perceived Him, I fall at His feet as dead. And He places His right hand on me, saying, “Do not fear! I am the First and the Last, and the Living One: and I became dead, and lo! living am I for the eons of the eons. (Amen!) And I have the keys of death anof the unseen. – Op. 1:17,18

    De volgorde plaatst de nadruk op het living, en niet op de tijdsduur. Hij was dood, maar Hij leeft! De aanduiding “tot in alle eeuwigheid” (for the eons of the eons, CLNT) volgt niet om de vorige uitspraak te begrenzen door te wijzen op de eindigheid van de eeuwen, maar juist op de onschatbare omvang. Dat Hij niet meer sterft volgt uit het feit dat Hij de dood heeft overwonnen. Hij is niet een dode god maar de Levende.

    De term “de Levende” wordt eigenlijk altijd gebruikt om God aan te duiden als een God die werkt, die doet, die Zichzelf bekend maakt (vaak in contrast met dode afgoden):
    Deut. 5:26 – het volk hoort de Levende God spreken
    Joz. 3:10 – het volk ziet de Levende God doen
    1 Sam. 17:26 en 36 – David verslaat Goliat omdat de Levende God hem overlevert (zie vs. 46)
    2 Kon. 19: 4 en 16 – de honende Sanherib zal ook merken dat hij de spot drijft met de Levende God en dat Hij niet is zoals de dode afgoden van de volkeren die hij versloeg (zie vs. 17,18); God zal hem stoppen en doen omkeren (vs. 32,33) – dezelfde geschiedenis vind je in Jes. 37
    …en zo nog enkele andere teksten

    Dus met overwegingen als deze (en die uit mijn andere artikelen) den ik dat het “tot in alle eeuwigheid” duidt op het hoe lang als in “voor de rest van de tijden die nog gaan komen – die onschatbare tijd die voor ons ligt” maar niet op het tot wanneer als in “daarna houdt het op”.

    Er komt nog een RE:post over dit onderwerp, maar pas later in de serie. Kun je hier alvast wat mee?

  3. wim / mrt 10 2013

    Hoi Goswin, hier kan ik wel wat mee. Ben benieuwd naar je volgende artikel hierover.

  4. wim / mrt 10 2013

    De artikelen waar je naar verwees had ik ook gelezen trouwens.

reageer