Skip to content

RE:post 4 – verloren

Dit is het vierde deel in de RE:post serie. Klik hier voor eerste aflevering over de vrije wil.

Ik word regelmatig gewezen op de teksten over zonde, oordeel en verloren gaan. Dit omdat ze de redding van alle mensen zouden uitsluiten. Ik denk daar anders over. Zonde, oordeel en verloren gaan overlappen niet met de redding – iemand kan niet verloren én gered zijn tegelijkertijd – maar ze kunnen wel degelijk naast de redding van allen bestaan. Net zoals dag en nacht niet overlappen maar wel naast elkaar bestaan. Of wat preciezer: na elkaar. En daarmee wijs ik natuurlijk naar de bron van de onenigheid: tijd.

Als eeuwig betekent wat wij er nu onder verstaan, dan zijn diverse bijbelteksten in strijd met elkaar. De bijbel schildert verscheidene scenario’s die zouden moeten overlappen en dat gaat niet. Ze moeten gemiddeld en gematigd worden – vaak met buitenbijbelse theologische termen – om de overlap te laten passen. Terwijl de oplossing volgens mij veel eenvoudiger is: zonder middelen en matigen kun je ze namelijk gewoon ná elkaar laten staan. Geen overlap, maar een achterflap, zeg maar. Maar dan kan eeuwig dus niet betekenen wat wij er nu onder verstaan. En ik heb goede redenen om te geloven dat dat ook zo is (zie hier en hier).

Dus opnieuw zijn de reacties wel begrijpelijk en terecht, maar dan vanuit het overlap-gezichtspunt. Ik ben van de acherflap – en dat verandert alles.

Paulus heeft het inderdaad nooit over de hel, maar hij spreekt wel zevenmaal over het verloren gaan van ongelovige mensen.

De teksten over verloren gaan waar je naar refereert zijn volgens mij: Rom. 2:12, 1 Kor. 1:18, 1 Kor 8:11, 1 Kor 15:18, 2 Kor 2:15, 2 Kor. 4:3 en 2 Thess. 2:10. Het Griekse woord dat Paulus gebruikt voor verloren gaan wordt ook gebruikt voor het mislopen van een beloning (Mat. 10:42), het verloren schaap van de herder (Luk. 15:4) en een het kwijtraken van een muntstuk (Luk. 15:8,9). Ja, zelfs voor het lot van Jezus wordt het woord gebruikt (Mat. 12:14)! Alleen hierom al kan verloren gaan toch niet betekenen wat jij eronder verstaat?

Geen van deze passages dwingt de betekenis van verloren gaan gelijk te stellen aan de hel. Het gaat steeds om verlies of vernietiging. En dat is niet een onomkeerbare, definitieve staat. Want in alle gelijkenissen wordt het verlorene weer gevonden. En Jezus’ lot (zijn dood) was ook niet definitief. Verloren zijn maakt ons juist geschikt om gevonden te worden! Of in Jezus’ eigen woorden: ik kwam niet voor de gezonde mensen, maar voor de zieken (vrij naar Mat. 9:12 e.a.).

De zonde tegen de Heilige Geest (Matt.12:32; Mk.3:29) geeft aan dat er wel degelijk een mogelijkheid is dat iemand reddeloos verloren gaat.

Je leest niet wat er staat. Zij zullen geen vergeving krijgen in deze eeuw, of in de toekomende, zegt de tekst. Dit was een specifieke dreiging voor de mensen die Jezus en de werking van Gods Geest aanschouwden en het als duivels bestempelden. Zij zullen hun straf moeten ondergaan: in deze eeuw en tijdens de toekomende zullen ze niet vergeven worden. Ze zullen de opstanding mislopen en de eeuw van het Koninkrijk waar elke Jood zo graag aan wilde deelnemen zal aan hen voorbijgaan. Maar er komt een daarná. En zelfs een dáárna…

Tekenen en wonderen – een aankondiging van het komende Koninkrijk – waren de middelen om berouw en vergiffenis te bewerken bij het volk Israël (zie bijv. Mat. 10:5-8). Voor ons geldt dat wij wandelen in geloof, niet aanschouwen (2 Kor 5:7). Onze redding is niet afhankelijk van tekenen – ons verderf kan dus ook niet volgen op het miskennen ervan.

Zie ook Heb. 6:4-6 over de onmogelijkheid zulke mensen opnieuw tot het punt van bekering te brengen (zie Heb. 10:26-27).

In beide gevallen gaat het om Hebreeën (getuige de strekking van de boodschap – en de naam die aan het boek is gegeven) die de werking van de Heilige Geest hebben aanschouwd (de wonderen en tekenen na de pinksterdag) en zich van het geloof hebben afgekeerd. Voor hen is er geen bekering meer. Immers, berouw en bekering volgde voor hen juist op het aanschouwen van de tekenen. Zij hebben de tekenen gezien, en alsnog het geloof laten varen – wat zou hen nog tot berouw en bekering kunnen leiden?

Voor ons (onder de genade die Paulus preekte) geldt: geen veroordeling meer voor hen die in Christus zijn (Rom. 8:1). Voorwaardelijke genade is typisch voor Gods handelen met Israël. Zij hebben het verbond met God gesloten, zij hadden toegezegd hun deel van de afspraak te houden. Wij, de heidenen waren niet in beeld bij het sluiten van het verbond. Wij zijn geheel onverdiend overspoeld met genade.

Als ik jou moet geloven, zijn alle teksten in de bijbel over oordeel dus overdreven? Aan het einde valt het allemaal wel wat mee?

Het valt helemaal niet mee met de oordelen! Ze zijn vreselijk en heftig. Maar waar ik steeds op terugkom: ze zijn niet eindeloos. Want “een ogenblik duurt zijn toorn, een leven lang zijn welbehagen” (Ps. 30:6). En “niet voor eeuwig verstoot de Here” (Kl. 3:31). Dat is de God die we hebben leren kennen. Zo handelde Hij met Zijn volk. Hij straft opdat en totdat. Spreken van een eindeloze straf maakt zulke passages betekenisloos. Wat betekent een “ogenblik” toorn, wanneer we over een eeuwig oordeel spreken?

In essentie gaat het niet om de oordelen, maar om de Oordeler. Wie is Hij? Hoe heeft Hij Zich laten kennen? De passages hierboven schilderen Hem af in Oudtestamentische bewoordingen. Is God veranderd ten tijde van het Nieuwe Testament? Want pas dan wordt de eeuwige hel genoemd. Heeft de komst van Jezus de inzet verhoogd? Of kan het zijn dat wij in de loop der eeuwen hebben gemist wat er werd gezegd.

Gods oordelen zijn correctief gebleken in het Oude Testament. In de bijbel zijn oordeel en tuchtiging verwant aan elkaar (Hab. 1:12) en van tuchtiging weten we dat het als middel diende om Israël tot God te doen keren (Lev. 26:23). Is dat straks anders? Of zijn oordeel en tuchtiging nog steeds om te doen keren. Doelgericht.

Een eindeloos oordeel is doelloos. Immers, er wordt nergens naar toe gewerkt, het is nooit klaar. Dat kan ik niet rijmen met de God die alles werkt – doelgericht. De woorden van Jeremia zijn nog net zo actueel als toen hij ze opschreef:

De brandende toorn des HEREN zal zich niet afwenden, totdat Hij de plannen van zijn hart volvoerd en verwerkelijkt heeft; in het laatst der dagen zult gij dat inzien. – Jer. 30:24

Gods toorn hangt samen met de plannen van zijn hart! Zijn diepste beweeggronden. En over de goedheid van Gods plannen denken wij gelijk, toch? We zien dat nog niet altijd, maar er komt een tijd dat we dat wel inzien.

God is niet alleen liefde, Hij is ook heilig en rechtvaardig!

Amen! Laten we zien hoe Gods rechtvaardigheid en heiligheid wordt beschreven in de bijbel. In Psalm 96:13 wordt Gods gerechtigheid in verband gebracht met gericht maar ook met Zijn trouw. En over Gods trouw leert de bijbel onder andere:

Als sommigen ontrouw [ongelovig, SV] geworden zijn, zal dan hun ontrouw de trouw [geloof, SV] Gods tenietdoen? Volstrekt niet! – Rom. 3:3

Zie je dat, volgens de weergave van de Statenvertaling, zelfs ongeloof voor God geen hindernis is.

Gods oordelen zullen rechtvaardig zijn, en God zal iedereen vergelden naar zijn werken (Rom. 2:5,6). En voor sommigen zal het oordeel erger zijn dan Sodom (Mat. 11:24). Maar uit deze teksten spreekt variatie, gradatie. Een eeuwige straf heeft geen gradaties.

Pas maar op met jullie gedachtenkronkels. God laat niet met zich spotten!

Je hebt gelijk dat we ervoor moeten waken Hem gering te achten of te beschimpen. Maar maken wij God bespottelijk door Hem groter te zien dan voorheen? Is een God die doet wat Hem behaagt (Jes. 46:10) een karikatuur die verketterd moet worden? Het is eerder zo dat we de gek hebben met mensenwerk. We zijn begonnen onze eigen beperkte, menselijke voorstellingen te herzien.

Ik hoop dat je beseft dat het geenszins geringschatting is dat we geloven dat God zal doen wat Hij zegt. Wij geloven dat Jezus gekomen is “opdat Hij de werken van de duivel verbreken zou” (1 Joh. 3:8), maar wij achten Hem groot genoeg om te geloven dat dat inclusief de eerste leugen van Satan en de gevolgen ervan is. Wij geloven dat wanneer er staat:

“Daarom heeft God Hem ook uitermate verhoogd en Hem de naam boven alle naam geschonken, opdat in de naam van Jezus zich alle knie zou buigen van hen, die in de hemel en die op de aarde en die onder de aarde zijn, en alle tong zou belijden: Jezus Christus is Here, tot eer van God, de Vader!” – Fil. 2:9-11

we dat niet hoeven beperken om wat mensen doen of laten. Maar dat we dat met heel ons hart mogen geloven, omdat er staat opdat. God werkt ergens naar toe. Daar is Hij goed in. Daarom durven wij met Paulus mee te zeggen:

Dit is goed en aangenaam voor God, onze Heiland, die wil, dat alle mensen behouden worden en tot erkentenis der waarheid komen.Want er is één God en ook één middelaar tussen God en mensen, de mens Christus Jezus, die Zich gegeven heeft tot \een losprijs voor allen; en daarvan wordt getuigd te juister tijd [Grieks: tijden, meervoud]. – 1 Tim. 2:3-6

Hier zit de crux: tijd. Of beter: tijden, meervoud. Het zal niet allemaal nu gebeuren. Maar het zal gebeuren te juister tijd. Als wij van tijd eeuwigheid maken, vertroebelen we dit grandioze uitzicht. Als we de tijden laten staan, zien we een gefaseerde bevrijding van de schepping. Net zoals in 1 Kor. 15 wordt weergegeven.

Want evenals in Adam allen sterven, zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden. Maar ieder in zijn eigen rangorde: Christus als eersteling, vervolgens die van Christus zijn bij zijn komst; daarna het einde [grieks: telos, doeleinde], wanneer Hij het koningschap aan God de Vader overdraagt, wanneer Hij alle heerschappij, alle macht en kracht onttroond zal hebben. – 1 Kor. 15:22-24

Wat gebeurt er bij het einde, de telos? Is het niet de levendmaking van de rest van “allen” die erboven genoemd worden? Dat moet toch wel, want de dood zal er niet meer zijn! Zonder dood blijft toch alleen leven over? Zo beschouwd spreekt de tekst-bij-uitstek helder en duidelijk:

Want hiertoe arbeiden wij ook, en worden versmaad, omdat wij gehoopt hebben op den levenden God, Die een Behouder is aller mensen, maar allermeest der gelovigen. – 1 Tim. 4:10 SV

Hij redt allen, maar de gelovigen allermeest. Immers, zoals 1 Kor 15 zegt, de gelovigen leven eerder. Zij zijn al levendgemaakt bij Zijn komst. Vóór de prachtige tijd waar Jezus zal regeren. Wij zien geen belemmering deze teksten te laten zeggen wat er staat. Omdat God bij machte is. En Hij heeft de tijd.

<< vorige  volgende >>
  1. Anke / mrt 16 2013

    Uitstekend beantwoord, Goswin, geen speld tussen te krijgen. Laten we hopen dat het kwartje bij hen mag vallen.
    Het is wel weer opmerkelijk dat Gods heiligheid en rechtvaardigheid altijd worden gezien als het tegenovergestelde van Zijn liefde.

  2. Gonny / mrt 17 2013

    dank je wel Goswin, voor het zo duidelijk verwoorden. Ik word er altijd zo blij van als ik me realiseer dat God werkelijk almachtig is, én liefde. Een groot deel van de christenen beschouwt Jezus komst om iedereen te redden als een mislukte aktie (al zullen ze dat never nooit zo verwoorden) maar hoe moet je het anders zien als iemand komt om te redden maar dan alsnog het overgrote deel verloren gaat. Nee, Jezus kwam en is geen zondaar (doel-misser), maar de redder van allen! Dat te beseffen gaat alles te boven.

  3. johan van Arkel / apr 12 2013

    goede morgen Goswin,
    Ik las in bovenstaand artikel de zin: het valt helemaal niet mee met de oordelen. Ze zijn vreselijk. En dat lees ik ook in de bijbel. Maar nu las ik in een bijbelstudie van een van je leermeesters (Knoch) dat God de mens bij dat oordeel zal behandelen zoals een rechter doet als er geoordeeld moet worden over mensen, die nog minderjarig zijn. Ze dragen geen verantwoordelijkheid. Er wordt dan niet gestraft, maar een zekere disciplinaire maatregel zal genomen worden. De mens is niet de schuldige, veeleer slachtoffer. En die straf je niet.
    God zelf heeft de zonde in de wereld gebracht, Hij is de auteur van de zonde en Hij is de verantwoordelijke ook voor de Holocaust en de smerigheden die die man uit Letland op de Amsterdamse crèche uitspookte zelfs met baby’s. Deze laatste overweging ontleen ik aan Martin Zender. (overvloeiende genade.nl)
    Als de zaken zo zouden staan, hoezo zou het oordeel over die Let en de vergassers van Joden dan vreselijk zijn?
    Heeft Knoch dan toch gelijk, als hij beweert dat het zo vreselijk niet zijn zal?
    Of heb ik de beweringen van hem niet goed begrepen?
    Johan

  4. goswindeboer.nl / apr 13 2013

    dag Johan

    Ik ken de bijbelstudie van Knoch die je bedoelt niet. Dus ik weet niet of je hem goed hebt begrepen. Maar ik snap ook niet precies wat je van me wilt. Jij bevraagt mij over de uitspraken van iemand anders, met termen die vreemd zijn aan de bijbel (“auteur van de zonde”). Dat zal weinig opleveren, ben ik bang. Als we over deze zaken spreken, laten we dat dan doen vanuit wat de bijbel erover zegt in termen die de bijbel ook gebruikt. Maar dat hebben we al tweemaal eerder gedaan, en ik vrees dat ik er weinig meer aan toe kan voegen.

    Waar ik benieuwd naar ben is jouw visie op deze zaken. Mag ik je een vraag terug stellen? Wat zou jij een passend oordeel vinden voor zo’n misbaksel uit Letland?

  5. johan van Arkel / mei 3 2013

    Hallo Goswin,
    Je kent die bijbelstudie van Knoch niet. Je vindt die in zijn fundamentele boek “The problem of evil and the judgments of God”. Ik denk dat je die studie kent, want zelf noemde je dat boek fundamenteel in je studie God de Schepper.
    Ik heb uit dat boek begrepen dat de schrijver God ziet als de Schepper van alle dingen, dus ook van de zonde. Ja, dan zou Hij toch de auteur van die zonde zijn. Maar dat is een zaak van woorden.
    En nu viel me op dat de schrijver in de problemen komt als hij toch inderdaad wel heel verschillend over de oordelen van God schrijft dan wat we daarover lezen in de bijbel.
    En dat kan ook eigenlijk niet anders. God gaat oordelen over mensen, die zonden bedreven, waarvan Hijzelf de Schepper is. De mens, die in dat oordeel te vergelijken is volgens K. met kinderen die het een en ander hebben uitgehaald, maar niet gestraft worden, maar wel een disciplinaire maatregel moeten ondergaan (vgl een kind dat vroeg naar bed moet omdat het met vuur speelde).
    Zo heb ik dat begrepen en ik vraag me af, of ik de oplossing van Knoch van dat “problem” (want dat is het in mijn opvatting) recht doe.
    Ik meen dat de ideeën van K. wel zeer afwijken van de bijbelse boodschap aangaande het oordeel.
    Ik denk dat het cruciaal is en dat het knochiaanse gedachtegoed staat of valt met de toetsing van zijn mening over die judgments die hij beschrijft in zijn fundamentele boek, waaruit je uitvoerig citeerde in “God is de Schepper”.
    Johan

  6. goswindeboer.nl / mei 8 2013

    dag Johan

    Ah, dat artikel [link]. Dat is een vertaling van het werk van Clyde Pilkington. Hij heeft die studie van Knoch geciteerd (en dus vast gelezen), maar ik heb alleen zijn artikel vertaald. Ik heb Knoch’s werk niet gelezen. Dus over de details van zijn interpretatie kan ik je helaas niet te woord staan.

    Je hebt gelijk dat het een woordentwist lijkt. Schepper van alles of auteur van de zonde komt praktisch gezien misschien op het zelfde neer. Immers, als God de dingen al tevoren weet (Jes. 46:10), ja zelfs in een boek lijkt te hebben geschreven (Ps. 139), dan zou ook de zondeval te boek gesteld kunnen zijn voordat die plaatsgevonden had. Er zijn wel meer aanwijzingen in die richting te vinden.

    De reden dat ik jouw woordkeus blijf bestrijden is dat het geen ‘gezonde woorden’ zijn, dat is: de bijbel beschrijft God niet met die woorden. De bijbel noemt Hem de Maker van alles, dus zo noem ik Hem ook. Christus is de Auteur en Voleinder van ons geloof (Heb. 12:2, Engelse weergave). Maar de bijbel zegt ook hoe de zonde is gekomen: door de ongehoorzaamheid van één. Dus niet door de pennenstreek van God. God heeft vele titels, maar auteur van de zonde is er niet één van.

    Ik geloof dat de mens met de zonde niet buiten Gods ‘boekje’ ging – dat boek van alle dingen. Immers, als God alles tevoren wist, dan moest het wel zo gaan. Je hebt mijn visie wel in de artikelen gelezen. Of dat ons minderjarig maakt, onwetende kinderen, dat weet ik niet. Ik zou die termen, net als de jouwe, ongezond noemen: ik kom ze in de bijbel als zodanig niet tegen. Ik begrijp denk ik wel hoe Knoch komt tot die bewoordingen: wij allemaal doen dingen vanuit ons zondige vlees, met beperkte kennis van zaken. Maar sommige mensen doen veel ergere dingen dan andere. Waarom? Ik weet het niet. Toch blijven we als mensheid ‘binnen het boekje’, geloof ik.

    Dat we er niet met een reprimande en een taakstraf vanaf komen lijkt me zonneklaar. Corrigeer me als ik er naast zit, maar volgens mij komt onze twist hierop neer: jij meent dat de in-en-in-verrotte daden van sommigen een straf vereisen die onherstelbaar is. Net zoals zij onherstelbare schade hebben aangericht. Daar waar de aardige-maar-niet-gelovige-sterveling nog wel een kans mag maken op de levendmaking, daar mag zo’n misbaksel dat niet. Zit ik in de buurt? Je hebt nog niet geantwoord op mijn vraag naar een passende strafmaat, dus ik doe een voorzet. Wil je eens uitwijden over jouw visie op vergelding en verzoening?

    Het is – en dan val ik toch wat in herhaling – een kwestie van geloof. Vertrouwen. God zegt dat Hij alles zal herstellen. Het geknakte riet, elke traan, je kent de teksten. Onherstelbare schade bestaat niet. Wel aan deze zijde van de dood, natuurlijk, maar de dood heeft niet het laatste woord. Dat ben je toch met me eens? En als er geen onherstelbare schade bestaat, waarom zou er dan wel een onherstelbare schurk zijn? Vertrouw je God’s gerechtigheid niet? Zijn gericht (recht-making) is toch ook een herstel? Niet alleen van de beschadigde maar ook van de beschadiger. Het proces zal niet voor beide even aangenaam zijn, maar als God alle dingen zal herstellen, dan bedoelt Hij toch gewoon alle dingen?

    Ik heb het je al eerder gevraagd, en ik vraag het je nog eens: vertrouw je God zijn schepping toe?

reageer