Skip to content

RE:post 5 – de dood en het boek

Dit is het vijfde deel in de RE:post serie. Klik hier voor eerste aflevering over de vrije wil.

Kortgeleden kreeg ik post die goed aansloot op de vorige aflevering. Opnieuw was het onderwerp redding en verloren gaan, maar de nadruk lag op twee specifieke termen uit Openbaring: de tweede dood en het boek des levens. Deze begrippen hebben voor veel gelovigen een onheilspellende ondertoon, maar wat is er eigenlijk in de bijbel over te vinden?

Sommige termen of begrippen zijn zo bewierrookt, dat het voor je gevoel grenst aan godslastering als je ze waagt te bevragen. Doe je dat toch, dan blijkt er soms maar een wonderlijk wankele basis te zijn voor de theologische constructen. Zo ook hier. Veel van de lugubere lading komt van de leer. Of van kruisbestuiving met naburige begrippen. De afgelopen jaren heb ik het meest geleerd van het ontwarren van zulke conterminaties.

Opnieuw, er is natuurlijk veel meer over te zeggen dan ik doe. Er zijn vast verbanden te leggen die ik nog over het hoofd zie. Maar desondanks helpen mijn bevindingen je misschien om ook zulke beladen begrippen nuchter te benaderen. Dat ook daarvoor geldt dat wat er staat geschreven zwaarder weegt dan wat er over wordt gezegd.

Er zijn op dit moment twee Koninkrijken. Het koninkrijk van de duisternis waar alles bij hoort wat niet in God gelooft. En Gods Koninkrijk waar Jezus Koning is en waar al de gelovigen later met Hem zullen heersen. Ben je straks niet in Gods Koninkrijk dan ben je niet gered.

Wie niet in het Koninkrijk is, is (nog) niet gered, inderdaad. Maar buiten het Koninkrijk vallen sluit de redding niet uit. Gered zijn en in het Koninkrijk heersen zijn niet precies hetzelfde. De gelijkheid werkt maar één kant op. Zij die in het Koninkrijk heersen zijn gered, maar zij die niet heersen zijn niet reddeloos verloren. [Denk aan de foutieve deductie: elke hond is een dier, dus elk dier is een hond.]

De vraag is: waarvan word je gered? Of wat is verloren gaan? Het Grieks voor verloren gaan betekent “kwijt raken” of “omkomen” (het leven verliezen). Dus wie het eeuwige leven in het Koninkrijk niet heeft komt om. En volgens mij heb je dan ook de eerste vraag beantwoord: je wordt gered van de dood. De dood die Adam bracht. De dood die Jezus heeft overwonnen. Die overwinning resulteert in de levendmaking van alle mensen (1 Kor. 15:22).

Niet iedereen wordt levendgemaakt wanneer het Koninkrijk aanbreekt. Veel van die ‘alle mensen’ zijn dan nog steeds dood, of ze sterven in de catastrofe voorafgaand aan de komst van het Koninkrijk. Zij zijn verloren. Omgekomen. Ze hebben het eeuwige leven niet. Maar ze horen nog steeds bij die alle mensen. Zij zullen ook eens weer levendgemaakt worden. Na de eeuwen – na het eeuwige leven.

Aan het einde van Openbaringen is dat nog niet een feit. Paulus spreekt over een tijd dat alle heerschappij is onttroond. Dat Jezus zelf zijn koningschap zal overgeven aan de Vader. Aan het einde van Openbaring heersen de dienstknechten nog, en het Lam zit nog op de troon. Dus dat wat Paulus zegt komt na Openbaring.

Ik heb je artikelen gelezen over de dood en het dodenrijk [link]. Ik denk dat deze hele studie gaat over de eerste dood waarover de Bijbel spreekt. De Bijbel zegt dat er twee keer een dood zal zijn.

Ik heb aan de tweede dood inderdaad maar weinig extra aandacht aan besteed. Maar dat is bewust, want volgens mij is de tweede dood niet veel bijzonders. Althans, vergeleken met de eerste dood. Beide zijn ze een dood: een niet-leven.

De poel van vuur komen we al eerder tegen (Op. 19:20), maar pas wanneer er mensen in geworpen worden wordt hij de tweede dood genoemd (Op. 20:14,15). Voor satan en het beest is vuur niet dodelijk, maar voor ons mensen wel. Zij zullen erin gepijnigd worden, maar voor mensen is het een doodvonnis.

De tweede dood is een lichamelijke en geestelijke dood. De eerste dood zal gesmaakt worden door iedereen. Jood, griek, moslim, hindoe, en alle andere mensen met hun geloof. Maar dan volgt er een tweede dood en deze is alleen voor de mensen die niet in Christus zijn.

Jij noemt de tweede dood een lichamelijke en geestelijke dood, maar de bijbel noemt de tweede dood niet zo. De termen “lichamelijke dood” en “geestelijke dood” komen niet eens in de bijbel voor. We moeten de tweede dood niet rijker decoreren dan de bijbel doet.

Deze termen maken ruimte voor de onsterfelijke ziel. Maar in mijn artikelen over de dood en het dodenrijk heb ik al getoond dat de ziel helemaal niet onsterfelijk is. Die lering hebben we van de heidengodsdiensten geleend. Christus maakt ook niet de zielen levend (die sterven immers niet, volgens de visie van de kerk – en in mijn visie is de ziel geen ‘ding’ maar een ‘sympressie’), maar Hij maakt de mensen levend. Gewoon het geheel van geest, ziel en lichaam.

De tweede dood wordt maar een paar keer in de bijbel genoemd. En ik zei al dat er volgens mij weinig meer mee bedoeld dan dat het een dood is, en wel de tweede. De mensen die de tweede dood sterven zijn al eens eerder gestorven. Vandaar de aanduiding “tweede”. Moeilijker is het niet, denk ik.

Pas als je de Poel van Vuur, Gehenna, de buitenste duisternis, de eeuwige straf en verloren gaan allemaal gaat invlechten, kun je de tweede dood aandikken tot een afgrijselijk leven in de helse vlammen van het hiernamaals. Maar daarvoor moet je wel alle regels voor bijbelstudie overboord gooien (de wie, wat, waar, wanneer, aan wie en waarom vragen, bijvoorbeeld). De bijbel heeft deze dingen allemaal afzonderlijk genaamd. Laten wij er voor waken ze achteloos op een hoop te gooien…

Geestelijk dood is wanneer je de Geest van Christus niet hebt ontvangen.

Ik begrijp nu beter wat je bedoelt met “geestelijk dood”. Maar ik blijf erbij dat het niet een gezonde term is. Wanneer de bijbel spreekt over dood waar de mensen overduidelijk nog leven (“laat de doden de doden begraven”, om maar wat te noemen), dan is dat beeldspraak. Zoals wij bijvoorbeeld “doodsbang” gebruiken: we doelen dan op de verstijving van angst die maakt dat we bewegingsloos blijven, als een dode.

Een dode reageert niet meer op zijn zintuigen. In de bijbelse beeldspraak is iemand bijvoorbeeld dood voor God, omdat hij niet reageert op God. Of dood voor de zonde, omdat hij niet meer reageert op de prikkel van de zonde.

Alle geesten die volgens Prediker 12:7 teruggaan naar God, zullen moeten verschijnen voor de troon van God.

Nergens staat dat de geesten van de mensen verschijnen voor de troon. Volgens Prediker zijn die geesten al bij God op het moment van overlijden. De Grote Witte Troon komt veel later, nadat de doden zijn opgestaan. De geest is dan weer verenigd met een lichaam. Niet de geest wordt geoordeeld, maar de hele persoon.

De geest is niet een bewustzijn zonder lichaam, maar het is de levenskracht. Als je de geest wel als een apart ‘iets’ ziet (ik heb het idee dat je de ziel en de geest soms door elkaar gebruikt), dan moet je dingen als een limbo, een vagevuur of een wachtkamer in het dodenrijk theologiseren (zo wordt Luk. 16 dus ook vaak uitgelegd – hoe ik er over denk: zie hier). Maar dat is helemaal niet nodig. De bijbel zegt dat de doden opstaan en pas dan worden ze geoordeeld. En inderdaad: sta je niet in het boek, dan ga je in de poel. Dood. Voor de tweede keer. Maar de bijbel zegt toch ook dat alle mensen worden levendgemaakt. En we hadden al gezien dat dat na Openbaring komt. De enige dood die dan nog van kracht is, is de tweede…

Paulus spreekt in 1 Kor 15 van opstanding (vs. 21) én van ‘levend maken’ (vs. 22). Hij noemt ze apart, en dat is niet voor niks. De opstanding plaatst hij tegenover de dood (en daarna kun je dus voor de tweede keer sterven – zie Openbaring) maar de levendmaking plaatst hij tegenover het sterven, de sterfelijkheid. En dáárop kan geen dood meer volgen. Geen tweede, of zelfs een derde, of vierde, of…

Dus ofwel je dient een motie van wantrouwen in: Paulus kan niet alle mensen bedoeld hebben (het “in Christus allen” wordt gelezen als “allen in Christus”, bijvoorbeeld, of bij de levendmaking wordt naar de opstanding voor de tweede dood verwezen). Of je laat de tekst staan zoals hij staat, en je “overweegt dat God bij machte is alle mensen levend te maken” net als Abraham dat deed (vrij naar Heb. 11:18). Ik kies de zijde van Abraham in dezen…

Mensen die Jezus in hun leven op aarde bewust hebben geweigerd om wat voor reden dan ook, die hebben een probleem. Die staan namelijk niet in het boek des levens en komen er ook niet meer in. Voor hen volgt de tweede dood.

Het boek des levens is nog zo’n term die groter wordt gemaakt dan hij is, volgens mij. De term komt, net als de tweede dood, maar een paar keer in de bijbel voor. Als ik zoek naar “boek” (boekrol) in de concordantie vind ik het volgende: in Psalm 69:29 komt de term “boek des levens” voor het eerst voor, en David spreekt van uitdelgen uit het boek. De rechtvaardigen staan er wel in – de haters moeten er uit, vindt David. Mogelijk gaat Ex. 32:32 ook over het boek des levens, waar Mozes zegt “delg mij dan uit het boek dat Gij geschreven hebt”.

In Daniël 12 wordt opnieuw van een boek gesproken waarin je geschreven kunt bevonden worden (dus niet: “geschreven worden”). Misschien spreekt deze profetie ook over het boek des levens. Tenslotte noemt Paulus zijn medewerkers in verband met het boek des levens (Fil. 4:3). Dit is volgens mij zo’n beetje alles wat de lezer van Openbaring aan voorkennis uit de bijbel kon hebben over het boek des levens [zie voetnoot].

Het moet je opvallen dat er niet staat dat je in het boek geschreven wordt op grond van je geloof. Je kunt er alleen uit gedelgd worden. Dus we zouden daar uit kunnen opmaken dat iedereen er in beginsel in staat geschreven – als het boek over iedereen gaat. Want zelfs dat kunnen we niet met zekerheid zeggen. De term heeft mogelijk alleen op Israël betrekking, de rechtvaardigen (Ps. 69) van het volk. Immers, zij hebben bindende gedragsregels afgesproken met God (de wet). Redding volgt voor hen op goede daden, op volharding, op overwinnen. Voor ons, in de huishouding van de genade, is de redding volledig Gods werk. Alleen geloof wordt gevraagd, en zelfs dat wordt ons gegeven (Ef. 2:8,9).

Hoe dan ook: er is veel dat we niet weten over dat boek. Om zomaar te zeggen dat dat zou gaan om een register van gelovigen waar je in geschreven moet worden op basis van je keuze voor Jezus is geen bijbelstudie. Dat is vlechtwerk van het zelfde soort als ik hierboven beschreef. Je bent toch met me eens dat we alleen kunnen afgaan op “er staat geschreven”, en niet op wat er niet staat.

Jezus heeft de overwinning behaald en uit alle volken en natiën een koninkrijk gevormd en hen tot priesters gemaakt. Zij zullen met Hem heersen. Wanneer de zee en het dodenrijk hun doden zullen moeten afstaan aan de levende God, dan wordt bepaald wie er staat geschreven in het boek des levens of de boekrol. Dan kun je er niet meer in komen, dan dien je erin te staan, dat is wat de Bijbel ons leert.

Ik blijf bij mijn vorige analyse. Je wordt volgens mij niet in het boek geschreven, je kunt er alleen uit gedelgd worden. En voor wie dat geldt, zou ik niet weten. Het kon wel eens een heel Joods tafereel zijn.

Over de koningen en priesters, dat gaat om een ambt in de toekomst. Maar je hebt toch niet alleen koningen maar toch ook onderdanen. Niet alleen priesters, maar ook een schare. Als alleen de koningen en priesters gered zijn, over wie zullen zij dan heersen? Voor wie moeten de priesters bemiddelen?

Er staat opnieuw niet zoveel over het oordeel van de Grote Witte Troon, maar het boek des levens is niet het enige boek dat wordt geopend. Er wordt ook geoordeeld naar de daden. Dus het zou best eens zo kunnen zijn dat iemand wél in het boek des levens staat, maar zich zo onverdienstelijk gedragen heeft dat hij geen koning maar een onderdaan wordt.

[Merk op dat het priesterambt na de Grote Witte Troon niet meer genoemd wordt. God is immers in hun midden (Op. 21:3). Er is geen tempel meer nodig (Op. 21:22), en dus ook geen priesters.]

Het boek des levens is gekoppeld aan de nieuwe hemel en de nieuwe aarde, en het Nieuwe Jeruzalem. Er is op de nieuwe aarde nog veel terrein buiten Jeruzalem – er zal geen zee meer zijn, dus het aardoppervlak is enorm. Zou daar niemand wonen? Ik weet het niet, maar vind je niet dat we deze vragen moeten meenemen in onze overwegingen?

We komen uit op een moeilijk punt namelijk de uitverkiezing. Waarom redt God alle mensen en gaan er toch mensen verloren. God heeft door Jezus overwinning gebracht, op een manier die vele mensen niet kunnen of willen begrijpen.

Het feit dat we daar uitkomen, betekent in ieder geval dat we de goede vragen stellen. Deze vragen kreeg Paulus ook (Rom. 9). Over het waarom van Gods handelen valt natuurlijk ook weer een hele briefwisseling te schrijven, maar laten we dat maar niet meer doen. Romeinen 5 vers 20 en 21 zijn voor mij een baken van licht in mijn zoektocht: de zonde leidde tot de genade. Het dal ligt voor de berg, de duisternis komt voor het licht.

Is het niet tekenend dat de Joodse dag al in de avond begint? Eerst de nacht en daarna de Nieuwe Dag. Je zou haast denken dat er aan alles een design, een Plan vooraf ging, nietwaar?

voetnoot

Ik deed in mijn mailwisseling krasse uitspraken over de voorkennis van de lezers van toen, maar ik acht mijn kennis van de Schriften minder hoog dan die van de tijdgenoten van Jezus. Vandaar dat ik later toch even enkele theologische werken heb opgeslagen over het boek des levens. Het blijkt dat er toch nog enkele tekstplaatsen zijn die mogelijk op de term betrekking hebben. Ik heb ze hieronder voor je verzameld.

Luk 10:20 | Jes. 4:3 | Ps. 87:5,6 | Mal. 3:16 | Heb. 12:23

Maar dan nog kan ik best iets over het hoofd zien. Vul me maar aan, als ik toch nog teksten of verbanden mis. Controleer of de conclusie kan blijven staan staan dat je alleen uit het boek des levens gedelgd kan worden. Dat het boek des levens geen ledenadministratie is waar nog dagelijks aan wordt toegevoegd. Oftewel, ga in de Schriften na of deze dingen alzo zijn (Hand. 17:11).

<< vorige  volgende >>
reageer