Skip to content

RE:post 10 – Satan

Dit is het tiende deel in de RE:post serie. Klik hier voor eerste aflevering over de vrije wil.

Dit is alweer de tiende aflevering met knipsels uit mijn e-mailcorrespondentie. Geselecteerd en gesorteerd op onderwerp, om een soort totaaloverzicht te geven van mijn gedachten over enkele centrale thema’s. Een onderwerp waar met veel hevigheid op gereageerd wordt volgt uit de voorgaande thema’s over de vrije wil en redding van allen. Want hoe zit het dan met Satan? Als de vrije wil niet bestaat en alle schepsels gered worden, dan is hij toch zeker uitgezonderd? Hij is toch wel degelijk door zijn eigen hoogmoed gevallen? En bij de verzoening van het het al (Kol. 1:20) is hij toch zeker niet inbegrepen?

Ik weet dat dit onderwerp bij velen de nekharen doet rijzen, maar ik wil het daarom niet uit de weg gaan. De vragen zijn begrijpelijk en eerlijk, en ik wil daar ook eerlijk op in gaan. Dus hou je vast, hier gaan we.

Wanneer uiteindelijk iedereen zal komen bij God en daar ook zal blijven dan betekent dit dat we dan nog steeds een moordenaar in ons midden hebben. De duivel is immers een mensenmoordenaar van den beginne.

Is dat zo’n vreemde gedachte? Er zullen toch vele zondaars bij God komen, inclusief moordenaars? Maar goed, dat is een beetje een flauw antwoord. Ik begrijp je wel, en ik ben met je eens dat ik me ook weinig kan voorstellen van Satans toekomst. Ik gun hem de Poel van Vuur. Van harte! Maar het is niet zinvol om te zien op wat ik mij kan voorstellen, of wat ik graag zou willen. We moeten de bijbelse openbaring goed leren lezen. God zegt dat Hij alles in de hemel en op aarde met Zich zal verzoenen (Kol. 1:20). En eens zal ieder schepsel in de hemel, op de aarde, en zelfs onder de aarde de knieën buigen en met de tong (van binnenuit, van harte) belijden dat Jezus de Heer is. (Fil. 2:10,11). Dat is vrij inclusief, lijkt me.

Satan is een mensenmoordenaar en een leugenaar van den beginne, inderdaad. Ik geloof dat dat betekent dat hij zo was vanaf het moment dat God hem schiep. Maar het gaat er niet om hoe hij is, maar wat hij is: hij is een schepsel, het werk van Gods handen. En daarmee valt hij in de reikwijdte van de bovenstaande teksten. Zeggen we ook niet elke zondag dat God niet zal laten varen, het werk van Zijn handen? Dit is iets om over na te denken, niet om terzijde te schuiven omdat het je tegen de borst stuit. Hoe je het ook bekijkt, de laatste vijand is de dood. Niet de Satan. Dus hij is tegen die tijd ofwel verdwenen, of geen vijand meer. Ik denk het laatste…

Je gaat ook niet meer uit van de duivel die rondgaat als een briesende leeuw, zoekende wie hij kan verslinden want uiteindelijk wordt er helemaal niemand verslonden (1 Petrus 5:8).

Ik geloof wel dat hij rondgaat als een briesende leeuw, hoor. Maar wij hebben er van gemaakt dat hij onbestuurbaar en losgeslagen is, en dat God zijn nagels afbijt in spanning, hopend dat er nog wat voor Hem zal overblijven als Satan klaar is met zijn strooptocht. Kan Satan onherstelbaar verwoesten? Is verslonden-zijn een eindstation? Vallen zij die ten prooi gevallen aan zijn listen niet ook onder de verzoening van alles?

Ons beeld van Satan is heidens. Satan is een soort anti-god geworden, een kwade macht van gelijk kaliber als de goede macht. Maar Satan is een schepsel, een mensenmoorder van den beginne – dus vanaf dat God hem gemaakt heeft (Joh. 8:44)! God is niet in afwachting van wat Satan aanricht. Satan beweegt zich binnen de grenzen die God hem geeft! Zie bijvoorbeeld Job of Openbaring. Satan kon alleen doen wat hij mocht doen (Job 1:12, 2:6). En in de nabije toekomst wordt hij relatief makkelijk gevangen genomen (Op. 20:2). God heeft geen enkele moeite met zijn tegenstander.

Satan is een werktuig. Het voelt wat onwennig om zo over hem te denken, weet ik uit ervaring. Maar het volgt onherroepelijk uit de manier waarop hij in de bijbel wordt beschreven. In Openbaring 20:3 staat dat Satan nog een korte tijd moet worden losgelaten. Moet! Hij wordt weer ingezet wanneer hij opnieuw een functie te vervullen heeft. Als dat dan geldt, dan nu toch ook? Het feit dat hij er is en nog niet gevangen genomen is bewijst dat hij nog een functie vervult.

Satan was eerst goed, maar hij heeft gezondigd. Daarom is hij de tegenstander geworden. God heeft het kwaad en de duivel niet gemaakt!

Daar denk ik anders over. God heeft alles geschapen. Alles (Rom. 11:36). Daar zit ook een heleboel narigheid bij. Zie bijvoorbeeld deze tekst in Exodus:

De HEER zei: ‘Wie heeft de mens een mond gegeven? Wie maakt iemand stom of doof, ziende of blind? Wie anders dan ik, de HEER? – Ex. 4:11 SV

Er staat een tekst in Ezechiël waar God toegeeft dat Hij geboden geeft die niet goed zijn.

Toen gaf Ik hun zelf inzettingen die niet goed waren, en verordeningen waardoor zij niet zouden leven. – Ez. 20:25

Welke inzettingen dat zijn, blijkt uit de volgende tekst (vs. 26).

Ik verontreinigde hen door hun offergaven – doordat zij alle eerstgeborenen door het vuur lieten gaan – om hen te verbijsteren, en opdat zij zouden weten, dat Ik de HERE ben. – Ez. 20:2

Het had te maken met offergaven en heidense rituelen: afgodendienst, dus. Afgodendienst waarmee God zelf hen verontreinigde!

En ook het kwaad, al hoe verschrikkelijk ook is God niet ontglipt. Job wist dat uit Gods hand zijn onheil kwam.

Maar hij zeide tot haar: Zoals een zottin spreekt, spreekt ook gij; zouden wij het goede van God aannemen en het kwade niet? In dit alles zondigde Job met zijn lippen niet. – Job 2:10

Wij weten dat Satan de uitvoerende was, maar Job schreef de verantwoordelijkheid toe aan God. En daarmee zondigde hij met zijn lippen niet! Hij sprak de waarheid. Maar Satan kan alleen doen wat hij mag doen. God heeft het laatste woord. In Job zie je dat terug, maar ook Satan zelf geeft toe dat wat hij heeft hem gegeven is. In de evangeliën spreekt Satan met Jezus en dit is wat hij zegt:

U zal ik al deze macht geven en hun heerlijkheid, want zij is mij overgegeven, en ik geef haar wie ik wil. Luk. 4:6

Wat hij had was hem gegeven! Wie zou de gever zijn, denk je?

Satan is een gevallen engel.

Satan is geschapen, niet gevallen. De onderstaande teksten zijn er heel duidelijk over.

Door Zijn Geest heeft Hij de hemelen versierd; Zijn hand heeft de langwemelende slang geschapen. – Job 26:13 SV

Zie, Ik ben het, die de smid geschapen heb, welke het kolenvuur aanblaast en naar zijn kunst het wapen vervaardigt, maar Ik ben het ook, die de verderver geschapen heb om te vernielen. – Jes. 54:16

Gij hebt de duivel tot vader en wilt de begeerten van uw vader doen. Die was een mensenmoorder van den beginne en staat niet in de waarheid, want er is in hem geen waarheid. Wanneer hij de leugen spreekt, spreekt hij naar zijn aard, want hij is een leugenaar en de vader der leugen. – Joh. 8:44

wie de zonde doet is uit de duivel, want de duivel zondigt van den beginne. Hiertoe is de Zoon van God geopenbaard, opdat Hij de werken des duivels verbreken zou. – 1 Joh. 3:8

De teksten waar vaak van gezegd wordt dat ze over Satan (en zijn val) spreken zijn niet zo overtuigend als ze meestal worden gepresenteerd. In tegendeel, als je goed leest word je als vanzelf overtuigd dat ze niet over de val van Satan kunnen spreken. In Jesaja 14 gaat het over een mens, de koning van Babel (Jes. 14:15). Satan is geen mens, toch? Deze koning van Babel heeft zich heel wat ingebeeld, maar hij was maar een man! De passage geeft geen enkele aanwijzing dat de koning van Babel eigenlijk figuur staat voor Satan.

Ezechiël 28 is de andere, vaak geciteerde passage waar volgens velen Satan wordt beschreven. Er zijn twee personen die een rol spelen: de vorst van Tyrus en de koning van Tyrus. De vorst van Tyrus is wederom gewoon een mens. Dat staat gewoon in vers 2. Een paar verzen later wordt ook beschreven hoe deze vorst tot zijn eind zal komen. Midden op zee, door een volk van vreemdelingen. Dit is niet hoe Satan aan zijn eind zal komen, weten we uit Openbaringen.

Wanneer Ezechiel de koning van Tyrus bespreekt gaat het wel over een geestelijk wezen. Een gevallen geestelijk wezen zelfs. Maar gaat die passage daarmee dus over Satan? Ezechiel beschrijft de koning van Tyrus als een cherub (Ez. 28:14). En van een cherub weten we dat hij beschreven wordt met vier vleugels en vier gezichten (Ez. 1:1,5,6,10 vergelijk Ez. 10:11). De beschrijvingen van Satan hebben altijd het karakter van een reptiel (slang, draak). We moeten van een cherub een slang maken om hier Satan in te lezen. Mag je dat zomaar doen? Er is nog een andere mogelijkheid.

Het Hebreeuwse woord voor “koning” is “Moloch”. En dat is de naam van één van de cherubs op de Ark (Amos 5:26 SV, Hand. 7:43)! Zou de passage niet kunnen gaan over deze cherub? Zijn afbeelding stond op het verzoendeksel bovenop de ark, en we weten dat het volk deze afbeeldingen ging aanbidden (Hand. 7:43). Zou die aanbidding hem naar de bol zijn gestegen? Ik vind het een interessante gedachte met minstens evenveel draagvlak als de gangbare gedachte dat het hier om Satan zou gaan.

[In de commentaren op twee artikelen [link] en [link] zijn ook nog heel interessante discussies over dit onderwerp te vinden.]

<< vorige  volgende >>
  1. Thamara / jul 14 2013

    Hey Goswin,
    Wat heb je dat mooi uitgelegd! Heel duidelijk en helder. Vooral dat stuk over de koning van Tyrus en die Cherub. Het heeft het voor mij iets begrijpelijker gemaakt. Bedankt!

    Groetjes,
    Thamara

reageer