Skip to content

RE:post 11 – commentaar

Dit is het elfde deel in de RE:post serie. Klik hier voor eerste aflevering over de vrije wil.

Na een uitvoerige citatencollage is dit de (voorlopig) laatste aflevering. In alle delen stond het krijgen – en hebben – van commentaar centraal. Mensen reageren op mijn gedachten, en andersom. Niks mis mee. We worden het vaak niet eens, maar ook dat is geen probleem. Dit laatste deel gaat ook over commentaar, maar dan van de professionals. De tegenwerpingen van de correspondenten is namelijk niet altijd in eigen woorden. Dikwijls wordt uit de grote en bekende bijbelcommentaren geciteerd. En dat is begrijpelijk. Immers, bij twijfel kun je toch beter te rade gaan bij de kenners. Maar in het geval van bijbelkwesties is dat helaas niet altijd slim.

Het verschil van mening is namelijk vaak gelegen in de vooronderstellingen, de aannames waarmee de bijbel wordt geïnterpreteerd. Elke tekst steunt weer op andere teksten, en samen vormen ze een soort kennisketens door de bijbel. Deze houden ons begrip van de bijbel bijeen. Maar wat zit er voor de eerste tekst in de keten? Waar begint ons begrip? Wat wisten we (of meenden we te weten) voordat we de bijbel voor het eerst open sloegen? Dat zijn de dingen die voor en belangrijk deel bepalen hoe je de bijbel zult begrijpen.

Deze voorkennis, dit beginsel vindt zijn oorsprong vaak in de opvoeding. Dit weet je omdat het je verteld is. Iedereen om je heen weet dit. Al je bekenden geloven zo. Of, wanneer je op latere leeftijd tot bekering bent gekomen, de persoon die je tot Christus leidde vertelde het zo. Of in je eerste gemeente werd het zo geleerd. Een bijbelleraar waar ik veel naar heb geluisterd noemt dit het principe van “first time exposure”. De dingen die je het eerste leert zijn het moeilijkst los te laten, zo had hij waargenomen. Latere kennis wordt dikwijls herzien, maar het principe van toetsen aan de schrift wordt maar zelden op deze grondslagen van iemands geloof toegepast.

Iedereen heeft dus zulke vooronderstellingen. Ik ook. Het is belangrijk ook deze beginsels te toetsen aan de schrift. Maar hoe doe je dat? Hoe weet je of je een tekst goed hebt begrepen? Hoe kun je zeker weten dat er geen voorkennis doorklinkt? Een eenvoudige maar effectieve test is deze: hoeveel moet je toevoegen of veranderen aan de tekst om ‘m te laten kloppen met wat jij gelooft. Je zult misschien raar opkijken, want niemand verandert de tekst, toch? Dat mag immers niet – die jota en tittel weet je wel. Het is helaas niet zo eenvoudig. Alleen al het maken van een vertaling betekent dat je soms dingen anders moet zeggen, gewoon omdat de doeltaal verschilt van de brontaal. Houd de verschillende vertalingen maar eens naast elkaar: elke versie zegt het anders.

Maar ik doel niet op de vertaalvariaties. Bij het lezen van onze vertalingen passen we zelf de tekst vaak ook aan, dikwijls onbewust. We lezen andere dingen dan er staan, of we denken dat de tekst iets anders bedoelt dan er werkelijk staat. Echt waar. Het gaat soms zo vanzelfsprekend dat je er niet bij stilstaat, tot je de tekst eens woordelijk tot je door laat dringen. Hieronder zie je stukken uit discussies waarbij je dat goed kunt zien gebeuren – en als je de vorige afleveringen terugleest zal het je opvallen dat de discussies vrijwel altijd te herleiden zijn tot verschillen in de vooronderstellingen.

Laat ik eens de teksten langsgaan die jouw gedachten zouden moeten bevestigen. Neem nu 1 Tim. 4:10: met ‘ hierom’ wordt verwezen naar de ‘belofte van leven in heden en toekomst’ uit vers 8. Omdat Paulus zijn hoop gevestigd heeft op God, die deze belofte gegeven heeft, is hij bereid moeite en smaad te dragen (2 Timotheus 1:12).

Laat ik dat tekstgedeelte eens in zijn geheel weergeven. Ik heb de NBG gebruikt voor de leesbaarheid, maar vers 10 aangevuld met de weergave van de SV. De SV volgt het Grieks. De NBG volgt de theologie.

6 Als gij dit de broeders voorhoudt, zult gij een goed dienaar van Christus Jezus zijn, wèl onderlegd in de woorden des geloofs en der goede leer, die gij gevolgd zijt;
7 maar wees afkerig van onheilige oudevrouwenpraat. Oefen u in de godsvrucht.
8 Want de oefening van het lichaam is van weinig nut, doch de godsvrucht is nuttig tot alles, daar zij een belofte inhoudt van leven, in heden en toekomst.
Dit is een betrouwbaar woord en alle aanneming waard.
10 Ja, hierom getroosten wij ons moeite en grote inspanning, omdat wij onze hoop gevestigd hebben op de levende God, die een Heiland is voor alle mensen [SV: Redder is van alle mensen], inzonderheid voor de gelovigen.
11 Beveel en leer dit.

De vetgedrukte woorden horen bij het stuk vanaf vers 9. Vers 9 zou eigenlijk zelfs op een komma kunnen eindigen, want het hoort bij het nieuwe onderwerp dat Paulus aansnijdt: dit woord, het woord waarom hij zich moeite getroost. De ‘hierom’ van vers 10 hoort bij de ‘omdat’ van vers 10. Anders zou de ‘omdat’ van vers 10 nergens bij horen.

Vers 11 grijpt nog eens terug op wat er voor staat: beveel en leer dit. Wat? Dat God de Redder is van alle mensen, inzonderheid van de gelovigen. Vind je het niet opmerkelijk juist deze heldere een eenvoudige instructie van Paulus bijna nergens wordt nagevolgd?

Het woord ‘inzonderheid’ van vers 10 komt van het Griekse malista. Dat is niet de Griekse stam van het woord, de stam is: mallon. Deze stamvorm waarvan alle andere vormen afgeleid zijn betekent: ‘meer’ of ‘meest’. Ook deze stamvorm heeft een betekenis waarmee je vele kanten op kan gaan. De lexicon geeft dit ook aan: deze tekst een zogenaamde probleemtekst waarmee je de Bijbel kunt bevestigen of juist ontkrachten.

Ik denk eerder dat het een probleemtekst is omdat het de theologie kan bevestigen of ontkrachten, maar dan speel ik met woorden. Waar het om gaat is dat we de bijbel laten spreken zoals het er staat, en de woorden vertalen zoals ze er staan (concordant). Dan ontstaat een eenheid die je met geen enkele theologie of vrije vertaling voor elkaar krijgt. Je geeft zelf al aan wat de betekenis van het woord is, en toch pleit je er voor om het in deze tekst iets anders te laten betekenen.

De theologie heeft in de afgelopen eeuwen een flinke ontwikkeling doorgemaakt, maar werd vaak gepresenteerd als een vast gegeven. Mensen hebben behoefte aan vastigheid, aan tradities en gebruiken en de kerk heeft daar ruimschoots in voorzien. Heeft ze het daarbij altijd bij het rechte eind gehad? Vraag dat maar aan Luther, om maar iemand te noemen.

Als de inzichten veranderen of als er betere manuscripten beschikbaar komen, wat doe je dan? Pas je de theologie, de tradities en gebruiken aan naar de nieuwe inzichten? Jij weet net zo goed als ik dat het meestal niet zo werkt. De nieuwe inzichten worden ingelijfd, maar slechts zelden worden de oude geheel vervangen. Dit is het zere been van elke vorm van traditie of institutionalisme.

Het zal God verdriet doen wanneer mensen Hem afwijzen als Heer. Maar de redding gaat pas in vervulling of wordt concreet, wanneer iemand deze gelovig aanvaardt. Het woord ‘malista’ dat letterlijk meeste betekent moet hier dan ook met ‘om precies te zijn’ worden weergegeven. Al de andere Schriftplaatsen die gaan over het volgen van Jezus zijn echter vergezeld met een tegen.

De commentaren moeten het woord malista in deze ene instantie wel  verklaren met “om precies te zijn”. Niet omdat het woord dat betekent, maar omdat de leer dat vereist. Want het woord betekent gewoon ‘meer’ of ‘meest’. Dat geef je zelf al aan, en alle andere tekstplaatsen waar het woord voorkomt bevestigen dit. De theologie gaat uit van de eeuwige hellegang van de ongelovigen, en mensen kunnen niet eeuwig verloren gaan en toch gered worden. De vooronderstelling stuurt het tekstbegrip, en daarvoor moet de betekenis van de woorden aangepast worden.

De tekst zegt: “God IS de Redder van alle mensen”. De commentaren zeggen: “de redding wordt pas concreet wanneer iemand deze gelovig aanvaardt”. Maar hoe kan God de Redder van alle mensen zijn, zonder ook daadwerkelijk alle mensen te redden? De theologie past de tekst aan om te kloppen met de leer. Zouden we niet de leer aanpassen aan de tekst?

Johannes 1:29: “De andere dag zag Johannes Jezus aankomen en zeide: Zie, het Lam Gods, dat de zonde der wereld wegneemt”. […] Hij is bij machte zelfs, de zonde van de wereld d.w.z. de schuld van de hele mensheid, weg te nemen (vgl. 1 Joh. 3:5) en niet slechts van Zijn eigen volk Israël.

De commentaren voegen een voorwaardelijkheid toe aan de tekst. Het statement van Johannes is zonneklaar: die de zonde der wereld wegneemt. Een gewoon werkwoord, zonder ‘als’. De commentaren schrijven “Hij is bij machte”. Dus Hij zou het kunnen doen, maar de suggestie wordt gewekt dat Hij het niet daadwerkelijk zal doen. Dat Hij het alleen maar echt doet voor diegenen die doen wat Hij zegt. Dat staat er niet! Er is opnieuw een heel eenvoudige en heldere uitspraak aangepast om te kloppen met de leer.

Johannes 12:32: ‘en Ik, zo wanneer Ik van de aarde zal verhoogd zijn, zal hen allen tot Mij trekken’. […] Allen die tot Jezus komen, zowel Joden als heidenen, worden tot Hem getrokken en gered uit de macht van satan. […] Het trekken kan gebeuren als Jezus van de aarde verhoogd is (3:14).

Zie je wat ik bedoel? De uitspraak is glashelder: Ik zal allen tot Mij trekken. Wat doet het commentaar? Hij zal “allen die tot Jezus komen” trekken. En “Hij zal de Zijnen brengen”. En “het trekken kan gebeuren”. Er staat toch duidelijk dat het trekken zal gebeuren. En niet alleen “de Zijnen”, maar “allen”. Lees nou gewoon wat er staat!

1 Johannes 2:2: “en Hij is een verzoening voor onze zonden; niet alleen voor de onze, maar ook voor de zonden der gehele wereld” […] De betekenis van Jezus Zijn dood is niet beperkt tot een groep gelovigen. Ook al wordt de verzoening helaas slechts door een minderheid van de mensheid aanvaard, het offer Zelf is gebracht voor iedereen. De mogelijkheid om met God verzoend te worden is universeel.

Begin je het patroon te herkennen’? De tekst spreekt van verzoening voor de zonden van de hele wereld. Het commentaar maakt er van “de mogelijkheid om met God verzoend te worden is universeel”, en “een minderheid van de mensen” die het aanvaardt. Er staat niets over aanvaarden of over de mogelijkheid van verzoening. Hij IS een verzoening [letterlijk: bedekking] voor onze zonden én voor die van de hele wereld. En niet wanneer wij het aanvaarden maar volgens Rom. 5:10: “Want als wij, toen wij vijanden waren, met God verzoend zijn door de dood zijns Zoons…” God wacht niet op onze goedkeuring voor zijn handelen. Hij handelt. Punt!

Zou Jezus zulke commentaren niet net zo te woord staan als de Farizeeërs destijds: “En zo maakt gij het woord Gods krachteloos door uw overlevering” (Mar. 7:13)? Ik weet dat ik het scherp neerzet, maar dat is het ook. Ons wordt door diverse mensen voor de voeten geworpen: “jullie passen de bijbel aan om jullie leer te rechtvaardigen”. Dat heb jij niet gezegd hoor, maar ik heb het vaak gehoord. Maar zie je wat de commentaren doen? Hoe ze eenvoudige uitspraken aanpassen om ze te laten kloppen met de leer? Ik lees ze gewoon zoals ze er staan. Ook de uitspraken van Jezus, de oordelen en het verloren gaan. Maar ik geloof ook (geheel bijbels) in de God die zoekt wat verloren is, en die vindt wat Hij zoekt. Zelfs het laatste schaapje…

Lees de flyer van Ouweneel eens. Hij heeft al lang gevonden dat de alverzoening een dwaalleer is.

Ik heb de flyer gelezen. Ik bespeur in Ouweneels werk enkele uitgangspunten die de uiteenzetting al op voorhand inkleuren. Niet dat zijn argumentatie oninteressant of ongeldig is, maar de start van een betoog zet de koers en bepaalt grotendeels de uitkomst. In zijn inleiding karikaturiseert hij de mensen die geloven wat wij geloven als emotioneel en irrationeel door ze uitspraken in de mond te leggen als “ik kan me niet voorstellen dat God mensen voor eeuwig naar de hel zou sturen”. Terecht zegt hij even later dat ons voorstellingsvermogen niet ter discussie staat. Het gaat juist om de vooringenomen positie van het bestaan van een hel, en de oorspronkelijke betekenis van aion / olam. Daar zou de flyer over moeten gaan!

Ouweneel stelt de redding en het eeuwige leven aan elkaar gelijk, waardoor hij Paulus alomvattende uitspraken wel moet beperken. Volgens mij kan het anders, en daarvoor kun je de tekst gewoon laten staan. De mensen die het eeuwige leven beërven zijn gered, maar niet allen die gered worden zijn dat al gedurende de eeuwen (aionen) die nog komen. Immers, de laatste categorie die levendgemaakt worden zal dat pas aan het eind van de eeuwen meemaken.

Ouweneel doet zijn best aannemelijk te maken dat de behandelde teksten niet dwingen tot een interpretatie van ‘allen = alle mensen die ooit geleefd hebben’. Hij argumenteert dat de passages ook gelezen kunnen worden als ‘allen = allen die gekozen hebben’. Maar dat geldt toch net zozeer voor zijn eigen visie! De teksten dwingen ook niet tot zijn visie. Het is maar net wat je uitgangspunten zijn. Wanneer je vertrekt vanuit de visie dat de onwilligen een eeuwige hellestraf wacht, moeten sommige passages worden gematigd. Wanneer je gelooft dat hel en eeuwig niet de betekenis hebben die er traditioneel in gelegd wordt, dan kunnen we “verloren gaan” en “de Redder van alle mensen” gewoon laten staan.

Ik heb veel respect voor Ouweneel hoor. Maar ik voel me meer op mijn gemak bij een bijbelvisie die de tekst laat spreken, zonder vertaalslag van geleerde heren. Jezus beriep zich tenslotte ook op “er staat geschreven” en niet op “er wordt gezegd”…

<< vorige
  1. bas frelink / dec 28 2015

    Op uw studie van 3 okt in Garderen over “dood” heb ik de volgende vraag.
    Als de dood aanvangt scheiden lichaam en geest zich en houdt de ziel op te bestaan net zoals een mens een levende ziel werd volgens gen 2. Er is dus dan geen bewust zijn meer ,maar hoe zit dst dan met de martelaren onder de troon uit openbaring die in hun dood zijn roepen ” hoelang nog Here.enz ,dat doet toch bewustzijn in de dood suggeren. Hoe zit dat? Graag uw reactie. i Zou dat naar m,n email.adres kunnen vr gr Bas frelink

reageer