Skip to content

hoe lang?

Want alzo lief had God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe. – Joh. 3:16

Zie je, goswindeboer.nl, daar staat het. Eeuwig leven. Als je dus niet gelooft, heb je geen eeuwig leven, maar ga je verloren. En als het leven eeuwig duurt, dan het verloren-zijn ook – er is geen daarna. Dat “in Christus allen levend gemaakt worden” uit 1 Kor. 15:22 moet je lezen als “allen in Christus” – allen die in Christus zijn. Of anderen zullen zeggen: “ja, levend gemaakt, dat wel, maar of ze hun nieuwe leventje nu zo aangenaam zullen vinden – Nebukadnessar’s oven is er niets bij”. Oh, en de knieën, daar wordt ook gevarieerd over gedacht: “ha, die knieën zullen buigen, dat geloof ik wel – maar niet van harte” of “reken maar dat ze op hun knietjes zullen vallen van angst en spijt”.

Allemaal begrijpelijke gedachten, maar Johannes stopt niet bij vers 16. Vers 17 volgt er meteen op, en dat vers zegt:

Want God heeft zijn Zoon niet in de wereld gezonden, opdat Hij de wereld veroordele, maar opdat de wereld door Hem behouden worde. – Joh. 3:17

De wereld. Niet alleen de gelovigen. Kennelijk mag je eeuwig leven en behouden worden niet zomaar aan elkaar gelijk stellen. Johannes deed dat in ieder geval niet. Ja, zul je zeggen, Johannes spreekt hier van Gods bedoeling. Het plan was dat de wereld behouden zou worden. Dat betekent niet dat het ook zal lukken. De meeste mensen willen gewoon niet.

…Weet je heel zeker dat je dat wilt blijven denken? Weet je heel zeker dat je God wilt zien als Iemand die wel iets wil, maar wordt overtroefd door menselijke koppigheid, of satan’s tegenwerking – allen schepselen. Zou de Schepper van het universum na Golgotha Jezus’ hand hebben vastgehouden en gespannen gefluisterd: “nu maar hopen dat het lukt”? (lees Jes. 14:24, Jes. 45:23, Jes. 46:10 voor een hint)

Het probleem in deze schijnbaar tegenstrijdige verzen bevindt zich in het woord ‘eeuwig’. In het Nederlands betekent dit woord: zonder begin of einde; altijddurend [vandale.nl]. Als deze betekenis van het woord juist is, dan kan vers 17 inderdaad niet betekenen wat het lijkt te zeggen. Maar als eeuwig niet oneindig is, dan hoeven we vers 16 en 17 niet tegen elkaar uit te spelen. Het is dus cruciaal om een goed beeld te krijgen van de betekenis van dit woord. De kwestie bij het lezen van de bijbel is namelijk niet hoe wij een woord begrijpen. Het gaat erom hoe het woord wordt bedoeld. Pas als we ons begrip afstemmen op de bijbelse betekenis kunnen we verstaan wat we lezen. Laten we eens enkele voorbeelden opzoeken waar het woord eeuwig ook wordt gebruikt, en proberen te achterhalen wat er met het woord wordt bedoeld.

In Lukas lezen we dat het eeuwige leven pas in de komende eeuw zal aanvangen – er is dus een begin aan te wijzen.

of hij zal vele malen meer ontvangen in deze tijd en in de toekomende eeuw het eeuwige leven. – Luk. 18:30

Jona, in zijn dankgebed tot God, gebruikt het woord eeuwig ook (in de Statenvertaling nog goed zichtbaar, in de andere vertalingen met een ander woord overgezet), maar in hetzelfde vers is al duidelijk dat zijn begrip van het woord eindig is:

Ik was nedergedaald tot de gronden der bergen; de grendelen der aarde waren om mij henen in eeuwigheid; maar Gij hebt mijn leven uit het verderf opgevoerd, o HEERE, mijn God! – Jona 2:6 SV

De profeet Jesaja gebruikt het woord ook, maar meteen wordt duidelijk dat ook zijn notie van ‘eeuwig’ niet zonder horizon is (wederom uit de Statenvertaling):

Want het paleis zal verlaten zijn, het gewoel der stad zal ophouden; Ofel en de wachttorens zullen tot spelonken zijn, tot in der eeuwigheid, een vreugde der woudezelen, een weide der kudden. Totdat over ons uitgegoten worde de Geest uit de hoogte; dan zal de woestijn tot een vruchtbaar veld worden, en het vruchtbare veld zal voor een woud geacht worden. – Jes. 32:14,15 SV

Judas spreekt van een straf van eeuwig vuur voor Sodom en Gomorra:

zoals Sodom en Gomorra en de steden in hun nabijheid, die op gelijke wijze als genen haar hoererij hebben botgevierd en ander vlees achternagelopen zijn, daar liggen als voorbeeld, onder een straf van eeuwig vuur. – Judas 7

Ezechiël spreekt echter van een keer in het lot van Sodom:

Uw zusters, Sodom en haar dochters, zullen terugkeren tot haar vorige staat; Samaria en haar dochters zullen terugkeren tot haar vorige staat; en gij en uw dochters zult eveneens terugkeren tot uw vorige staat. – Ez. 16:55

Ook wanneer we bekijken hoe lang Jezus’ koningschap zal duren vinden we een eindig begrip van eeuwig:

En de zevende engel blies de bazuin en luide stemmen klonken in de hemel, zeggende: Het koningschap over de wereld is gekomen aan onze Here en aan zijn Gezalfde, en Hij zal als koning heersen tot in alle eeuwigheden. – Op. 11:15

Want 1 Kor. 15 vertelt dat Jezus zijn koningschap aan het eind zal overgeven aan de Vader:

daarna het einde, wanneer Hij het koningschap aan God de Vader overdraagt, wanneer Hij alle heerschappij, alle macht en kracht onttroond zal hebben. Want Hij moet als koning heersen, totdat Hij al zijn vijanden onder zijn voeten gelegd heeft. – 1 Kor. 15:24,25

Dit zijn maar enkele van de vele voorbeelden in de bijbel waar het woord eeuwig wordt gebruikt in de context van een eindige tijdspanne. Kennelijk duidt het woord dat wij doorgaans vertalen met eeuwig en begrijpen als onbegrensd op een periode met zowel een begin als een eind. De tekst in Openbaringen spreekt zelfs van meerdere eeuwigheden – een absurd gebruik van het woord, als het ‘zonder begin of einde; altijddurend’ zou betekenen. Er is duidelijk iets aan de hand met dit woord en ons gebruikelijke begrip is niet in overeenstemming met het bijbelse gebruik ervan.

Maar wat betekent het woord dan wel? Dat is een vraag voor in een ander artikel. In ieder geval moeten we het bijbelse begrip van het woord eeuwig bijstellen van oneindig naar onbepaald. Voor Jona duurde het drie dagen, voor Sodom en haar dochters en Ofel en de wachttorens duurt het langer en ook Jezus’ heerschappij is langdurig maar wel begrensd in tijd. Onthoud dit: God openbaarde Zich niet in het Nederlands. Voor de betekenis van bijbelse begrippen raadpleeg je beter de bijbel dan de Van Dale.

volgende >>

  1. Bas Frelink / apr 5 2013

    Beste broeder
    M.i.eindigt de genade tijd met de grote verdrukking. Ik denk dat in die tijd nog vele zielen gered worden door Gods oordeel heen, Toch lezen we ook in openbaring dat ondanks de pijnigingen “zij God vervloekten en zich niet bekeerden.” is deze aardse verdrukking niet een schaduwbeeld van het dodenrijk. Ik denk dat alle doden die jezus niet aangenomen hebben in het dodenrijk in meer of mindere mate het evangelie zullen horen (1 Petr 3 en 1 Petr 4 ) en daar in het oordeel inderdaad Jezus aan kunnen nemen ,Zij zullen de straf op het niet aannemen van Gods genade in dat dodenrijk tjdperk moeten dragen. vb Als ik berouw heb in de gevangenis wordt mijn straf ook niet kwijtgescholden , maar zal ik die uit moeten zitten, Toch bestaat ook de mogelijkheid om te weigeren.Zullen deze weigeraars dan niet met de satan in de poel de vuurs of zoiets geworpen worden. waar ook de dood en het dodenrijk in geworpen worden? . Zelf denk ik dat deze periode ook eindig is (tijdperk van onpepaalde tijd) Ik geloof niet dat Gods straf oneindig is dat past m.i niet bij zijn wezen. Ik denk zonder dat schrifttuurlijk te kunnen onder bouwen dat je wezen daar (poel van vuur en zwavel) ophoudt te bestaan. Hoe denk ik over God .God is een bonk dinamische liefde die het inzich heeft om het prachtige leven dat Hij zelf is , aan andere te geven Hij heeft je daarom ook zonder dat je erom gevraagt hebt geschapen Hij doet er alles aan om jouw hieraan deelgenoot van te maken zodat Hij het kan delen. maar je mot niet. Als je ondanks de genade tijd en het oordeel blijft weigeren zegt God uiteindelijk, dan niet.Je zult dan in het uiteindelijke eindoordeel met de satan en de dood in de poel des vuurs en zwavel geworpen en zul je ophouden te bestaan en in dezelfde toestand verkeren als voor je schepping of opnieuw in een onbepaalde tijd terechtkomen? dat weet ik niet. Satan bekeert zich nooit ondanks zijn kennis van God . Dit is mijn gedacht Enige tijd geleden kreeg ik een openbaring van God. Ik worstelde met de gedachte aan die vele lieve mensen die ik ken voor eeuwig in de altoos durende hel zouden komen. Opeens kwam er een stem in mjn gedachte die zei: “Bas er komt nooit iemand in de tweede dood die Mij niet hartstochtelijk haat” dat was het en dat gaf mij rust. Dat is eigenlijk het enige dat ik zeker weet de rest is allemaal eigen gedachte en meningen van andere. Heel mooi hoor maar ook steeds weer bij te stellen. Maar die stem toen dat is een niet meer te stuiten zekerheid. . Gevaar van een tweede kans denkwijze is wel en dat merk ik ook bij mezelf, Ach,het komt in het oordeel wel goed met die of die en de drang om Jezus te prediken wordt minder.of ik ga niet meer prediken over Jezus genade ze moeten het zelf maar weten. Vroeger had ik de vurigheid Ik moet, want anders gaan ze verloren, hel enz.
    De stelling dat God alles weet en ook kan voorspellen en toch emoties heeft laat ik liggen Dan kom je ook weer bij de uitverkiezing en daar zijn bibliotheken over volgeschreven zonder dat de theologen eruit komen Even vanuit mijn menselijke visie .Als ik de aarde zou scheppen en wist dat ik er een zondvloed over zou laten gaan en daar dan weer berouw over heb denk ik, Nu Lieve God had er dan niet aan begonnen, Hier is voor mij het punt dat ik God vertrouw in dingen die ik niet begrijp . Het overgave moment het gefoof moment De zekerheid dat je God kan vertrouwen en dat geloof mag je koesteren en ontwikkelen. Dat is mijn levenkracht Prijs God.
    Goeten en zegen, Bas Frelink Purmerend

  2. goswindeboer.nl / apr 6 2013

    dag Bas

    Bedankt voor je reactie en je persoonlijke gedachten. Je hebt nogal wat geschreven waar ik even op in wil gaan, dus hou je vast. Het kon wel eens een flink verhaal worden.

    We leven nu inderdaad in de genadetijd. Een term die volgens mij terug te voeren is op de ‘bedeling van de genade’ (Ef. 3:2 SV) die aan Paulus werd gegeven. Die is eindig. En de bedeling die volgt, de huishouding van het Koninkrijk, zal inderdaad beginnen (en eindigen) met fikse oordelen.

    Ik geloof niet dat er mensen in het dodenrijk tot bekering kunnen komen. De teksten die je aanhaalt uit 1 Pet. gaan over geesten (3:18-20) uit de tijd van Noach. Mensen worden nooit geesten genoemd in de bijbel. Ik denk dat dit gaat over de engelen van 2 Pet. 2:4 uit de tijd van Noach. Die worden gevangen gehouden in de afgrond (Tartarus). En Jezus preekte tegen hen nadat hij was opgewekt. Kijk maar naar het begin van vers 19:

    […] Hij, die gedood is [naar het] vlees, maar levend gemaakt [naar de] geest, in welke Hij ook heengegaan is en gepredikt heeft – 1 Pet. 3:18b-19

    De woorden “naar het” en “naar de” staan niet in de grondtekst. In 1 Pet. 4:1 en 4:4 precies het zelfde woord voor vlees (ook in het Grieks identiek) weergegeven met “in het vlees”, dus zo kun je het ook lezen. En als we de tekst lezen met “in het vlees” en “in de geest”, dan snap je waarom ik het “in welke” heb vetgedrukt: Jezus heeft gepreekt in de geest in welke Hij werd levendgemaakt.

    1 Pet. 4:6 spreekt van doden die een evangelie horen. Maar dat betekent niet dat ze dood zijn op het moment dat ze dat evangelie horen (de verleden tijd in het Nederlands staat niet in de grondtekst). Net als de doden die geoordeeld worden in Openbaring: ze worden doden genoemd bij de opstanding voor het oordeel (Op. 20:12). Ze waren dood. Maar bij het oordeel zijn ze opgestaan.

    Oordeel is geen evangelie. Het evangelie dat de doden uit 1 Petrus zullen horen is dan ook niet het oordeel (er is niks blij aan zo’n boodschap), maar de levendmaking:

    Want daartoe is aan de doden het Evangelie verkondigd, opdat zij wel geoordeeld werden naar de mens in het vlees, maar ook zouden leven naar God [in de] geest. – 1 Pet. 4:6

    Zij zullen geoordeeld worden, zeker (het “geoordeeld werden” staat opnieuw in de grondtekst niet in de verleden tijd). Maar desondanks zullen ze leven. Het oordeel, weten we, eindigt voor velen in de dood – de tweede dood. Maar hier zien we dat het uitzicht, het evangelie voor hen, is dat ze zullen leven. Misschien niet tijdens het Koninkrijk, maar toch. Leven zullen ze.

    [Het “in de” is opnieuw een toevoeging, vergelijkbaar met hierboven. Het mag dus ook best als “naar de”, “door de” of “in” gelezen worden. Ik heb een voorkeur voor de laatste: de doden zouden leven “in geest”. Net zoals Jezus eens werd opgewekt in een geestelijk lichaam (1 Kor. 15:44,45)]

    En daarmee heb ik denk ik ook geantwoord op jouw vraag over het weigeren. Het gaat om het leven. Mensen worden levendgemaakt. Je zei al, ons huidige leven hebben we om niet gekregen, daar hebben we niet om gevraagd – of het kunnen weigeren. Zo is het met het toekomstige leven ook. Een dode heeft daar geen inspraak in. Voor enkele andere gedachten over het dodenrijk kun je deze serie eens doorbladeren [link]. En over de tweede dood en de poel van vuur heb ik net nog een stuk geschreven [link].

    Over Satan ben ik nog lang niet uitgedacht. Zijn bekering staat niet in de bijbel. Zijn oordeel wel (Op. 20:10). Wat er daarna met hem gebeurt weet ik niet, maar de laatste vijand die ooit onttroond wordt, wordt in de bijbel bij name genoemd. En dat is niet de Satan, maar de dood (1 Kor. 15:26). De Satan is dus tegen die tijd geen vijand meer…

    Zonder je persoonlijke verhaal in twijfel te willen trekken of iets aan je rust te willen afdoen moet ik toch een beetje kritisch zijn. Want de bijbel vertelt welke voorwaarde er geldt voor de tweede dood (zie opnieuw het artikel hierboven). Er staat niet veel over in de bijbel, maar juist dat weinige is het enige wat we zeker kunnen weten. Bouw je geloof op wat er staat, niet op wat er klinkt – zelfs niet in je hoofd. Een stem in je gedachten moet je ook toetsen aan het woord. Misschien zijn het allemaal haters die de tweede dood zullen meemaken. Ik weet het niet. Het staat er niet…

    [Ik ben zo voorzichtig met zulke persoonlijke “woorden van de Heer”, omdat ze vaak worden gebruikt om dingen mee te verkondigen die haaks staan op de bijbel. Niet dat jij dat doet hoor! Maar hoeveel boeken en video’s zijn er niet van mensen die een “backstage arrangement” hebben gekregen en in de hemel en de hel mochten gluren, bijvoorbeeld. En daarover de meest fantastische (of gruwelijke) dingen zeggen of schrijven die niet kloppen met de bijbel. Toch worden de getuigenissen als onbetwijfelbaar neergezet, want het is toch een “woord van de Heer”. De Heer zal zichzelf niet tegenspreken, dus woorden van wie dan ook (de mijne, de jouwe en die van de dominee) moeten we leggen naast de bijbel. Dat is onze enige houvast.]

    Over de tweede kans-denkwijze heb ik ook al eens wat geschreven. Zie bijvoorbeeld dit artikel [link], of deze twee RE:post artikelen [link] en [link]. Maar inderdaad, de hel is nooit een goede motivatie voor evangelisatie. De liefde zou de drijfveer moeten zijn (2 Kor. 5:14), niet de angst!

    Je hebt gelijk dat er over veel bijbelse onderwerpen heel divers gedacht en vaak vurig getwist wordt. Maar dat zou je niet moeten weerhouden om zelf te blijven zoeken. Jezus beriep zich ook op “er staat geschreven” en niet op “er wordt gezegd”. Blijf kritisch en lees en denk mee. Ook met mij.

    Maar, en dan kom ik terug op jouw rust, doe dat inderdaad vanuit vertrouwen op God. Hij is GOED. Hij kan ALLES. Hij houdt van IEDEREEN. De levendmaking zal volgen op de sterfelijkheid (1 Kor. 15:54-56). Voor elke sterveling. Maar niet in één keer. De zonde is de prikkel van de dood, maar de dood zal eens verdwijnen. De zonde dus ook. Niets kan ons scheiden van de liefde van God (Rom. 8:38,39). Het komt GOED, want Hij is GOED! Dat geeft rust, nietwaar?

    Kun je hier wat mee?

reageer