Skip to content

magisch

Dit is het eerste deel uit een serie over de Ster van Bethlehem.

[UPDATE] Ik heb de bewegingen van Jupiter ten tijde van Jezus’ geboorte gesimuleerd met een sterrenkundig programma en er een video-presentatie van gemaakt. Vrijwel alle beweringen uit deze artikelenserie kun je nu voor je ogen zien gebeuren: [YouTube].

Deze tijd van het jaar is een tijd als geen ander voor verhalen. En van alle verhalen die verteld worden is het meest gehoorde verhaal misschien wel dat van de geboorte van Jezus. Zelfs mensen die weinig tot niets van het christendom af weten zijn vaak nog wel bekend met het kerstverhaal. Voor hen is het natuurlijk niet veel meer dan folklore, traditionele vertellingen van vroeger, maar bekend is het wel.

Als we eerlijk zijn is het verhaal eigenlijk ook grotendeels een volksvertelling – althans de versie die we in de kinderbijbels vinden. Want er is geen sprake van een stal vol met dieren – de bijbel noemt alleen een kribbe. Ook kwamen de wijzen niet bij de pasgeboren baby Jezus, zoals de herders. Ze kwamen pas veel later, toen Jezus al een peuter was. Hoevéél wijzen er waren is ook niet bekend, maar de kinderbijbel toont er steevast drie. En de ezel waar Maria op zou hebben gezeten tijdens de lange reis naar Bethlehem vind je ook niet terug in de bijbel. Zelfs de datum in december staat hevig ter discussie. Je zou haast denken dat er niks van klopt, van dat hele kerstverhaal, maar het tegendeel is waar.

Ook zonder deze romantische opsmuk is het nog steeds een bijzonder verhaal –magisch bijna. De onbevlekte ontvangenis, het engelenkoor in de nacht en de onwaarschijnlijke beschrijving van de Ster van Bethlehem. Je zou dit natuurlijk, net als het voorgaande, kunnen afdoen als vertelkunst – mooie verhalen die we ieder jaar blijven herhalen. Maar in tegenstelling tot de kerststalletjeskennis zijn deze bijzonderheden wel terug te vinden in de bijbel. Alle reden om deze eens nader te onderzoeken. Hoe weten we zeker dat het verhaal waargebeurd is? Kunnen we bewijzen vinden? In de aanloop op kerst wil ik het kerstverhaal eens onder je aandacht brengen.

Van de verwekking van Jezus is nu natuurlijk geen tastbaar bewijs te leveren buiten de beschrijving van de bijbel. En van een engelenkoor dat de nachtelijke hemel van Bethlehem destijds verlichtte ontbreekt nu vanzelfsprekend ook elk spoor. Maar de sterrenhemel, die kennen we aardig. We weten waar de hemellichamen zich bevinden, en we kennen hun banen. En met de huidige hulpmiddelen kunnen we die moeiteloos terugrekenen naar de sterrenstanden van vroeger. We kunnen de sterrenhemel terughalen zoals die er uit zag in bijbelse tijden, op de plaatsen van de bijbelse gebeurtenissen. We  kunnen zien wat de Magiërs zagen toen ze de nachtelijke hemel aftuurden. En dat brengt fascinerende vondsten, zoals je in de komende weken zult ontdekken.

Maar om te begrijpen wat we zien moeten we nog een beetje kinderbijbelkennis kwijtraken, namelijk dat de ster zomaar zou zijn verschenen. Zo’n magische ster zou immers niet hoeven te blijven hangen na de geboorte. Dan zou van de Ster van Bethlehem ook geen spoor te vinden zijn met onze huidige modellen. Nee, het verhaal is betoverend genoeg zonder de verschijning van een toverster. We zullen ontdekken dat God geen nieuwe ster hoefde te maken. De Ster van Bethlehem was er al sinds de schepping, en is ook na de geboorte gewoon gebleven. Maar voor die opzienbarende inzichten wil ik graag iemand anders aan het woord laten. Iemand die het onderwerp tot in detail heeft bestudeerd.

De komende zondagen deel ik enkele fragmenten van het boek “the Star that astonished the World” van wijlen dr. Ernest L. Martin met je. In deze overtuigende presentatie identificeert hij welk hemellichaam de Ster van Bethlehem van weleer is. Ik neem je mee langs de hoofdargumenten uit zijn boek. Maar vandaag, de eerste adventszondag, gaan we naar het begin van het kerstverhaal. Nog vóór de herdertjes, nog vóór de Ster. Ik wil dr. Martin eerst aan het woord over de wijzen (Magiërs) uit het Oosten. Want als we weten wie deze mannen waren, begrijpen we ook waarom ze op basis van de sterrenhemel naar Israël afreisden.

[De onderstaande tekst is vertaald vanuit het Engels, maar het is slechts een greep uit de gehele tekst van het boek. Omwille van de leesbaarheid geef ik niet steeds met puntjes (…) aan waar ik een stuk oversla, maar wees je er bewust van dat de originele tekst uitgebreider is dan hieronder. Dit artikel bevat de hoofdargumenten uit hoofdstuk 2 van het boek (het hele boek is hier in het Engels te lezen)]

Het evangelie van Mattheüs stelt eenvoudigweg dat astrologen uit het oostelijke deel van de wereld kwamen om eer te bewijzen aan de pasgeboren Koning van de Joden en hem de gebruikelijke geschenken te geven die nieuwe koningen doorgaans ontvangen. Het verslag in het Nieuwe Testament betekent niet dat de schrijver van het Evangelie van Mattheüs de principes van de astrologie wilde aanbevelen, want er zijn bijbelpassages die deze religieuze gebruiken verbieden die Mattheüs ongetwijfeld kende (Jes. 47:13, Dan. 1:20; 2:27). Maar met het vermelden van hun tocht naar Jeruzalem toonde Mattheüs aan dat de Magiërs zelf gedreven werden door symbolische principes die erg serieus werden genomen door de wereldbevolking van die tijd.

De beschrijving van deze gebeurtenis in Mattheüs toont aan dat hij deze Magiërs niet als bedriegers of kwakzalvers beschouwt. Toen de Magiërs in Jeruzalem arriveerden met het bericht dat ze de ster van de nieuwgeboren Joodse koning hadden gezien was Herodus ontsteld “en geheel Jeruzalem met hem” (Mat. 2:3). Omdat de Magiërs professionele astronomen en astrologen waren, was de vermelding van hun bezoek in Jeruzalem Mattheüs’ manier om het getuigenis te ondersteunen met wetenschappelijke autoriteiten om de koninklijke geboorte van Jezus te bevestigen.

Er is een behoorlijke hoeveelheid eerdere informatie over de Magiërs van het Oosten. De oude historicus Herodotus vertelt ons dat ze oorspronkelijk één van de zes stammen van de Meden waren (Herodotus, I.101; Pliny, Natural History, V.29.), een priesterorde vergelijkbaar met de Levieten bij het volk Israël. In hun vroege historie was het de taak van de Magiërs om de koningen van de Meden, de Perzen en de Babyloniërs te voorzien met wat zij als goddelijke informatie zagen over de dagelijkse overheidszaken. Omdat ze op religieus en politiek gebied zeer hoog werden geacht door de volken in het Oosten (Diogenes Laertius, IX.7.2.), waren ze in staat in de 6e eeuw voor Christus zelfs enkele regeerders ten val te brengen (Herodotus, III.61sq.). Hun rol in het interpreteren van goddelijke zaken voor koningen en regeerders wordt ook in de bijbel vermeld. De profeet Daniël werd in de tijd van Koning Nebukadnessar benoemd tot “hoofd der geleerden, bezweerders [lett: Magiërs], Chaldeeën en waarzeggers” (Dan. 5:11). De profeet Jeremia vermeldt dat een gezaghebber onder de Magiërs Rab-Mag werd genoemd (Jer. 39:3, 13 – zie Hebreeuws).

De profeet Daniël moet wel aangesteld zijn tot dit hoge ambt. Misschien verklaart de verbroedering van Daniël met de vroegere Magiërs waarom de Magiërs een Joodse koning verwachtten aan het einde van de eerste eeuw [voor Christus – GdB].

Josephus, de Joodse historicus die leefde in het laatste deel van de eerste eeuw, noemde een overtuiging onder de Joden dat deze profetie van Daniël tegen het einde van die eeuw in vervulling zou gaan. Josephus zei dat het werd geschreven “in de heilige boeken” dat “iemand uit hun land heerser over de wereld [zou] worden” (Josephus, Oorlog VI.312,313)

Ongetwijfeld waren de Magiërs uit Mesapotamië op de hoogte van deze profetische indicaties bij de Joden. Hedendaagse wetenschappers herkennen een grote mate van vermenging van de geloven tussen de Joden en de Magiërs in deze tijdsperiode. Dit vanwege hun verbondenheid sinds de zesde eeuw voor Christus. Zelfs de Romeinen waren op de hoogte van de profetieën van Daniël.

Deze vroege profetische overtuigingen van de Joden, Romeinen en Magiërs waren belangrijk voor de mensen uit die tijd. En het gebruik van astrologische interpretaties bij het evalueren van historische gebeurtenissen was in die dagen op een hoogtepunt. Dus toen de Magiërs als professionele astrologen meenden de “Ster” van een Joodse koning te zien, was dat voor hen een zeker teken om naar Jeruzalem te reizen met hun geschenkenom aan de nieuwgeboren koning te geven.

Het is interessant dat de schatten die de Magiërs brachten (goud, wierrook en mirre) de belangrijkste geschenken waren die in de Griekse vertaling van Jesaja 60:6 vermeld werden die buitenlandse koningen eens zouden brengen naar de Messiaanse regeerder. De traditie dat er maar drie Magiërs zouden zijn, komt van de aanname dat elke Magiër één geschenk zou geven. Niemand weet hoeveel Magiërs er naar Jeruzalem afreisden, maar sommige tradities melden er zelfs twaalf. We kunnen niet weten hoeveel het er precies waren of hoeveel mensen er in hun gevolg waren.

Hoe dan ook, deze gerespecteerde Magiërs kwamen naar Jeruzalem met goud, wierrook en mirre, de gebruikelijke gaven voor onderdanige natiën aan hun meerderen (Gen. 43:11; Ps. 72:15; 1 Kon 10:2, 10; 2 Kron. 9:24; Hoogl. 3:6; 4:16). De Magiërs kwamen in dit geval eerbetoon brengen aan een nieuwe Joodse koning. Ze moeten zich hebben gerealiseerd dat hen meer dan een gewone koninklijke geboorte stond te wachten. Ze hadden ongetwijfeld de profetische overtuigingen van de Joden, Romeinen en anderen in gedachten dat er een wereldheerser zou komen vanuit het volk van Abraham in de regio van Palestina.

Het Nieuwe Testament vertelt ons dat de hoofdreden dat de Magiërs naar Jeruzalem afreisden “zijn Ster” was. Welke ster zou dat hebben kunnen zijn? Er was een interessante conjunct (planeten die heel dicht bij elkaar komen te staan, soms zelfs tot ze samen één lijken te worden – GdB) van Jupiter en Saturnus in het jaar 7 voor Christus, waarmee Mars een driehoeksverband maakte in 6 voor Christus. Maar de planeten waren nog minstens twee maandiameters van elkaar verwijderd en zouden nooit kunnen worden beschouwd als één ster. In de jaren 5 en 4 voor Christus gebeurde er niks op astronomisch gebied wat iemand zou doen afreizen naar Jeruzalem. Maar in 3 en 2 voor Christus bruiste de hemel van astronomische tekens en wonderlijke schouwspellen. Het is goed mogelijk dat de gebeurtenissen uit deze periode de Magiërs deed vertrekken naar Jeruzalem.

volgende >>

reageer