Skip to content

feest

Dit is het vijfde en laatste deel van een serie over de Ster van Bethlehem. Klik hier voor het eerste deel. De tekst is een selectie uit het boek “the Star that Astonished the World” van dr. Ernest L. Martin, vertaald vanuit het Engels.

De bijbel vertelt ons dat Jezus geboren was uit een maagd. En precies op 25 december, 2 voor Christus “stopte” Jupiter in het onderlijf van het sterrenbeeld Maagd (in het midden van het sterrenbeeld). Dit is precies de plel waar een vrouw een kind draagt tijdens de zwangerschap. Op die dag staakte de “koningsplaneet” zijn zijdelingse beweging door de sterren en bleef ongeveer 6 dagen stationair. In die dagen week de planeet niet meer dan een veertigste van een maandiameter in de lengterichting af van de positie op 25 december. Voor een waarnemer op aarde leek de planeet volkomen stil te staan in het midden van Maagd. Dit zou een belangrijke constatering zijn voor astrologen. Zij zagen de winter zonnewende als het begin van de nieuwe Zon. In de meeste gebieden op aarde werd het gevierd als de “geboorte” van de “heerser van de hemel”. En net op die dag stond de “koningsplaneet” stil in de middenstreek van Maagd.

Op 25 december, 2 voor Christus, op de gebruikelijke tijd voor de ochtendobservaties van de Magiërs stond Jupiter op meridiaanpositie (direct boven  Bethlehem) op een hoogte van 68 graden boven de zuidelijke horizon. Deze positie maakte dat de planeet recht boven Bethlehem scheen terwijl het stilstond tussen de sterren. Wat een bijzondere samenloop van omstandigheden was dat. En ook al heeft deze periode niks te maken met de werkelijke geboorte van Jezus, […], het zou de tijd kunnen zijn dat de Magiërs hun geschenken aan Jezus gaven.

Merkwaardig genoeg, toen Jupiter “stilstond” boven Bethlehem, stond de zon ook stil. Iedereen weet dat 25 december de tijd is van de winter zonnewende. Professor Eliade, door velen beschouwd als de belangrijkste autoriteit op het gebied van vroegere en tegenwoordige religieuze gebruiken heeft getoond dat in de oudheid dit aanbreken van het Nieuwe Jaar (de zonnewende periode) als de symbolische inwijding van een nieuwe tijd werd beschouwd (Eliade, Cosmos and History, 51-62). De Magiërs zouden zeker op de hoogte zijn van deze wijdverbreide overtuiging. En hier waren ze, na hun lange reis met hun dure geschenken voor de nieuwgeboren Koning, toen ze zagen dat de zon (de ultieme Vader) “stilstond” in de hemel terwijl Jupiter (de koningsplaneet) ook “stilstond”. Deze gegevens passen perfect in het verslag van Mattheüs.

De Magiërs, zelf heidenen, zouden deze astronomische relaties vanuit hun eigen religieuze gezichtspunt benaderen. Bijna alle niet-Joodse gemeenschappen legden grote nadruk op de wedergeboorte van de “zonnegod” bij iedere winter zonnewende, en er bestonden vele religieuze festiviteiten om dat te vieren. Joden zouden deze tijd van het jaar echter niet zo hebben gezien. De meeste Joden verafschuwden deze heidense feesten van de winter zonnewende, of van welk jaargetijde dan ook. Zij konden wijzen op de profeet Jeremia die de Joden gebood nooit gehoor te geven aan de heidense gebruiken rondom de zonnewende of nachtevening in het jaar (Jeremia 10:1-4).

Opmerkelijk genoeg was het toch een tijd van grote feestelijkheden voor de hele Joodse natie. Het bleek precies de tijd te zijn voor het Chanoeka feest. Dit was een feest wat de Joden vierden aan het begin van de winter en het wordt in het Nieuwe Testament vermeld als het “feest van toewijding” (Joh. 10:22). Het begin van de acht dagen van feestelijkheden kan soms zo vroeg als 28 november beginnen of soms pas zo laat als 27 december. De Joodse maanden kunnen wel tot een maand verschillend lopen met de zonnekalender die we tegenwoordig gebruiken. Maar voor het jaar 2 voor Christus weten we dat het feest op 23 december begon. De Magiërs zouden hun gaven aan het nieuwgeboren kind hebben gegeven op de derde dag van het Joodse feest. Dit zou een interessante en symbolische tijd zijn geweest om hun geschenken te presenteren aan degene die zij beschouwden als de messiaanse koning die de Joodse natie verwachtte. Dit omdat Chanoeka een tijd was van geschenken.

De Magiërs zouden de hele Joodse natie in feeststemming vinden. En alsof zij aan de feestelijkheden zouden deelnemen gaven deze oosterse priesters hun geschenken aan het jonge kind in Bethlehem op de derde dag van het feest. Dit was een tijd van opgewekte stemming voor het Joodse volk en het hele landschap rondom Jeruzalem en Bethlehem zou verlicht zijn geweest met veel lichtjes. Interessant genoeg is dit precies de tijd waarop het gebruikelijk was voor Joodse mensen om hun kinderen geschenken te geven (J.S. Rockland, The Hanukkah Book, passim). Vanuit het Joodse gezichtspunt zou er geen betere tijd voor de Magiërs zijn geweest om hun geschenken te geven dan deze periode van Chanoeka.

De Joden zouden deze tijd niet zien als gewijd aan de wedergeboorte van de zonnegod. Voor hen zou het precies het tegenovergestelde  betekenen. Voor de Joden was dit de tijd dat ze de overwinning op de afgodendienst van de heidenen vierden en de hernieuwde toewijding van hun levens aan de God van Abraham en Mozes. Het is interessant dat bij de komst van de Messias een permanente verwijdering van afgodsdienst uit de wereld in het Oude Testament werd voorspeld.

Ongetwijfeld weken de symbolische implicaties van deze astronomische en kalenderaangelegenheden van het jaar 3 en 2 voor Christus voor de Joden af van die van de heidense priesters, de Magiërs. Hoe dan ook, we moeten wel begrijpen dat de Joden ook onder de indruk zouden zijn geweest, net als de heidenen, van het hemelse schouwspel in dat jaar. Zij waren zich wel degelijk bewust van de tekst van Genesis 1:14 over de legitimiteit van de hemelse tekens. We weten nu door recente ontdekkingen in de literatuur dat de Joden in de eerste eeuw zeer geïnteresseerd waren in de interpretaties rondom de bewegingen van de hemellichamen. Het is zeker dat er vele Joden zijn geweest die speurden naar hemelse tekens die de komst van de verwachte Messias zouden aankondigen.

Wat we in deze unieke kalenderomstandigheid ontdekken is dat de Joden Jezus als de Messias zagen omdat de Magiërs hun geschenken gaven midden tijdens het feest van Chanoeka, terwijl de heidenvolken van de wereld door de Magiërs werden vertegenwoordigd in hun tijd van zonnewende feestelijkheden. Het is bijzonder dat juist in dat jaar de feestelijkheden van de Joden en de heidenen samenvielen.

Natuurlijk kan het zo zijn dat de astrologische interpretaties die in dit boek worden gemaakt niet overeenstemmen met de uitleggingen van de Magiërs. Alleen zij zelf zouden het beste kunnen vertellen wat hen ertoe dreef om naar Jeruzalem te gaan. De Joden die de Magiërs hun geschenken zagen overhandigen zouden daar mogelijk ook geen symbolische messiaanse betekenis aan hebben gegeven, ook al viel het moment samen met Chanoeka. Want zeg nou zelf, niemand van ons was er bij, we kunnen er niet dogmatisch over worden. Astrologische interpretatie is een heel subjectieve bezigheid en zelfs de astrologen van vandaag zijn niet zeker van alle astronomische betekenissen die men in de oudheid erkende. Maar al deze onzekerheden ten spijt, de sterrenkundige verschijnselen in het jaar 3 en 2 voor Christus hebben wel degelijk plaatsgevonden.

<< vorige

  1. Jelle / dec 11 2014

    Hoi Goswin,

    Aardige serie, maar er wordt wel heel veel symboliek door elkaar gehaald. Bijvoorbeeld het sterrenbeeld Leeuw met de leeuw van Juda. Voor Amerikaanse evangelicals natuurlijk de eerste associatie, maar voor astrologen uit Mesopotamië ?

    Wat me hier opvalt is het verwijzen naar 25 december als geboortedatum van Jezus. Niet alleen ontbreekt daarvoor een bijbels fundament, het is in het licht van de herders in het veld zelfs hoogst onwaarschijnlijk.

  2. goswindeboer.nl / dec 21 2014

    He Jelle, hier dan mijn antwoord op jouw tweede reactie. Deze serie is een greep uit de tekst van een boek van Ernest L. Martin. Zijn redevoering is veel uitgebreider dan ik heb kunnen weergeven. Over de kennis van de Magiërs doet de schrijver een suggestie die ik wel heb meegenomen, namelijk in het eerste artikel van de serie (link). E.L. Martin suggereert dat de Magiërs bekend geworden zijn met de Joodse symboliek (en messiasverwachting) via Daniël.

    De datum van 25 december wordt niet gepresenteerd als de datum van de geboorte van Jezus, maar van het bezoek van de Magiërs. Waarschijnlijk kwamen zij meer dan een jaar later nadat Jezus geboren was. In Mat. 2:11 vinden ze Jezus in een ‘huis’ (niet meer in de stal) en het grieks achter ‘kind’ van vers 11 (paidion) wordt ook algemeen begrepen als een kind (tot een jaar of 7 oud), niet een baby. Denk ook weer aan de opdracht van Herodes dat de kinderen tot 2 jaar oud moesten worden omgebracht.

    In een ander schrijven maakt Ernest L. Martin zich sterk voor een geboortedatum in september (de argumentatie in het kort heb ik hier eens vertaald, het hele argument vind je verderop in het boek waar ik deze artikelen ook uit heb samengesteld, zie hier voor de webversie). Ik weet niet of ik helemaal met hem mee kan gaan, maar zijn argumentatie is erg interessant. Hij legt tegelijkertijd een astronomische en een historische puzzel, en ze passen heel aardig op elkaar. Hij heeft bijvoorbeeld een heel interessante visie op de telling / registratie van Lukas. Deze plaatst men historisch doorgaans enkele jaren ná de geboorte van Jezus (en men trekt daarmee opnieuw het verslag van een bijbelschrijver in twijfel).

    Hoe dan ook, er is vast wel het een en ander mis met de weergave van E.L. Martin rondom de ster van Bethlehem en de geboorte van Jezus, maar de misser van 25 december maakt hij niet.

reageer