Skip to content

verwarring

Dit is het laatste deel van een serie over geloof en eeuwig leven. Klik hier voor het eerste artikel.

Besef je wat je hier zegt, goswindeboer.nl? Als ‘aion’ eindig is zoals jij veronderstelt, dan is het eeuwige leven dus ook eindig. Oh, en dan is volgens jou redenatie de eeuwige God ook eindig. Hou toch op! Dit soort gegoochel lost niets op, je creëert alleen maar verwarring.

Het is inderdaad verwarrend, maar dat komt omdat het anders is dan je geleerd hebt. Consistentie kan moeilijk verwarrender zijn dan de divergentie die we nu in onze bijbel aantreffen. Het is met een concordante vertaling niet ineens zonneklaar wat de bijbel allemaal te vertellen heeft. Dat vergt levenslange studie – niet anders dan voorheen. In ieder geval laat je je gedachten vormen door wat er staat, en niet door wat een ander meent dat er wordt bedoeld. De tegenwerpingen hierboven wil ik eens kort belichten, omdat ze veelgehoorde bezwaren zijn tegen het pragmatisch vertalen van het woord ‘aion’.

Het eeuwige leven, of leven van de eeuw, is inderdaad eindig. Niet zozeer omdat het leven ophoudt, maar omdat er aan de eeuwen een einde komt (Heb. 9:26). Aan het einde van de rit is de laatste vijand, de dood, verslagen (1 Kor. 15:26). Wat overblijft is leven, lijkt me. En nu niet meteen roepen: ja, de eerste dood, die wordt verslagen. De tweede dood (Op. 20:14) niet! Zo maak je van God een soort verzekeraar – algehele dekking beloven en als het er op aan komt klooien met de terminologie. Dood is dood, leven is leven, laten we de boel niet verwarren.

De eeuwige God (Rom. 16:26), of God van de eeuwen, is ook een begrensd begrip. Wederom niet omdat God begrensd is – dat zit in het God-zijn inbegrepen – maar omdat de eeuwen begrensd zijn. Ze hebben een begin (Heb. 1:2 – wereld = aionen) en een eind (1 Kor. 15:24), maar er was ook een vóór de eeuwen (1 Kor. 2:7, 2 Tim. 1:9, Tit. 1:2) en er komt een ná de eeuwen (1 Kor. 15:28 – het alles in allen begint pas als de eeuwen eindigen). Was God er al vóór de eeuwen? Lijkt me wel, Hij heeft ons geroepen vóór de eeuwen. Zal Hij er zijn na de eeuwen? Natuurlijk, Hij is dan alles in allen. Vergelijk de uitdrukking “de Here der ganse aarde” uit Zacharia 4:14. Niemand zal op basis van deze tekst concluderen dat de hemel buiten Gods bestuur valt, toch? Of deze veelgehoorde expressie: “de God van Abraham, Isaäk en Jakob”. Hieruit volgt toch niet dat God alleen de God van deze drie heren is? Het is een uitdrukking ter identificatie, niet ter kwalificatie. God is de God van alles, ook van de eeuwen.

Er wordt vaak gezegd, wanneer je je gaat verdiepen in de eeuwen, dat je lichtvaardig omgaat met Gods gerechtigheid, dat je de ‘eeuwige straf’ bagatelliseert. Het zou mensen aansporen om te denken dat het niet uitmaakt wat ze doen, omdat ze er toch wel komen. Zonde tegen de Eeuwige verdient niets minder dan een eeuwige straf, zo wordt er geredeneerd. Een begrijpelijke gedachtegang, maar wederom, wanneer de bijbel spreekt van een einde aan de eeuwen, dus ook die van de straf, dan geloof ik dat liever. Ik zou zelfs kunnen tegenwerpen dat Jezus dan niet onze straf gedragen heeft, want Hij was, opgezadeld met de zonde van de hele wereld, al na drie dagen weer opgestaan. Ja, zegt men dan, Jezus’ straf was kwalitatief gelijkwaardig aan eeuwig, al kwam het kwantitatief niet uit de verf. Een onnodige en verwarrende constructie als je het mij vraagt.

Ik denk niet lichtvaardig over de gerichten die de aarde en de mensheid nog te wachten staan. Ik ontken geen van de voorzegde calamiteiten die de bijbel beschrijft. Ik constateer alleen dat de bijbel ons vertelt dat er een daarna volgt. Dat er na de komende eeuw, nog een eeuw komt en zelfs een ‘na de eeuwen’. God is nog niet klaar met de schepping – zijn ‘eeuw-ige Plan’ (Ef. 3:11) is nog niet af. God heeft de tijd – sterker nog, Hij maakt de tijd!

P.S. Ik ben me bewust van het feit dat er in theologische kringen ook andere meningen over de eeuwigheid circuleren, maar geen van deze haalt de kansel. Het onderwijs van de kerk leert onomwonden oneindigheid en daar richt ik mijn bezwaren tegen. De Van Dale is misschien een twijfelachtige bron voor de bepaling van theologische begrippen, maar ze weerspiegelt wel de algemeen geaccepteerde christelijke visie.

[Ik heb later nog een uitvoerig artikel geschreven over de eeuwigheid (hier)]

<< vorige

  1. J.A. van Lunteren / sep 3 2011

    Dit artikel vind ik wazig en verwarrend voor wat betreft het woord “eeuwig”.

    Ik geloof zonder meer dat het eewig leven dat wij door het geloof in Jezus
    Christus ontvangen letterlijk EINDELOOS dus ZONDER EINDE zal zijn!
    Immers in 1 Tess : 4 staat “en zo zullen wij altijd bij de Here blijven”.
    Aan het eewige leven komt dus mijns inziens nooit een einde.
    In andere plaatsen van de Bijbel kan “eeuwig” inderdaad “voor een bepaalde
    tijd” betekenen. In Openbaring wordt ook de uitdrukking gebruikt: van eeuwig-
    heid tot eeuwigheid”In het Engels “ever and forever” gebruikt.

    Jan Anne van Lunteren

  2. goswindeboer.nl / sep 4 2011

    dag Jan Anne

    Bedankt voor je reactie. Het spijt me dat ik niet geslaagd ben in mijn poging wat duidelijkheid te scheppen rondom het woord ‘eeuwig’. Ik zal hieronder nog een paar gedachten geven die je misschien kunnen helpen om het woord beter te begrijpen.

    Dit artikel is het laatste van een serie, waarin ik heb laten zien dat de bijbel het achterliggende Griekse woord vaak gebruikt voor een duidelijk afgebakende periode. Die andere artikelen heb je vast ook al gelezen, dus je hebt enkele van de bewijsteksten gezien. Je herkent ook dat er meerdere eeuwen (eeuwigheden) zijn, vanuit het taalgebruik in Openbaring. Dat is een goed vertrekpunt.

    Er kunnen alleen maar meerdere eeuwigheden zijn, als ze begrensd zijn. De ene eeuwigheid houdt op en de volgende begint. Ik kan me voorstellen dat dat in eerste instantie een schok kan zijn. Zoals de bijbel het woord ‘eeuwig’ gebruikt, betekent het niet ‘eindeloos’. Maar, vraag jij je terecht af, hoe zit het dan met het eeuwige leven?

    Allereerst: taalkundig is eeuwig afgeleid van het woord eeuw. Net zoals jarig is afgeleid van jaar, en vochtig van vocht. De afleiding wijst naar het zelfstandig naamwoord waar het bij hoort. Het heeft geen eigen betekenis, maar leunt volledig op de betekenis van het woord waar het naar wijst. Vochtig wijst naar vocht, jarig wijst naar een jaar, eeuwig wijst naar een eeuw. Dat is in het Grieks niet anders. In ons geval is ‘eeuw’ niet een periode van 100 jaar, maar wél een periode. Een begrensde periode. Dat heb je in de voorgaande artikelen gezien.

    Wat is dan eeuwig leven? Dat is leven in de eeuw. Meer niet. Wat voor leven, en in welke eeuw, moeten we zien te ontdekken uit andere bijbelpassages. Dat kun je niet uit de term ‘eeuwig leven’ halen. Laten we beginnen met ‘eeuwig’. Ik had de tekst uit Lukas al laten zien waar staat:

    of hij zal vele malen meer ontvangen in deze tijd en in de toekomende eeuw het eeuwige leven. – Luk. 18:30

    De eeuw waar ‘eeuwig’ naar wijst is dus de eeuw die volgt op deze huidige. De eeuw die ook wel bekend is als “het Millennium” of “het duizendjarig rijk”. Mensen die het eeuwige leven ontvangen zullen leven in deze toekomende eeuw. Dit in tegenstelling tot de rest van de mensen die gestorven zijn, want in Openbaring lezen we:

    De overige doden werden niet weder levend, voordat de duizend jaren voleindigd waren. – Op. 20:5

    Maar dan jouw zorg: wat gebeurt er als de eeuw eindigt? Er zijn immers meerdere eeuwen? De huidige eindigt, en hierboven staat dat de volgende eeuw, het duizendjarig rijk, ook eindigt. Een parallel die je misschien kan helpen is deze: meivakantie. Dit is niet een vakantie die de hele maand mei duurt. Het is slechts een vakantie in mei. De duur van de vakantie zit niet in het begrip besloten. Precies zo is ook het ‘eeuwige leven’ leven in de de toekomende eeuw. Hoe lang dat leven duurt zit niet in het begrip besloten. Daarvoor moeten we dus naar andere teksten uitwijken.

    Het leven zoals we dat in de toekomende eeuw zullen ontvangen is oneindig. We worden namelijk onsterfelijk. Niet vanwege het woord eeuwig, maar omdat we net als Jezus zullen worden. En Jezus is opgestaan in onsterfelijkheid.

    Want indien wij samengegroeid zijn met hetgeen gelijk is aan zijn dood, zullen wij het ook zijn (met hetgeen gelijk is) aan zijn opstanding; – Rom. 6:5

    daar wij weten, dat Christus, nu Hij uit de doden is opgewekt, niet meer sterft: de dood voert geen heerschappij meer over Hem. – Rom. 6:9

    Dus het leven dat je krijgt wanneer je opstaat in ‘de eeuw’, is oneindig leven. Je bent onsterfelijk. En wanneer de 1000 jaar voorbij zijn zul je gewoon doorleven. En als de eeuw daarop eindigt, leef je nóg door. Want ‘de dood voert geen heerschappij meer’. Gods antwoord op zonde en dood is niet ‘eeuwig leven’ maar onsterfelijkheid. En voor sommigen begint dat al in de toekomende eeuw. Een mooi vooruitzicht, nietwaar?

  3. Joop Neven / aug 7 2012

    Een prachtig en helder artikel over het woord eeuw, eeuwigheid.

  4. marianne douwes / jan 13 2015

    Bij de voorbereiding voor een lezing over eeuwig en eeuwigheid(s leven) heb ik veel aan uw artikel gehad en het sloot goed aan bij mijn eigen ontdekkingen. Ik zou het aardig vinden nog wat uitgebreider te horen over de hebreeuwse woorden : olam(hazè) en olam(haba),waar olam hazè ook vertaald kan worden met deze wereld en de komende wereld,dan wel eeuw.Wat kan het OT ons daar nog meer over zeggen?
    Met een geboeide groet,
    Marianne.

reageer