Skip to content

markant

Dit is het laatste deel van een serie over bijbelvertaling. Klik hier voor het eerste artikel.

Ik wil je nog een keer meenemen langs enkele tekstplaatsen die met de concordante manier van vertalen opmerkelijke resultaten opleveren. Neem nu het begin van de bijbel, Genesis 1:1. Wie kent niet de welbekende woorden “in den beginne…” en “de aarde nu was woest en ledig”. Maar in deze twee korte zinsnedes zijn al twee onjuiste overzettingen te ontdekken. Kijken we naar de Concordant Version, dan toont deze:

In a beginning created by God [Elohim] were the heavens and the earth. Yet the earth became a chaos and vacant, and darkness was on the surface of the submerged chaos. – Gen. 1:1,2 CV

Het is een begin, niet het begin. Bovendien staat er dat de aarde woest en ledig werd, niet was. Dit wordt bevestigd door Jesaja 45:18 waar staat:

Want zo zegt de HERE, die de hemelen geschapen heeft – Hij is God – die de aarde geformeerd en haar gemaakt heeft, Hij heeft haar gegrondvest; niet tot een baaierd [ledig, SV] heeft Hij haar geschapen, maar ter bewoning heeft Hij haar geformeerd: Ik ben de HERE en er is geen ander. – Jes. 45:18

Wat we ons voor moeten stellen bij een begin of een aarde die woest en ledig werd is een interessante maar voor de vertaling irrelevante vraag. Ons voorstellingsvermogen is een ongeschikte referentie voor het weergeven van het Godswoord.

Een andere passage waar de Concordant Version verschillen vertoont met de reguliere vertalingen is Johannes 20:1.

En op de eerste dag der week ging Maria van Magdala vroeg, terwijl het nog donker was, naar het graf en zij zag de steen van het graf weggenomen. – Joh. 20:1

Dit is een wel heel vrije weergave van de originele Griekse woorden, want daar staat volgens de Concordant Version:

Now, on one of the sabbaths, Miriam Magdalene is coming to the tomb in the morning, there being still darkness, and is observing the stone taken away from the door of the tomb. – Joh. 20:1

Zie ook Mattheus 28:1, Markus 16:2 en Lukas 24:1, waar eveneens voor deze vertaling is gekozen. Let wel, de steen wás weg op de dag na de sabbat, voor ons bekend als de zondag, de eerste dag van de week. De vertalers hadden wel gelijk maar waren niet getrouw aan de grondtekst.

De term ‘sabbatten’ is ontleend aan de periode volgend op Pesach (het huidige Pasen), waarin een zevental sabbatten moest worden geteld (49 dagen). Op de eerste dag van deze sabbatten-periode moest de priester de eerstelingsgarve van de oogst bewegen voor de Heer (Lev. 23:11). Daarna, op de 50e dag moesten de Israëlieten een samenkomst houden ter inluiding van de oogsttijd. Jezus wordt in de bijbel de Eersteling genoemd (1 Kor. 15:20, 23). Vijftig dagen na de opstanding kwamen de discipelen samen op de Pinksterdag, aan het begin van hun bediening – het ‘oogsten’ van het volk Israël. Een prachtig panorama van profetie wordt zichtbaar in de priesterdienst en de bepalingen voor de oogst in het Oude Testament. Het weglaten van de term sabbatten vertroebelt deze connectie met de oogsttijd, en verhult de Oudtestamentische vooruitwijzingen die in Christus haar vervulling krijgen.

Een ander, subtieler verschil met de reguliere vertalingen is de weergave van de Griekse werkwoordsvormen. Vooral de werkwoordsvorm ‘aorist’ zorgt voor problemen. Veelal wordt gekozen voor een vertaling in voltooid verleden tijd. Concordante woordstudies toonden aan dat het bijbelse gebruik juist een tijdloosheid aanduidt. Neem nu Romeinen 8:30, waar staat:

en die Hij tevoren bestemd heeft, dezen heeft Hij ook geroepen; en die Hij geroepen heeft, dezen heeft Hij ook gerechtvaardigd; en die Hij gerechtvaardigd heeft, dezen heeft Hij ook verheerlijkt. – Rom. 8:30

De reguliere vertaling geeft, bij precieze toepassing, veel problemen. Het tevoren bestemd zijn niet zozeer, maar het tevoren geroepen zijn wel. Als Paulus zegt dat God ‘dezen’ geroepen heeft, dus voordat de Romeinenbrief werd geschreven, dan is er voor ons geen plaats in ‘dezen’. Wij zijn immers pas veel later geroepen! De Concordant Version vertaalt deze passage zo:

Now whom He designates beforehand, these He calls also, and whom He calls, these He justifies also; now whom He justifies, these He glorifies also. – Rom. 8:30 CV

De tekst spreekt van Gods volgorde van werken, niet van een verslag van vroeger dagen. De hele passage wordt uit de tijd getild, en schept geen verwarring meer bij toepassing op de huidige gelovigen.

Een passage waar niet de woorden maar de woordvolgorde, versindeling en interpunctie verwarring schept is de volgende. Efeziërs 3 spreekt van het Evangelie waarvan Paulus een dienaar geworden is.

dat ten tijde van vroegere geslachten niet bekend is geworden aan de kinderen der mensen, zoals het nu door de Geest geopenbaard is aan de heiligen, zijn apostelen en profeten: (dit geheimenis), dat de heidenen mede-erfgenamen zijn, medeleden en medegenoten van de belofte in Christus Jezus door het evangelie, waarvan ik een dienaar geworden ben naar de genadegave Gods, die mij geschonken is naar de werking zijner kracht. – Ef. 3:5-7

In de grondtekst is te zien dat ‘de Geest’ pas veel later in de zin wordt genoemd, namelijk aan het eind van vers 5. De plaatsing suggereert eerder een connectie met het vers erna, dat spreekt van de heidenen, maar de vertalers hebben ‘de Geest’ aan de openbaring gekoppeld.

Het tweede wat opvalt is de komma tussen ‘evangelie’ en ‘waarvan’. Ik heb in het artikel ‘een, twee, veel‘ al genoemd dat er twee Evangeliën bestonden in de tijd van de apostelen. Paulus was een dienaar geworden van het Evangelie der Voorhuid. De andere apostelen van het Evangelie der Besnijdenis (zie Gal. 2:7). De komma die vers 6 en 7 scheidt suggereert een enkelvoudig Evangelie. De Concordant Version geeft deze verzen als volgt weer.

Which is not made known to other generations of the sons of humanity as it was now revealed to His holy apostles and prophets: in spirit the nations are to be joint partakers of the promise in Christ Jesus through the evangel of which I became the dispenser, in accord with the gratuity of the grace of God, which is granted to me in accord with His powerful operation. – Ef. 3:5-7 CV

Zie je hoeveel informatiever de boodschap van Paulus wordt! Het mede-erfgenaam zijn is een geestelijke connectie met de belofte in Christus. En het Evangelie dat hier bedoeld wordt is het Evangelie waarvan Paulus de bedeler werd: het Evangelie der Voorhuid.

Tenslotte nog een passage uit Openbaringen, waar een concordante woordstudie ook een andere weergave opleverde dan de reguliere vertalingen. In Openbaringen wordt gesproken van de dingen die staan te gebeuren, opgetekend door Johannes. Eén woord heeft al menig bijbelcriticus tot beschimpingen bewogen.

Openbaring van Jezus Christus, welke God Hem gegeven heeft om zijn dienstknechten te tonen hetgeen weldra moet geschieden, en welke Hij door de zending van zijn engel aan zijn dienstknecht Johannes heeft te kennen gegeven. – Op. 1:1

De bijbel is al 2000 jaar oud. Hoezo ‘weldra’? “Geloven jullie nu nog in die sprookjes, nu wat voorzegd is nog steeds niet is uitgekomen!” Je kunt de hoon bijna horen. De Concordant Version geeft deze tekst als volgt weer:

The Unveiling of Jesus Christ, which God gives to Him, to show to His slaves what must occur swiftly; and He signifies it, dispatching through His messenger to His slave John, – Op. 1:1 CV

De snoevers verstommen. Er wordt niet gesproken van een korte periode totdat al deze dingen gebeuren, maar al deze dingen zullen gebeuren gedurende een korte periode.

Mooi hè, de eenheid en precisie van de bijbel! Laten we nu maar gewoon goed kijken wat er staat, en ons dan samen buigen over wat het betekent. Laten we niet menen Gods woorden te moeten fatsoeneren voor algemene consumptie. Zelfs de schijnbare strijdigheden zijn met reden opgeschreven. Of met de woorden van wijlen dr. E.L. Martin: “de bijbel heeft gelijk, zelfs in haar fouten”.

<< vorige

reageer