Skip to content

vrijwillig

De passages die ik je in het voorgaande artikel heb getoond laten erg weinig ruimte voor de menselijke inbreng. Maar, zul je terecht zeggen, er zijn toch ook teksten te vinden die spreken van een vrije wil, of althans een vrijwillige daad of gave? Om maar niet te spreken van de vele aansporingen het goede te kiezen. En dat klopt. Hieronder zal ik enkele van deze passages tonen.

Alle mannen en vrouwen, wier hart hen drong om iets te brengen voor al het werk dat de HERE door Mozes geboden had te maken – de Israëlieten brachten het als een vrijwillige gave voor de HERE. – Ex. 35:29

Wie verklaart zich nu bereid, om heden de HERE zijn gave te schenken? Toen verklaarden zich daartoe bereid de oversten der families, de oversten van Israëls stammen, de oversten over duizend en honderd en de oversten over het werk des konings; […] Het volk verheugde zich over hun gewilligheid, want zij gaven met een volkomen toegewijd hart vrijwillig aan de HERE; ook koning David verheugde zich met grote vreugde. – 1 Kron. 29:5,6,9

Er wordt hier dus wel degelijk gesproken over een vrijwillige gave. Maar besef dat ik hier citeer uit bijbelpassages die dateren van ná de instelling van de wet van Mozes. Dezelfde wet die de Joden oplegt om hun tienden te geven – verplichte gaven dus. Vrijwillig moet hier gezien worden als tegengesteld aan deze verplichte gaven, denk ik, niet als bewijs voor volledig autonoom handelen. Maar beter dan mijn gedachten met je te delen is het om de bijbel zelf aan het te woord laten om deze vrijwillige gaven in perspectief te zetten. In zijn dankgebed over de gaven van het volk, spreekt David zelf namelijk de volgende woorden uit:

Wie toch ben ik, en wat is mijn volk, dat wij in staat zouden zijn zulke vrijwillige gaven te schenken? Want het komt alles van U, en wij geven het U uit uw hand. Voorwaar, wij zijn vreemdelingen en bijwoners voor uw aangezicht, gelijk al onze vaderen; als een schaduw zijn onze dagen op aarde, zonder hoop. HERE, onze God, al deze rijkdom die wij bijeengebracht hebben om U een huis te bouwen voor uw heilige naam, komt uit uw hand; U behoort het alles. Ik weet, mijn God, dat Gij het hart toetst en een welbehagen hebt in oprechtheid – ik heb in oprechtheid mijns harten U dit alles vrijwillig gegeven; nu heb ik met vreugde gezien, hoe ook uw volk dat zich hier bevindt, U vrijwillig gaven bracht. HERE, God van onze vaderen Abraham, Isaak en Israël, houd deze gezindheid in het hart van uw volk voor altijd in stand, en richt hun hart op U. – 1 Kron. 29:14-18

Dus in absolute zin is zelfs de vrijwillige gave een geschenk van God, niet iets wat we volledig uit eigen initiatief hebben gedaan, aldus David. Je zou nog kunnen tegenwerpen dat het hier gaat om de materiële zaken, de rijkdom (vers 16) die ze van God hadden gekregen. Maar in vers 18 is David er heel helder over dat zelfs de gezindheid waarmee de gaven zijn gegeven door God gegeven dan wel onderhouden moet worden – dus dat het niet iets is waar ze zichzelf voor kunnen aanspreken of danken. Om je te laten zien dat de bijbel ook op andere plaatsen leert dat het geven en het willen door God gegeven is, laat ik de apostel Paulus aan het woord.

daar hij wel een opwekking van mij ontving, maar in zijn grote toewijding uit eigen beweging naar u is vertrokken. – 2 Kor 8:17

Paulus spreekt hier van Titus en zijn gewilligheid om bij de Korinthiërs te komen. Maar in het vers ervoor verklapt Paulus al waar deze gewilligheid haar oorsprong heeft:

Maar God zij gedankt, die dezelfde toewijding voor u in het hart van Titus geeft, – 2 Kor. 8:16

Of de alombekende woorden uit Filippenzen 2:12 en 13:

Daarom, mijn geliefden, gelijk gij te allen tijde gehoorzaam zijt geweest, blijft, niet alleen zoals in mijn tegenwoordigheid, maar nu des te meer bij mijn afwezigheid, uw behoudenis bewerken met vreze en beven, want God is het, die om zijn welbehagen zowel het willen als het werken in u werkt. – Fil. 2:12,13

Deze passage toont je hoe je de daden en keuzes van de mens kunt waarderen in het grote geheel. Doe je best, werk je behoudenis uit, volg Jezus, wees goed voor je naaste, WANT God is het die dat allemaal in je doet. Dat voelen we niet altijd zo, maar dat is wel het perspectief waarmee je je eigen inbreng mag relativeren. En bij eigen inbreng denk ik niet alleen aan je daden, je werken, maar zelfs aan je keuzes en je geloof (zie ook mijn artikel ‘geloof in je geloof‘). Alles wat je hebt heb je gekregen – dank Hem ervoor.

Want wie onderscheidt u? En wat hebt gij, dat gij niet ontvangen hebt? En indien gij het dan ontvangen hebt, wat beroemt gij u, alsof gij het niet ontvangen hadt? – 1 Kor. 4:7

<< vorige volgende >>
reageer