Skip to content

klei

Ik hoop dat je ondertussen begint te begrijpen dat we, voor een gezonde kijk op heden en toekomst, niet al te veel tijd moeten spenderen met onze eigen wil of verlangens. In het grote plaatje halen die niet veel uit. Onze wil schonk ons niet het leven, onze wil behoedt ons niet voor sterven, en in alles daartussenin is onze wil niet veel meer dan een product van aangeboren en aangeboden invloeden. Als God inderdaad de Plaatser, de sturende Kracht achter alles is, dus ook de Auteur van de voor ieder doorslaggevende invloeden, dan is Zijn wil de enige belangrijke.

Terug naar het vertrekpunt in deze artikelenserie. Ben je zelf tot geloof gekomen, of heb je je geloof gekregen? Is het jouw vrije wil waardoor je ‘binnen’ bent, net zoals het de vrije wil is van die andere om ‘buiten’ te blijven – met alle consequenties van dien? Ik wil je een passage laten lezen van Martin Zender, waarin hij bezwaar maakt tegen de gebruikelijke christelijke voorstelling van de redding. Je weet wel, de het-is-een-kado-maar-je-moet-het-wel-aannemen-analogie. Martin plaatst er zijn eigen versie tegenover (eigen vertaling):

Christenen vergelijken redding met God die een kado geeft. “Maar het is net als met een gewoon kado,” zeggen ze. “Je moet het wel aannemen.” Dit is de favoriete Christelijke analogie om de redding te beschrijven. Ik heb het miljoenen keren gehoord. Het is hun lieveling. “Als iemand je een kado geeft,” zeggen Christenen, “kun je het of aannemen of afwijzen.” Ik geef toe dat het een passende analogie is voor Kerst en verjaardagen, maar als een weergave van redding door Christus, slaat het de plank volledig mis. Er klopt niets van. Hier heb je een analogie van redding door Christus:

Iemand heeft tweeduizend jaar geleden een miljoen euro op je bankrekening gestort. Je bent al tweeduizend jaar rijk. Dit is een feit over jou. Je worstelt misschien om je rekeningen te betalen, of je draagt versleten kleren, of je vraagt je af waar je volgende maaltijd vandaan moet komen, maar niets van dat alles verandert het feit van je rijkdom. Pas wanneer je geïnformeerd wordt over deze rijkdom kun je beginnen het te geloven, waarderen en gebruiken. Want totdat je het gelooft, kun je het niet waarderen of gebruiken. Niemand vraagt je het te geloven om het waar te maken. Je wordt gevraagd te geloven dat het waar is. Het is al tweeduizend jaar waar. Welnu – geloof je dat? Pas dan kun je ervan genieten. [Martin Zender – the really bad thing about Free Will, p. 28,29]

Enkele pagina’s verder kleurt Martin de redding door genade nog beeldender in. In de context van een brandend huis geeft hij een illustratie van hoe de algemene christelijke visie op de redding eruit zou zien wanneer we het praktisch maken. Wederom doet hij een tegenvoorstel (eigen vertaling).

Dit is wat de “universele uitnodiging doctrine” zegt: God rijdt jouw straat in, en als Hij ziet dat jouw huis in brand staat drukt Hij enkele keren op de toeter. Omdat Hij een hands-off God is, (de essentiële lering van de vrije wil), sluit Hij vervolgens zijn ogen, stopt zijn oren toe en begint luid in zichzelf te neuriën, opdat Hij niet verleid zal worden jouw beslissing om wel of niet in de auto te stappen te beïnvloeden. Vanaf hier hangt het helemaal af van jouw kracht en wijsheid om de deur te openen en in te stappen. Ook al lig je boven bewusteloos op de grond (zie “hulpeloos”, Rom. 5:6). En je kunt maar beter opschieten, want deze wagen is onderweg. Zodra God jouw straat uitrijdt, is jouw kans om in de auto te stappen voorbij (Alsof God het werk van Christus op Golgotha aan kans overlaat. Maar zo wordt het verteld.) Het vreemde in het verhaal van de “universele uitnodiging” is dat zij die het geloven het “redding door genade” noemen. Hm. Het klinkt meer als “redding door sterk en slim genoeg te zijn om in God’s auto te stappen terwijl Hij zijn ogen sluit, zijn oren toestopt en in zichzelf neuriet.”

Romeinen 5:6, lekenversie
Dit is redding door genade: God rijdt jouw straat in en, omdat Hij ziet dat je nergens in de buurt bent en jouw huis in brand staat, steekt zijn eigen nek uit en rent de trap op, door de vlammen, naar jouw slaapkamer. Je ligt bewusteloos op de grond in je ondergoed, dus Hij tilt je op, draagt je uit het huis, over de stoep naar zijn auto. Bij de auto aangekomen, houdt hij je slappe gestel in zijn linkerarm terwijl Hij de deur opent met zijn rechterhand. Hij snoert je vast in de bijrijdersstoel naast Hem, smijt de deur dicht en rijdt weg, op naar de glorie. Wanneer je bijkomt, laat Hij je nog wel zeggen “Ik geloof! Ik geloof! Ik beleid Uw naam!” Omdat Hij een vriendelijk karakter heeft, laat Hij je ook zo nu en dan de achteruitkijkspiegel controleren, de elektrische ramen op en neer bewegen en met de radio spelen. Dit noemt men een “medearbeider van God” (1 Kor. 3:5-9).
[Martin Zender – the really bad thing about Free Will, p.38-40]

Maar al hoe beeldend en vermakelijk ook, de bijbel biedt ons al een analogie om Gods werk in ons te begrijpen: Hij de pottebakker, wij de klei. Het is niet ingewikkeld, maar toch zo verhipt lastig om te geloven. O, wat protesteert ons brein tegen deze beeldspraak. We doen zelf toch wel iets? Zie je, ik beweeg mijn hand nu van links naar rechts – dat is toch niet iets wat de Eeuwige eeuwen geleden al heeft bepaald? We kunnen het ons niet voorstellen, maar ons voorstellingsvermogen is niet de juiste referentie om de bijbelse boodschap aan te toetsen. Je ziet niet dat God alles werkt, je merkt het (meestal) niet, maar de bijbel zegt ons dat het wel zo is. Geloof je dat?

Paulus voorzag de rebellie die tegen deze uitweiding over Gods alomvattend bestuur zou ontstaan. Hij stelde zelf de hamvraag: “waarom oordeelt God ons dan nog, als Hij zelf al deze dingen doet?” Hij gaf ook meteen het antwoord – en het is niet wat we graag willen horen:

Maar gij, o mens! wie zijt gij, dat gij God zoudt tegenspreken? Zal het geboetseerde soms tot zijn boetseerder zeggen: Waarom hebt gij mij zo gemaakt? Of heeft de pottebakker niet de vrije beschikking over het leem om uit dezelfde klomp het ene voorwerp te vervaardigen tot eervol, het andere tot alledaags gebruik? En als God nu, zijn toorn willende tonen en zijn kracht bekend maken, de voorwerpen des toorns, die ten verderve toebereid waren, met veel lankmoedigheid verdragen heeft – juist om de rijkdom zijner heerlijkheid bekend te maken over de voorwerpen van ontferming, die Hij tot heerlijkheid heeft voorbereid? – Rom. 9:19-23

Met andere woorden: wie zijn wij om God ter verantwoording te roepen. God doet wat Hij wil, en Hij volvoert Zijn plan, met alle mensen. Net voordat Paulus deze woorden schreef, refereerde hij aan Farao, die door God werd beschikt zodat God Zichzelf aan de wereld kon tonen (Rom. 9:17). God verhardt (een deel van) de Israëlieten totdat de volheid van de heidenen zal zijn ingegaan (Rom. 11:25). Sterker nog, Hij maakt alle mensen ongehoorzaam, om Zich over allen te ontfermen (Rom. 11:32 – de ‘hen’ die suggereert dat het alleen om de Israëlieten zou gaan staat niet in de grondtekst). Kijk, en daar begint de zon vanachter de donkere wolken een gouden randje af te tekenen. Maar al te vaak protesteren we om Gods middelen, maar hier biedt de bijbel een doorkijkje naar Zijn motieven. God heeft steevast ons heil voor ogen wanneer Hij onheil toebrengt. Het onheil is grotesk en gruwelijk, dat zeker. Maar we mogen in geloof met Paulus mee zeggen: “Want ik ben er zeker van, dat het lijden van de tegenwoordige tijd niet opweegt tegen de heerlijkheid, die over ons geopenbaard zal worden” (Rom. 8:18). Laat dat ook het gouden randje worden om het onheil dat wij ondergaan: hoe groter de ellende, des te groter deze uitspraak van Paulus.

Het begint eentonig te worden, maar we kunnen het niet vaak genoeg horen. Als God het is die uiteindelijk verantwoordelijk is voor zowel ons willen als ons werken, ons geloof en dus ook onze redding, dan doen we er goed aan op te zien naar Hem. Vertrouw je Hem ook jouw geliefde ongelovigen toe? Geloof je dat Hij zal klaarspelen wat Hij heeft voorzegd, ook al ziet het er vanuit ons oogpunt op dit moment nogal triest en troosteloos uit voor velen? Of meen je nog steeds dat het jouw wil, jouw beslissing is die de redding realiseert – en dat voor hen dus ook geldt: “red jezelf”?

Zoals zo vaak zingen we het al lang: “Laat mij niet mijn lot beslissen: zoo ik mocht, ik durfde niet. Ach, hoe zou ik mij vergissen, Als Gij mij de keuze liet!”

…nu het nog geloven!

<< vorige

  1. johan / mei 31 2010

    Ik hoorde een bijbelleraar beweren, dat God de auteur is van het kwaad. Niet alleen van het oordelend kwaad over dezonde, maar ook over het morele kwaad. Hij gaat zo ver, dat hij geloofde, dat de gruwelmoorden van Dutroux en de holocaust door God zijn bedacht. God zou daarvoor een reden hebben. Tegen de inktzwarte achtergrond van de smerigheid van het morele kwaad moet zijn goedheid en genade beter uitkomen. Nu krijg ik de indruk dat jij in je studies ook tot die ideeen komt. En er blijken ook nog woorden te vinden zijn in de bijbel, die die visie op het morele kwaad steunen. Maar ja, elke ketter…

  2. goswindeboer.nl / mei 31 2010

    Dag Johan. Bedankt voor je reactie. Hoe zie jij deze dingen?

  3. goswindeboer.nl / jun 3 2010

    Johan, ik zie dat je liever niet op mijn uitnodiging ingaat. Het leek me voor het gesprek handig ook jouw visie helder te hebben. Maar goed, ik wil mijn standpunt wel wat toelichten, al vrees ik dat het niet veel aan het geschrevene zal toevoegen. Maar begrijp dat ik mezelf niet met een bijbelleraar zou durven vergelijken – ik ben maar gewoon een bijbelstudent. Ik deel wat ik weet of leer zien, en in de artikelen probeer ik dat overtuigend te verwoorden. Maar mijn visie is in flux, dus wat je leest is wat ik nu zie.

    Je hebt gelijk dat mijn artikelen zeggen dat God uiteindelijk alles doet. Ik weet dat het Godsbestuur een pracht onderwerp is wanneer alles voor de wind gaat. Maar voor het gros van de mensheid is het tegenwind van de wieg tot het graf, lijkt het wel. En dan wordt het onderwerp grimmig. De bijbel zegt niet onomwonden: “Ik de HERE beschik Marc Dutroux”, of “Zie, Ik stuur Hitler om Joden te vernietigen”. We zullen moeten extrapoleren om de bijbel over de moderne geschiedenis te laten spreken.

    Op basis van de bijbel zien we dat God delegeert. De schepping is door Jezus uitgevoerd (Joh. 1:3; Joh. 1:10; Heb. 1:10; Kol. 1:16), de vernieling door de vernieler (Jes. 54:16), en de oordelen over Israël door de omringende volken. Dat ging niet mals, kan ik je vertellen. De dingen die geschiedkundig en uit de bijbel bekend zijn over de handelswijze van hardvochtige heersers zoals Sanherib zijn vreselijk (denk: verkrachting, zwangere vrouwen opensnijden, levend villen, spietsen en dat soort dingen). Maar God zegt dat Hij deze Sanherib heeft beschikt. Wist God dan niet wat voor vreselijk leed dat zou opleveren? Zou God spijt hebben van zijn keuze?

    Sinds de schepping was de slachting van het Lam al vastgesteld. Zou God hebben getwijfeld toen Hij zag op welke brute wijze Jezus werd vermoord? Keek Hij neer met de gedachte: “Ik hoop dat het goed gaat, dat ze mijn Geliefde niet te veel laten lijden”? Nee toch? Het was tevens voorzegd dat Israël Jezus zou afwijzen en daarmee in de volkerenwereld verstrooid zou worden. Bladeren we in onze geschiedenisboeken, dan zien we HOE dat gegaan is: de verwoesting van Jeruzalem, bloed tot aan de enkels, de wegvoering van alle Joden tot slavendienst van de Romeinen, en alle andere dingen die we daar zelf bij kunnen denken. Wederom: wist God dan niet wat die Romeinen zouden doen met zijn volk? Kon dat niet anders? Wanneer zulke teksten ingekleurd wordt zie je dat God tot in de gruwelijke details de gebeurtenissen heeft gekend. Maar het moest gebeuren.

    Jij maakt onderscheid tussen oordelend kwaad en moreel kwaad. Ik denk dat je dat doet om God zo te vrijwaren van de morele variant. Maar ik denk dat je daarmee een scheidslijn trekt die je gevoelens kalmeert, maar je begrip niet verlicht. Want waar kom je dan uit? Dan zeg je dat Satan (of de mensen) zelf, autonoom en zonder Gods invloed mensen de vernieling in helpen. En God kan proberen te lijmen wat er nog te lijmen valt. In geval van Marc Dutroux was God in ieder geval te laat voor de slachtoffers. Wordt het daar beter van? Zal God zich straks excuseren voor de ietwat chaotische en oncomfortabele route naar de redding, denk je?

    Kwaad op zich is een neutraal woord. Het betekent gewoon: breken, stukmaken. Wij mensen kunnen vaak niet stukmaken zonder te zondigen, maar soms wel. Vergelijk de incisie van een arts met de messteek van een straatvechter – beide zijn kwaad, dat is, ze breken, ze snijden iets wat heel was kapot. Maar toch is er verschil. Het sleutelwoord is volgens mij niet moraal maar motief. En over Gods motieven zullen we het eens zijn, lijkt mij.

    Met de gemeengrond van Gods motieven in ons achterhoofd, wat zien we God doen in de bijbel? Hij leidt zijn uitverkoren volk in en uit verdrukking en verstrooiing (bedenk bijvoorbeeld dat de meeste mensen die Egypte hebben verlaten niet in het beloofde land zijn gekomen (Num 32:11, Deut. 1:37) – ze zijn in de woestijn gestorven!). Hij laat zijn Messias lijden (Mat. 16:21; Hand. 17:3). Hij zal de volkeren richten (Joel 4:2; Mat. 25:32). Waarom? Opdat uiteindelijk elke tong Hem zal belijden en elke knie zich voor Hem buige (Jes. 45:23; Rom. 14:11; Fil. 2:9-11).

    Maar met al deze gedachten als kader protesteer ik met jou mee tegen de methodes van God. Is het werkelijk nodig dat we dit allemaal moeten meemaken? Ik geloof in Gods almacht en goedheid, maar tegelijkertijd huil ik om de verschrikking van het lijden van de tegenwoordige tijd. Het is niet makkelijk om dit te geloven, dat weet ik. Maar voor mij is het de enige zingevende verklaring die staande is gebleven in mijn zoektocht. En onderwijl houd ik vast aan het ‘gouden randje’ “deze verschrikking verbleekt bij de verrukking” (vrij naar Rom. 8:18).

  4. johan / jun 5 2010

    wat jammer nou. ik was bezig aan een uitvoerig antwoord op jouw posting en dan opeens is het weg en niet meer te achterhalen. Ik begin opnieuw.
    Goswin, ik kwam tot geloof in 1954 en heb sindsdien blij geloofd dat mijn zonden waren vergeven, weggedaan door het volbrachte werk van onze Here Jezus. Later begreep ik dat God een Behouder is van alle mensen. En we zongen: O, welk een vreugde. Begrijp je dat het een schok veroorzaakte toen ik christenen hoorde beweren dat God de auteur is van het kwaad van de zonde. God zou het kwaad van de zwemleraar, die zich vergreep aan tientallen geestelijk gehandicapte meisje, hebben bedacht.
    Hij zou de nazi’s hebben aangezet tot de gruwelmoord op zesmiljoen Joden.
    Dat kan toch niet waar zijn. Die paar teksten die worden aangedragen om dat afschuwelijke te “bewijzen” zijn toch misverstaan en volstrekt onvoldoende. Goswin, ik kom hierop terug. ik sluit nu af omdat ik bang ben dat straks weer alles zomaar is verdwenen.
    Johan

  5. johan / jun 5 2010

    Goswin
    Ga over dat vraagstuk van het kwaad eens te rade bij Klaas Goverts, die over deze dingen veel te zeggen heeft in het bijzonder over die Jesaja teksten
    Je kunt zijn bijdragen vinden op http://www.wereldgeschiedenis.com.
    Om de grootte van de hoogte diepte breedte en lengte te verstaan zullen we alle heiligen samen nodig hebben (Efeze 3:18) Klaas is een van die heiligen.
    Groet Johan

  6. johan / jun 5 2010

    De vraag, die we aan de orde stellen is de volgende:
    Waar komt toch de zonde vandaan?
    Het antwoord op deze vraag is juist in onze tijd van het allergrootste belang omdat we ook in de evangelische wereld bedreigd worden door leringen, die God zijn grootheid ontnemen en de mens zien,niet zozeer als schuldige , maar veeleer als slachtoffer.
    • Een zeer oude christelijke dwaling is de gnostiek. De leer van de gnosis, dat is het ware kennen, het innerlijk weten. Die hogere kennis is niet verkregen door onderzoek van de bijbel, maar meer door innerlijke verlichting. Het is een New Age gedachte en aanhangers van die mystieke leer zijn juist in deze tijd zeer actief.
    Het is die gnostiek, die de mens ziet als een slachtoffer en zeker niet als een schuldige zondaar, die de genade van God in Christus behoeft om gered te worden.
    • Een andere New Age dwaalleer is die van Helen Shucman die een boek schreef: Een cursus in wonderen. Dat boek, beweert ze, is haar door Jezus van Nazareth gedicteerd en is inmiddels over de hele wereld verspreid. Sinds 1999 zijn er alleen in ons land tienduizenden exemplaren verkocht. In een interview in dagblad Trouw las ik een interview met een vooraanstaand aanhanger van deze dwaling en ik las met verbazing het volgende:
    Ik kan geen oordeel vormen over het hogere doel van dat gebeuren. (het gaat over de Holocaust) Het is weliswaar een zaak, die in de wereld niet had mogen gebeuren, die vanuit aards perspectief niet liefdevol was. Maar het hogere doel was wel liefdevol, ten dienste van de verlossing van de mens. Ik zeg dit omdat ik leiding acht aanwezig te zijn in de totaliteit van dit bestaan.
    De Holocaust, de uitroeiing van zes miljoen Joden had een liefdevol doel !!
    Deze gedachte wordt door meerdere vooraanstaande New Age aanhangers onderwezen. Ik noem William Thetford en Ken Wepnick.
    Ik zou aan die woorden van deze occulte leraren voorbijgaan, ware het niet dat ik in haar beweringen een stroming in vooral de evangelische wereld herkende.

  7. goswindeboer.nl / jun 6 2010

    Bedankt voor je uitvoerige reacties. Ik heb het stuk van Klaas Goverts over het kwaad [link] gelezen. En ik besef ik me schuldig maak aan het ‘puppyficeren’ van het kwaad. Mijn bespiegelingen zijn inderdaad vanuit de leunstoel, niet de loopgraven. Bovendien beschouw ik vanuit een Grieks-filosofisch kader, niet een Hebreeuws. En tenslotte is mijn technische achtergrond wellicht een manco in dezen: ik denk ‘mathematisch’. Als het sommetje klopt dan is het waar. Dus ik waardeer jouw inbreng die me helpt het sommetje te wegen, niet slechts te tellen.

    Anderszijds: ik puppyficeer God’s grootheid ook. Niet uit onachtzaamheid, maar vanwege mijn beperkte begripsvermogen. Ik geloof dat God aarde en hemel geschapen heeft, maar ik heb geen idee hoe kolossaal die schepping is. Ik geloof dat God alle mensen bij name kent, hun haren heeft geteld en al hun overleggingen doorgrondt, maar de omvang van die uitspraak gaat volledig boven mijn pet. Geloof is in essentie dan ook niet verstaan maar vertrouwen. Vertrouwen dat God doet wat Hij zegt, vermag wat Hij wil en zal slagen in al Zijn voornemens (Jes. 46:10). Daarover zijn we het eens, nietwaar? God zal de klus klaren. De vraag is of dat ondanks of doorheen de route is (ik had eerst dankzij i.p.v. doorheen, maar dat kon ik vanuit mijn leunstoel niet laten staan).

    Het voorbeeld van de moeder die een steen neerlegt opdat haar kind struikelt is verhelderend. Maar in mijn optiek gaat deze vergelijking niet helemaal op, want de moeder hoeft niet een struikelblok te plaatsen om haar liefde en troost te tonen. De wereld biedt genoeg mogelijkheden tot troost zonder zelf in oorzaken te voorzien. Maar voordat God schiep was er niets (extrapolatie buiten de bijbelse openbaring, dat weet ik, want er staat bar weinig over het voor-de-scheppingse). Maar ergens is alles begonnen, en het begon bij God (Rom. 11:36). God schiep zowel het kind als de kei, nietwaar? Alles wat is, is uit God. Je zou kunnen tegenwerpen dat God bijvoorbeeld alleen het licht schept – de schaduw dientengevolge komt van obstakels. Maar wie maakte die obstakels? Wie plaatste ze daar? De schaduw is hoe dan ook gekomen door de schepping van het licht én de obstakels – beide het werk van de Schepper, meen ik. Er zijn dus volgens mij maar twee opties: het kwaad is er perongeluk, of niet. En ik geloof niet in perongeluk.

    De kerk heeft het kwaad in Satan’s schoenen geschoven, door te beweren dat hij ooit gevallen is. Dit was niet Gods bedoeling en de gevolgen ervan (het kwaad, het lijden) evenmin. Maar dat suggereert een God die zich van de bal heeft laten spelen. Dat Satan zijn eigen bewegingsvrijheid heeft, geheel buiten God’s reikwijdte. Dat wil er bij mij niet in. Immers, dat annuleert de uitspraak van hierboven dat God slaagt in al zijn voornemens.

    In het stuk van Klaas Goverts vind ik wel het alles overwinnende leven – de immer uitbottende terebint, de altijd weer oplevende tronk. En dat is ook de essentie van de bijbelse boodschap, denk ik: het leven is sterker dan de dood. Maar ik mis het antwoord op de vraag: waar komt het kwaad dan vandaan? Hij zegt wel wát het is (“die lege ruimte tussen God en mens”), maar niet vanwaar het is. Hij noemt die ruimte “vrijheid”, maar wie gaf ons die vrijheid? Was het een inschattingsfout van God om ons die vrijheid te geven? Had hij de consequenties niet goed overzien? Of met de analogie van Lukas 14:28, zou God wel bouwen maar niet de kosten hebben berekend? Let wel, ik schoot vol bij het zusje met de gouden haren. Hoeveel zusjes met gouden haren zijn gesneuveld in die verschrikking van de Holocaust? Ik denk dat ik het antwoord niet eens kan hanteren. Maar vanwaar, en waartoe? Zomaar? Omdat de wereld in chaos is? Omdat mensen gewoon onmenselijk zijn? Omdat in de holte van Zijn hand, wij maar wat kunnen aanrommelen buiten Zijn beheer?

    In jouw laatste bericht schrijf je dat de vraag die we aan de orde stellen is: “waar komt toch de zonde vandaan?”. Maar dat is in essentie een andere vraag. Kwaad en zonde, hoewel grotendeels overlappend, zijn niet elkaars gelijke. Van de zonde weten we dat die in de wereld is gekomen door één mens – Adam. Door zijn vergrijp verbeurde hij zijn verblijfsrecht in de Hof, en daarmee de toegang tot de Boom des Levens. Hij zou “stervende sterven” (Gen. 2:17 letterlijk vertaald). Dit stervensproces (het ‘stervende’ stuk van de frase) is op alle mensen doorgegaan, waarop allen zondigden (Rom. 5:12-14 – de Statenvertaling komt het dichtst in de buurt met “waarin”). Kortom, de eerste zonde baarde de dood en deze dood is de bron van alle overige zonde. Zie je dat de pracht van de levendmaking nu nog schitterender straalt? Want de oplossing van het probleem van de zonde is de vernietiging van de dood! Precies wat de bijbel ons vertelt dat ooit staat te gebeuren (1 Kor. 15:26).

    Het kwaad, in al zijn verschrikkelijke verschijningen kan vernielen tot vernietiging, maar daar houdt het op. De dood is het eindstation. Laat dat nu juist Gods vertrekpunt zijn. Want dóór de dood is nieuw leven voortgebracht – buiten de reikwijdte van de dood. En omdat Eén is opgestaan uit de dood, is dat de garantie voor allen dat eens de dood zal worden tenietgedaan (Rom. 6:7-9; 1 Kor. 15:20-24). Nieuw leven is onze horizon – de dood (lees: het ‘stervende’) onze huidige hoedanigheid.

    Maar goed, dit zijn dus wat van mijn ‘sommetjes’. Zo zit de keten op dit moment in mijn denkorgaan. Meer filosofisch dan theologisch wellicht (je zou het theo-logisch kunnen noemen), en zeker niet ten volle gewogen. Je hebt gelijk dat we elkaar nodig hebben om Gods openbaringen te bevatten – en zelfs dan slechts ten dele. Dus nogmaals: ik waardeer je inbreng dan ook ten zeerste. Ik blijf me verdiepen in al deze dingen en ik wil ook geenszins beweren de volledige waarheid te hebben gevonden. Ik hoop dat dat ook uit mijn schrijven blijkt. De antwoorden die ik heb gevonden hebben me verder geholpen dan waar ik was, en daarom deel ik ze. Maar zoals gezegd: ik blijf graven naar diepere inzichten.

    P.S. Ik schrijf mijn antwoorden altijd eerst in een apart document. Om nauwlettend te zijn in mijn bewoordingen (vragen als de jouwe verdienen mijn uiterste zorgvuldigheid, vandaar ook de lange pauzes tussen mijn reacties) maar ook omdat ik eens te vaak mijn tekst ben kwijtgeraakt in zo’n typvenster op internet.

reageer