Skip to content

hellen

Dit is het tweede deel uit een serie over de hel. Klik hier voor het eerste artikel.

Jawel, meervoud. Er zijn er immers meerdere. Ik wil ze eens met je doornemen zodat je begrijpt wat er achter de verzamelterm ‘hel’ schuilgaat. Het zal veel licht werpen op deze duistere zijde van de christelijke verkondiging.

hel 1 – sheol, hades

Als we de Statenvertaling volgen vinden we de hel al in het Oude Testament. Het is de vertaling van de Hebreeuwse term ‘sheol’. Ook in het Nieuwe Testament vinden we deze hel terug als vertaling van de Griekse term ‘hades’. Maar ‘sheol’ betekent ‘graf’ en hades betekent ‘ongezien, verborgen’. We mogen ze desondanks toch als elkaars synoniemen beschouwen omdat de Septuagint (een Griekse vertaling van het Oude Testament uit de tweede eeuw voor Christus) het woord ‘sheol’ consequent heeft overgezet met ‘hades’. Beide woorden kunnen goed begrepen worden als we ze aanduiden als ‘graf’ of omschrijven met ‘de toestand van de doden’.

Het is dus niet zozeer een plaatsaanduiding maar een toestandsbeschrijving – je bent niet ergens, maar je bent ergens niet, als je begrijpt wat ik bedoel. Geen plaats van eindeloze ellende, maar een indicatie van afwezigheid. Zo gebruiken wij het woord ‘graf’ vaak ook. Als iemand ‘in het graf’ ligt, vraag je niet: “welke?”. Het gaat niet om het kaveltje op het kerkhof, maar om de boodschap dat iemand er niet meer is – hij is er geweest.

hel 2 – Gehenna

De tweede hel die we in onze bijbels terugvinden is de vertaling van het Griekse woord ‘Gehenna’. Het wordt door Jezus geïntroduceerd. Althans, pas dan wordt de term weergegeven met het vertaalwoord ‘hel’. Het oorspronkelijke woord is de Griekse weergave van een Hebreeuwse plaatsaanduiding, namelijk het dal van (Ben) Hinnom. Zelfs wikipedia weet dat. En die plaats kenden Jezus’ toehoorders maar al te goed. In Jezus’ dagen was het de vuilstort van de stad, met immer brandende en broeiende afvalhopen. Het was de plek waar Israël haar eerstgeborenen had geofferd aan de god Moloch in de dagen van het Oude Testament (2 Kon. 16:3 | 2 Kon. 21:6 | 2 Kon. 23:10). De smeulende, stinkende vuilstort herinnerde de Israëlieten voortdurend aan deze zwarte pagina uit hun geschiedenis. Deze verderfelijke plek was synoniem geworden met alles dat vuil en verwerpelijk is.

De ‘onsterfelijke’ worm en het onuitblusbare vuur zijn al in het laatste hoofdstuk van Jesaja te vinden (Jes. 66:20-24 – let op het woord ‘lijken’, het gaat hier niet om levende zielen maar dode karkassen), en elke Jood in Jezus’ gehoor zou het herkennen. Jesaja beschrijft wat er met de dissidenten zal gebeuren ten tijde van het Koninkrijk – het Koninkrijk waarvan Jezus verkondigde dat het nabij was. Hun lichamen zouden op de afvalhopen van Gehenna geworpen worden. Dit is wat Jezus de schriftgeleerden en godsdienstige leiders voorhield: ook al hebben jullie je kin geheven in de overtuiging dat jullie Gods gezanten zijn, jullie inspanningen zijn afval, geschikt voor Gehenna.

Dus ook deze hel, al hoe schokkend het aangezicht van de brandende lijken zal zijn, is niet een beschrijving van een schimmenrijk van verschrikking maar een geografische locatie hier op aarde, net buiten Jeruzalem. En bovendien heeft deze hel betrekking op de verkondiging van het Koninkrijk op aarde, een Joodse aangelegenheid en op de gelovigen in de gemeente niet van toepassing (zie ook mijn artikelen over de twee evangeliën, ‘een, twee, veel‘ en ‘zoek de verschillen‘). Het dal is op dit moment een aangename picnickplaats ten zuiden van Jeruzalem. Maar de bijbel vertelt ons dat dat niet altijd zo geweest is – en ook niet altijd zo zal zijn.

hel 3 – Tartarus

De laatste term in de bijbel die vertaald wordt met hel is de Griekse term ‘Tartarus’. De Grieken begrepen deze term als de onderaardse gevangenis van de Titanen (vergelijk Gen. 6:4). We komen dit begrip maar één keer tegen in de bijbel, in 2 Petrus 2:4. De plaats wordt ook wel de ‘afgrond’ genoemd (Op. 20:1). Er is niet veel in de bijbel bekend over deze plaats, behalve dat het tot gevangenis dient voor ongehoorzame Engelen (Judas 1:6). Ook weten we dat het niet een plek is waar deze Engelen in de toekomst gevangen gehouden zullen worden, maar ze zitten er nu al – sinds de tijd van Noach (1 Pet. 3:19,20). Ook hier vergt het dus een elastisch begripsvermogen om er een plaats van toekomstige kwelling voor mensen in te lezen.

Dus geen van de woorden die we in onze bijbelvertalingen zien weergegeven het ‘hel’ voldoet aan de traditionele beschrijving. Let wel, ik zeg niet dat het aangename plaatsen zijn om je in te bevinden, maar ik bestrijd de gebruikelijke gedachtengang van een mythische onderwereld waar Satan en zijn kornuiten tot in de eeuwigheid Gods geliefde schepselen gaan bewerken op een wijze die de Middeleeuwse martelwerktuigen een manicure doen lijken.

<< vorige volgende >>

 

http://goswindeboer.nl/?p=561
reageer