Skip to content

ja maar

Dit is het tweede deel van een serie over Gods bestuur in de geschiedenis. Klik hier voor het eerste artikel.

Laat me raden: de eerste gedachte die in je opkwam na het lezen van het vorige bericht begon met “ja, maar…”. Mag ik de zin eens afmaken?

Ja maar…
…satan verleidde Eva. Je wilt toch niet zeggen dat God de satan gebruikt?
…Adam had toch een vrije wil?
…God haat de zonde! Nu lijkt het alsof je zegt dat God wil dat we zondigen.
…dan is God uiteindelijk verantwoordelijk voor de hellestraf van de ongelovigen!

Ik steigerde ook bij het horen van ‘plan A‘, en de tegenwerpingen die ik hierboven opgeschreven heb waren de mijne. Misschien heb jij er nog veel meer. Maar we blijven geconfronteerd met het feit dat er schriftplaatsen te vinden zijn die God als regisseur van de gehele geschiedenis bestempelen. Toegegeven, er zijn ook teksten te citeren die de nadruk leggen op de gevolgen van de keuzes van mensen, en hoe die hun lot bepalen. We bevinden ons meteen op één van de pijnpunten van het christelijk geloof.

De bijbel is geen kookboek. Je slaat niet een willekeurige pagina op om te zien wat je moet doen. En dat maakt het ook zo moeilijk om zeker te weten wat de bijbel nu precies te zeggen heeft. Want “het staat geschreven” is niet de enige kwalificatie waaraan een bijbelse waarheid moet voldoen, om nu toegepast te worden. De bijbel op de juiste manier indelen, of “het woord der waarheid recht snijden”
(2 Tim. 2:15 SV) gaat ons over het algemeen niet zo goed af. Veel verder dan de tweedeling Oude Testament en Nieuwe Testament, of voor Jezus en na Jezus komen we niet. En dan kom je onherroepelijk in de problemen. Of, zoals ik het eens heb horen zeggen: als je het woord niet recht snijdt, zul je sommige bijbelse passages aanpassen of negeren.

En dat is vaak precies wat er gebeurt. Zoals ik al zei bij het voorstellen (zie de pagina wie?), sommige bijbelpassages had ik nog nooit gehoord! Dit zegt natuurlijk veel over mijn bijbelkennis toendertijd, maar ook over het bijbelse onderwijs dat ik ontving. Ze werden gewoon niet gepreekt. Ze werden genegeerd. Er waren ook teksten die ik wel degelijk had gelezen. Maar ik had ze gelezen met de bril die me door mijn gelovige achtergrond was opgezet. Wanneer we geconfronteerd worden met tegenstrijdigheden hebben we de neiging te kiezen voor de minste optie. Dan valt het in ieder geval niet tegen. Paulus heeft vaak zulke allesomvattende, nietsontziende uitspraken dat we menen ze ietwat te moeten matigen door ze te te lezen in het licht van de woorden van Jakobus, Petrus of Jezus. We passen Paulus’ woorden aan om de eenheid in de bijbel te bewaren.

We hebben een bril op, we interpreteren vanuit een denkkader. Dat is niet erg, sterker nog, het is onmogelijk om niet te interpreteren vanuit een denkkader, of met een bril op. Maar als we beseffen dat onze interpretatie altijd steunt op voorkennis, op reeds verworven inzichten, dan is het van belang om de zuiverheid van deze voorkennis te toetsen. Onze voorkennis komt voor een groot deel uit de theologie van onze kerkelijke stroming, die weer is voortgekomen uit honderden jaren van godgeleerdheid. Gedachtengoed aaneenrijgend of juist verwerpend om zo te komen tot een geloofsbelijdenis die het meeste draagvlak had (of waarvan de minste tegenstanders waren overgebleven) in de tijd dat ze werd opgesteld.

Maar is dit proces van eenswording een garantie voor onfeilbaar inzicht? Vertrouw je in geval van tegenstrijdigheden op het gangbare gedachtengoed, of durf je de bijbel hoger te achten dan de bijbelgeleerden? E.W. Bullinger zegt in de kantlijn van de Companion Bible bij Gen. 3:1, de passage waar de slang Eva verleidt (eigen vertaling uit het Engels).

Het tegenspreken van God’s Woord is Satan’s werkterrein. Dit zijn Satan’s eerste uitingen in de bijbel.

Verder zegt hij in Appendix 19 van de Companion Bible:

De geschiedenis van Genesis 3 heeft tot doel ons te leren dat Satan’s werkgebied op het terrein van de religie is, en niet in misdaad of immoraliteit; dat niet de zonden ten gevolge van menselijke verdorvenheid zijn strijdtoneel zijn, maar het ongeloof van het menselijk hart. We moeten Satan’s activiteiten vandaag de dag niet zoeken in de kranten of de rechtzalen; maar op de kansel en in de stoel van de professor. Zodra het Woord van God in twijfel wordt getrokken, zien we de sporen van “de oude slang, dat is de duivel en de satan”.

Martin Zender, een bijbelleraar waar ik veel van heb geleerd adviseerde altijd zo: als je niet zeker weet wat nu waarheid is, kies dan de gedachtegang die God groter maakt, en de mens kleiner. Dan zit je altijd goed.

<< vorige volgende >>
reageer