Skip to content

heel

Dit is het derde deel uit een serie over de hel. Klik hier voor het eerste artikel.

Zoals je hebt kunnen zien in het vorige bericht is de hel een verzamelnaam voor akelige maar begrensde, geografische, locaties. Bij lange na niet de onderwereld die we geacht zijn te projecteren op elke passage waar van de hel wordt gesproken. Ik bedenk dit niet zelf, er zijn legio bijbelgeleerden die hiervan weet hebben. De NBV is een tastbaar bewijs van deze kennis: geen van de voorgenoemde woorden is meer met ‘hel’ vertaald. Sterker nog, de hel is volledig verdwenen uit de NBV!

Maar, zul je terecht vragen, hoe zijn we dan ooit tot zo een vreselijke visie gekomen? In de heidenwereld werd destijds een vurige onderwereld algemeen geloofd, en het is niet moeilijk voor te stellen hoe deze onderwereld in bepaalde passages ingelezen werd toen de christelijke boodschap zich in de heidenwereld verspreidde. Neem nu Lukas 16:19-31, de gelijkenis van de rijke man en de arme Lazarus. Dit is één van de pilaren van leer van de hel. De onsterfelijke worm en het onblusbare vuur (Mar. 9:48 | Jes. 66:24) uit het vorige artikel hebben de heidense hel nog eens extra draagvlak gegeven. Maar de meest illustratieve passage is ongetwijfeld die van de poel van vuur (Op. 20:10-15). Gooi al deze passages in de blender en je krijgt een verschrikkelijk vergezicht van de toekomstige verblijfplaats van velen. En alle termen die maar enigszins neigen naar een onhemels hiernamaals zijn verzameld onder het begrip hel. Ik versimpel het misschien veel te veel, maar bedenk dit: de hel was er eerder dan de Statenvertaling. Zou het de vertalers hebben beïnvloed verschillende Griekse en Hebreeuwse termen te verzamelen onder deze ene noemer? Zou de theologie van de Middeleeuwen invloed hebben gehad op de overzetting, denk je?

Laten we al deze passages eens bezien. De opmerkzame lezer heeft reeds gezien dat ik de passage van de rijke man en de arme Lazarus een gelijkenis noemde. Want dat is het (zie ook mijn artikelenserie over Lazarus). De passage volgt op een viertal gelijkenissen over bekering en rentmeesterschap in hoofdstuk 15 en 16 en deze vijfde is de hevigste van de serie. Neem de parabel letterlijk, en je krijgt – naast de leer van de hel – allerlei vreemde ideeën. Want in het dodenrijk is geen overleg (Spr. 9:10 | Ps. 6:6), maar de rijke man kan (in de helse vlammen) een coherente dialoog met Abraham voeren. Ook zouden we moeten concluderen dat de geredden meteen na het sterven in de hemel zouden komen, terwijl de bijbel zegt dat op dit moment alleen Jezus onsterfelijk is (1 Tim. 6:16). Daarnaast zou het betekenen dat de geredden in de hemel vrij zicht hebben op de gekwelde ongelovigen. Hoe heerlijk zou de hemel zijn met zo een schouwspel voor de geredden, waar mogelijk hun familie of vrienden aan de andere kant van de kloof zouden kermen? Nee, het is een gelijkenis, geheel in overeenstemming met Mattheüs 13, waar staat dat Jezus de menigte slechts in parabels toesprak (Mat. 13:34).

De ‘onsterfelijke’ worm en het onblusbare vuur vonden we al in Jesaja. We zagen dat niet de zielen, maar de lijken van de overtreders zouden worden verbrand. Maar laten we ook eens kijken naar het bijbelse gebruik van het woord ‘onuitblusbaar’. Want de bijbel kent verschillende tekstplaatsen waar van een onblusbaar vuur gesproken wordt (Jer. 7:20 | Jer. 17:27 | Jer. 21:10-12 | Ez. 20:47-48 | Amos 5:6). Al deze profetieën zijn vervuld en zal ik je wat zeggen: geen van deze plaatsen brandt nu nog. Wij lezen ‘onuitblusbaar’ als ‘eeuwig brandend’, maar dat is niet terecht. Het betekent slechts wat het woord zegt: het is niet te blussen. Maar wanneer alle brandbare materiaal is verteerd gaat het vuur vanzelf uit. Op basis van dit bijbelse woordgebruik mogen we deze woorden van Jezus dus ook zo begrijpen. Zolang Gehenna brandt zal het niet geblust kunnen worden. Maar ooit zal het vuur doven, wanneer er niets meer te verbranden is.

Tenslotte de poel van vuur (Op. 20:10-15). De bijbel haast zich te vertellen dat dit ‘de tweede dood’ is. Een vreselijke dood, zeker, maar een dood – niet een eeuwig leven in ellende! De enige wezens waarvan gezegd wordt dat ze levend in het vuur geworpen worden en dag en nacht zullen worden gekweld door de vlammen zijn de duivel, het beest en de valse profeet (Op. 20:10). Van de mensen die er in geworpen worden wordt gezegd dat zij het zullen besterven – de tweede dood. Daarnaast zijn er geschiedkundige geschriften bekend die vertellen waar de poel van vuur gelegen is. Het is de Dode Zee. In de eerste eeuwen van onze jaartelling stond deze zee regelmatig in brand (lees hierover meer in dit artikel). Op dit moment brandt de zee niet, maar als we Openbaringen mogen geloven gaat dat in de toekomst wel weer gebeuren.

Dus wederom: geen aantrekkelijke vooruitzichten, maar verre van de monsterachtige mythische onderwereld van altoosdurende pijniging. De kritiek tegen zo een down-to-earth beschouwing van de hel is vaak : “ja, maar deze termen staan symbool voor de echte hel – Jezus wees op de zichtbare, tastbare vuilstort om de onzichtbare hel aan te duiden”. En toegegeven, de bijbel spreekt vaker op deze manier (vergelijk bijvoorbeeld de stad Babel – deze staat doorgaans ook voor meer dan alleen de fysieke stad). Maar ook wie de hel-teksten zo leest komt uit bij de hoop. Want in Jeremia 31:40 wordt van het lijkendal (Gehenna) gezegd dat het ooit heilig zal zijn in Gods ogen! Wat Gehenna ook uitbeeldt, de letterlijke locatie of een onzichtbare onderwereld, het zal niet voor altijd een plek van afschuw zijn! Ik zei het al eerder: het oordeel heeft nooit het laatste woord in de bijbel.

Want zo is het: onheil wordt steevast gevolgd door herstel. Herstel voor Sodom en Gomorra (Ez. 16:55), herstel voor Israël (Rom. 11:26), ja, herstel voor alle dingen (Kol. 1:20 | Ps. 145:9,10 | 1 Tim. 2:4). En de tweede dood? Die legt het loodje (1 Kor. 15:26). Dit kan toch niet gerijmd worden met de opvatting dat er een eeuwig verblijf in een of andere onderwereld bestaat, waar mensen in de oude, ongehoorzame, onherstelde staat zullen vertoeven? Nee, hoe je het ook beschouwt, je kunt er niet omheen: Jezus woorden worden waarheid: “zie, Ik maak alle dingen nieuw” (Op. 21:5).

Ik heb wel eens horen zeggen dat een woordverkondiging zonder de hel niet volledig is. Ik wil tegenwerpen dat een verkondiging zonder herstel onvolledig is. De voltooid verleden tijd van ‘hel’ is ‘heel’!

<< vorige volgende >>
http://goswindeboer.nl/?p=599
  1. Lentos / mei 30 2010

    Wauw!!!

reageer