Skip to content

basiskennis: God is GOD

Dit lijkt zo basaal dat het niet gezegd hoeft te worden, maar overal in de Schriften herhaalt God zijn Godheid. De reden? Er zijn mensen die een “god” onderwijzen die op de een of andere manier minder dan “God” is.

“…Ik ben God…” (Genesis 35:11, 46:10; 50:7; Jesaja 43:12; 45:22, Ezechiel 28:9, Hosea 11:9)

In vijf van deze passages wordt het Hebreeuwse woord “El” gebruikt voor God. In vier ervan in het woord “Elohim”. God is de El van de Schriften. El wordt meer dan 200 keer in de Hebreeuwse Schriften gebruikt, en het betekent “Onderwerper”. Dit is de titel die God beschrijft als GOD.

El is ook het stamwoord voor Elohim, het machtige woord dat het vaakst voor de titel van God wordt gebruikt. E.W. Bullinger heeft een grote dienst bewezen aan het Lichaam van Christus door zijn uitvoerige studies over de namen van God in zijn boek “Divine Names and Titles” (verkrijgbaar bij StudyShelf.com). Het onderstaande is een samengevatte beschouwing van El en Elohim uit Bullinger’s Companion Bible Appendices, nummer 4.

EL is in essentie de Almachtige. El is Elohim in al Zijn kracht en macht. El is God de Omnipotent. Elohim is God de Schepper die zijn almacht in werking stelt. Eloah is God die alles beschikt en gebiedt, en die alleen de aanbidding van Zijn volk zou moeten ontvangen. El is de God die alles weet (voor het eerst te lezen in Genesis 14:18-22) en alles ziet (Genesis 16:13) en die alles voor Zijn volk bewerkt (Psalm 57:3); en in Wie alle Goddelijke attributen zijn verenigd.

ELOHIM komt 2700 keer voor. De eerste passage brengt de term in verband met de schepping, en geeft het zijn essentiële betekenis als de Schepper. Het geeft de relatie van Hem tot Zijn schepselen weer. Elohim wordt (in de NBG) aangegeven met kleine letters, “God”.

ELOAH is Elohim die aanbeden dient te worden. Eloah is God in relatie tot zijn Wil meer dan zijn Macht. De eerste passage brengt deze naam in verband met aanbidding (Deuteronomium 32:16,18). Aldus is dit de titel die gebruikt wordt telkens wanneer het contrast (latent of uitdrukkelijk) met valse goden of afgoden gemaakt wordt.

ELYON komt voor het eerst in Genesis 14:18 voor met El, en wordt weergegeven als “de Allerhoogste (God)”. Het is El en Elohim, niet als de machtige Schepper, maar als de “bezitter van hemel en aarde”. Het is Elyon, als de eigenaar van de aarde, Die de natiën “hun erfdeel” toebedeelt. Deze titel komt 36 keer voor.

(EL) SHADDAI wordt in elke passage vertaald met “Almachtige”. Het is God (El), niet als de bron van kracht, maar van genade; niet als Schepper, maar als Gever. Shaddai is de “Al-goede”. Deze titel refereert niet aan zijn scheppende kracht, maar aan zijn vermogen in alle noden van zijn volk te voorzien. De eerste passage is in Genesis 17:1, en het wordt gebruikt om Abraham te tonen dat Hij die hem had uitverkozen om alleen voor Hem te wandelen hem in alles kon voorzien. Het is ook de titel die in 2 Korinthiërs 6:18, waar we opgeroepen worden “uit te komen” in afscheiding van de wereld. Het wordt altijd gebruikt in verband met El.

Ongeacht wat mensen zeggen over God wat dit tegenspreekt, God is GOD! Punt.

Rust daarin.

Clyde L. Pilkington, Jr.
Daily Email Goodies, 30 juni 2010
© 2010

<< vorige volgende >>
  1. De Gelovige / okt 4 2010

    Goedendag,

    Ik lees met zeer tevredenheid naar je blogposts. Ik ben namelijk ook zelf veel bezig met het onderzoeken van Gods woord. Ik hoor regelmatig verschrikkelijke dingen! Zoals:

    • Autoriteit op aarde behoort aan de mens toe.
    • God heeft Zichzelf geen rechten in de gezagsstructuur gegeven op aarde.
    • Elke invloed vanuit bovennatuurlijke is alleen legaal door de instemming v/d mens.
    • God heeft Zich onderworpen aan deze wet en houdt Zich aan Zijn Woord.

    Gebed = invloed
    • “Gebed is toestemming geven aan God, zodat God Zich rechtmatig kan bemoeien met de zaken op aarde”
    • “Gebed is het uitoefenen van het aan de mens gegeven gezag op aarde, door het inroepen van Gods invloed en hulp op aarde”

    God is machtig maar heeft de mens nodig want hij kan niks zelf. Hij heeft toestemming nodig van ons nietige mensen! Ik vind het ongelooflijk dat men zo kan denken maar toch is dit de dagelijkse preek in sommige gemeentes.

    Ik ben benieuwd naar je reactie.

  2. goswindeboer.nl / okt 4 2010

    He, bedankt voor je reactie. Het is nog maar enkele jaren geleden dat ik de zaken opnieuw ben gaan bekijken, en inderdaad, het is soms bizar welke bijrol God krijgt in de visie van sommige mensen. Heel subtiel soms, maar wanneer alle verbale franje even wordt weggedacht blijft er steeds weer over: God heeft je de kans gegeven gered te worden. Je hoeft alleen nog maar … . En dat is toch echt niet wat ik lees. Men preekt coöperatie, terwijl de bijbel mijns inziens spreekt van capitulatie – het je volledig overgeven aan Gods genade, het eindelijk toegeven dat je zelf niets kunt doen om gered te worden.

    Net nog hoorde ik een preek over Ef. 1:1-6. Een prachtige passage over voorbestemming en voorbeschikking werd met veel woorden verdund tot voornemen en voorbehoud! Het werd gemaakt tot een algemeen aanbod voor iedereen, te verkrijgen door persoonlijk geloof. Dus weer is de mens aan zet: al deze dingen kunnen de onze zijn als we gaan geloven. Voor het gemak even vergetend dat het geloof ook een gave is. ALLES is je gegeven, van begin tot eind. En God kende het eind vanaf het begin. Dus al ontvouwt de geschiedenis zich voor ons van dag tot dag, voor God is er niets verrassends! We hoeven Hem niet te imponeren met onze trouw en devotie, maar we dienen juist geïmponeerd te worden door de Grote Gever die ons die trouw en devotie heeft gegeven.

    En inderdaad, in de gebruikelijke visie is gebed een soort hefboom geworden. Alleen heb je misschien niet zoveel in te brengen, maar wanneer we massaal gaan bidden, het liefst ook in groepen, dan is God misschien geneigd onze smeekbede te verhoren. De hele nacht doorbidden is dubbele punten. Maar ik lees juist dat gebed bedoeld is om de bidder te veranderen. Zoals Paulus zegt in Fil. 4:6,7 dat het ons rust zal geven. God is niet ongerust, maar wij vaak wel. Ook in Ef. 1:16-22 bidt Paulus dat de Efeziërs toch mogen komen tot een realisatie van de waarheden aangaan de Christus. De waarheden blijven ongewijzigd, maar de realisatie ervan kan groeien. Zelfs het gebed dat Jezus de discipelen leerde lijkt in feite een ‘inpluggen’ op aanstaande en reeds voorzegde waarheid. Immers, Jezus preekte de nabijheid van het Koninkrijk (“uw Koninkrijk kome”). Voorafgaand aan deze tijd zal een periode van schaarste zijn voor de heiligen (“geef ons heden ons dagelijks brood”) en zal de Antichrist overuren draaien (“verlos ons van de boze”).

    Effin, leuk om te horen dat ik niet de enige ben die anders denkt. Je hebt leuke stukken op je website. Er wordt zoveel gezegd waar je bedenkingen bij kunt plaatsen. In de kern gaat het er om dat geloof vaak synoniem wordt geacht met doen, terwijl volgens mij alleen dank de gepaste reactie is.

reageer