Skip to content

lastige lidwoorden

Ik heb in voorgaande stukken al eens genoemd dat zelfs iets onbenulligs als een lidwoord voor verwarring of verduistering kan zorgen. Althans, wanneer het ten onrechte aan de tekst wordt toegevoegd. Soms is het relatief onschuldig, zoals in het geval van Genesis 1:1, waar vrijwel elke vertaling spreekt van “In den beginne”, of “In het begin”. Zo herkenbaar, maar het staat er niet – althans niet in het origineel. Het bepaalde lidwoord is in de grondtekst niet te vinden, dus het zou vertaald kunnen worden met “in een begin”.

Een passage waar ook lidwoorden aan de tekst zijn toegevoegd is Hebreeën 11. Je weet wel, de overbekende passage over het geloof. Ik lees vaak meerdere vertalingen naast elkaar, om eventuele vertaalvariaties op te sporen en om een bredere kijk op de boodschap te krijgen. De concordante vertaling van het hoofdstuk laat zien dat het niet gaat over “het geloof” maar over “geloof”. Ik wil beargumenteren dat zelfs zo’n subtiel verschil je kan verhinderen de boodschap echt te verstaan.

Het lidwoord suggereert dat er één specifiek geloof is dat al deze mensen samenbindt. In onze tijd, met meerdere wereldgodsdiensten en een welhaast epidemisch aantal sektes is het van belang te onderscheiden welk geloof de ware is, zeker. Maar deze passage handelt niet over het geloof in deze zin. Zij verhaalt niet van Abraham die vasthield aan de Ene God en zich niet liet verleiden tot het dienen van andere goden. Het gaat niet om het contrast tussen de godsdiensten, maar om het onderscheid tussen geloof en ongeloof.

Wanneer we schrijven: “het geloof”, legt het de nadruk op het lidwoord: het geloof. En wij kunnen bijna niet voorkomen dat we onbewust invoegen “het christelijke geloof”. Maar daar gaat het in deze passage niet om. Wanneer we de tekst weergeven zoals het er staat, en “geloof” zonder lidwoord schrijven, laat dat de lezer zich afvragen: “hoezo geloof, wat voor geloof, geloof waarin?” Geen meeresonerende geloofsbeleidenissen of reformatorische sola’s, maar een blanco blik op de boodschap van de schrijver.

Hij laat ons niet in het ongewisse over wat hij bedoelt met geloof. De schrijver begint de passage met een definitie van geloof zoals hij het daar bedoelt. Ik hoop dat het je, met het bovenstaande in het achterhoofd, dan ook opvalt dat er in deze passage helemaal niet over Jezus, het kruis of de opstanding wordt gesproken. Het gaat niet om het christelijke geloof – immers, Jezus was nog niet gekomen ten tijde van deze geloofshelden – maar om geloof, waaronder het volgende moet worden verstaan:

Het geloof nu is de zekerheid der dingen, die men hoopt, en het bewijs der dingen, die men niet ziet. – Heb. 11:1
Now faith is an assumption of what is being expected, a conviction concerning matters which are not being observed; – Heb. 11:1 CV
Dit is dus het geloof waar de Hebreeënschrijver verder over uitwijdt. Het zeker weten van waar je op hoopt, het bewijs (de overtuiging, CV) van ongeziene dingen. En zo is het ook, toch? Wij geloven dat God de wereld geschapen heeft door zijn Woord (Heb. 11:3), we hebben het niet gezien. Noach geloofde God, toen Hij zei dat er een vloed zou komen (Heb. 11:7), ook al heeft het nog decennia geduurd voordat hij het water zag. En Abraham ging weg op aangeven van God (Heb. 11:8), zonder de bestemming te kennen of te hebben gezien. Abraham geloofde God, toen hem ontelbare nakomelingen werden beloofd, terwijl zijn lichaam en dat van zijn vrouw al lang de vruchtbare leeftijd hadden gepasseerd. Wat hij zag – zijn lichamelijke onvermogen – deed hem niet twijfelen aan de woorden van God. Hij geloofde in Gods vermogen om te doen wat Hij zegt. Is dat niet wat geloof in essentie nog steeds is?

Voor ons houdt geloven nu in dat we overtuigd zijn dat Jezus, de Zoon van God, is gestorven voor onze zonden en ten derden dage opgewekt, naar de Schriften. Hij overwon de dood en stond op in nieuw leven, als eerstgeborene (Kol. 1:18). Wij zullen volgen (1 Thes. 4:13,14). Wij zien zonde en dood, maar we geloven dat aan beide een eind komt. We vertrouwen en hopen op een heerlijke toekomst van leven zonder sterven. Alleen God kan dat geven. Hij heeft het ons toegezegd. Geloven wij dat Hij zijn woord zal houden?

reageer