Skip to content

kinderen

Dit is het vijfde deel van een serie over perspectieven. Klik hier voor het eerste artikel.

We zijn al een heel eind gekomen met onze gedachten over perspectieven en Gods handelen. Maar de vraag die je na mijn laatste bericht zal willen stellen is waarschijnlijk deze: niet iedereen is toch een kind van God? Gaat daarmee jouw optimisme niet in rook op? Zelfs de tekst die je citeerde over Jezus die sprak van mensen “die Hem daarom bidden”. Dat doet lang niet iedereen. Alleen gelovigen kennen God als hun Vader, en zullen Hem om dingen vragen. De tekst spreekt toch niet van de mensen die niet bidden, die niet geloven – de mensen die niet Gods kinderen zijn.

Dit is een terechte opmerking. Wij kennen de term “kind van God” altijd alleen toe aan gelovigen. De bijbel doet dit ook, maar niet uitsluitend. Er wordt op meerdere manieren gesproken over God als Vader. Natuurlijk zijn de gelovigen kinderen van God, maar zijn de ongelovigen dat niet? Het zal je misschien verbazen, maar de bijbel maakt dit onderscheid niet zo sterk als wij dat meestal doen. Neem nu de volgende teksten:

Hebben wij niet allen één Vader? Heeft niet één God ons geschapen? – Mal 2:10

Toen sprak Jezus tot de scharen en tot zijn discipelen, […] En gij zult op aarde niemand uw vader noemen, want één is uw Vader, Hij, die in de hemelen is. – Mat. 23:1,9

Het vaderschap van God wordt gekoppeld aan zijn Schepper-zijn. Heeft Hij niet allen geschapen? Ook Jezus, in zijn toespraak tot de scharen noemt God de Vader van alle toehoorders. Lang niet alle mensen die kwamen om te luisteren, waren ook daadwerkelijk zijn volgelingen, toch?

Maar je zou kunnen tegenwerpen dat dit aan de Joden gericht is. Immers, het Oude Testament is in de eerste plaats aan en voor Israël, en ook Jezus sprak tot zijn volksgenoten. Hij zei zelfs dat Hij slechts gezonden was tot “de verloren schapen van het huis Israëls” (Mat. 15:24). Laten we daarom eens zien wat de apostel der heidenen – de rest van de mensheid – te zeggen heeft over het vaderschap van God.

In zijn overbekende toespraak aan de heidenen op de Areopagus – ongelovige filosofen – zegt Paulus dit:

De God, die de wereld gemaakt heeft en al wat daarin is, die een Heer is van hemel en aarde, woont niet in tempels met handen gemaakt, en laat Zich ook niet door mensenhanden dienen, alsof Hij nog iets nodig had, daar Hij zelf aan allen leven en adem en alles geeft. Hij heeft uit één enkele het gehele menselijke geslacht gemaakt om op de ganse oppervlakte der aarde te wonen en Hij heeft de hun toegemeten tijden en de grenzen van hun woonplaatsen bepaald, opdat zij God zouden zoeken, of zij Hem al tastende vinden mochten, hoewel Hij niet ver is van een ieder van ons. Want in Hem leven wij, bewegen wij ons en zijn wij, gelijk ook enige van uw dichters hebben gezegd: Want wij zijn ook van zijn geslacht. Daar wij dan van Gods geslacht zijn, moeten wij niet menen, dat de godheid gelijk is aan goud of zilver of steen door menselijke kunstvaardigheid gesneden of bedacht. – Hand. 17:24-29

En later in zijn brieven is Paulus ook heel duidelijk over het vaderschap van God.

voor ons nochtans is er maar één God, de Vader, uit wie alle dingen zijn en tot wie wij zijn, en één Here, Jezus Christus, door wie alle dingen zijn, en wij door Hem. – 1 Kor. 8:6

Om die reden buig ik mijn knieën voor de Vader, naar wie alle geslacht in de hemelen en op de aarde genoemd wordt, – Ef. 3:14,15

één God en Vader van allen, die is boven allen en door allen en in allen. – Ef. 4:6

Zie je dat de bijbel God regelmatig de Vader van alle mensen noemt. En in feite is dat ook niet zo vreemd. Immers, alles komt uit God. Hij staat aan de oorsprong van de hele schepping, van alle mensen. Dan is Hij ook hun Vader. En toegegeven, veel mensen zijn zich daar niet van bewust. Zij weten zich niet een kind van God. En door hun gedrag worden ze soms door de bijbel bestempeld als een “kind van de weerspannigheid” of zelfs een “kind van de duivel”. Maar die titel volgt uit hun daden, niet uit hun oorsprong. Want Satan heeft niets geschapen, toch? Als we het hebben over onze roots dan komen we allemaal uit Adam, en Adam uit God (Luk. 3:38).

En al is dit anders dan je het meestal hoort, het past toch eigenlijk precies in de boodschap van de bijbel. God is de Vader van alle mensen. Altijd al geweest. Hij zal het ook altijd blijven. Wij als zijn kinderen zwerven heel wat af. De gelijkenis van de verloren zoon laat zien dat de Vader niet verandert, maar de zoon. Hij verlaat zijn vaderlijk huis, en gaat op kroegentocht. Maar hij keert om en keert terug. Terug naar huis. De Vader wachtte hem op. Hij was nooit opgehouden met wachten. Hij had hem niet afgestoten, onterfd of kind-af verklaard. En bij thuiskomst omarmde Hij de verloren-maar-teruggekomen zoon. In zijn vuile kleren.

De Vader ziet uit naar de thuiskomst van alle verloren zonen (m/v). En met de wetenschap dat God de Vader van ons allen is, volgt de vraag wát voor Vader Hij is. Mogen we onze eigen onvolmaakte vaderschap uitvergroot op God projecteren? Mogen we zeggen en geloven dat Hij meer van zijn kinderen – alle kinderen – houdt dan wij ooit zullen kunnen? Ook van de verloren zonen?

We komen steeds maar terug op wie God is. En volgens mij is dat een goed ding. Maar al te vaak is geloven een op onszelf gericht gebeuren geworden. Een bouwwerk van regels en vereisten die aan ons worden gesteld. Ons lot wordt gekoppeld aan wie wij zijn. Maar de Vader is groter dan onze bouwwerken. Zijn vaderschap is het fundament van alles. Hebben wij een goede Vader? Dan zal Hij goed zijn voor al zijn kinderen. Niemand uitgezonderd.

Let wel, ik zeg goed, niet lief. Ik sla de oordeelsteksten niet over als ik de bijbel lees, maar ik plaats ze binnen het kader van Gods vaderschap. Zoals wij ook soms moeten straffen om te onderwijzen en te doen keren, zo zal dat voor God niet anders zijn. Maar wel beter.

<< vorige volgende >>
  1. David / apr 21 2011

    Mooi stukje Goswin! Zo helder en zo waar!

  2. pietsje / apr 23 2011

    Hoi Goswin,

    Ik vind het altijd leuk om je stukjes te lezen, ook deze brengt voor het overgrote deel vreugde in m’n hart, ik geloof n.l. ook dat alle mensen op aarde, kinderen van God de Vader zijn en dat vind ik geweldig, alleen het laatste stukje kan ik dan niet plaatsen, jij zegt God is goed, maar niet lief, als ik het goed begrijp dan zeg jij dat God ons kn straffen om te onderwijzen, of te doen keren? dat past niet in mijn plaatje van Gods Onvoorwaardelijke Liefde.
    Ik wil iets met je delen over mijn eigen zoektocht naar Gods Vaderhart en ik ben tot de vreugdevolle ontdekking gekomen dat we door een proces van geestelijke groei, van kind naar zoon van God kunt ontwikkelen en zoonschap heeft in de Bijbel alles te maken met verantwoordelijkheid/autoriteit, Jezus was daarin voor ons grote voorbeeld, ook Hij ontwikkelde van een afhankelijke baby naar Zoonschap, Hij bracht de blijde boodschap van het Koninkrijk van God, Hij deed die werken op aarde die Hij Zijn Vader zag doen en dat geldt ook voor ons als we zonen zijn, maar jammer genoeg zit de gemeente voor het merendeel vol met kinderen en is er dus niet veel manifestatie van Gods Koninkrijk/Kracht zichtbaar in de gemeente en dat komt vaak door ontwetendheid, gebrek aan kennis gebrek aan goed onderwijs hierover.
    Liefde is de ander de vrijheid geven om te kiezen, zo’n Liefdevolle Vader hebben wij, de eerste mens koos om zijn eigen wil te doen met alle gevolgen vandien, de tweede mens koos om de Wil van Zijn Vader te doen met alle gevolgen vandien, maar Zijn keus heeft ons redding gebracht.
    Ik geloof dat 2000 jaar geleden Jezus Christus de verbroken hartsrelatie die er sinds de zondeval tussen Vader en Zijn kinderen was, weer hersteld heeft door Zijn dood en Opstanding.
    God de Vader heeft de straf die wij als hele mensheid verdient hadden volledig op op Zijn Zoon neer gelegt en Vader heeft ons genade aan geboden en daarom we leven nú dus al 2000 jaar in genadetijd, daarom geloof ik dat God de Vader ons niet meer straft, dus ook niet om ons te onderwijzen.
    Zoals God natuurlijke wetmatigheden heeft ingesteld (zaaien en oogsten), zo ook geestelijke, want woorden zijn als zaad, ze brengen vrucht voort, goed en kwaad.
    God heeft ons vrijheid gegeven om te kiezen, wij zijn zelf verantwoordelijk voor de keuzes die we maken én de gevolgen die daaruit voortkomen.
    Als iets fout gaat is er altijd vergeving, maar soms moet je verder leven met de gevolgen die daaruit voortkomen, ik kan niet geloven dat dat een straf van God is om je iets te leren.
    God straft niet meer, wij straffen onszelf omdat we niet geloven dat we Geliefd zijn.
    De oorzaak van alle ellende ligt o.a. in: de gebrokenheid van de schepping, de verkeerde keuzes die we maken en satan die ons wil vernietigen, maar wij hebben in Christus weer autoriteit om op aarde te regeren namens God, de schepping wacht op het openbaar worden van de zonen Gods
    Vaderliefde wacht, totdat Vaderliefde beantwoordt wordt.

    Groetjes Pietsje Dijkstra.

  3. goswindeboer.nl / apr 25 2011

    He Pietsje, wat leuk om wat van je te horen. Dank je wel dat je dit hebt gedeeld. En wat betreft jou vraag: ik zie nu ook dat het er wat raar staat. Of in ieder geval dat je het wat raar kunt begrijpen. Want het lijkt net alsof ik zeg dat God niet Liefde is. Maar wat ik bedoel te zeggen is gericht tegen de gedachte dat alles kan en het niet uitmaakt wat je doet. Dat God je aan het eind toch over de bol aait en je binnenlaat, omdat Hij zo lief is. Dat Hij een slappe God is die heel krasse taal heeft gesproken over onrecht en wangedrag, maar het aan het eind niet waarmaakt. Veel mensen interpreteren mijn visie zo, dus dat wilde ik proberen te voorkomen. Ik ben het helemaal met je eens dat God onvoorwaardelijk liefheeft. God IS Liefde. En daaruit vloeit Zijn hele handelen voort. Zelfs zijn gerechtigheid. Maar Hij is niet lief zoals een knuffelbeer.

    Je noemde ook dat we nu in de genadetijd leven. En dat ben ik met je eens. Maar dat zal niet altijd zo zijn, geloof ik. Nu grijpt God niet in, maar er komt een tijd dat Hij dat wel zal doen. Eens zal Hij de kromme dingen rechtmaken. Hij zal Richten (oordelen). Daar doelde ik op met het woord straf. Niet omdat het woord “straf” nu de lading zo goed dekt, maar omdat veel mensen dat begrip beter kunnen plaatsen. De bijbel noemt het Oordeel of Gericht. En daarvan geloof ik dat het net zo past in Zijn Vaderschap als Zijn Liefde. Als Gods Liefde zou stoppen bij de Gerichten, en Hij ineens een woedende vergeldingsdrang zou laten zien, was Zijn Liefde niet onvoorwaardelijk. En zeker niet oneindig. Maar ik geloof dat zelfs Zijn gerichten, als een tuchtiging (om een vaderlijke term te gebruiken) ook tot omkering zullen dienen.

    Heb ik hiermee de onduidelijkheid opgehelderd?

reageer