Skip to content

traditie

Dit is het laatste deel van een serie over Gods bestuur in de geschiedenis. Klik hier voor het eerste artikel.

Ik heb misschien de indruk gewekt dat alleen religieuze traditie overlevering verkiest boven onderzoek, maar dat is niet het geval. Elke vorm van institutionalisme gaat mank op dit vlak. Telkens wanneer we inzichten vastleggen in belijdenissen (of natuurwetten) en uitvoering in ceremonie, ontstaat het gevaar dat we de samenvatting liever hebben dan het boek en de vorm liever dan de inhoud. Zeker wanneer nieuwe kennis aangedragen wordt en oude inzichten zouden moeten plaatsmaken. Iedereen die zich heeft verdiept in de geschiedenis van de wetenschap weet hoe ook daar de gevestige orde over het algemeen reageert op nieuwe inzichten.

Maar er is toch geen nieuwe kennis bij de mensen gekomen? De bijbel is toch al tweeduizend jaar ‘af’? Dat klopt – in zekere zin. Hieronder meer daarover. Er zijn wel nieuwe mensen bij de kennis gekomen, en niet elke nieuwe bekeerling was even bereid zich neer te leggen bij de letter van het woord. Toen bijvoorbeeld keizer Constantijn zich bekeerde, werd het keizerrijk niet zozeer hervormd naar het bijbelse model, maar de bijbel geschoenlepeld in het keizerlijke model. En reken maar dat een invloedrijk persoon als Constantijn zijn stempel heeft gedrukt op de verkondiging van de boodschap. Maar we hoeven niet eens buiten de bijbel te kijken om te zien wat het Evangelie te verduren had. Paulus heeft in de Galatenbrief al te kampen met flinke verminking van zijn boodschap en ook schrijft hij in 2 Tim. 1:15 dat allen in Asia zich van hem hebben afgekeerd. Het goede bericht laat zich kennelijk niet altijd onvermengd vermenigvuldigen.

Het laatste boek in de bijbel, Openbaring, is in ca. 96 na Christus gescheven (volgens sommingen rond 69 na Christus), maar het heeft nog tot 363 na Christus geduurd voordat het Nieuwe Testament zoals we dat nu kennen werd vastgelegd. Vanaf ongeveer 170 na Christus werden de meeste Nieuw Testamentische boeken als zodanig erkend, maar dat betekent nog steeds dat de nieuwe bekeerlingen in de eerste turbulente jaren van het Christendom het moesten doen zonder de volledige bijbel. Met de weerstand en vermenging die Paulus al tijdens zijn leven rapporteert in het achterhoofd, kan het niet anders dan dat het eerste buitenbijbelse gedachtengoed al in deze jaren is ontstaan. Tel daar de middeleeuwen bij op waarin gedurende duizend jaar het Woord alleen aan de religieuze, geletterde elite was gegeven, in het Latijn werd verkondigd en waarin kerk en staat voortdurend de lakens deelden en zie daar de grond van mijn argwaan. De engelstaligen noemen deze periode niet voor niets de ‘Dark Ages’.

Toegegeven, de Reformatie heeft veel van de misstanden gecorrigeerd en de focus weer teruggebracht naar het schriftwoord, maar mensen zijn mensen. De Reformatie is al weer lang geleden, de boodschap is al weer vele malen doorgegeven, en niet altijd even goed (getuige de pakweg 30.000 verschillende protestantse denominaties wereldwijd). En ook Luther begreep de bijbel niet helemaal, blijkens zijn commentaar op de brief van Jakobus, die hij als een strooien brief afschreef.

Kortom, voor de zuivere leer moeten we ons wenden tot de bijbel en niet de boodschappers. Paulus, die de laatste instructies van Jezus ontvangen heeft, zegt zelf dat mensen niet hem maar zijn boodschap moeten volgen (vrij naar 1 Kor. 1:10-17). Maar helaas zijn de boodschappers ook degenen die ons de bijbel brengen, en dat maakt het soms zo lastig om de bijbel goed te verstaan. De theologen die de diverse tradities uitwerken en doen voortleven zijn dezelfde mensen die de bijbel in onze taal overzetten. En het kan niet anders dan dat de theologie doorwerkt in de vertaalkeuzes, zeker als je niet concordant te werk gaat (woorden consequent op dezelfde manier en met dezelfde vertaalwoorden overzetten om inkleuring door interpretatie te voorkomen).

Neem nu het woord ‘hel’. Je bent toch met me eens dat de hel een belangrijke plaats inneemt in de christelijke boodschap? Het is essentieel om een goed beeld te krijgen van wat de hel is. Immers, de gangbare theologie ziet de meerderheid van de mensheid daar belanden, dus we moeten de bijbel serieus nemen over dit onderwerp. Ik wil je laten zien wat er met het woord ‘hel’ is gebeurd in de bijbelvertalingen van de afgelopen eeuwen.

Ga eens naar biblija.net en zoek het woord hel op in de Statenvertaling. Je zult zien dat het zo’n 45 keer voorkomt (afhankelijk van welke uitgave je kiest). Doe het zelfde eens bij de NBG vertaling. Zie je dat 300 jaar later de hel nog maar 9 keer voorkomt in de hele bijbel. En bovendien alleen nog voor in het Nieuwe Testament. Doe nu de zelfde zoektocht nog eens in de NBV. Waar is de hel gebleven?

De vertalers hebben onderhand ingezien dat er betere vertaalwoorden zijn voor wat voorheen met hel werd aangeduid, namelijk Gehenna en Tartarus (feitelijk transliteraties van de griekse woorden). Twee andere vertaalwoorden, dodenrijk en onderwereld, hebben nog een vage notie van de klassieke hel, maar het lijkt erop alsof de hel op zijn retour is.

Voortschrijdend inzicht? Misschien. Kan het ook zijn dat we de afgelopen vier eeuwen bezig zijn geweest om het middeleeuwse beeld van de hel van ons af te schudden? En hoeveel boeken, preken, studies en flyers zijn er niet gemaakt sinds de Statenvertaling? Hoeveel nieuwe traditie en theologie is er ontstaan ná 1637, het jaar dat de Statenvertaling werd voltooid? Worden de gedachtengangen die sindsdien zijn ontstaan herzien, nu we weten dat we eigenlijk het woord ‘hel’ niet hadden moeten gebruiken? Of kleurt de traditie de nieuwe vertaalwoorden zodat de ze dezelfde lading krijgen als de oude?

Let wel, ik zeg niet dat de NBV een betere vertaling is dan de NBG of Statenvertaling. Waar de Statenvertaling nog behoorlijk concordant is overgezet naar de woorden van de grondtekst, de NBG en zeker de NBV hebben de vrijheid genomen meer naar de gedachte van de grondtekst te vertalen. Brontaalgericht, noemen ze dat ook wel. Leesbaar Nederlands is belangrijker geworden dan nauwkeurigheid. Maar David zegt in Psalm 12:7

De woorden des HEREN zijn zuivere woorden, gedegen zilver, in een smeltoven in de aarde zevenvoudig gelouterd.

God heeft zijn woorden weloverwogen gegeven. Laten we dan zorgdragen dat we ze zo veel mogelijk intact laten bij de overzetting. Doorgeven van gedachten veronderstelt een feilloos begrip van de woorden. Maar begrip van de woorden is nu juist de reden waarom we ons tot de bijbel wenden.

Om kort te gaan: Jezus sprak geen Nederlands. Elke bijbelvertaling introduceert een laag tussen jou en de woorden van God. Sommige lagen zijn behoorlijk transparant, andere minder, maar elke is gekleurd. Het is dus verstandig meerdere vertalingen naast elkaar te leggen wanneer je belangrijke teksten tegenkomt. Wees dan vooral scherp op de voorzetsels (van, in, door, met, …), want hier wordt nogal eens mee geknoeid. Besef ook dat hoofdstuk- en versindeling en ook interpunctie niet origineel is. Een hoofdstuk onderbreekt soms wat bijelkaar hoort en de plaatsing van een komma verhult of verdraait soms de essentie. Met deze dingen in je achterhoofd voorkom je grotendeels dat je de kleur van de versie volgt in de ontwikkeling van je denken. Er is meer gereedschap beschikbaar om je te helpen zoeken, maar het belangrijkste is dat je beseft dat het essentieel is om precies te zijn. En dat je bereid bent je denken te laten vormen door het Woord, in plaats van de woorden te vormen naar je denken.

We hebben nog maar één woord met een theologische en traditionele lading bekeken – en dan niet eens inhoudelijk. Het christendom kent vele van deze woorden. Ik hoop dat je nu snapt waarom ik traditie schuw als het gaat om de uitleg van deze termen. De bijbel is je enige baken in je zoektocht naar de waarheid. De traditie heeft 350 jaar nodig gehad om een eerlijkere weergave van de hel-teksten te durven boekstaven. Ben je nu nog steeds van mening dat je voor de rechte leer bij de traditie aan het juiste adres bent?

<< vorige

reageer