Skip to content

tweede kans?

Het heeft geen uitleg nodig dat onze nieuwe overtuigingen niet door iedereen worden toegejuicht. Nee, onze ontboezemingen hebben hier en daar pittige discussies ontketend. En dat is alleen maar goed. Een discussie is een gesprek, en een gesprek geeft aan dat deze dingen bespreekbaar zijn. En dat moeten ze zijn. De reacties zijn in eerste instantie vaak emotioneel (schrik, bezorgdheid en onrust) en later vaak inhoudelijk. Enkele inhoudelijke tegenargumenten heb ik in meerdere gesprekken gehoord, dus het leek me zinvol ze hier te bespreken. Immers, als in mijn directe omgeving al meerdere mensen deze kanttekeningen plaatsen, dan is de kans groot dat dat in jouw omgeving ook zo zal zijn. Of misschien plaats je ze zelf ook. Reden genoeg om eens enkele van deze bezwaren te behandelen.

Ik wil beginnen met het veelgehoorde protest dat wij een ‘tweede kans’ introduceren. Dat mensen na dit leven nog eens voor de keuze komen te staan en alsnog tot geloof kunnen komen. Ik zou natuurlijk kunnen antwoorden dat het geloof helemaal niets met kansen te maken heeft, maar met een keuze – en niet de onze, maar de Zijne (Hand. 13:48, Rom. 8:30, Ef. 1:4 en vele andere). Maar dat is een beetje flauw. Laten we het bezwaar eens beter bekijken, en dan vooral de tekstplaats die wordt geciteerd.

De passage die wordt aangehaald om ons terecht te wijzen komt uit Hebreeën, waar staat:

En zoals het de mensen beschikt is, éénmaal te sterven en daarna het oordeel – Heb. 9:27

Deze tekst lijkt inderdaad te zeggen dat het in dit leven moet gebeuren. Want na je dood is het te laat, dan komt het oordeel.

Nu moeten we deze tekst natuurlijk niet los van de omliggende verhaallijn proberen te begrijpen. Wie zijn “de mensen” waar de tekst van spreekt? En wat is “het oordeel”? Gaat het hier om alle mensen die ooit hebben geleefd? En spreekt de tekst van het eindoordeel bij de Grote Witte Troon? Laten we lezen vanaf het begin van het hoofdstuk. Ik zal proberen in mijn eigen woorden de lijn van het betoog weer te geven. Lees het hoofdstuk zelf ook om te controleren of ik het goed zeg.

voorafgaand

Heel hoofdstuk 9 is gewijd aan de priesterdienst in de Tabernakel en de betekenis van de rituelen. In het bijzonder worden de overeenkomsten tussen de taak van de hogepriester en Christus weergegeven. De offerdienst blijkt een vooruitwijzing te zijn geweest, een vleselijk ritueel als zinnebeeld voor de tegenwoordige tijd (Heb. 9:9). De schrijver wijdt vervolgens uit over het hoeveel-te-meer (vs. 14) het bloed van Christus ons zal reinigen. Veel meer dan het bloed van bokken en stieren. In vers 15 staat waarom:

En daarom is Hij de middelaar van een nieuw verbond, opdat, nu Hij de dood had ondergaan om te bevrijden van de overtredingen onder het eerste verbond, de geroepenen de belofte der eeuwige erfenis ontvangen zouden. – Heb. 9:15

[Merk op dat het hier gaat om de bevrijding van de overtredingen onder het eerste verbond. Dat vernauwt het blikveld dus tot de Joden, want alleen zij hebben onder het eerste verbond geleefd.]

Want, gaat de tekst verder, een testament [verbond, het zelfde Griekse woord als in vs. 15] is pas van kracht als de erflater gestorven is. Daarom was er in het eerste verbond ook bloed nodig. Het bloed werd gebruikt om de boekrol, Mozes, het volk, de Tabernakel en het gereedschap voor de priesterdienst te besprenkelen. Zo werd bijna alles met bloed gereinigd, en zonder bloedstorting is er geen vergeving (vs. 22). Maar de Tabernakel en al wat daarin is is slechts een afbeelding van het hemelse. De hemelse dingen zélf moeten met betere offers gereinigd worden (vs. 23). Dat is wat Christus heeft gedaan. Hij heeft in de hemel – waar de Tabernakel een afbeelding van is – Zichzelf éénmaal geofferd om de zonde weg te doen. Niet ieder jaar weer, zoals de hogepriester deed. En niet met ander bloed [dat van kalveren en bokken] zoals de hogepriester, maar met Zijn eigen.

scherpstellen

Nu kennen we de lijn van het relaas voorafgaand aan de tekst die we bespreken. Ik geef hieronder het slot van het hoofdstuk, inclusief de bewuste tekst, in zijn geheel weer.

Want Christus is niet binnengegaan in een heiligdom met handen gemaakt, een afbeelding van het ware, maar in de hemel zelf, om thans, ons ten goede, voor het aangezicht Gods te verschijnen; ook niet om Zichzelf dikwijls te offeren, gelijk de hogepriester jaarlijks met ander bloed dan het zijne in het heiligdom gaat, want dan had Hij dikwijls moeten lijden sinds de grondlegging der wereld; maar thans is Hij éénmaal, bij de voleinding der eeuwen, verschenen om door zijn offer de zonde weg te doen. En zoals het de mensen beschikt is, éénmaal te sterven en daarna het oordeel, zo zal ook Christus, nadat Hij Zich éénmaal geofferd heeft om veler zonden op Zich te nemen, ten tweeden male zonder zonde aanschouwd worden door hen, die Hem tot hun heil verwachten. – Heb. 9:24-28

Ik heb het bewuste vers 27 vetgedrukt. Het zal je meteen opvallen dat het slechts het eerste gedeelte is van een parallel die de schrijver trekt. Het “en zoals” van vers 27 hoort bij het “zo” van vers 28. Je kunt deze teksten niet los van elkaar begrijpen. Ze hebben een vergelijkbare strekking, want de woorden “zoals … zo” geven een vergelijking aan, geen tegenstelling. Nu is het tweede deel, het “zo” van vers 28, het positieve gevolg van de dood, het offer, van Christus. Hen die Hem tot hun heil verwachten zullen Hem aanschouwen. Dus puur taalkundig bezien moet het gevolg van het sterven in het eerste deel van de parallel, vers 27, ook positief zijn. Wij begrijpen “het oordeel” doorgaans helemaal niet zo positief. Maar we moeten ons begrip uit de tekst halen, en er voor waken het er in te leggen. In deze passage hebben we niets gevonden dat het oordeel negatief kleurt.

Het geladen woord “oordeel” is in het Grieks ook een neutraal begrip. Het betekent gewoon “gericht” of “rechtspraak”. Het vonnis kan positief of negatief uitpakken, maar dat moet blijken uit de omliggende tekst. Dat zit niet in het woord besloten. Ook moet gezegd worden dat in het Grieks, net als in het Nederlands, een lidwoord staat voor “de mensen”. In het Nederlands is dat niets bijzonders, maar als er een lidwoord in het Grieks staat moet je altijd even goed opletten. Dan wordt ergens extra nadruk op gelegd. Er staat dus niet “mensen” in het algemeen, maar “dé mensen”. Dat moet je doen denken: welke mensen? Vers 15 versmalde het toepassingsgebied al tot alleen de Joden. Maar de mensen die in de passage aldoor aan bod komen zijn de hogepriesters. Niets in deze passage dringt ons om “de mensen” in vers 27 plotseling te laten betekenen: “alle mensen, uit alle eeuwen en alle volken”. Het hoofdstuk laat steeds weer de parallel zien tussen de hogepriesters en Christus. Vers 27 en 28 zijn ook weer een parallel, en het laatste vers gaat over Christus. Dan moet het eerste toch wel spreken van de hogepriesters?

[Opmerkelijk detail: er staat in het Grieks niet “het oordeel”, maar “oordeel”, wat vertaald zou moeten worden met “een oordeel”, of meer neutraal “een rechtspraak”.]

Het thema van hoofdstuk 9 zou je dus zo kunnen weergeven: de hogepriester en Christus en de dood van de erflater. Bij het overlijden van de erflater wordt een testament van kracht, hebben we gelezen. Het testament van Christus is enorm. Bijna elke pagina van het Nieuwe Testament spreekt van de gevolgen van Zijn dood en opstanding. Voor zijn volk, de heidenvolken en de hemelse machten. Vers 15 geeft weer om welk testament het hier gaat: de belofte van de eeuwige erfenis. Maar wat het hoofdstuk niet vertelt is wat de gevolgen zijn van de dood van de hogepriester.

terug naar de Tenach

De toehoorders zijn Hebreeën getuige de titel van het boek, en ook de strekking van dit hoofdstuk ondersteunt die adressering. De Joden dus, een volk als geen ander doordrenkt in de Tenach (het Oude Testament). Zij wisten wel wat de dood van de hogepriester tot gevolg had. Dat hoefde niemand hen nog te vertellen. De schrijver vermeldt dan ook alleen wat de dood van Christus betekent, want dat waren nieuwe inzichten. Wij zijn vaak wat minder bekend met de Joodse voorgeschiedenis, dus voor ons is het zinvol de bepalingen rondom de hogepriester er nog eens op na te slaan.

Numeri 35 geeft de details. Vanaf vers 9 spreekt het hoofdstuk over de zogenaamde vrijsteden. Dat waren plaatsen waar iemand naartoe kon vluchten voor de bloedwreker, mocht hij per ongeluk iemand hebben gedood. Hij moest natuurlijk wel kunnen bewijzen dat hij niet uit wraak of kwaadwilligheid had gehandeld. Als hij voor de vergadering (de juridische macht van de stad) kon aantonen dat er van opzet geen sprake was, dan zegt Numeri het volgende:

dan zal de vergadering krachtens deze bepalingen recht spreken tussen degene die gedood heeft, en de bloedwreker; en de vergadering zal de doodslager uit de hand van de bloedwreker bevrijden, en de vergadering zal hem naar de vrijstad doen terugkeren, waarheen hij gevlucht was, waar hij wonen zal tot de dood van de hogepriester, die men met de heilige olie gezalfd heeft. […] Want in de vrijstad zal hij moeten wonen tot de dood van de hogepriester, en na de dood van de hogepriester zal de doodslager naar het land zijner bezitting mogen terugkeren. – Num. 35:24,25,28

Zie je de overeenkomsten? Hebreeën spreekt van “het oordeel”, maar we hadden al gezien dat dat ook vertaald had kunnen worden met “een rechtspraak”. En Numeri spreekt ook van “recht spreken”. Precies hetzelfde. Dus wanneer de hogepriester sterft wordt het oordeel van kracht wat de vergadering had uitgesproken: degene die iemand gedood had mocht terug naar het land van zijn bezittingen. Lees nu nog eens vers 27 en 28 van Hebreeën 9.

En zoals het de mensen beschikt is, éénmaal te sterven en daarna het oordeel, zo zal ook Christus, nadat Hij Zich éénmaal geofferd heeft om veler zonden op Zich te nemen, ten tweeden male zonder zonde aanschouwd worden door hen, die Hem tot hun heil verwachten – Heb. 9:27,28

Zoals de doodslager weer naar zijn bezittingen terug mag na de dood van de hogepriester, zo mogen de mensen “die Hem tot hun heil verwachten” hem ten tweede male aanschouwen na het offer van Christus. Of, zoals vers 15 het verwoordt, dan mogen “de geroepenen de belofte der eeuwige erfenis ontvangen”. Want het ging immers om een verbond, een testament. En na het overlijden van de erflater is er dus een erfenis te verkrijgen: toekomstige bezittingen. De erfenis van de belofte: het land wat ze eermaals hadden bezeten. In die tijd waren de Joden om hun overtredingen verstrooid onder de heidenvolken – in de vrijsteden als het ware. Maar de hoop van de Joden was om eens terug te keren naar het land van hun vaderen (Deut. 30:4,5). En dat zou gebeuren wanneer Jezus “ten tweeden male” zou komen om als Koning te heersen. Vers 28 belooft dat ze dat zouden mogen meemaken.

conclusie

Het is dus niet een dreigtekst, vers 27, maar een hoopvolle passage. Het gaat niet om kansen en kiezen voordat we doodgaan. Het gaat er helemaal niet om wat er gebeurt wanneer wij sterven. Het gaat erom wat er gebeurt wanneer hij sterft, de hogepriester. Met de dood van Christus, de ultieme Hogepriester, zou de hoop, de verwachting van de Joden bewaarheid worden. Ze zouden hun erfenis ontvangen, waar ze al zo lang op wachtten.

  1. frans / mei 10 2013

    Dank je wel een heerlijke bemoediging

  2. Wouter / jan 13 2014

    Ben ik onjuist, als ik vind dat ‘de tekst’, dus ook het voorafgaande gaat over het maar eenmalig nodig zijn van het geven van het Offer door de Here Jezus, zoals een mens ook maar eenmaal sterft (lichamelijk, want daarna komt het geestelijke, te beginnen met gerechtigheid)? Elke vergelijking met wie er specifiek wordt bedoeld met ‘de mensen’ en daar inclusief of exclusief een groep mensen aan verbinden is in mijn beleving de tekst uit verband rukken. Het gaat over eenmalig, niets meer, niets minder.

    Om deze tekst te gebruiken om aan te geven hoeveel kansen een mens heeft om voor Jezus te kiezen, is ook ‘de tekst uit zijn verband rukken’. Jezus geeft het oordeel, en het is niet aan ons om te speculeren op welke manier, onder welke voorwaarde of wanneer na het lichamelijke sterven dat precies gedaan wordt door Hem.

    Dat onze beoordeling volledig aan de Here Jezus gegeven is, zou voor ons ook een geruststelling moeten zijn, gezien zijn handel en wandel als mensenzoon.

  3. goswindeboer.nl / jan 13 2014

    he Wouter

    Dank voor je reactie. Het was mijn bedoeling om te laten zien dat het juist niets met kansen van doen heeft. Precies zoals jij ook zegt. Ik vernauw het blikveld inderdaad tot de Joden en de hogepriesters, maar daar hoef je natuurlijk niet in mee te gaan. Ik heb de bonnetjes erbij geleverd, maar misschien vind jij ze niet overtuigend genoeg. Het is in ieder geval leuk om er samen over na te denken.

    Je hebt gelijk dat de hele passage juist een schitterende tentoonstelling is van Christus, de redding en rijkdom die voortkwam uit zijn leven en sterven (slechts eenmaal). En al ben ik van mening dat deze passage niet AAN ons geschreven is, hij is wel zeker VOOR ons geschreven. Wij leren hier onze Redder nog beter kennen. En zoals ik Hem leer kennen, ben ik inderdaad gerustgesteld aangaande het komende oordeel. Het oordeel zal hevig zijn, maar de uitkomst is goed. Want Hij is goed!

  4. Wouter / jan 14 2014

    Deze tekst bevestigt de realiteit van het eenmalig zijn van ons leven, daar zijn we het over eens.

    Je zult vast ook wel bevestigen dat het duidelijk is dat de Here Jezus ons kwam leren dat het Hemels koninkrijk dichtbij is, en dat we ons daarom moeten bekeren, een nieuw leven leiden, een waarin je niet meer moet zondigen. De blijde boodschap, het goede nieuws is dat dit mogelijk is omdat de Here Jezus nieuw leven geeft. Van binnen. De Here Jezus maakt heel duidelijk dat we een keuze moeten maken, omdat het straks te laat is om een keuze te maken omdat de deur dan gesloten wordt.

    Is het leren dat er na ons lichamelijk sterven nog een keuze is om voor Jezus te kiezen, een leer die in lijn is met was Jezus ons heeft doen leren kennen? Dat is toch de vraag die beantwoord dient te worden? Daarmee zeg je feitelijk kennis te hebben van het moment waarop de deur wordt gesloten. Het is voor mij onvoorstelbaar dat je dit durft te zeggen; besef je niet welke implicaties dit heeft voor zoekenden die onzeker zijn wat ze moeten kiezen? Spoor je hiermee niet aan om mensen de keuze juist uit te stellen om voor de Here Jezus te kiezen als hun verlosser?

    Ik snap werkelijk niet dat je niet inziet dat jouw leer niets toevoegt, ja eerder afbreuk doet, aan de woorden van de Here Jezus, of het werk van de Heilige Geest, door wie de apostelen op straat gingen om de mensen te leren dat het Koninkrijk nabij en dat ze zich moeten bekeren? Het enige wat het doet is dat het mensen gerust stelt om nog geen keuze te maken.

    Ik hoop dat je beseft dat je meer doet dan een mening geven, maar een leer verspreidt. En mening geven doe je in een gesprek, waarin ideeen besproken worden en bijgesteld worden. Wat jij doet is een leer op een podium verkondigen, niet een gesprek voeren in een huiskamer.
    En in mijn beleving is dit een valse leer, die niet leidt tot een eeuwig leven met de Here God, maar een leer die mensen hun keuze voor een eeuwig leven uit laat stellen.

  5. goswindeboer.nl / jan 14 2014

    he Wouter

    Poeh, dat zijn heel wat vragen. Allereerst, ik verspreid niks. Ik deel geen flyers uit, koop geen radiozendtijd en ik sta niet op een kansel. Ik heb een stukje webruimte waar ik mijn gedachten over de bijbel en het geloof deel met wie dat maar wil lezen. Als je dat niet wilt, dan lees je het niet.

    Met deze disclaimer uit de weg, zal ik je proberen te antwoorden. Ik geloof niet dat de woorden van Jezus in zijn aardse bediening (vóór het kruis) aan zijn aardse volk gelijke gelding hebben voor vandaag. Immers, wij krijgen onze instructies van ónze apostel, Paulus, die de Heer pas ná het kruis ontmoette. Voor de verschillen in de bediening van Paulus en de twaalf, kun je misschien hier eens lezen: link.

    Jij hebt het steeds over een keuze, maar de issue is geloof. Dat de kerk daar een ceremonie aan heeft gekoppeld (zondaarsgebed, hand opsteken, hart aan de Heer geven, doop, en welke varianten er ook maar circuleren) is verwarrend, omdat het ineens lijkt alsof je om te geloven iets moet doen (en ook na de geloofsdaad is er, afhankelijk van het kerkgenootschap, weer veel werk aan de winkel). Het is volgens mij veel eenvoudiger: God heeft gesproken, en wij zouden dat geloven. Geloof is een overtuiging, een opening van het hart voor de waarheid. En dat doet God, niet wij! Je kunt dat net zo min uitstellen als het lezen en geloven van een krantenbericht. Lees hier hoe ik daar precies over denk: link.

    Het is dus niet iets wat wij moeten doen, tijdens ons leven (en al helemaal niet ná ons leven, want als je dood bent kun je niet zo veel meer), maar iets wat God bewerkt. Bij wie Hij dat wil, op Zijn tijd. Jij laat het lijken alsof geloven overeenkomt met het kiezen uit een catalogus. Twee opties, hemel of hel. “Hmm, daar moet ik nog even over nadenken hoor, ik ben nog wat onzeker”… Absurd toch! En toch wordt het vaak zo gepresenteerd. Het feit dat zo’n no-brainer keuzeproblemen oplevert geeft toch al aan dat we misschien niet het juiste menu voorschotelen?

    Ons probleem is niet de hel, maar de dood! Pas als je het probleem kent (en het als een probleem gaat zien) ga je op zoek naar een oplossing. Maar juist de theologie heeft deze kwestie volledig vertroebeld door de dood voor te spiegelen als een leven-aan-gene-zijde en het graf te verruilen voor een hel. Dat dit een voor een doorsnee ongelovige een monsterlijk godsbeeld oplevert lijkt niemand te storen, behalve de onzekere kiezende misschien. Lees hier meer over mijn gedachten over de dood: link.

    De tweedeling is dus niet hemel of hel, maar leven of dood in de komende eeuwen. Wie gelooft heeft eeuw-ig leven. De ander is in die eeuwen dood. Maar de dood heeft niet het laatste woord! Niet onze keuze, maar Jezus’ triomf heeft de oplossing gegeven voor ons probleem. Hij heeft de dood overwonnen. Niet alleen voor de gelukkige gelovigen, maar voor alle mensen die in de greep van de dood zijn. De stervelingen. De “in Adam ALLEN”. Geweldig toch! Geen halve maatregelen, maar een volledige zegetocht. Niemand meer dood! Het leven overwint!

    Dat jij dit ziet als afbreuk vind ik onbegrijpelijk. Het plaatst ons vertrouwen, ons geloof op God. Niet op onze keuze voor God (dat is een heel verraderlijke vorm van trots, van eigen werken – lees: link). Aan Hem alle eer. Wij mogen aan iedereen verkondigen wat God door Jezus heeft gedaan. Wie het zal geloven: wij weten het niet. God wel. Wie het niet gelooft zal heel verrast wakker worden, als de dood eenmaal teniet wordt gedaan (ok, er is ook nog een ontwaken voor het oordeel, als de dood nog heel reëel is – dat zal wat minder blijdschap opleveren). Wie het wel gelooft (en al gestorven is) wordt veel eerder wakker.

    Je ziet dat ik veel naar artikelen verwijs. Niet om te pochen, maar jouw vragen behoeven zo’n uitgebreid antwoord dat ik dat nooit in één reactie kwijt kan. Je bent niet de enige die vragen stelt. Als je de RE:post serie doorneemt (link) zie je veel van jouw vragen ook voorbij komen. Als je wilt weten waarom ik geloof wat ik geloof, kun je dus op diverse plekken terecht. Als je dat niet wilt weten: je hoeft het niet te lezen. Maar begrijp wel: ik geloof wat ik geloof in volle overtuiging dat dit is wat de bijbel leert. Dat dat niet overeenkomt met wat je in de meeste kerken hoort is tragisch, maar geen reden voor mij om van gedachten te veranderen. Ik heb het grootste deel van mijn leven ook geloofd zoals jij, maar ik tot de overtuiging gekomen dat het anders, groter is. Het reddingsverhaal is groter geworden, God is groter geworden, zijn liefde is groter geworden, mijn liefde voor Hem is groter geworden … ik ben zelf alleen wat kleiner geworden. Mijn aandeel in mijn redding is gekrompen naar 0. “Hij moet wassen, ik moet minder worden”, nietwaar.

    Ik geef de bonnetjes bij mijn gedachten – ze komen niet zomaar voort uit een wensdroom. Kom jij met die teksten op andere gedachten: prima. Met zo’n reactievak kunnen we inhoudelijk van gedachten wisselen. Mocht je daar zin in hebben (lees eerst de artikelen en de eventuele reacties erop – veel mogelijke vragen en opmerkingen zijn al eens eerder geplaatst) dan lees ik dat graag.

  6. Wouter Wigman / jun 27 2014

    Erwin,

    Ik lees je reactie, maar het lijkt me dat je moeilijk kan accepteren wat Jezus kwam brengen: het goede nieuws dat het Hemels Koninkrijk dichtbij is gekomen, en dat bekering mogelijk is geworden en hoort bij diegene die daartoe binnen willen gaan. Je praat alsof het vermogen van een mens om keuzes te maken niet hoort bij de belangrijkste keuze van allemaal: eeuwig leven. En dit is het eeuwig leven, zoals gedefinieerd door de Here Jezus zelf: Het eeuwige leven, dat is dat zij u kennen, de enige ware God, en hem die u gezonden hebt, Jezus Christus. Joh. 17:3. Het gaat niet om tijd; het gaat om Hem leren kennen. Dat doe je dus niet met 1 keuze, of 100 keuze momenten. Het gaat om Hem WILLEN leren kennen.

    Geschreven staan in het boek des levens, dat is het verschil tussen leven en dood, zie openbaring 20 vanaf vers 10. Het leven overwint, zeg je, maar de poel van vuur is niet voor de poes. Alle verantwoordelijkheid bij de Here God leggen over wel of niet geschreven staan in het boek des levens is wel makkelijk natuurlijk; maar zoals ik het lees, accepteer je de Here Jezus, of je wijst hem af. Wat gebeurt er als je Hem afwijst? Maakt het uit wat het detail is; vuurpoel, gevangenis straf, duisternis? Volgens mij niet; het gaat om Hem leren kennen. Kies je ervoor Hem niet te willen leren kennen, mag dat, maar die weg leidt niet naar geluk zoals God dat heeft bedoeld voor de mens en de exacte plek maakt dan weinig meer uit; het is ‘waardeloos’.

    Afdoen aan deze realiteit komt de mens niet ten goede, daarvan ben ik overtuigd. Ik hoop dat je veel mensen tot zegen mag zijn.

    Groet,

    Wouter

  7. Tjerk / aug 3 2014

    Beste Wouter,

    Wat jammer dat je helemaal niet in gaat op de uitgebreide reactie en verwijzingen van Goswin. Jammer omdat ik graag zou willen lezen waarop jouw rotsvaste overtuiging(en) precies op is(zijn) gebaseerd.

    Als God toch werkelijk God is dan heeft hij toch alles in zijn hand, daar ben jij toch ook van overtuigd?

  8. Wouter Wigman / aug 4 2014

    Tjerk,

    Ik heb de verwijzingen van Goswind niet gelezen, omdat het niet hoorde bij het punt dat ik maak. Nu ik het wel gedaan heb omdat jij ernaar verwijst, valt mij 1 ding op: er wordt van alles bij verzonnen. ‘Adam en Eva hadden geen keus; de arme zieltjes waren onwetend.’
    Het duizendjarig rijk wordt kort genoemd in Openbaring, met als doel iets te zeggen over gelovigen welke onthoofd waren tijdens de regie van de antischrist, maar wordt door Goswin gebruikt om iets te kunnen zeggen over de dood, het dodenrijk, en een twist in de leer geeft die de Here Jezus zelf geeft betreffende de dood. Dat doet Goswind door de stellen dat alles wat de Here Jezus zei over de dood, alleen gaat over wat er voor het 1000 jarig rijk gebeurt.

    Er wordt met teksten en momenten gegoocheld als een jongleur, terwijl de clou en context van elk verhaal volledig wordt genegeerd. Adam en Eva zijn misleidt, een enorme clou/openbaring! Ja, dat is überhaupt alleen mogelijk als er een mogelijkheid is om ongehoorzaam te KUNNEN zijn. Dat heeft niets met onwetendheid te maken of het ontbreken van vrije keus!

    Ja, er is een speciaal moment en beloning voor diegene die de grote verdrukking meemaken en volhardend voor Hem kiezen, maar ook dit heeft niets te maken met wat Jezus leert over de dood.

    En dan de stelling ‘als God werkelijk God is dan heeft hij alles in zijn hand’. Eersteklas wartaal, in dezelfde categorie als ‘God is niet almachtig, want hij kan geen steen maken die te zwaar om door Hem zelf opgetild te worden’. Het is volkomen nutteloos om op zulke stellingen in te gaan; allemaal redenaties met als hoofdpunt: speculeren wat God zou kunnen doen.

    En dit lees ik in vrijwel alle verwijzingen van Goswind: wat God zou kunnen doen, speculaties, theorieën, etc, en geen enkele inspanning wordt gedaan om de samenvatting van de boodschap in de Bijbel te bevestigen:
    God is liefde! Hij wil dat jij leert lief te hebben! ‘Bekeer je, want het koninkrijk van God is nabij gekomen!’. ‘Wie in mij gelooft zal niet verloren gaan maar eeuwig leven hebben’. ‘Wie de Zoon heeft, heeft het leven. Wie de Zoon van God niet heeft, heeft het leven niet.’

    Dat is de boodschap die Jezus en de apostelen hadden, maar dat is geen samenvatting die ik kan maken van de woorden van Goswind. Ik hoop dat een ieder die de mening van Goswind leest, ook deze citaten uit de bijbel niet aan zich voorbij laat gaan.

reageer