Skip to content

groot gelijk?

Een veelgehoord argument waar ik zelf ook mee geworsteld heb, is dat van het gelijk van de grote groep. Op diverse manieren komt het in bijna alle gesprekken een keer aan de orde. Bijvoorbeeld zo: “als het waar is wat jij beweert, hoe kan het dan dat bijna niemand het gelooft?” Of zo: “de kerk van alle eeuwen, het mainstream christendom, heeft de redding-van-allen steevast afgewezen. Weet jij het beter dan de kerkvaders?” Of op nog een andere manier: “Als enkelingen een uitleg etaleren die afwijkt van de gangbare, dan moet dat tot voorzichtigheid manen”. Onder de oppervlakte schuilt hier de veronderstelling dat de menigte gelijk heeft, of in ieder geval de beste papieren bezit. De grootste groep heeft ook de grootste stem in het bepalen van wat waar is. Als je op safe wilt spelen, kan je dus het beste blijven bij wat de meeste mensen geloven. Maar is dat hoe je waarheid vindt? Heeft groot gelijk?

We zouden de kerkgeschiedenis in kunnen duiken om te zien hoe er met de bijbelse waarheden is omgesprongen, maar ik doe dat liever niet. Geschiedschrijving is gevoelig voor verkleuring, en ik wil mijn argument niet laten leunen op een menselijke weergave van gebeurtenissen. Gelukkig behelst de bijbel ook enkele millennia menselijke geschiedenis. En over de kleurechtheid van de bijbel hoeven we hopelijk niet te twisten. Om te zien of de groep doorgaans goed kiest, kunnen we dus binnen de kaften van de bijbel blijven. Met behulp van de geïnspireerde geschiedenissen, de verhalen waaruit God wil dat we lering trekken, valt wel één en ander over aantallen te zeggen.

Laten we beginnen bij Noach. Van alle mensen die toen leefden, werden alleen Noach en zijn gezin gespaard. De rest van de mensheid kwam om. God riep Abraham als enige uit zijn volk. Niet zijn stad of zijn familie, maar slechts één man en zijn huishouden. Uit hem zou het volk Israël voortkomen, het volk dat God liefheeft. In Deuteronomium verklapte God dat Zijn geliefde volk het kleinste is onder de volkeren (Deut. 7:4). Mozes werd door God geroepen om dit volk te leiden. Ging de massa met hem mee? Nee, bijna elk besluit van Mozes werd aangevochten. Mozes bracht het volk tot voor de grens van het land dat God hen had beloofd. Slechts twee van de twaalf verspieders geloofden dat ze het land ook echt zouden kunnen innemen. De andere tien waren bang en vertrouwden God niet. Luisterde de menigte naar de twee of naar de tien?

En zo kan ik nog wel even doorgaan. Wat is het thema van het boek Richteren? God stuurde voortdurend rechters om het volk te corrigeren (te rechten), maar “de Israëlieten deden opnieuw wat kwaad is in de ogen van de Here”. De geschiedenis met de rechter Gideon is tekenend. God versloeg juist met een onwaarschijnlijk kleine groep strijders de vijand. Verreweg de meeste soldaten konden naar huis gaan. Toen Israël om een koning vroeg, gaf God hen de man van hun eigen keuze: Saul. Maar Saul verbeurde zijn recht op de troon en God koos Zelf David tot koning. Schaarde het volk zich achter David? Nee, David werd nog jaren opgejaagd, en in de spelonk riep hij uit “niemand ziet naar mij om” (Ps. 142:5).

Nu zou je kunnen tegenwerpen dat dit gewoon verhalen met verhoudingen zijn. Alleen maar geschiedenissen met getallen. Het gaat nog nauwelijks om de geopenbaarde waarheden van God. En daar hebben we het hier natuurlijk over. Welaan, laten we dan wat specifieker speuren in de bijbel. Wat deed de grote groep wanneer God sprak? We kunnen opnieuw beginnen met Noach. Gedurende 120 jaar was de waarheid van het komende onheil bekend. God had gesproken. Wat deden de mensen? Jezus zegt dat zij “etende en drinkende, huwende en ten huwelijk gevende, tot op de dag, waarop Noach in de ark ging, en zij niets bemerkten, eer de zondvloed kwam en hen allen wegnam”. Ook Mozes kunnen we nog eens noemen. God sprak tot het volk door hem. Werd er naar Mozes geluisterd? Nee, zodra hij de berg van Sinaï op klom om Gods geboden te ontvangen, ging het volk in zee met een god van eigen makelij. En in heel het boek Exodus en Numeri is te lezen hoe het volk voortdurend mopperde onder de leiding van Mozes.

De profeten, die de godswoorden in latere tijden aan het volk brachten, kregen al net zo min gehoor. “Wie van de profeten hebben uw vaderen niet vervolgd?” zegt Stefanus in Handelingen 7:52. Aan het einde van zijn bediening riep de profeet Elia tot God “de Israëlieten hebben uw verbond verlaten, uw altaren omvergehaald en uw profeten met het zwaard gedood, zodat ik alleen ben overgebleven, en zij trachten mij het leven te benemen.” God zei hem dat er nog een restant van zevenduizend mensen was dat niet voor Baäl had geknield, dus Elia was niet helemaal alleen. Maar zevenduizend op een heel volk is weinig. Heel weinig.

De komst van de Zoon van God, die door alle profeten werd voorzegd, veranderde niets aan deze onophoudelijke ongezeglijkheid. Johannes schrijft in zijn evangelie: “Hij kwam tot het zijne, en de zijnen hebben Hem niet aangenomen.” (Joh. 1:11) Het zijne, zijn volk dat als geen ander de Waarheid zou moeten herkennen toen Hij tot hen kwam. Maar ze hebben hem verworpen, veroordeeld en vermoord. Opnieuw met de woorden van Stefanus: “Zelfs hebben zij hen gedood, die geprofeteerd hebben van de komst van de Rechtvaardige, van wie gij nu verraders en moordenaars geworden zijt, gij, die de wet ontvangen hebt op beschikking van engelen, doch haar niet hebt gehouden.” (Hand. 7:52,53)

In het boek Handelingen wordt verteld van de voortdurende inspanning van de apostelen om het volk Israël tot inkeer te brengen. Petrus zegt in zijn toespraak: “En nu, broeders, ik weet, dat gij uit onkunde hebt gehandeld, gelijk ook uw oversten; maar zo heeft God in vervulling doen gaan wat Hij bij monde van alle profeten tevoren geboodschapt had, dat zijn Christus moest lijden. Komt dan tot berouw en bekering, opdat uw zonden uitgedelgd worden, opdat er tijden van verademing mogen komen van het aangezicht des Heren, en Hij de Christus, die voor u tevoren bestemd was, Jezus, zende” (Hand. 3:17-20) Als het volk Israël berouw zou tonen, zich bekeren en Jezus Christus alsnog zou erkennen als hun Messias, dan zou Hij terugkomen. Het beloofde Messiaanse Koninkrijk zou dan toch nog aanvangen en “tijden van verademing” zouden aanbreken.

Hoe eindigt het boek Handelingen? Wat staat er in het laatste hoofdstuk? “En sommigen gaven wel gehoor aan hetgeen gezegd werd, maar anderen bleven ongelovig.” (Hand. 28:24) Geen massale ommekeer. Israël als natie bleef verdeeld en toonde geen berouw. De apostel Paulus zegt het volk dan ook toe: “Het zij u dan bekend, dat dit heil Gods aan de heidenen gezonden is; die zullen dan ook horen!” (Hand. 28:28)

Paulus was ijveriger dan de twaalf in zijn inspanningen zijn boodschap aan de heidenen te brengen. Hij was het die dit heil aan de heidenen gezonden had, en ook in zijn gevangenschap bleef hij schriftelijk hun boodschapper. Hij had stad en land afgereisd om zijn evangelie aan de natiën te verkondigen. En al ontstonden in zijn voetsporen diverse gemeentes, aan het einde van zijn bediening wordt hij van alle kanten verlaten. In de laatste brief die hij schreef verzuchtte Paulus “Dit weet gij, dat allen in Asia zich van mij hebben afgekeerd” (2 Tim. 1:15). De hele landstreek waar hij meerdere gemeentes had gesticht, was hem afvallig geworden. Even later schreef hij: “Alleen Lucas is nog bij mij” (2 Tim. 4:11) en ook: “Bij mijn eerste verdediging heeft niemand mij bijgestaan, maar allen hebben mij in de steek gelaten” (2 Tim. 4:16). Zijn verdediging was notabene in Rome, de stad waaraan de grandioze Romeinenbrief was gericht! Slechts enkele jaren nadat zijn brief was verstuurd was er in de stad niemand meer die aan zijn zijde stond. Zijn bediening was voorbij en de eindstand was: hij was alleen.

Zie je dat de massa zich in de bijbel nooit achter de waarheid schaarde? Het was altijd de enkeling. Nu wil ik niemand aansporen om dus maar bij een willekeurige minderheidsvisie aan te schuiven. Wat ik wil zeggen is juist dat getallen, wat voor getallen dan ook, helemaal niet relevant zijn. Al ben je de enige! Het gaat erom dat je onderzoekt of het waar is. Dat je zélf op zoek gaat naar wat de bijbel zegt. Durf je je eigen overtuigingen te toetsen aan de bijbel? Want veel van wat je hebt geleerd wordt door de grote groep onderwezen – heeft groot gelijk? De schrijnende geschiedenis van de christelijke kerk geeft geen enkele aanleiding te denken dat het er na de apostelen beter op geworden is. Bedenk ook dat de bijbel vertaald is door vertegenwoordigers van de grote groep. Lees dus meerdere vertalingen, raadpleeg een concordantie en onderzoek wat er écht staat. En geloof wat je leest, lees niet alleen wat je gelooft.

In een emailgesprek dat ik eens voerde kwamen de aantallen ook ter sprake. Ik schreef onder andere het volgende terug:

Ik ben met je eens dat de getallen overweldigend zijn. Ik voel me dan ook niet comfortabel aan (of buiten) de rand. Ik ben op mijn hoede en onderzoek de schriften om te zien of deze dingen zo zijn, met de capaciteiten die mij gegeven zijn. Maar de kerkhistorie en haar processen van eenswording zouden jou net zo min op je gemak moeten laten voelen binnen de bakens. De grootte van je gevolg bepaalt niet je gelijk – kijk maar naar de Islam. Ik bespeur een zekere mate van berusting in de verstandelijke vermogens van jouw voorgangers. Echter, nergens in de bijbel wordt gevraagd naar andermans geloof. Het gaat erom wat jij doet met de godgeblazen openbaring aangaande Jezus Christus. Jouw geloof in het voldongen feit dat Hij gestorven is voor onze zonden, naar de Schriften, en dat Hij is begraven, en dat Hij is opgewekt ten derden dage, naar de Schriften (1 Kor. 15:3,4)

Het lijkt mij overduidelijk. De bijbel leert ons dat gelijk niets met grootte te maken heeft, maar met overtuiging. Geloof. Geloof in de woorden van God. Wanneer je ergens van overtuigd bent, zul je daarop gaan staan, ook al ben je alleen. Wanneer je opzij moet kijken voor je gelijk, ben je nog niet helemaal overtuigd, volgens mij.

Ik wil afsluiten met een citaat van iemand die dit patroon van de enkeling ook heeft herkend en het prachtig heeft verwoord. Ze beschreef het als volgt:

Het is menselijk om het de massa mee te gaan, het is goddelijk om alleen te staan. Het is menselijk om de mensen te volgen, om mee te gaan met het getij; het is goddelijk om een principe na te volgen, om het tij te keren.

Het is natuurlijk om te sjoemelen met het geweten en de sociale en religieuze mode te volgen ten gunste van gewin of plezier; het is goddelijk deze beide te offeren op het altaar van waarheid en plicht.

“niemand [heeft] mij bijgestaan, maar allen hebben mij in de steek gelaten” (2Tim. 4:16), beschreef de met littekenen getekende apostel zijn eerste verschijning voor Nero, om zich te verantwoorden voor zijn leven van geloven en onderwijzen, tegen de Romeinse wereld in.

Waarheid is uit de mode geweest sinds de mens zijn mantel van onvergankelijk licht omwisselde voor kledij van vergankelijke bladeren. Noach bouwde en reisde alleen. Daniël at en bad alleen. Elia offerde en getuigde alleen. Jeremia profeteerde en huilde alleen. Jezus had lief en stierf alleen.

De kerk in de wildernis verheerlijkte Abraham en vervolgde Mozes. De kerk van de koningen verheerlijkte Mozes en vervolgde de profeten. De kerk van Kajafas verheerlijkte de profeten en vervolgde Jezus. De kerk van de pausen verheerlijkte de Heiland en vervolgde de heiligen. En de hedendaagse menigte, zowel in de kerk als in de wereld, bejubelt de moed en kracht van de patriarchen en profeten, de apostelen en de martelaren, maar veroordeelt de zelfde trouw aan de waarheid vandaag als koppigheid en dwaasheid.

Vandaag worden mannen en vrouwen gezocht, jong en oud, die hun overtuiging van waarheid en plicht willen gehoorzamen ten koste van hun fortuin, vrienden en het leven zelf.

“Daarom heeft ook Jezus, ten einde zijn volk door zijn eigen bloed te heiligen, buiten de poort geleden. Laten wij derhalve tot Hem uitgaan buiten de legerplaats en zijn smaad dragen. ”
(Hebr. 13:12,13)

[Marion H. Reynolds Jr.(1919-1997), Standing Alone, Foundation Magazine (vertaald vanuit het boek “the Church in Ruins”, door Clyde L. Pilkington – hier in het Nederlands te lezen)]

  1. André Piet / aug 23 2011

    De spijker op de kop! Geweldig.

  2. Wim Janse / aug 23 2011

    Prima!

  3. pietsje / aug 24 2011

    Hoi Goswin,

    Wat heb je het weer mooi onder woorden gebracht, ik ben het helemaal met je eens, wat geweldig hé, dat we vanuit de grote massa nu zelf kunnen kiezen om te ontdekken Wie God is en wat Zijn Woord ons te zeggen heeft.
    Rom 12:1-2 vind ik een geweldige tekst, hieruit blijkt dat ons denken moet veranderen en dat kan alleen als we God op Zijn Woord gaan vertrouwen.

    Pietsje.

  4. goswindeboer.nl / aug 24 2011

    he Pietsje

    Dank voor je compliment. Ja, het voelt onwennig en soms een beetje ondeugend, maar de ruimte en vrijheid zijn fantastisch! En inderdaad, vers twee is mijn lijftekst, de laatste jaren. De vernieuwing van mijn denken verandert me helemaal. En toch ook weer niet – ik word gewoon meer Goswin. Ik laat alleen de ballast van me afglijden.

    Ik heb zo lang gedacht dat ik mezelf kon veranderen, door mijn emoties en mijn verlangens te bestieren, of gewoon heel hard te proberen het beter te doen. Nu merk ik dat het vanzelf gaat wanneer ik mijn denken afstem op wat er in de bijbel staat. Geen verwarrende constructies als: de redding is helemaal genade, je hoeft alleen maar … [vul maar in]. Of: God is één maar ook drie. Of: God kan alles, maar Hij kan niet tegen jouw wil ingaan. Of: doodgaan is leven aan de overkant. En zo kan ik nog wel even doorgaan.

    Ik ben ook maar gewoon onderweg. Ik zie vast lang niet alles helder, maar ik durf nu wel zelf te kijken.

  5. Martus / jul 17 2012

    Geweldig en in één zucht gelezen, ontzettend bedankt voor deze enorme bemoediging!

reageer