Skip to content

eeuwig-heden?

De meest voorkomende bezwaren die ik hoor hebben te maken met de eeuwen. Of, zoals de vraagsteller zal zeggen, de eeuwigheid. Want hoe haal ik het toch in mijn hoofd dat eeuwig niet “voor altijd” betekent? Ik heb al eens eerder in een serie artikelen over de eeuwen geschreven. Het is misschien handig dat je die vooraf leest om mijn visie op de eeuwen te begrijpen. Hieronder wil ik nog wat aanvullende gedachten met je delen.

Laat ik vooraf de gebruikelijke visie op de eeuwigheid weergeven. In de bijbelse lexicons worden de woorden ‘aion’ en de vervoeging ‘aionios’ uit het Nieuwe Testament en het woord ‘olam’ uit het Oude Testament vertaald met verschillende woorden, waaronder ‘eeuwig’. En eeuwig is dan weer een samengesteld begrip. Het kan oneindig in het verleden tot een zeker moment betekenen, oneindig in de toekomst vanaf een zeker moment, of oneindig beide kanten op. Tenslotte wordt soms ook nog gesteld dat deze laatste, oneindige eeuwigheid een soort tijdloosheid is. Maar hoe komen we aan die verzameling? Komt deze bonte bundel uit de bijbel?

eeuwig heden?

Laten we beginnen met de meest ongrijpbare eigenschap van de eeuwigheid, de tijdloosheid. Want, zo wordt soms beweerd, de tijd zal eens ophouden te bestaan. Dan gaan we over van het tijdelijke – de aanhoudende aaneenrijging van vroeger, nu en straks – naar het eeuwige. Het tijdloze domein waar God zich bevindt. Waar vroeger, nu en straks allemaal samensmelten in een soort eeuwig heden. Maar waar vind ik in de bijbel dat de eeuwigheid tijdloos is? En hoe komen we toch aan die oversteek? De enige tekst die grond lijkt te geven aan de tijdloze eeuwigheid staat in 2 Kor. 4:

daar wij niet zien op het zichtbare, maar op het onzichtbare; want het zichtbare is tijdelijk, maar het onzichtbare is eeuwig. – 2 Kor. 4:18

Het tijdelijke wordt tegenover het eeuwige gesteld. Zo duidelijk als wat, toch? Hoewel, omdat we met een vertaling te maken hebben, is het verstandig om te zien wat de bijbel bedoelt met ‘tijdelijk’. We komen het originele woord uit de grondtekst vier keer tegen in de bijbel. Het wordt twee keer weergegeven met “ogenblik” (Mat. 13:21, Mar. 4:17) en twee keer met “tijdelijk” (Heb. 11:25, 2 Kor. 4:18). De andere drie tekstplaatsen geven het woord onmiskenbaar een notie van “kortstondig”. Het contrast in 2 Korintiërs lijkt dus niet zozeer in-de-tijd tegenover buiten-de-tijd, maar gewoon kort tegenover lang.

Maar hoe zijn we dan aan de tijdloosheid gekomen? Ene Alexander Thompson vermoedt dat het concept in de bijbel is geslopen via de Latijnse vertaling (de Vulgaat uit 380 n.Chr.) [bron]. De tekst uit Openbaring 10:6 werd vertaald met “tempus non erit amplius” (tijd zal niet verder zijn). Wyclif (1380 na Chr.) heeft dit vertaald met “Tyme schal no more be”. Latere vertalingen hebben deze weergave gehandhaafd. Ook de Statenvertaling heeft deze overzetting overgenomen:

En hij zwoer bij Dien, Die leeft in alle eeuwigheid, Die den hemel geschapen heeft en hetgeen daarin is, en de aarde en hetgeen daarin is, en de zee en hetgeen daarin is, dat er geen tijd meer zal zijn; – Op. 10:6

De jongere vertalingen hebben deze interpretatie gecorrigeerd en de (oorspronkelijke) Griekse tekst laten spreken, zodat er staat “er zal geen uitstel meer zijn”. Maar al met al is de kerk van de vierde tot de negentiende eeuw (dat is 1500 jaar!) blootgesteld geweest aan de suggestie dat tijd eens zal ophouden te bestaan. Nu, lang nadat de bewuste passage is gecorrigeerd, wordt de eeuwigheid nog steeds vaak met tijdloosheid geassocieerd. Ten onrechte, als je het mij vraagt.

eeuwigheden

Tijd is alles wat we kennen. In de spreektaal heeft het woord eeuwig dan ook niet de notie van tijdloosheid, maar van een lange tijd. Onze losse omgang met de term laat dat goed zien. “Die rij bij de kassa duurde een eeuwigheid”, of “ik ben je eeuwig dankbaar” drukken een lange tijd uit, maar geen oneindigheid. En al helemaal niet een tijdloosheid. Zoals wij het woord gebruiken zou je “eeuwig” kunnen weergeven met “weet ik hoe lang”: een onduidelijke – maar voor het gevoel lange – tijdsduur. Dat is ook precies de wijze waarop de grondwoorden begrepen kunnen worden. Want olam komt van het Hebreeuwse woord alam, wat “verborgen, geheim” betekent. Dus een olam is een periode van een verborgen, of niet te overziene omvang. In de Septuagint, de Griekse vertaling van het Oude Testament, is olam consequent vertaald met aion. Dus beide woorden hebben deze onbepaaldheid ingebakken. Een niet-weten. Dat betekent dat de grootte of duur van een olam of een aion uit andere gegevens dan het woord zelf moet worden gehaald. Voorbeelden daarvan vind je in de eerder geschreven artikelen. Soms blijkt de omvang al uit de directe context van het woord, maar vaak geven de latere boeken meer duidelijkheid over de eeuwen.

Tot zover kun je het misschien nog met me eens zijn. Want de woorden kunnen dus ook oneindig worden, toch? Immers, het woord zelf bepaalt niet de duur, maar het gebruik van het woord is bepalend. En het woord wordt gebruikt in situaties die een oneindigheid hebben ingesloten. Bijvoorbeeld de “eeuwige God”, of “het eeuwige leven”. Maar is God oneindig oneindig vanwege het woord eeuwig? En het eeuwige leven ook? Of komt de oneindigheid elders vandaan?

taal en perk

Taalkundig is eeuwig afgeleid van het woord eeuw. Net zoals jarig is afgeleid van jaar, en vochtig van vocht. De afleiding wijst naar het zelfstandig naamwoord waar het bij hoort. Het heeft geen eigen, zelfstandige betekenis, maar leunt volledig op de betekenis van het woord waar het naar wijst. Vochtig wijst naar vocht, jarig wijst naar een jaar, eeuwig wijst naar een eeuw. Dat is in het Grieks niet anders. In ons geval is een aion niet een periode van 100 jaar, maar wèl een periode. Een periode met een begin en een eind. De afleiding van aion, aionios, zou zo gelezen kunnen worden als “betrekking hebbend op de eeuw”, zoals jarig betrekking heeft op een jaar. De vragen van de vorige alinea komen dus hierop neer: dwingt de bijbel ons om de taalregels om te buigen? Moeten we aionios een zelfstandige, grotere betekenis geven dan het woord waar het van is afgeleid, geheel tegen de gebruiken in?

Dit is een serieuze vraag. Immers, als de gebruikelijke taalregels niet opgaan bij het lezen van de bijbel, hoe verstaan we dan wat we lezen? Is dit de enige regel die buiten het boekje gaat, of moeten we ons hele begrip van de tekst in twijfel trekken? Ik hoop dat je begrijpt welke beerput we opentrekken als we gaan tornen aan de taal. Laten we de beide kwesties maar gewoon bekijken en zien of we dat deksel dicht kunnen laten. We kunnen “het eeuwige leven” volgens de regels weergeven met iets als als “het leven met betrekking tot de [toekomende] eeuw(en)” (zie ook Luk. 18:30 waar het op die manier wordt gebruikt). Dus het leven in die eeuwen waarin Jezus koning zal zijn. Daar was elke Joodse toehoorder van doordrongen – de tijd was immers aanstaande. De Koning kon elk moment komen. Denk aan de centrale vraag van Handelingen: “Here, herstelt Gij in deze tijd het koningschap voor Israël” – Hand. 1:6. Die tijd ligt nu nog steeds vóór ons, maar ze zal komen. En ook eindigen, wanneer Jezus het koningschap overdraagt aan zijn Vader (1 Kor. 15:28). Maar daarmee zijn we onze heerlijke horizon niet kwijt! We zijn niet plotseling dood bij de eindstreep van de eeuwen (dan zou er “alles in niemand” staan in die laatste tekst). Nee, allen leven dan. Immers, Paulus vertelt ons dat we zullen opstaan in onsterfelijkheid, net als Jezus (Rom. 6:5,9). En dat de dood eens verzwolgen zal zijn (1 Kor. 15:54). Dus het eeuwige leven is eindeloos, omdat we niet meer sterven. Niet omdat de eeuwigheid eindeloos is.

Op deze manier kun je ook de “eeuwige God” uit Rom. 16:26 begrijpen. Van de eeuwen weten we dat ze geschapen zijn (Heb. 1:2 – wereld = eeuwen), en dus een begin hebben. En God schiep ze, dus Hij was er al eerder. We weten ook dat ze een einde hebben, zoals alle eeuwen eindigen (1 Kor. 10:11 SV – “einden der eeuwen”). Waar is God aan het einde? 1 Kor. 15:28 zei immers dat, wanneer Jezus’ missie er op zit, God “alles in allen” zal zijn. De eeuwen zijn voleindigd, en God is er nog steeds. Wij hebben het woord eeuwig niet nodig om te begrijpen dat God oneindig is. Dat blijkt uit alles wat we van God weten uit de bijbel (zie bijv. Ps. 102:28). Maar, God is niet alleen God aan het begin en het einde van de eeuwen. Hij is ook gedurende de eeuwen God. Of anders gezegd, Hij is ook “God met betrekking tot de eeuwen”. Hij staat niet alleen aan de oorsprong en de ontknoping, voor het startschot en de lintjes. Hij is er ook door de eeuwen heen! Hij is de eeuwige God. Dus God is eindeloos, omdat Hij God is. Niet omdat de eeuwigheid eindeloos is.

Ik kan begrijpen dat het je nu even duizelt. Want de taalkundige beerput mag dan dicht blijven, bijkans al je andere uitgangspunten staan nu misschien te schudden. Hebben we de bijbel dan echt zo misverstaan? Is de eeuwigheid werkelijk zo anders dan ons altijd is geleerd? Ik ben bang van wel. Het probleem is niet beslist dat je niet goed hebt opgelet bij het lezen van je bijbel. Veel van onze onbekendheid met de aard van de eeuwen ligt in het feit dat de vertalers de originele woorden met zoveel verschillende begrippen hebben weergegeven. Zo is de eindigheid van de eeuwen grotendeels voor ons verborgen gebleven. De duidelijkste hint zit in de eeuwigheden. Of het “van eeuwigheid tot eeuwigheid”. Tijd zonder begin of einde kent geen van en tot. En al helemaal geen meervoud.

heden eeuwig

Maar wat is er in hemelsnaam gebeurd? Is de betekenis van het woord aion dan veranderd? Een proefschrift van dr. H.M. Keizer behandelt de geschiedenis van het woord vanaf de eerste Griekse geschriften tot aan de periode van het Nieuwe Testament (hier online te lezen). Dus van Homer tot Plato, Aristoteles, de Hellenistische geschriften en de Septuagint (de Griekse vertaling van het Oude Testament) helemaal tot en met Philo. Ze schrijft onder andere (eigen vertaling vanuit het Engels):

Het Griekse woord aion heeft een geschiedenis in twee werelden. Het heeft een plaats in de Griekse literatuur en filosofie, en een plaats in de Griekse versie van de Hebreeuwse bijbel, waar het een Hebreeuws woord vertegenwoordigt. Dus aion heeft een leven geleid in zowel de Griekse als de bijbelse wereld. Daarom wordt het gekenmerkt door een dubbele maat betekenis. – p.1

De consequente weergave van olam door aion in de LXX [de Septuagint – GdB] heeft tot gevolg dat het bijbelse woord aion(ios) geïnterpreteerd moet worden in de lijn van van olam, niet in de lijn van het buiten-bijbelse ‘seculiere’ Griekse aion(ios). – p. 194

De Hebreeuwse expressie olam en ‘ad wordt in de LXX vertaald met ‘de aion en verder’ en ‘(de aion en) de aion van de aion’. Deze Griekse weergave, nog duidelijker dan het Hebreeuwe origineel, toont dat het bijbelse woord aion (olam) niet beschouwd moet worden als een definitieve term, of, om dezelfde reden, als een theoretisch concept.

Door de manier waarop aion en aionios gecombineerd worden met tijd-woorden, zoals chronos, hemerai en kairoi, concluderen wij dat aion en aionios zelf ook tijd-woorden zijn. Aion duidt op het geheel van tijd, terwijl de andere begrippen delen (of hoeveelheden) van tijd beschrijven. – p. 195

De bijbel spreekt niet in termen van de ‘eeuwigheid van God’, slechts van de God van de eeuwigheid (als we deze term willen gebruiken om ‘olam/aion’ weer te geven). Inzoverre er bijbelse passages zijn om wat we de ‘eeuwigheid van God’ kunnen noemen te beschrijven (b.v. in de Profeten en de Psalmen), worden aion en aionios niet gebruikt om het te beschrijven. ‘De aion’ of ‘ de aionen’ zijn Gods schepping. In plaats van eeuwigheid, zouden we de aion (olam) de geheelheid van tijd kunnen noemen.

Samenvattend, olam = aion in de fundamentele zin duidt op de tijdshorizon waarbinnen wij, geschapen wezens, onze plaats hebben: het beschrijft tijd, altijd gebonden aan de schepping, reikend tot zo ver wij kunnen schouwen. Bij specifieke gebeurtenissen kan deze horizon wijder of smaller zijn: de tijd van een leven, de tijd van een bepaalde gesteldheid.

De eerste olam / aion tekst in Genesis toont leven (in volle kracht en welbevinden) met de impliciete bedoeling vrij van sterven te zijn, en dus ‘voor de olam / aion’ te zijn. Het is dus niet vanwege het karakter en de definitie van olam / aion maar vanwege het vooruitzicht van de vernietiging van de dood, dat olam / aion ‘world without end’ betekent [in de King James Version wordt aion in Ef. 3:21 zo vertaald – GdB]. – p. 198

Vooruitblikkend op de ontwikkeling van het woord in latere geschriften, heeft ze de lexicons van de eerste eeuwen erop nageslagen. Ze schrijft onder meer:

Zoals elke lexicon van de Griekse taal je zal vertellen, is de eerste aanwijsbare betekenis van aion: “leven”. – p. 1

Onze eerste lexicon is die van Appollonius Sophista, die stamt uit de eerste of tweede eeuw AD. Het behandelt het taalgebruik van de epistelen van Homer, waar aion voor het eerst gebruikt wordt. Het woord wordt als volgt uitgelegd:
– het leven van een mens

Deze oorspronkelijke betekenis blijft de eerstgenoemde in lexicons. De lexicon van Hesychius uit de vijfde of zesde eeuw AD behandelt de taal van Homer tot aan de klassieke Griekse literatuur. Er worden verschillende betekenissen van aion genoemd:
– het leven (bios) van een mens, de tijd (chronos) van het leven (zoë) […]
– enkele recente schrijvers hebben het ruggemerg in gedachten […]
– soms wordt het ook gebruikt voor een lange tijd
– ook voor al het merg in het lichaam
– Euripides noemde de psyche aion, in de Philoctetes

[…] Een derde lexicon is de Etymologicum Magnum, van de Byzantijnse periode (ca. 1100 AD). Het bestrijkt de taal van seculiere Griekse literatuur zowel als dat van de bijbel en van christelijke schrijvers. Hier vinden we het volgende voor aion:
aion betekent vijf dingen
– het leven (zoë) van een mens […]
aion is ook het aantal van duizend jaren
aion is ook het altoosdurende (aïdios) en oneindige (ateleutetos), in de visie van de Theoloog: “aion is niet tijd, en ook niet in de tijd, want het is onmeetbaar” [Gregorius van Nazianzus, Or.38,8]
– ook wordt aion genoemd in de zeven aionen van de schepping van de hemel en aarde tot aan de algemene opstanding van de mensen
– ook wordt aion het ruggemerg genoemd […] – p. 7-9

[voetnoot van p. 246] De visie van de zeven aionen van de wereldgeschiedenis, en aion met de betekenis van 1000 jaar, impliceert dat aion in die dagen een periode (en deel) van de tijd betekende, in contrast met wat we tot nu toe hebben gevonden. Maar in deze nieuwe context en betekenis worden de ‘eeuwen’ nooit individueel historisch vastgelegd of geïdentificeerd. […] Het is interessant om te vermelden dat rond deze tijd het woord voor ‘eeuw’ [100 jaar – GdB] in het moderne Grieks aiona is.

[H. M. Keizer – “Life Time Entirety, a study of aion in Greek Literature and Philosophy, the Septuagint and Philo”]

Er is een duidelijke ontwikkeling van het woord te zien in de loop van de eeuwen. Maar zie je dat de oneindigheid pas in de twaalfde eeuw de woordenboeken haalt? In de eerste eeuwen had aion die betekenis nog niet. De laatste lexicon vermeldt ook de herkomst van dit nieuwe woordbegrip: de theologie. Dus de godgeleerdheid heeft de oneindigheid niet uit de bijbel gehaald, maar er later in gelegd! Aion betekent heden eeuwig, maar van oorsprong niet.

huiswerk

Ik hoop dat ik je heb kunnen laten zien dat er veel vaker over de eeuwen gesproken wordt dan je vertaling doet vermoeden. En dat je dus veel meer over de tijden kunt leren wanneer je weet in welke teksten er over de eeuwen gesproken wordt. Het voert te ver om alle tekstplaatsen en uitdrukkingen te behandelen waar over de eeuwen gesproken wordt. Maar ik kan ze hieronder wel vermelden. Dan kun je gemakkelijk zelf op zoek gaan en proberen de passages te begrijpen in het licht van de eindige eeuwen. Natuurlijk is niet ineens alles duidelijk. Dat geeft niet. Alles wat je nu begrijpt van de bijbel heb je ook niet in één keer geleerd. Maar je kunt bijvoorbeeld in je bijbel een markering maken bij de passages, zodat je weet dat het eigenlijk over de eeuwen gaat. Elke volgende keer dat je die teksten leest, zal je begrip zich vormen naar het nieuwe inzicht.

Dus vanaf hier wordt het huiswerk. De tekstplaatsen zijn allemaal gelinkt naar biblija.net. Als met je muiswiel op een link klikt, komt de passage in een tabblad naast je huidige te voorschijn in de vier meest gebruikte Nederlandse vertalingen. Als je wilt zien wat er precies staat in de grondtekst, kun je op de link naar de grondtekst klikken die erbij staat. Je komt dan op de website van scripture4all.org waar alle bijbelhoofdstukken in een interlineair (de grondtekst met een Engelse vertaling eronder) zijn te vinden. Doe dit ook met je muiswiel, dan heb je alles mooi in tabbladen naast elkaar. Je zult zien dat er in de grondtekst van het Oude Testament soms al staat: tot aan de eeuw en verder. De eindigheid van de eeuwen was toen al bekend!

Tenslotte heb ik bij de tekstverwijzingen van het Nieuwe Testament ook nog een link naar de Concordant Version geplaatst. Dat is een Engelse vertaling die zo eenduidig mogelijk uit het Grieks is vertaald. Dat levert soms wat moeilijk Engels op, maar het kan erg behulpzaam zijn bij het begrijpen van een moeilijk vers. Ik heb enkele illustratieve passages vet- en schuingedrukt, dus ga die in ieder geval eens bij langs. En gebruik de mogelijkheid om op dit artikel te reageren door vragen te stellen over lastige teksten. Dan kunnen we samen proberen ze te begrijpen. Wie weet wordt deze pagina zo een soort naslagwerk over de eeuwen. Speur je mee?

OUDE TESTAMENT

grondtekst

Genesis
Gen. 3:22 | Gen. 6:3 | Gen. 6:4 | Gen. 9:12 | Gen. 9:16 | Gen. 13:15 | Gen. 17:7 | Gen. 17:8 | Gen. 17:13 | Gen. 17:19 | Gen. 21:33 | Gen. 48:4 | Gen. 49:26

Exodus
Ex. 3:15 | Ex. 12:14 | Ex. 12:17 | Ex. 12:24 | Ex. 14:13 | Ex. 15:18 | Ex. 19:9 | Ex. 21:6 | Ex. 27:21 | Ex. 28:43 | Ex. 29:9 | Ex. 29:28 | Ex. 30:21 | Ex. 31:16 | Ex. 31:17 | Ex. 32:13 | Ex. 40:15

Leviticus
Lev. 3:17 | Lev. 6:18 | Lev. 6:22 | Lev. 7:34 | Lev. 7:36 | Lev. 10:9 | Lev. 10:15 | Lev. 16:29 | Lev. 16:31 | Lev. 16:34 | Lev. 17:7 | Lev. 23:14 | Lev. 23:21 | Lev. 23:31 | Lev. 23:41 | Lev. 24:3 | Lev. 24:8 | Lev. 24:9 | Lev. 25:32 | Lev. 25:34 | Lev. 25:46

Numeri
Num. 10:8 | Num. 15:15 | Num. 18:8 | Num. 18:11 | Num. 18:19 | Num. 18:23 | Num. 19:10 | Num. 19:21 | Num. 25:13

Deuteronomium
Deut. 5:29 | Deut. 12:28 | Deut. 13:16 | Deut. 15:17 | Deut. 23:3 | Deut. 23:6 | Deut. 28:46 | Deut. 29:29 | Deut. 32:7 | Deut. 32:40 | Deut. 33:15 | Deut. 33:27

Jozua
Joz. 4:7 | Joz. 8:28 | Joz. 14:9 | Joz. 24:2

Richteren
Richt. 2:1

1 Samuel
1 Sam. 1:22 | 1 Sam. 2:30 | 1 Sam. 3:13 | 1 Sam. 3:14 | 1 Sam. 13:13 | 1 Sam. 20:15 | 1 Sam. 20:23 | 1 Sam. 20:42 | 1 Sam. 27:8 | 1 Sam. 27:12

2 Samuel
2 Sam. 3:28 | 2 Sam. 7:13 | 2 Sam. 7:16 | 2 Sam. 7:24 | 2 Sam. 7:25 | 2 Sam. 7:26 | 2 Sam. 7:29 | 2 Sam. 12:10 | 2 Sam. 22:51 | 2 Sam. 23:5

1 Koningen
1 Kon. 1:31 | 1 Kon. 2:33 | 1 Kon. 2:45 | 1 Kon. 8:13 | 1 Kon. 9:3 | 1 Kon. 9:5 | 1 Kon. 10:9

2 Koningen
2 Kon. 5:27 | 2 Kon. 21:7

1 Kronieken
1 Kron. 15:2 | 1 Kron. 16:15 | 1 Kron. 16:17 | 1 Kron. 16:34 | 1 Kron. 16:36 | 1 Kron. 16:41 | 1 Kron. 17:12 | 1 Kron. 17:14 | 1 Kron. 17:22 | 1 Kron. 17:23 | 1 Kron. 17:24 | 1 Kron. 17:27 | 1 Kron. 22:10 | 1 Kron. 23:13 | 1 Kron. 23:25 | 1 Kron. 28:4 | 1 Kron. 28:7 | 1 Kron. 28:8 | 1 Kron. 29:10 | 1 Kron. 29:18

2 Kronieken
2 Kron. 2:4 | 2 Kron. 5:13 | 2 Kron. 6:2 | 2 Kron. 7:3 | 2 Kron. 7:6 | 2 Kron. 7:16 | 2 Kron. 9:8 | 2 Kron. 13:5 | 2 Kron. 20:7 | 2 Kron. 20:21 | 2 Kron. 30:8 | 2 Kron. 33:4

Ezra
Ezra 3:11 | Ezra 9:12

Nehemia
Neh. 2:3 | Neh. 9:5 | Neh. 13:1

Job
Job 7:16 | Job 22:15 | Job 40:23

Psalmen
Ps. 5:12 | Ps. 9:6 | Ps. 9:8 | Ps. 10:16 | Ps. 12:8 | Ps. 15:5 | Ps. 18:51 | Ps. 21:5 | Ps. 24:7 | Ps. 24:9 | Ps. 25:6 | Ps. 28:9 | Ps. 29:10 | Ps. 30:7 | Ps. 30:12 | Ps. 31:1 | Ps. 33:11 | Ps. 37:18 | Ps. 37:27 | Ps. 37:28 | Ps. 41:13 | Ps. 41:14 | Ps. 44:8 | Ps. 45:3 | Ps. 45:7 | Ps. 45:18 | Ps. 48:9 | Ps. 48:15 | Ps. 49:8 | Ps. 49:12 | Ps. 52:10 | Ps. 52:11 | Ps. 55:22 | Ps. 61:5 | Ps. 61:7 | Ps. 66:7 | Ps. 71:1 | Ps. 72:17 | Ps. 72:19 | Ps. 73:12 | Ps. 73:26 | Ps. 75:9 | Ps. 77:6 | Ps. 77:7 | Ps. 78:66 | Ps. 78:69 | Ps. 79:13 | Ps. 81:16 | Ps. 85:6 | Ps. 86:12 | Ps. 89:2 | Ps. 89:3 Ps. 89:5 Ps. 89:29 | Ps. 89:37 | Ps. 89:38 | Ps. 89:53 | Ps. 90:2 | Ps. 92:8 | Ps. 93:2 | Ps. 100:5 | Ps. 102:13 | Ps. 103:9 | Ps. 103:17 | Ps. 104:5 | Ps. 104:31 | Ps. 105:8 | Ps. 105:10 | Ps. 106:1 | Ps. 106:48 | Ps. 107:1 | Ps. 110:4 | Ps. 111:5 | Ps. 111:8 | Ps. 111:9 | Ps. 112:6 | Ps. 113:2 | Ps. 115:18 | Ps. 117:2 | Ps. 118:1 | Ps. 118:2 | Ps. 118:3 | Ps. 118:4 | Ps. 118:29 | Ps. 119:44 | Ps. 119:52 | Ps. 119:89 | Ps. 119:93 | Ps. 119:98 | Ps. 119:111 | Ps. 119:112 | Ps. 119:142 | Ps. 119:144 | Ps. 119:152 | Ps. 119:160 | Ps. 121:8 | Ps. 125:1 | Ps. 125:2 | Ps. 131:3 | Ps. 133:3 | Ps. 135:13 | Ps. 136:1-26 | Ps. 138:8 | Ps. 139:24 | Ps. 143:3 | Ps. 145:1 | Ps. 145:2 | Ps. 145:13 | Ps. 145:21 | Ps. 146:6 | Ps. 146:10 | Ps. 148:6

Spreuken
Spr. 8:23 | Spr. 10:25 | Spr. 10:30 | Spr. 22:28 | Spr. 23:10 | Spr. 27:24

Prediker
Pred. 1:4 | Pred. 1:10 | Pred. 2:16 | Pred. 3:11 | Pred. 3:14 | Pred. 9:6 | Pred. 12:5

Jesaja
Jes. 9:6 | Jes. 14:20 | Jes. 24:5 | Jes. 25:2 | Jes. 26:4 | Jes. 30:8 | Jes. 32:14 | Jes. 32:17 | Jes. 33:14 | Jes. 34:10 | Jes. 34:17 | Jes. 35:10 | Jes. 40:8 | Jes. 40:28 | Jes. 42:14 | Jes. 44:7 | Jes. 45:17 | Jes. 46:9 | Jes. 47:7 | Jes. 51:6 | Jes. 51:8 | Jes. 51:9 | Jes. 51:11 | Jes. 54:8 | Jes. 55:3 | Jes. 55:13 | Jes. 56:5 | Jes. 57:11 | Jes. 57:16 | Jes. 58:12 | Jes. 59:21 | Jes. 60:15 | Jes. 60:19 | Jes. 60:20 | Jes. 60:21 | Jes. 61:4 | Jes. 61:7 | Jes. 61:8 | Jes. 63:9 | Jes. 63:11 | Jes. 63:12 | Jes. 63:16 | Jes. 63:19 | Jes. 64:4 | Jes. 64:5

Jeremia
Jer. 2:20 | Jer. 3:5 | Jer. 3:12 | Jer. 5:15 | Jer. 5:22 | Jer. 6:16 | Jer. 7:7 | Jer. 10:10 | Jer. 17:4 | Jer. 17:25 | Jer. 18:15 | Jer. 18:16 | Jer. 20:11 | Jer. 20:17 | Jer. 23:40 | Jer. 25:5 | Jer. 25:9 | Jer. 25:12 | Jer. 28:8 | Jer. 31:3 | Jer. 31:40 | Jer. 32:40 | Jer. 33:11 | Jer. 35:6 | Jer. 49:13 | Jer. 49:33 | Jer. 49:36 | Jer. 50:5 | Jer. 51:26 | Jer. 51:39 | Jer. 51:57 | Jer. 51:62

Klaagliederen
Kl. 3:6 | Kl. 3:31 | Kl. 5:19

Ezechiel
Eze. 16:60 | Eze. 25:15 | Eze. 26:20 | Eze. 26:21 | Eze. 27:36 | Eze. 28:19 | Eze. 35:5 | Eze. 35:9 | Eze. 36:2 | Eze. 37:25 | Eze. 37:26 | Eze. 37:28 | Eze. 43:7 | Eze. 43:9 | Eze. 46:14

Daniel
Dan. 9:24 | Dan. 12:2 | Dan. 12:3 | Dan. 12:7

Hosea
Hosea 2:19

Joel
Joel 2:2 | Joel 2:26 | Joel 2:27 | Joel 3:20

Amos
Amos 9:11

Obadja
Obadja 1:10

Jona
Jona 2:6

Micha
Micha 2:9 | Micha 4:5 | Micha 4:7 | Micha 5:1 | Micha 7:14

Habakkuk
Hab. 3:6

Zefanja
Zef. 2:9

Zacharia
Zach. 1:5

Maleachi
Mal. 1:4 | Mal. 3:4

NIEUWE TESTAMENT

grondtekst
Concordant Version

Aion

Mattheüs
Mat. 6:13 | Mat. 12:32 | Mat. 13:22 | Mat. 13:39 | Mat. 13:40 | Mat. 13:49 | Mat. 21:19 | Mat. 24:3 | Mat. 28:20

Markus
Mar. 3:29 | Mar. 4:19 | Mar. 10:30 | Mar. 11:14

Lukas
Luk. 1:33 | Luk. 1:55 | Luk. 1:70 | Luk. 16:8 | Luk. 18:30 | Luk. 20:34 | Luk. 20:35

Johannes
Joh. 4:14 | Joh. 6:51 | Joh. 6:58 | Joh. 8:35 | Joh. 8:51 | Joh. 8:52 | Joh. 9:32 | Joh. 10:28 | Joh. 11:26 | Joh. 12:34 | Joh. 13:8 | Joh. 14:16

Handelingen
Hand. 3:21 | Hand. 15:18

Romeinen
Rom. 1:25 | Rom. 9:5 | Rom. 11:36 | Rom. 12:2 | Rom. 16:27

1 Korintiërs
1 Kor. 1:20 | 1 Kor. 2:6 | 1 Kor. 2:7 | 1 Kor. 2:8 | 1 Kor. 3:18 | 1 Kor. 8:13 | 1 Kor. 10:11

2 Korintiërs
2 Kor. 4:4 | 2 Kor. 9:9 | 2 Kor. 11:31

Galaten
Gal. 1:4 | Gal. 1:5

Efeziërs
Ef. 1:21 | Ef. 2:2 | Ef. 2:7 | Ef. 3:9 | Ef. 3:11 | Ef. 3:21 | Ef. 6:12

Filippenzen
Fil. 4:20

Kolossenzen
Kol. 1:26

1 Timotheüs
1 Tim. 1:17 | 1 Tim. 6:17

2 Timotheüs
2 Tim. 4:10 | 2 Tim. 4:18

Titus
Tit. 2:12

Hebreeën
Heb. 1:2 | Heb. 1:8Heb. 5:6 | Heb. 6:5 | Heb. 6:20 | Heb. 7:17 | Heb. 7:21 | Heb. 7:24 | Heb. 7:28 | Heb. 9:26 | Heb. 11:3 | Heb. 13:8 | Heb. 13:21

1 Petrus
1 Pet. 1:23 | 1 Pet. 1:25 | 1 Pet. 4:11 | 1 Pet. 5:11

2 Petrus
2 Pet. 2:17 | 2 Pet. 3:18

1 Johannes
1 Joh. 2:17

2 Johannes
2 Joh. 1:2

Judas
Jud. 1:13 | Jud. 1:25

Openbaring
Op. 1:6 | Op. 1:18 | Op. 4:9 | Op. 4:10 | Op. 5:13 | Op. 5:14 | Op. 7:12 | Op. 10:6 | Op. 11:15 | Op. 14:11 | Op. 15:7 | Op. 19:3 | Op. 20:10 | Op. 22:5

Aionios

Mattheüs
Mat. 18:8 | Mat. 19:16 | Mat. 19:29 | Mat. 25:41 | Mat. 25:46

Markus
Mar. 3:29 | Mar. 10:17 | Mar. 10:30

Lukas
Luk. 10:25 | Luk. 16:9 | Luk. 18:18 | Luk. 18:30

Johannes
Joh. 3:15 | Joh. 3:16 | Joh. 3:36 | Joh. 4:14 | Joh. 4:36 | Joh. 5:24 | Joh. 5:39 | Joh. 6:27 | Joh. 6:40 | Joh. 6:47 | Joh. 6:54 | Joh. 6:68 | Joh. 10:28 | Joh. 12:25 | Joh. 12:50 | Joh. 17:2 | Joh. 17:3

Handelingen
Hand. 13:46 | Hand. 13:48

Romeinen
Rom. 2:7 | Rom. 5:21 | Rom. 6:22 | Rom. 6:23 | Rom. 16:25 | Rom. 16:26

2 Korintiërs
2 Kor. 4:17 | 2 Kor. 4:18 | 2 Kor. 5:1

Galaten
Gal. 6:8

2 Thessalonicenzen
2 Thes. 1:9 | 2 Thes. 2:16 |

1 Timotheüs
1 Tim. 1:16 | 1 Tim. 6:12 | 1 Tim. 6:16 | 1 Tim. 6:19

2 Timotheüs
2 Tim. 1:9 | 2 Tim. 2:10

Titus
Tit. 1:2 | Tit. 3:7

Filemon
Filemon 1:15

Hebreeën
Heb. 5:9 | Heb. 6:2 | Heb. 9:12 | Heb. 9:14 | Heb. 9:15 | Heb. 13:20

1 Petrus
1 Pet. 5:10

2 Petrus
2 Pet. 1:11

1 Johannes
1 Joh. 1:2 | 1 Joh. 2:25 | 1 Joh. 3:15 | 1 Joh. 5:11 | 1 Joh. 5:13 | 1 Joh. 5:20

Judas
Jud. 1:7 | Jud. 1:21

Openbaring
Op. 14:6

  1. André Piet / nov 24 2011

    TOP Goswin!
    Subliem onderbouwd.
    Een pracht artikel met kostelijke taalvondsten.

  2. André Piet / nov 25 2011

    Nog even ter aanvulling: het boek van Heleen Keizer is trouwens ook online beschikbaar.
    http://books.google.com/books?vid=ISBN9789090253800

  3. goswindeboer.nl / nov 25 2011

    Ha, dank je! Ik had ‘m nog niet online gevonden. Ik zal de link meteen in het artikel verwerken.

  4. boukje / nov 26 2011

    Ik dacht, denk, ook dat na de aionen er een tijdloze eindeloosheid zal komen, dat God ons de tijden heeft gegeven, de aionen, om ons structuur te geven, maar dat God niet in de tijd leeft. Hij ziet toch het begin en het eind tegelijk?
    Maar ja, ik zou ook niet weten waar dat staat in de bijbel, is dat dan weer zoiets van ik heb het zo gehoord en ook maar aangenomen? En dat van 1 jaar als 1 dag voor God dan?
    Goede studie trouwens, al lijkt me dat boek van Heleen Keizer wel heel moeilijk.

  5. goswindeboer.nl / nov 29 2011

    He Boukje, dank voor je reactie. Ik dacht ook altijd dat God buiten de tijd staat. En misschien is dat ook wel zo, hoor. Alleen de bijbel zegt er volgens mij niks over. Het buiten-de-tijd-zijn van God wordt eigenlijk altijd gebruikt in de verdediging van de vrije wil. Want hoe kan God alles al weten, als wij een vrije wil hebben? Het antwoord is dan: nou, God staat buiten de tijd, dus Hij voortdurend overzien wat de gevolgen zijn van onze keuzes. Zo kan Hij dus alles van tevoren weten, ook al zijn wij vrij. Soms wordt het zelfs gebruikt in combinatie met de teksten over uitverkiezing en tevoren bestemd zijn. Dat gaat ongeveer zo: God kijkt naar wat jij doet. Als jij tot geloof komt, gaat Hij terug in de tijd en bestemt je voor om te geloven.

    Allemaal leuke constructies, maar ik vind ze niet terug in de bijbel. De vrije wil onhoudbaar, en zo’n redenatie dus volledig onnodig. De bijbel zegt dat God alles in Zijn hand heeft, en het einde vanaf het begin verkondigt (Jes. 46:10). Dan hoeft Hij daarvoor niet steeds heen en weer door de tijd te springen, om alles bij te sturen naar onze grillen. Want Hij kent onze grillen al van tevoren. Hij heeft ons zo gemaakt, notabene.

    David schrijft over God dat Zijn jaren zonder einde zijn (Ps. 102:28). Natuurlijk zijn de Psalmen dichterlijke taal. En het is ook hierom bedenkelijk: onze jaren worden gemeten door de omwentelingen van de zon. Welke zon kan God omcirkelen?

    Hoe dan ook, redeneren over deze dingen zorgt ervoor dat we al gauw aan ons denk-plafond geraken. Ik althans wel. Dus doen we er volgens mij verstandig aan te blijven bij wat er geschreven is.

    Ik zie het nu ongeveer zo. Een aion is een gemarkeerd geheel van tijd. Een afgebakend tijdperk. God heeft de aionen geschapen (Heb. 1:2), dus hij heeft enkele stukken tijd tevoren gemarkeerd. Net zoals wij de jaren markeren met jaartallen en nu al weten dat er eens een jaar 2015 zal komen (en gaan). De tijd gaat gewoon verder als 2015 ten einde loopt, maar onze afgebakende periode is dan voorbij. Eens zal Gods Plan der Eeuwen (Ef. 3:11) voleindigd zijn. De tijden die Hij vooraf had gemarkeerd om dat Plan in uit te voeren zijn dan voorbij. Wat daarna komt, weten we niet – onze ‘kalender’ gaat niet zo ver.

  6. boukje / nov 30 2011

    Ja , het gaat mijn denken ook te boven. Het geeft alleen wel weer aan, als we denken dat er bij God geen tijd is, en het staat niet in de bijbel, dat we dat dan wel ergens gehoord zullen hebben en dat maar aangenomen hebben als waar zijnde…zo gaat dat natuurlijk met veel dingen.
    Maar ja, hoe kun je nu alles onderzoeken in de schrift of het waar is wat je hoort? Maar deze vraag doet me denken aan een preek die ik net luisterde van de site van de Heerezalvoorzien uit Den Haag: als je dicht bij de Heer leeft dan zul je antwoorden krijgen en hoef je je niet bij alles af te vragen of het wel goed is of niet.

  7. boukje / dec 1 2011

    ” Alhoewel er wel degelijk een tijd komt na de tijdperken die eigenlijk niet meer als tijd mag worden aangeduid omdat die ‘tijd’ inderdaad eeuwig is, dus zonder einde! Hetgeen ons gewone begrip te boven gaat.”

    Bovenstaand stukje heb ik even afgeplukt van de site van Silvia Videler, over de 5 aionen.
    Ik vond dit mooi gezegd. De tijd na de aionen is eeuwige tijd, altoosdurend, dus dan kun je ook niet meer spreken van tijd…..

  8. goswindeboer.nl / dec 3 2011

    He Boukje, wat leuk dat je meezoekt. Het blijft een fascinerend onderwerp, nietwaar. Ik snap je citaat, en ik kan er ook wel in meegaan, behalve in het gebruik van het woord eeuwig. Als we gezien hebben dat dat woord aion niet eindeloos betekent, dan moeten we het ook niet zo blijven gebruiken. De werkwijze van dr. Keizer was zo: begin bij de oorspronkelijke betekenis (leven) en ga dan van de oudste naar steeds nieuwere geschriften. Pas als de eerste betekenis van aion niet meer past, voeg je een nieuwere, ruimere betekenis toe. Zo vond zij dat het woord nergens hoeft te worden opgerekt tot eindeloos of tijdloos om de tekst goed te kunnen begrijpen.

    Meestal redeneren wij andersom. We gaan er al van uit dat de betekenis van het woord ‘eindeloos’ of ‘tijdloos’ is (of in ieder geval kán zijn), en lezen het dan in de teksten. Maar een bewijs uit andere hoek laat zien dat die betekenis pas na het schrijven van de bijbel is toegevoegd. Keizer Justinianus (ca. 540 AD) had een kerkvergadering georganiseerd met het specifieke doel de leer van de redding van allen – en enkele andere ketterijen – in de kerkelijke ban te krijgen. Hij schreef een edict met een uiteenzetting van wat hij de rechte leer vond, waarin hij onder andere zei:

    “De Heilige Kerk van Christus leert een eindeloos eeuwig (ateleutetos aionios) leven voor de rechtvaardigen, en eindeloze (ateleutetos) straf voor de bozen.”

    Het woord eeuwig (aionios) was niet voldoende om de duur van het leven en de straf weer te geven. Nee, hij moest een woord toevoegen (ateleutetos) om de oneindigheid van eeuwig weer te geven. Een woord dat in de hele bijbel niet te vinden is! Hij wist kennelijk dat aionios van zichzelf toen nog niet eindeloos betekende.

    Kortom, ik kan het met het bovenstaande stuk eens zijn, maar dan zonder de term “eeuwige tijd” om “zonder einde” weer te geven. Het is altoosdurende tijd. Tijd die niet meer ophoudt. Maar niet eeuwig, want de eeuwen zijn dan al voorbij…

    P.S. Het plan van Justinianus mislukte. De kerkelijke ban bleef uit.

  9. pietsje / dec 4 2011

    Hoi Goswin,

    Wat heb je weer een degelijk onderzoek gedaan naar deze woorden, m’n complimenten.
    Wat is het toch geweldig dat onze ogen open gaan voor Gods waarheid, ik heb net als Boukje en vele anderen met ons ook te lang datgene wat ik hoorde, als waarheid aangenomen omdat ik dacht, zij kennen God al langer, zij hebben er voor geleerd, zij zullen het wel weten en dan vertrouw je op hun woorden, zonder zelf te onderzoeken of het wel is, zoals God het heeft bedoeld en dat is eigenlijk wel een beetje dom.
    Als ik achterom kijk naar mijn eigen zoektocht naar Gods Waarheid en dat heb ik gedaan door velerlei samenkomsten te bezoeken, door het lezen van vele boeken, dan is daar gelukkig altijd wel de Heilige Geest bij geweest die in m’n binnenste dan zei, er klopt hier iets niet, gelukkig maar dat de Heilige Geest onze Leraar is, Hij trekt wel aan de bel.
    En als ik dan weer verder zocht, dan werd mijn gevoel altijd wel weer bevestigt dat er inderdaad iets niet klopte en dat gebeurde dan door Gods Woord of door iets wat iemand zei over God en dat bracht me dan weer op het juiste spoor me en zo gaat het denk ik altijd door.
    Gelukkig ben je nooit te oud om te leren en gelukkig zijn er nog steeds mensen zoals jij, die in hun relatie met God nieuwe dingen ontdekkken en dat goed onderbouwd op papier zetten voor de ander, super daar kan ik echt van genieten.
    Zelf ben ik al een tijdje bezig met de vraag wat is Gods doel voor de mens/mij/gemeente hier en nú en wat gebeurd er met de mens die dat doel hier en nú niet ondekt, het kan toch niet zo zijn dat ze voor eewig verloren zijn, zoals dat in sommige kerkelijke kringen wordt verkondigt, want God is Liefde, Hij wil dat niemand verloren gaat en in mijn zoektocht kwam ik uit bij de romeinen studie van Klaas Goverts en hij zegt hetzelfde wat jij ook zegt over eeuwig-(heden), deze studie bevestigde in meerdere opzichten het beeld dat ik van God de Vader heb, Hij is echt een Leave Hait.
    Goverts zegt Onze God is een Goede God, Hij is een Liefdevolle Vader die anders denkt dan wij.
    Wij denken genade krijg je, het is onverdiende gunst, maar God de Vader denkt anders, Zijn Genade betekent dat de mens/zoon/dochter eindelijk krijgt wat hij/zij verdient/recht op heeft, wat hij/zij waard is, Hij staat op de uitkijk en wacht totdat de mens weer thuis komt, de mens hoort bij God en God buigt zich naar de mens toe, Hij wil dat je thuis/tot je bestemming komt als mens, dat je wordt , wie je bent, daar gaat de gelijkenis van de verloren zoon over.
    Het hele Evangelie/Blijde Boodschap gaat over het Thuiskomen/tot bestemming komen van de mens en van God.
    Waar ik me dan zo over verwonder is, dat dat alles weer bij elkaar komt, jou stuk sluit weer prachtig aan op wat Klaas Goverts schrijft over deze dingen, Gods belofte is: wie zoekt zal vinden en wie klopt zal open gedaan worden, we hebben een Geweldige God en Hij heeft maar één verlangen en dat is dat we worden wie we zijn, is dat niet geweldig.

    God bless you,
    Pietsje

  10. T.Jacobson / okt 26 2014

    beste Goswindeboer
    U schrijft althans erkent als ik het goed lees dat God/de Heere is zonder begin en zonder einde, en dat wij onsterfelijkheid verkrijgen op wat heet de jongste dag. Wat is dat anders dan ( vvoor ons: vanaf de jongste dag ) : eeuwig ?M.i.: niets.Ik hoor het graag.
    Die niet eindigende eeuwigheid is het zijn bij HEM, bij HEM zijn Die alle tranen van de ogen zal afwissen en Die alle dingen nieuw maakt en voor ons alles zal zijn. Dat is naar het woord van Jezus zo heerlijk dat een mensenhart er niet bij kan; het is in een mensenhart -zegt Hij- niet eens opgeklommen hoe groot die heerlijkheid zal zijn.Jezus zegt verder: Vader, IK wil dat waar IK ben, ook zij ( de gelovingen in de Heere ) zullen zijn.De uitkomst, onze verwachting hier, is : Wij zullen altoos bij de Heere zijn, vertroost elkander met deze woorden.1 Thessalonicenzen 4.Dat stijgt ver uit boven taalkundige vragen rond het woord eeuwig.
    Vriendelijke groet, van Thomas Jacobson.

  11. goswindeboer.nl / okt 26 2014

    he Thomas

    Zeg maar jij hoor – ik ben nog maar een dertiger. Ik ben met je eens dat het voor ons, gelovigen, niet zoveel verschil maakt. We zullen niet meer sterven, en daarmee eeuwig (in de traditionele zin van het woord) leven. Jij geeft al enkele voorbeelden van onze toekomstverwachting. Schitterend!

    Waarom ik toch zo taaltechnisch op het woord in ga heeft te maken met de integriteit van de bijbel. Als eeuwig betekent: zonder tijd of oneindig, of wat er vaak maar mee bedoeld wordt, dan komt de bijbel in de knoop. En dat is wel een kwalijke zaak. Voor enkele voorbeelden, zie mijn eerdere artikelen hierover (vanaf hier).

    En meer nog, het eeuwig heil – waar wij ons op mogen verheugen – wordt vaak in één zin genoemd met het eeuwig wee van de ongelovigen. En ook dat is kwalijk, want wederom komt de bijbel op spanning te staan met zichzelf. Daarover vind je onder het menu-iten ‘wat?’ ook diverse artikelen(series).

    Kortom, dit artikel staat niet op zichzelf, maar staat als het ware in dienst van de andere artikelen. Ik had al meerdere keren kort over de eeuwen geschreven alvorens ik het in dit artikel eens wat preciezer ging uitdiepen. Niet om de zuivere taal an sich, maar wel om de zuivere theologie…

    Kun je hier wat mee?

  12. Thomas Jacobson / okt 26 2014

    beste Goswin,
    dank voor je ( ook directe ) reactie.
    Je vraagt aan het einde er van: ” kun je hier wat mee ” ? Ik weet het niet.
    Want in het begin schrijf je, naar ik denk met juistheid, ” ik denk dat het voor ons gelovigen niet zoveel verschil maakt “. Zijn de taalkundige dingen dan niet slechts een soort achterhoedegevechten? Wij, zo zegt de apostel Paulus,zullen ALTOOS bij de Heere zijn.Ik zie zeer verlangend uit naar de Grote Morgen dat de Heere weerkomt, want dan wordt dat ” altoos” werkelijkheid.Altoos, dat is zonder einde; en verder staat er: BIJ de Heere zijn.Voor immer zijn bij Hem. Onze ogen, zo zegt Jesaja 33, zullen de Koning aanschouwen in Zijn schoonheid; en mede in Zijn lieflijkheid want er staat ook: daar zal de Heere heerlijk voor ons zijn. .Wat kan een mensenhart nog meer verlangen? Hem te eren, te loven,te danken; in Zijn aanwezigheid, samen met hen die ons in geloof zijn voorgegaan. Samen voor altoos zijn bij de Heere. Lof zij HEM in eeuwigheid

  13. goswindeboer.nl / okt 27 2014

    he Thomas

    Dank opnieuw voor je vraag. Ik begrijp wat je bedoelt hoor. Maar in mijn beleving is het niet een achterhoedegevecht (meer), maar een heuse burgeroorlog: deze strijd vindt plaats onder de eigen gelederen!

    Ik bespeur in je antwoord een gearriveerdheid (no offense), een blijdschap om de hoop die jij en ik delen. Natuurlijk mag je blij zijn in de verwachting van de toekomende dingen – het zou vreemd zijn als je daar niet blij van wordt. Maar je weet toch net als ik dat de bijbel op talloze plaatsen doet doorschemeren dat het feest pas compleet is als iedereen er is (het laatste schaapje, weet je wel). Welnu, door taalkundige en theologische constructies (“huichelarij van leugensprekers” – 1 Tim. 4:2, letterlijk: de hypocrisie van valse uitdrukkingen) wordt dat feest geannuleerd. Alsof de meeste genodigden nooit zullen komen. Alsof God niet zal voleindigen wat Hij van plan was…

    De vreselijke verwachting die doorgaans aan de ongelovige wordt toegedicht zou toch op zijn minst enige zorgen moeten geven. Het gaat er niet om dat wij zo’n schitterende plek hebben in de ‘skybox’ van de heiligen. Het gaat er om of God tot Zijn Doel komt met heel zijn schepping. De theologie meent van niet. En met een veelheid aan ‘valse uitdrukkingen’ wordt het lot van de meerderheid bezegeld. Hen wacht een afschuwelijk lot!

    Bij al deze taaltechnische buitelingen gaat het me daarom: het lot van die meerderheid, van hen die God niet kennen. En niet om die meerderheid an sich – alsof wij mensen ergens aanspraak op zouden mogen maken – maar om het Woord van de Almachtige. Hij heeft gesproken dat ALLEN levend gemaakt zullen worden. Dat Hij alles in ALLEN zal zijn. Dat de laatste Adam ALLES aan Zich zal onderwerpen alvorens het alles over te dragen aan de Vader. Schitterende vooruitzichten die door de theologie ge-typex’d worden in navolging van de gelauwerde kerkvaders. Het Woord wordt ondergeschikt gemaakt aan de commentaren, met als resultaat: vertroebeling, verwarring en verwijdering. Die vertroebeling probeer ik ongedaan te maken door te wijzen op de échte betekenis van de woorden.

    Natuurlijk is nog niet iedereen ‘binnen’ bij het aanbreken van het aankomende Koninkrijk, maar het ZAL gebeuren. Tenminste, als je horizon niet vernauwd is door valse uitdrukkingen als eeuwigheid, hel en geestelijk Israël. Want dan verwordt het schitterende vergezicht van een herstelde schepping, de algehele triomf van het LEVEN, de gelukkige God die heeft volbracht wat Hij wil, ineens een groteske kaartverkoop zoals bij een popconcert: koop je ticket nu het nog kan, anders mis je de show!

    Deze valse uitdrukkingen hebben ervoor gezorgd dat wij als christenen schijnbaar achteloos het lot van de ongeredden naast ons neer hebben gelegd (“ons geweten toegeschroeid?” zelfde vers, Statenvertaling). Miljarden mensen zou een EEUWIGE hel te wachten staan, en slechts een enkeling is er voor te porren om eens aan een evangelisatie-actie mee te doen. Het aantal mensen dat uit een gemeente zendeling wordt is al helemaal op één hand te tellen. Als we écht zouden geloven wat we preken zouden we toch krankzinnig worden van zo’n toekomstbeeld, of op zijn minst over onszelf struikelen in de ijver zoveel mogelijk mensen te behouden?

    …Welja, het is wat een rommelig antwoord geworden, maar dat komt omdat dit onderwerp me de laatste jaren zo diep heeft geraakt (en veranderd) – ik wil alles tegelijk zeggen. Het gaat hier om lotgenoten, medemensen, collega-Adamieten. Zou Hij jou en mij liever hebben dan de buurman? Het gaat bovenal om de EER van onze God. Zou Hij NIET slagen in zijn plannen? Zou IETS voor Hem onmogelijk zijn?

    Nogmaals: ik neem geen aanstoot aan jouw vraag, maar je bent toch met me eens dat het hele verhaal groter is dan de redding van de gelovigen? Net zoals de uitverkiezing in de bijbel ook altijd groter is dan de groep gekozenen (lees bijvoorbeeld de eerste verzen van Genesis 12, waar de uitverkiezing van Abraham ten GUNSTE komt van ALLE volken – lees ‘m niet in de NBV, zij hebben de tekst laten harmoniëren met de gangbare theologie).

  14. Thomas Jacobson / okt 28 2014

    beste Goswin,
    veel dank voor je uitgebreide antwoord.
    Je schrijft dat je dertiger bent,ik ben ruim 77 jaar oud/jong. Op die leeftijd is veruit het grootste deel van het aardse leven voorbij en wat komt zeer nabij. Eens te meer omdat mijn lieve echtgenote Willy met wie ik meer dan 52 jaar gehuwd mocht zijn, vorig jaar op 16 september 2013 is ontslapen. Gode zij dank in volle zekerheid : ” mijn uitvaartdienst moet e e n loflied aan God zijn, en zeg tot ieder: ga op de weg die HIJ is voorgegaan, en dan wens ik jou en ieder die het hoort toe: tot ziens in Jerusalem “.
    Goswin, ik heb de Heere gebeden om gelijktijdig met haar die oversteek te mogen maken; maar om uit het Wilhelmus te citeren :” maar de Heer van hierboven, Die alle ding regeert, Die men altoos moet loven, en heeft het niet begeerd “. Hoezeer ik hier doe wat op mijn weg is en komt, naar het vorenstaande kijk ik uit, naar die grote Morgen, waar de Heere geloofd wordt door een schare zo groot, zegt Openbaring, dat niemand die tellen kan.
    Wij doen denk ik allen zeer tekort aan de grootte van Gods barmhartigheid: zo ver het oosten is van het westen zo ver doet Hij onze overtredingen van ons weg. De Heere zegt: die tot MIJ komt zal ik geenszins afwijzen.
    Het recht en het oordeel en de – naar Zijn Woord: grenzeloze – barmhartigheid is aan Hem en aan Hem alleen; HIJ heeft het recht lief! Hoezeer ook ik hoop, voor mijzelf ,en het is van harte gewenst voor en gegund aan en wordt gehoopt voor ieder op aarde, op Gods barmhartigheid, het verlenen er van is voorbehouden aan Hem en aan Hem alleen.
    We denken, meen ik, veel te beperkt over de grootte van Gods barmhartigheid; HIJ ontfermt Zich als een vader over de kinderen die HEM eren en respecteren. C.S.Lewis schrijft in The Great Divorce, page 75 : ” There are only two kinds of people in the end : those who say to God ” Thy will be done ” ;and those to whom God says , in the end, : Thy will be done “.Lewis vervolgt dan : All that are in Hell, choose it “. En verder ” Those who seek, find. To those who knock, it is opened.”.
    Ik eindig ditmaal, gaarne met deze zegswijze en wens: die heimwee hebben, zullen thuiskomen.
    Vriendelijke groet,
    Thomas

  15. goswindeboer.nl / okt 31 2014

    dag Thomas

    Met het oog op de toekomende eeuwen zijn we beide nog piepjong. Wat zal het een troost voor je zijn geweest dat je geliefde je voorging in de volle verzekerdheid van de ontmoeting met haar Heiland. Ook al begrijp ik dat je het liefst samen was gegaan. Mijn vrouw en ik zeggen dat ook wel eens tegen elkaar.

    Zeker, we mogen niet vrijkaartjes uitdelen van iets wat alleen God kan geven. Maar de bewuste teksten en theologie waar je naar verwijst zijn mijns inziens ook vertroebeld – de teksten dan – de theologie heeft daar juist voor gezorgd. En hoeveel achting ook heb voor een grote denker als Lewis, zijn voorstelling inzake hemel en hel zijn een prachtig voorbeeld van een welluidende verdediging van een verkeerde voorstelling. Let wel, enkele jaren geleden was zijn argumentatie de mijne hoor. Maar onderwijl ben ik van mening dat de hel niet UIT de bijbel komt, maar er IN gekomen is (net zoals de betekenis van eeuwig pas later aan het woord ‘aion’ gekoppeld is – zie bijvoorbeeld deze serie). Gods wil geschiede. Punt. Zo zie ik het althans.

    De voorstellingen van een vurig hiernamaals vind je pas (als je de vertalingen mag geloven) sinds het Nieuwe Testament in de bijbel. Maar ze zijn terug te voeren tot veel oudere filosofieën – zie het laatste artikel van deze serie. We zeggen vaak dat de heidenen gekerstend zijn sinds de komst van Jezus – al zie je daar nu niet veel meer van. Ik ben onderwijl van mening dat het christendom verheidenst is bij de verspreiding onder de volkeren.

    Ik geef je nogal wat leeswerk op, maar dit onderwerp is groot – en gevaarlijk! Want de dingen die je leest hoor je nergens. Zo mag je de bijbel niet lezen, wordt gezegd. Dit is dodelijk vergif met een zoete smaak, heb ik horen zeggen. Dus wees gewaarschuwd 🙂

    Even serieus: zulke dingen zijn zó belangrijk … dat bijna niemand er over spreekt. En als er al over gesproken wordt zul je gauw zien hoe divers er gedacht wordt. De gemiddelde voorganger is verlegen met het onderwerp en de theoloog – wel, die kom je in de laatste artikelenserie regelmatig tegen. Laat ik zeggen dat het denkvermogen niet gelijk op gaat met de geleerdheid…

  16. Thomas Jacobson / okt 31 2014

    beste Goswin,
    weer dank voor je omstandige bericht.
    Ik wil graag het nu even hebben over wat staat in 1 Thessalonicenzen 4 vers 17,
    in de NBG vertaling: “en zo zullen wij altijd met de Here wezen” ,en meer in het bijzonder over wat daar staat ” altijd”.
    In het Grieks staat er : pantote
    in de Vulgaat temper
    in de King James ever
    in de Duitse bijbel allezeit
    in de Franse bijbel toujours
    in de Statenvertaling altijd
    in de Lutherse vert. altijd
    in de Leidse vert. altijd
    in de vert.prof Brouwervoor altijd
    in de vert.P.Canisius altijd
    in de NBG altijd
    in de Willibrord voor altijd
    in de Naardense altijd
    Altijd. Zonder einde.Dat is voor mij: eeuwig.
    En vooral: er staat overal verder: bij/met de Heere./de Heer.
    Altijd, bij/met de Heere.
    Er staat in het vers er na:
    vertroost elkander met deze woorden.
    Beste Goswin, op dit punt ben ik helemaal overweldigd en meer dan voldaan en vol verwachting. Ik begrijp heel wel de belangstelling om de Schrift ” in te duiken”, het er staande woord te onderzoeken, te vergelijken, het uit te diepen, verbanden te zoeken, naar een samenvattende of overstijgende betekenis te (willen) komen.Voor mij, ik ben geen theoloog maar volgde een andere discipline, is dat zeer begrijpelijk en bijzonder aantrekkelijk om spitwerk te doen in de Bijbel op de door mij bedoelde wijze. Dat en mits ad maiorem gloria Dei. Te meer we van HEM te weten komen, te meer zal onze verrukking er in zijn.Om HEM straks te aanschouwen in Zijn Koninklijke heerlijkheid, en door HEM omarmd te worden als beschreven in Openbaring 21.Samen met allen die HIJ heeft ingeschreven inhet boek des levens.
    Dan wordt 1 Thessalonicenzen 4 vers 17 volle en eeuwige werkelijkheid.
    Ik ruil wat ik hier had en heb en heb gedaan, daar gaarne voor in.
    En zie uit naar die Grote Morgen,met alle glorie aan HET LAM.
    Hartelijke groet,
    Thomas Jacobson
    op 31 oktober 2014

  17. goswindeboer.nl / okt 31 2014

    beste Thomas

    Dank dat je mijn website verrijkt met je inzichten en levenservaring. Ik ben het helemaal met je eens: het ‘altijd’ van 1 Thessalonicenzen 4:17 is inderdaad ‘eeuwig’ zoals wij het meestal begrijpen. Zonder einde. Het is dan ook een ander woord in het Grieks dan ‘aion’. En die horizon is zo verrukkelijk. Ik begrijp je reikhalzend verlangen. Laat ons samen uitzien naar die dag!

reageer